Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 september 2008, nr. VSV/51122, houdende uitvoeringsvoorschriften inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de schooljaren 2007–2008 tot en met 2010–2011 en inzake de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten)
- BWB-id
- BWBR0024501
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2011-06-22 t/m 2012-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024501
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-bestrijding-voortijdig-schoolverlaten-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-bestrijding-voortijdig-schoolverlaten-en/2011-06-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024501&g=2011-06-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024501&z=2026-06-06&g=2011-06-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024501/2011-06-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-bestrijding-voortijdig-schoolverlaten-en
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. de Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld inen; c. artikel 29 RMC-regio: regio als bedoeld in; d. artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht basisregister: basisregister onderwijs als bedoeld in; e. artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld inen; f. artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs onderwijsinstelling: regionaal opleidingencentrum als bedoeld in, vakinstelling als bedoeld in, agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in, alsmede school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van een school of afdeling voor praktijkonderwijs, als bedoeld in; g. convenant: per RMC-regio tussen 1 december 2007 en 31 juli 2008 tussen de Minister, de RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag van onderwijsinstellingen gesloten convenant inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de schooljaren 2007–2008 tot en met 2010–2011; h. schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar; i. Wet op het voortgezet onderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs leerling: leerling als bedoeld in deen deelnemer als bedoeld in de. 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 2009 19644 18-12-2009 10-12-2009 WJZ/175482(1753) 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2 Begripsbepaling nieuwe voortijdig schoolverlater#
Artikel 2 Begripsbepaling nieuwe voortijdig schoolverlater paragrafen 2 3 In deenwordt onder nieuwe voortijdig schoolverlater verstaan de jongere die op 1 oktober: a. niet is ingeschreven bij een onderwijsinstelling terwijl de desbetreffende jongere op 1 oktober van het voorafgaande jaar wel was ingeschreven bij een onderwijsinstelling en op die datum ouder was dan 11 en jonger dan 22 jaar, en b. Wet op het voortgezet onderwijs artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs niet in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in deof een diploma beroepsonderwijs als bedoeld in, en c. niet is toegelaten tot een instelling voor hoger onderwijs. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Gegevens berekening nieuwe voortijdig schoolverlaters#
Artikel 3 Gegevens berekening nieuwe voortijdig schoolverlaters paragrafen 2 3 artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdelen e en f, van het Uitvoeringsbesluit WEB artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit gebruik persoonsgebonden nummers WVO artikel 7.52 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de toepassing van deenvan deze regeling maakt de Minister gebruik van de gegevens, bedoeld in,en. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 4 — Artikel 4 Doel#
Artikel 4 Doel Het doel van deze regeling is: a. het verstrekken van subsidie met het oog op het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters van tenminste 40% in het schooljaar 2011–2012 ten opzichte van het schooljaar 2005–2006, en b. het geven van uitvoeringsvoorschriften ter zake van de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten, waaronder het vaststellen van de daarvoor beschikbare budgetten. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 5 — Artikel 5 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde#
Artikel 5 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht paragrafen 2 3 paragraaf 4 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de op grond van deenverstrekte subsidiebedragen en de op grond vanverstrekte bedragen van de specifieke uitkeringen verlaagd tot het bedrag van de subsidie respectievelijk de specifieke uitkering dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal begunstigden van de subsidie respectievelijk de specifieke uitkering en van de hoogte van de verstrekte subsidiebedragen dan wel bedragen van de specifieke uitkeringen. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidieverstrekking#
