Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot subsidies voor innovaties in de binnenvaart (Tijdelijke subsidieregeling innovatie Binnenvaart)
- BWB-id
- BWBR0024146
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2011-01-01 t/m 2012-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024146
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-subsidieregeling-innovatie-binnenvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-subsidieregeling-innovatie-binnenvaart/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024146&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024146&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024146/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-subsidieregeling-innovatie-binnenvaart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: artikel 9 adviescommissie: adviescommissie innovatie binnenvaart, bedoeld in; binnenvaartonderneming: onderneming, waarvan de hoofdactiviteiten bestaan uit het transport van goederen of personen over binnenwateren of het verlenen van diensten in het logistieke proces waarbij de binnenvaart een overwegende rol speelt; groot project: project waarvan de subsidiabele kosten € 100.000 of meer bedragen; artikel 13 tweede lid Innovatieraad Binnenvaart: door het bedrijfsleven ingesteld college van deskundigen uit de binnenvaartsector ten behoeve van het stimuleren van de innovatie in de binnenvaart, dat tevens een adviesrol heeft als bedoeld in; kennisinstelling: klein project: project waarvan de subsidiabele kosten minder dan € 100.000 bedragen; Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht de rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd; penvoerder: door de in een samenwerkingsverband verenigde partijen aangewezen rechtspersoon die namens dit samenwerkingsverband optreedt; artikel 2, eerste lid project: een samenhangend geheel van activiteiten dat een bijdrage levert aan innovaties op het terrein van de binnenvaart en valt binnen de in, bedoelde thema’s; samenwerkingsverband: samenwerkingsverband bestaande uit ten minste een binnenvaartonderneming en een of meer andere ondernemingen of een of meer kennisinstellingen, waarbij het financiële aandeel van de binnenvaartonderneming(en) ten minste gelijk is aan het aandeel van de overige deelnemers in het samenwerkingsverband; verordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschap van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEG L 379/5). 1°. bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een in onderdeel a of b van degenoemde instelling voor hoger onderwijs; 2°. een andere dan in de onder 1° bedoelde onderzoeksinstelling die geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid is gefinancierd en die activiteiten verricht met als doel het uitbreiden van de algemene wetenschappelijke en technische kennis; 3°. een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs; 4°. een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde onderzoeksinstelling die activiteiten verricht met als doel het uitbreiden van de algemene wetenschappelijke en technische kennis; 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Minister kan op aanvraag subsidie verlenen aan een binnenvaartonderneming of aan een penvoerder ten behoeve van zijn samenwerkingsverband voor een project dat valt binnen de thema’s: a. logistiek en nieuwe markten; b. overslagtechnieken; c. vermindering van luchtemissies en brandstofgebruik; d. scheepstechniek; e. ICT en informatiestromen; f. onderwijs; g. security. 2 Voor subsidie komen in aanmerking de volgende typen projecten: a. haalbaarheidsprojecten gericht op industrieel onderzoek, waaronder wordt verstaan het tot stand brengen van een rapport, inhoudende een systematisch opgezette en afgeronde analyse van de technische mogelijkheden voor het uitvoeren van industrieel onderzoek; b. industriële onderzoeksprojecten, waaronder wordt verstaan een samenhangend geheel van onderzoeksactiviteiten gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren; c. haalbaarheidsprojecten gericht op experimentele ontwikkeling, waaronder wordt verstaan het tot stand brengen van een rapport, inhoudende een systematisch opgezette en afgeronde analyse van de technische mogelijkheden voor experimentele ontwikkeling; d. experimentele ontwikkelingsprojecten, waaronder wordt verstaan een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het verwerven, combineren, vormgeven of gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke of andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema’s of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten, voor zover deze activiteiten geen routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, procédés of diensten behelzen, ook als die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden; e. demonstratieprojecten, waaronder wordt verstaan activiteiten die tot doel hebben om voor Nederland nieuwe producten, apparaten, systemen, technieken of logistieke concepten, dan wel toepassingen daarvan, ten behoeve van de binnenvaart te demonstreren en die een technisch of economisch risico inhouden. 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Subsidie wordt slechts verstrekt, indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor de-minimissteun als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3 van de verordening. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Indien ter zake van een project reeds door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat op grond van deze regeling zou worden verleend. