Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 mei 2008, nr. AM/BR/2008/12290, tot vaststelling van regels inzake verstrekking van subsidie voor projecten op het raakvlak van onderwijs en arbeidsmarkt (Tijdelijke subsidieregeling raakvlak onderwijs en arbeidsmarkt)
- BWB-id
- BWBR0023946
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2011-01-01 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023946
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-subsidieregeling-raakvlak-onderwijs-en-arbeidsmar-bwbr0023946
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-subsidieregeling-raakvlak-onderwijs-en-arbeidsmar-bwbr0023946/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023946&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023946&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023946/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/tijdelijke-subsidieregeling-raakvlak-onderwijs-en-arbeidsmar-bwbr0023946
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: artikel 4 aanvraagtijdvak: een door de Minister vastgesteld tijdvak als bedoeld inwaarbinnen aanvragen om projectsubsidie kunnen worden ingediend; de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008
Artikel 2 — Artikel 2 Subsidie projecten#
Artikel 2 Subsidie projecten De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken als bijdrage in de kosten van een project door jongeren gericht op de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt in Nederland voor jongeren. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieaanvrager#
Artikel 3 Subsidieaanvrager 1 Projectsubsidie wordt aangevraagd door een in Nederland gevestigde natuurlijke- of rechtspersoon. 2 De subsidie wordt verstrekt aan de subsidieaanvrager. 3 Projectsubsidie kan eveneens worden aangevraagd door een samenwerkingsverband van in Nederland gevestigde natuurlijke- of rechtspersonen. In dat geval treedt een van de partijen in het samenwerkingsverband namens dat samenwerkingsverband als subsidieaanvrager op. Bij de aanvraag ten behoeve van een samenwerkingsverband wordt een door de partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat de natuurlijke of rechtspersoon die namens het samenwerkingsverband optreedt gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen. De projectsubsidie wordt verleend aan de natuurlijke of rechtspersoon die namens het samenwerkingsverband optreedt als subsidieaanvrager. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieaanvraag#
Artikel 4 Subsidieaanvraag 1 De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor projectsubsidie bestaat slechts gedurende door de Minister vastgestelde aanvraagtijdvakken, gelegen in de periode 2008 tot en met 2011. 2 Subsidieaanvragen worden in het kalenderjaar 2008 door de Minister ontvangen in het tijdvak vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 15 augustus 2008. Subsidieaanvragen worden in het kalenderjaar 2009 door de Minister ontvangen in het aanvraagtijdvak vanaf 5 juni 2009 tot en met 31 juli 2009. Subsidieaanvragen worden in het kalenderjaar 2010 door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak vanaf 1 juni 2010 tot en met 31 juli 2010. Subsidieaanvragen worden in het kalenderjaar 2011 door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak vanaf 1 juni 2011 tot en met 31 juli 2011. 3 Per aanvraagtijdvak wordt door een subsidieaanvrager één aanvraag ingediend. Een subsidieaanvraag heeft betrekking op één project. 4 artikel 3, eerste tot en derde lid Voor de toepassing van het derde lid wordt naast de subsidieaanvrager, bedoeld in, als subsidieaanvrager aangemerkt: a. artikel 3, eerste tot en met derde lid de rechtspersoon die de meerderheid van de aandelen dan wel anderszins de zeggenschap heeft in de subsidieaanvrager, bedoeld in; b. andere rechtspersonen waarin de rechtspersoon, bedoeld in onderdeel a, de meerderheid van de aandelen dan wel anderszins de zeggenschap heeft; en c. artikel 3, eerste tot en met derde lid rechtspersonen waarin de subsidieaanvrager, bedoeld in, de meerderheid van de aandelen dan wel anderszins de zeggenschap heeft. 5 artikel 5 artikel 6, derde lid Bij de subsidieaanvraag wordt een projectplan overgelegd dat duidelijkheid verschaft met betrekking tot de mate waarin wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in, en de in, opgenomen maatstaven. 6 Het projectplan, bedoeld in het vijfde lid, gaat vergezeld van een begroting waarin inzicht wordt gegeven in de personele kosten en het daaraan gerelateerde aantal werkuren alsmede in de overige kosten. 7 De subsidieaanvraag wordt gezonden aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie Re-integratie en Participatie, Postbus 90801, 2509 LV Den Haag. 8 Op een subsidieaanvraag wordt binnen een termijn van acht weken na afloop van het desbetreffende aanvraagtijdvak beslist. 9 De minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot van 80% van de te verlenen subsidie. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 5 — Artikel 5 Algemene criteria voor toekenning#
Artikel 5 Algemene criteria voor toekenning Een project komt slechts voor subsidie in aanmerking indien: a. het project na het aanvraagtijdvak doch voor 1 januari van het daarop volgende kalenderjaar van start gaat en maximaal 12 maanden duurt; b. het project gericht is op de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt voor jongeren tussen de leeftijd van 18 en 27 jaar met een relatief kwetsbare positie op de arbeidsmarkt; c. jongeren een beslissende stem hebben in de inrichting en een belangrijke rol in de uitvoering van het project; d. het project een vernieuwend karakter heeft; e. het project aantoonbaar in een maatschappelijke behoefte voorziet; en f. de resultaten van het project overdraagbaar zijn of andere verwante activiteiten zullen stimuleren. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidieplafond#