Artikel 6 Subsidieverstrekking 1 De Minister verstrekt voor de kalenderjaren 2009 tot en met 2013 op grond van deze paragraaf ambtshalve subsidie aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor die onderwijsinstelling ten minste één convenant heeft ondertekend en dat voor die onderwijsinstelling een daadwerkelijke reductie van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters realiseert. 2 De subsidie wordt telkens voor één jaar verstrekt in de maand oktober van het desbetreffende kalenderjaar. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf zijn de volgende bedragen beschikbaar: a. voor het kalenderjaar 2009 € 17.040.000; b. voor het kalenderjaar 2010 € 28.400.000; c. voor het kalenderjaar 2011 € 42.600.000; en d. voor het kalenderjaar 2012 € 56.800.000; e. voor het kalenderjaar 2013 € 56.800.000. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 8 — Artikel 8 Berekeningswijze aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters#
Artikel 8 Berekeningswijze aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters 1 paragrafen 2 3 bijlage A De wijze waarop voor de toepassing van deenvan deze regeling voor een van de schooljaren 2005–2006 en 2007–2008 tot en met 2011–2012 per onderwijsinstelling het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt berekend per RMC-regio waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstelling voor die onderwijsinstelling een convenant is ondertekend, is opgenomen inbij deze regeling. 2 bijlage B De Minister past voor de schooljaren 2007–2008 tot en met 2011–2012 een correctie toe op de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, indien sprake is van een onevenredige groei of krimp van het aantal leerlingen van een onderwijsinstelling ten opzichte van het schooljaar 2005–2006. De wijze waarop wordt vastgesteld of sprake is van onevenredige groei of krimp en de berekening van de correctie zijn opgenomen inbij deze regeling. 3 In afwijking van het eerste lid wordt bij de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, voor een van de schooljaren 2005–2006 en 2007–2008 tot en met 2011–2012 het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor een onderwijsinstelling dat woonachtig is in een RMC-regio waarvoor het bevoegd gezag van die onderwijsinstelling geen convenant heeft ondertekend meegenomen, indien het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor die RMC-regio voor het schooljaar 2005–2006 kleiner is dan 35. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 11 artikel 10 Het bedrag van de subsidie aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling wordt voor het kalenderjaar 2009 berekend door het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor het schooljaar 2005–2006 te verminderen met het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor het schooljaar 2007–2008 en de uitkomst daarvan te vermenigvuldigen met € 2.000, met dien verstande dat de subsidie, onverminderd, niet hoger kan zijn dan het voorschot, berekend op grond vanen wordt vastgesteld op nihil indien het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling niet is gedaald ten opzichte van het schooljaar 2005–2006. 2 artikel 11 artikel 10 Het bedrag van de subsidie aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling wordt voor elk van de kalenderjaren 2010 tot en met 2013 berekend door het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor het schooljaar 2005–2006 te verminderen met het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor het schooljaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar en de uitkomst daarvan te vermenigvuldigen met € 2.500, met dien verstande dat de subsidie, onverminderd, niet hoger kan zijn dan het voorschot, berekend op grond vanen de subsidie altijd ten minste een vijfde van het voor dat kalenderjaar verstrekte voorschot bedraagt. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 10 — Artikel 10 Voorschot#
Artikel 10 Voorschot 1 Op het bedrag van de subsidie voor het jaar 2009 wordt in de maand oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, een voorschot betaald. 2 Op het bedrag van de subsidie voor de jaren 2010 tot en met 2012 wordt vier vijfde deel van het bedrag als voorschot uitbetaald in de maand oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Een vijfde deel van het bedrag wordt betaald in de maand januari van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, met uitzondering van het jaar 2010 waarin een vijfde deel van het bedrag betaald wordt in de maand juli van dat kalenderjaar. Op het bedrag van de subsidie voor het jaar 2013 wordt het volledige bedrag als voorschot uitbetaald in de maand oktober van het jaar 2012. 