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De Minister stelt jaarlijks de subsidieplafonds voor kleine en voor grote projecten vast en maakt dit bekend in de Staatscourant. 2 artikel 12 Indien het subsidieplafond voor grote projecten nog niet is bereikt na het verstrijken van de inbedoelde periode van het jaar waarvoor dat plafond geldt, kan de Minister het resterende bedrag toevoegen aan het subsidieplafond voor kleine projecten. 3 Indien het subsidieplafond voor kleine projecten nog niet is bereikt op 1 november van het jaar waarvoor dat plafond geldt, kan de Minister het resterende bedrag toevoegen aan het subsidieplafond voor grote projecten. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Subsidiabele projectkosten zijn uitsluitend: a. de volgende na indiening van de subsidieaanvraag gemaakte rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten: 1°. artikel 7.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 loonkosten van direct bij het project betrokken personeel, waarbij het uurloon wordt berekend aan de hand van het brutoloon volgens de verzamelloonstaat, ingevolge, te delen door 1650 productieve uren, verhoogd met een forfaitair percentage van 20 voor de werkgeverslasten. In geval van een deeltijds dienstverband wordt het uurloon op voornoemde wijze berekend na omrekening van het brutoloon naar een voltijds dienstverband; 2°. kosten van aanschaf van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3°. afschrijvingskosten van machines en apparatuur op basis van de technische levensduur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode uitgaande van de historische aanschafwaarde verminderd met de restwaarde, met dien verstande dat in geval van lease wordt uitgegaan van de contante waarde van de gedurende de projectperiode betaalde leasetermijnen naar rato van het gebruik van de machines en apparatuur voor het project onder aftrek van de in de leasetermijnen begrepen vergoedingen voor financiering en afschrijving; 4°. huurkosten van machines, apparatuur en schepen naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode. Voor het totaal van de huurkosten van schepen geldt een maximum van € 50.000; 5°. afschrijvingskosten van een schip gedurende verletdagen berekend volgens de voor dat schip bedrijfseconomisch aanvaardbare principes uitgaande van historische kosten en onderbouwd door middel van een accountantsverklaring met een maximum van € 50.000; 6°. naar het oordeel van de Minister relevante kosten van door derden verleende diensten; b. een opslag voor algemene kosten van ten hoogste 50 procent van de in onderdeel a, onder 1°, bedoelde loonkosten. 2 De subsidieaanvrager kan bij de subsidieaanvraag een verzoek indienen om de berekening van de loonkosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, te mogen vervangen door een in zijn organisatie gebruikelijke, controleerbare methodiek. Dat verzoek gaat vergezeld van het gebruikte kostenmodel, de berekeningswijze daarvan en een goedkeurende accountantsverklaring. 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De subsidie bedraagt ten hoogste: a. artikel 2, tweede lid artikel 6 voor een haalbaarheidsproject gericht op industrieel onderzoek, als bedoeld in: 65 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in; b. artikel 2, tweede lid artikel 6 voor een industrieel onderzoeksproject, als bedoeld in: 50 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in; c. artikel 2, tweede lid artikel 6 voor een haalbaarheidsproject gericht op experimentele ontwikkeling, als bedoeld in: 50 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in; d. artikel 2, tweede lid artikel 6 voor een experimenteel ontwikkelingsproject, als bedoeld in: 40 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in; e. artikel 2, tweede lid artikel 6 voor een project dat bestaat uit zowel industrieel onderzoek als experimentele ontwikkeling, als bedoeld in: 45 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in; f. artikel 2, tweede lid artikel 6, eerste lid voor een demonstratieproject als bedoeld in: 30 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in. 2009 108 16-06-2009 05-06-2009 CEND/HDJZ-2009/603sectorSCH 2009 108 16-06-2009 05-06-2009 CEND/HDJZ-2009/603sectorSCH 18-06-2009 01-04-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7, onder a en c artikel 7, onder b, d, e en f De in, genoemde percentages kunnen worden verhoogd met maximaal 10 procentpunten, onderscheidenlijk kunnen de in, genoemde percentages worden verhoogd met maximaal 15 procentpunten, indien de aanvrager een MKB-onderneming is als bedoeld in verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10). 2009 108 16-06-2009 05-06-2009 CEND/HDJZ-2009/603sectorSCH 2009 108 16-06-2009 05-06-2009 CEND/HDJZ-2009/603sectorSCH 18-06-2009 01-04-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Er is een adviescommissie innovatie binnenvaart, die adviseert over de aanvragen voor subsidieverlening voor grote projecten. 2 De adviescommissie bestaat uit vier leden, waaronder de voorzitter, die deskundig zijn op het terrein van de binnenvaart en die niet werkzaam zijn bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. 3 De leden, van wie één voorgedragen door het bestuur van het Expertise- en Innovatiecentrum Binnenvaart, worden door de Minister voor een termijn van ten hoogste vier jaren benoemd. De leden zijn een keer herbenoembaar. 