Artikel 6 Subsidieplafond 1 Voor projecten is een totaal budget beschikbaar van € 2.800.000, dat gelijkelijk wordt verdeeld over de jaren 2008 tot en met 2011. 2 artikel 9, eerste lid onderdeel a De volgorde van afhandeling van aanvragen gedaan in een aanvraagtijdvak wordt, behoudens voor zover de subsidie onmiddellijk kan worden geweigerd met toepassing van, bepaald door de mate waarin de voor subsidie voorgedragen projecten voldoen aan de in het derde lid opgenomen maatstaven. 3 De maatstaven, bedoeld in het tweede lid, zijn: a. de aard en de omvang van de doelgroep; b. de aard en urgentie van het op te lossen probleem; c. de rol van jongeren in het project; d. de haalbaarheid van de uitvoering van het project; e. de kans op structurele inbedding van de resultaten in de toekomst; f. de kwaliteit van de geplande communicatie. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidiabele kosten#
Artikel 7 Subsidiabele kosten 1 Uitsluitend kosten van activiteiten die voor de ontwikkeling of uitvoering van het project als noodzakelijk zijn aan te merken en ten laste van de subsidieaanvrager blijven, komen voor subsidiëring in aanmerking. 2 Geen subsidie wordt verleend voor kosten van activiteiten die voor de datum van subsidieverlening ten behoeve van het project zijn ontwikkeld of uitgevoerd. 3 Kosten komen slechts voor subsidiëring in aanmerking indien zij begroot zijn. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008
Artikel 8 — Artikel 8 Omvang subsidie#
Artikel 8 Omvang subsidie artikel 7 De subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, bedoeld in, tot een maximum van € 50.000,– per project. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008
Artikel 9 — Artikel 9 Afwijzing subsidie#
Artikel 9 Afwijzing subsidie Op de subsidieaanvraag wordt in ieder geval afwijzend beslist, indien: a. artikel 2 3 4 5 niet wordt voldaan aan,,of; b. de kosten van het project naar het oordeel van de Minister niet in een redelijke verhouding staan tot de beoogde effecten; c. de te verlenen subsidie minder dan € 25.000,–, dan wel meer dan € 50.000,– bedraagt. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 9a — Artikel 9a Meldingplicht#
Artikel 9a Meldingplicht De subsidieontvanger is verplicht om onverwijld aan de minister een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat: a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig, of niet geheel zullen worden verricht; of b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 9b — Artikel 9b Steekproef#
Artikel 9b Steekproef De subsidieontvanger verleent desgevraagd kosteloos medewerking aan een steekproef door of namens de minister teneinde te onderzoeken of de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend volledig en tijdig zijn verricht en of volledig en tijdig is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 9c — Artikel 9c Administratie#
Artikel 9c Administratie artikel 4:37, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht De subsidieontvanger is verplicht tot het bijhouden of het overleggen van een administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 9d — Artikel 9d Verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten#
Artikel 9d Verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten 1 Binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend dient de subsidieontvanger bij de minister een aanvraag voor een beschikking tot subsidievaststelling in. 2 Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten gevoegd. 3 In de verklaring, bedoeld in het tweede lid, geeft de subsidieontvanger aan: a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting; b. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is; d. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden, is; en e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is. 4 De subsidieontvanger verleent desgevraagd kosteloos medewerking aan een steekproef door of namens de minister teneinde de juistheid van het door de subsidieontvanger opgegeven totale bedrag, bedoeld in het derde lid, onderdelen c tot en met e, te controleren. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 9e — Artikel 9e Subsidievaststelling#
Artikel 9e Subsidievaststelling De beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 10 — Artikel 10 Publiciteit#
Artikel 10 Publiciteit De subsidieontvanger verleent op verzoek van de Minister medewerking aan publicitaire en voorlichtingsactiviteiten. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 11 — Artikel 11 Intrekking van de beschikking tot verlening van projectsubsidie#
Artikel 11 Intrekking van de beschikking tot verlening van projectsubsidie 1 afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd het bepaalde inkan een beschikking tot verlening van projectsubsidie geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, en kunnen de op basis daarvan uitbetaalde bedragen worden teruggevorderd, in geval het project wordt uitgevoerd in afwijking van de bij de aanvraag gevoegde projectbeschrijving, voor zover de subsidieverlening daarop was gebaseerd. 2 Intrekking en terugvordering op grond van het eerste lid vindt niet plaats, indien de afwijking vooraf aan de Minister is voorgelegd, en deze daarmee schriftelijk heeft ingestemd. 2009 107 15-06-2009 10-06-2009 R&P/RSA/09/9624 2009 107 15-06-2009 10-06-2009 R&P/RSA/09/9624 17-06-2009
Artikel 11a — Artikel 11a Algemene wet bestuursrecht Algemene Regeling SZW-subsidies /#
Artikel 11a Algemene wet bestuursrecht Algemene Regeling SZW-subsidies / Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht Algemene regeling SZW-subsidies en dezijn niet van toepassing. 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 2010 21107 27-12-2010 17-12-2010 R&P/B&B/2010/24050 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding#
Artikel 12 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2014. 2 In afwijking van het eerste lid blijft de regeling, zoals die geldt op 31 december 2013, van toepassing op de financiële afwikkeling van de subsidie van de Minister aan de subsidieontvanger. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008
Artikel 13 — Artikel 13 Citeertitel#
Artikel 13 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling raakvlak onderwijs en arbeidsmarkt. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 AM/BR/2008/12290 12-06-2008