4 De leden van de adviescommissie nemen niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien zij een persoonlijk belang hebben bij de ingediende aanvraag. 5 De adviescommissie stelt een reglement van orde op dat instemming van de Minister behoeft. 6 De Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de adviescommissie bij te wonen. 7 De adviescommissie stelt jaarlijks uiterlijk voor 1 februari een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Het jaarverslag wordt aan de Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. 8 De bescheiden van de adviescommissie worden na beëindiging van haar werkzaamheden opgenomen in het archief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De aanvraag om subsidie wordt ingediend bij Agentschap NL, met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier dat verkrijgbaar is bij Agentschap NL. 2 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een projectplan en een begroting; b. in voorkomend geval een door de in een samenwerkingsverband verenigde partijen ondertekend document waaruit blijkt dat de rechtspersoon die de subsidie aanvraagt daartoe door hen is aangewezen; c. bijlage I de de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, overeenkomstig het inbij deze regeling opgenomen model. Indien de aanvraag voor een samenwerkingsverband wordt gedaan, wordt per onderneming een de-minimisverklaring ingediend; en d. de andere in het formulier bedoelde bescheiden en gegevens. 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 08-07-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien: a. artikel 3 een project niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in; b. artikel 2, eerste lid een project niet past binnen een thema als bedoeld in; c. artikel 2, tweede lid een project niet past binnen de typen projecten als bedoeld in; d. de Minister het niet aannemelijk acht dat het project binnen drie jaar of voor 1 juli 2012 is afgerond. 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 5, eerste lid Aanvragen voor grote projecten kunnen jaarlijks worden ingediend vanaf de in, bedoelde bekendmaking van het subsidieplafond tot en met 15 september, met dien verstande dat in 2010 aanvragen tot 1 september van dat jaar kunnen worden ingediend. 2 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met inachtneming van het derde lid, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen als bedoeld in, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt. 3 artikel 5 Voor zover aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het inbedoelde subsidieplafond overschrijden, wordt de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vastgesteld door middel van loting. 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 08-07-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 11 De Minister wint over aanvragen voor grote projecten, die niet op grond vanzijn afgewezen, advies in van de Innovatieraad Binnenvaart en van de adviescommissie. 2 De Innovatieraad Binnenvaart brengt binnen vier weken na dagtekening van het verzoek om advies schriftelijk advies uit aan de Minister over de mate waarin het project kan rekenen op draagvlak binnen de Nederlandse binnenvaartsector. 3 De adviescommissie brengt binnen zes weken na dagtekening van het verzoek om advies schriftelijk advies uit aan de Minister. 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De adviescommissie adviseert in elk geval: a. of voldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project; b. of het project op draagvlak binnen de Nederlandse binnenvaartsector kan rekenen. 2 De adviescommissie kent aan aanvragen, die positief zijn beoordeeld op de onderdelen a en b van het eerste lid, punten toe volgens de telling: a. voor het innovatief karakter van nieuwe technologie of een wezenlijke nieuwe toepassing van een bestaande technologie maximaal 10 punten met een weegfactor 0,8; b. voor de verspreiding van de verworven kennis in de binnenvaartsector maximaal 10 punten met een weegfactor 0,7; c. voor de toepassingsgerichte vertaling van kennis naar nieuwe toepassingen en de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten in de binnenvaartsector maximaal 10 punten met een weegfactor 0,6; d. voor het maatschappelijk voordeel dat met de kennis kan worden behaald maximaal 10 punten met een weegfactor 0,5. 3 De Minister wijst een aanvraag voor een groot project af indien het puntentotaal minder dan 15 bedraagt. 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a artikel 13, tweede en derde lid De Minister wijst een aanvraag voor een groot project af indien dit blijkens de in, bedoelde adviezen technisch of economisch onvoldoende haalbaar wordt geacht of op onvoldoende draagvlak in de Nederlandse binnenvaartsector kan rekenen. 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 5, eerste lid Aanvragen voor kleine projecten kunnen jaarlijks worden ingediend vanaf de in, bedoelde bekendmaking van het subsidieplafond tot en met 31 oktober, met dien verstande dat in 2011 aanvragen tot 1 april van dat jaar kunnen worden ingediend. 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 08-07-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De Minister kent aan de aanvraag voor een klein project punten toe volgens de telling: a. voor het innovatieve karakter maximaal 10 punten met een weegfactor 1,0; b. voor de economische en technische haalbaarheid maximaal 10 punten met een weegfactor 0,9; c. voor het uitstralingseffect voor toepassing door andere binnenvaartondernemingen, maximaal 10 punten met een weegfactor 0,8. 2 De Minister wijst een aanvraag voor een klein project af indien het puntentotaal minder dan 12 bedraagt. 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De Minister beoordeelt de aanvragen tot subsidieverlening voor kleine projecten in volgorde van ontvangst van volledige aanvragen. 2 artikel 12, derde lid Op de rangschikking van gelijktijdig ingediende aanvragen voor kleine projecten is, is van overeenkomstige toepassing. 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De Minister beslist over een aanvraag om subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 2009 29 12-02-2009 06-02-2009 CEND/HDJZ-2009/49sectorSCH 14-02-2009
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De subsidieontvanger kan een schriftelijk verzoek tot wijziging van de verleningsbeschikking indienen bij de Minister wegens vertraging, essentiële wijziging of stopzetting van het project. De Minister kan voorschriften en beperkingen aan de wijziging verbinden. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De subsidieontvanger voert het project uit in overeenstemming met het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het project uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip. 2 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling, tot faillietverklaring of van andere omstandigheden, die voor de subsidieverlening van belang kunnen zijn. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De subsidieontvanger voert het project uit in Nederland. 2 De Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid. 3 Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De subsidieontvanger maakt, op een door de Minister aan te geven wijze, de resultaten van het project op hoofdlijnen openbaar. 2 De subsidieontvanger stelt derden op verzoek in de gelegenheid nader van de resultaten van het project kennis te nemen tegen een marktconforme vergoeding. 3 Indien er op de resultaten een intellectueel eigendomsrecht rust, mag de subsidieontvanger deze tot twee jaar na afloop van het project niet overdragen aan derden, tenzij hij een ontheffing heeft verkregen van de Minister. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Van grote projecten brengt de subsidieontvanger jaarlijks voor 1 februari per adres aan Agentschap NL een voortgangsverslag aan de Minister uit. 2 artikel 6, eerste lid artikel 7.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Voor grote projecten voert de subsidieontvanger een administratie waaruit op eenvoudige en duidelijke wijze alle in, genoemde projectkosten kunnen worden afgelezen. Ten aanzien van de verantwoording van de loonkosten is per werknemer een urenverantwoording volgens de verzamelloonstaat, ingevolgeaanwezig, alsmede een geautoriseerde urenregistratie voor het betreffende project. 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De subsidieontvanger verleent op verzoek van de Minister alle medewerking aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitoefenen van de activiteiten een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de door de Minister geformuleerde beleidsdoelstellingen. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 22, eerste lid De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na het in, bedoelde tijdstip bij de Minister een verzoek tot vaststelling van de subsidie in met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier dat verkrijgbaar is bij Agentschap NL. 2 In het geval van een groot project gaat het verzoek vergezeld van: a. de gegevens, bedoeld in dit formulier; b. artikel 24, eerste lid een afschrift van de publicatie, bedoeld in; c. een schriftelijk eindverslag over de uitvoering en bereikte resultaten van het project; d. een financieel eindverslag. 3 In het geval van een klein project gaat het verzoek vergezeld van: a. de gegevens, bedoeld in dit formulier; b. artikel 24, eerste lid een afschrift van de publicatie, bedoeld in. 4 bijlage II Indien de subsidie voor een project € 100.000 of meer bedraagt, gaat het financieel eindverslag vergezeld van een goedkeurende verklaring van de accountant. Het financiële eindverslag en de accountantsverklaring worden opgesteld in overeenstemming met het alsvan deze regeling opgenomen model controleprotocol subsidies. 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 08-07-2010
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 De Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen acht weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De Minister verstrekt een voorschot tot ten hoogste 80 procent van het te verlenen subsidiebedrag. 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 2010 10466 07-07-2010 29-06-2010 CEND/HDJZ-2010/914sectorSCH 08-07-2010
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt 1 juli 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op voordien verstrekte subsidie. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart. 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 2008 129 08-07-2008 27-06-2008 CEND/HDJZ-2008/870 10-07-2008
Artikel 10#
artikel 10, tweede lid, onderdeel c
Artikel 27#
artikel 27, vierde lid
Artikel 27#
artikel 27, vierde lid
Artikel 22#
artikel 22
Artikel 21#
artikel 21
Artikel 21#
artikel 21
Artikel 23#
artikel 23
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 5°
Artikel 27#
artikel 27