3 Het voorschot, bedoeld in het eerste en het tweede lid, eerste en tweede volzin, wordt berekend door het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de onderwijsinstelling voor het schooljaar 2005-2006 te vermenigvuldigen met het voor het desbetreffende kalenderjaar op grond van het vierde lid vastgestelde percentage. Onverminderd het zesde lid wordt de uitkomst van de berekening in de vorige volzin rekenkundig afgerond en vermenigvuldigd met: a. voor het jaar 2009 een bedrag van € 2.000; b. voor de jaren 2010 tot en met 2013 een bedrag van € 2.500. 4 Het percentage, bedoeld in het derde lid, bedraagt: a. voor het kalenderjaar 2009 15%, b. voor het kalenderjaar 2010 20%, c. voor het kalenderjaar 2011 30%, d. voor het kalenderjaar 2012 40%, en e. voor het kalenderjaar 2013 40%. 5 artikel 9 Indien de subsidie voor een kalenderjaar, berekend op grond van, lager is dan het voor dat kalenderjaar verstrekte voorschot, wordt het verschil in mindering gebracht op het voorschot voor het daaropvolgende kalenderjaar, voorzover daarvan sprake is. 6 Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in de eerste volzin van het derde lid, voor een onderwijsinstelling groter is dan nihil en lager dan 0,5, wordt de hoogte van het voorschot, in afwijking van het eerste en tweede lid, vastgesteld op: a. voor het jaar 2009 een bedrag van € 2.000; b. voor het jaar 2010 tot en met 2013 een bedrag van € 2.500. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 11 — Artikel 11 Bijzondere bepaling subsidie 2012 en 2013#
Artikel 11 Bijzondere bepaling subsidie 2012 en 2013 1 artikel 9, tweede lid artikel 7, onderdelen d of e Indien de subsidie voor het kalenderjaar 2012 of 2013, berekend op grond van, hoger is dan het voor dat kalenderjaar verstrekte voorschot, wordt de subsidie vastgesteld op dat hogere bedrag, voor zover daarvoor aan de Minister, gelet op het subsidieplafond, bedoeld in, voldoende middelen ter beschikking staan, een en ander naar rato van het aantal begunstigden van de subsidie dat daarvoor in aanmerking komt en van de hoogte van het subsidiebedrag. 2 artikel 9, tweede lid Indien de subsidie voor het kalenderjaar 2012 of 2013, berekend op grond van, lager is dan het voor dat kalenderjaar verstrekt voorschot, wordt het verschil teruggevorderd. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 12 — Artikel 12 Besteding van de subsidie en financiële verantwoording#
Artikel 12 Besteding van de subsidie en financiële verantwoording 1 De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het in de regeling omschreven doel. Zij kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Verrekening van eventueel niet-bestede middelen vindt niet plaats. 2 De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel omtrent de rechtmatige besteding van de subsidie. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 13 — Artikel 13 Toetreden en opzeggen convenant door bevoegd gezag onderwijsinstelling#
Artikel 13 Toetreden en opzeggen convenant door bevoegd gezag onderwijsinstelling 1 Indien het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling uiterlijk op 1 augustus 2012 toetreedt tot een convenant ontstaat aanspraak op subsidie op grond van deze paragraaf met ingang van het kalenderjaar na de toetreding. 2 artikel 11, tweede lid Artikel 11, tweede lid Indien het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling op grond van, van een convenant, uiterlijk op 1 augustus 2012 het convenant schriftelijk opzegt, vervalt de aanspraak op subsidie op grond van deze paragraaf met ingang van het kalenderjaar na de opzegging., is van overeenkomstige toepassing. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 14 — Artikel 14 Hardheidsclausule#
Artikel 14 Hardheidsclausule Indien als gevolg van oprichting, splitsing, samenvoeging of verplaatsing van een onderwijsinstelling de toepassing van de gegevens van het schooljaar 2005–2006 als uitgangspunt voor de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de desbetreffende onderwijsinstelling, bedoeld in deze paragraaf, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan de Minister afwijken van deze gegevens. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 15 — Artikel 15 Begripsbepalingen#
Artikel 15 Begripsbepalingen 1 In deze paragraaf wordt onder RMC-regio niet begrepen regio 19: Utrecht, regio 21: Agglomeratie Amsterdam, regio 28: Haaglanden/Westland, en regio 29: Rijnmond. 2 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. artikel 18 contactschool: contactschool als bedoeld in; b. artikel 19 onderwijsprogramma: onderwijsprogramma als bedoeld in. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 16 — Artikel 16 Subsidieverstrekking#
Artikel 16 Subsidieverstrekking De Minister verstrekt voor de kalenderjaren 2008 tot en met 2012 op grond van deze paragraaf op aanvraag subsidie aan het bevoegd gezag van een contactschool ten behoeve van het uitvoeren van het onderwijsprogramma door de onderwijsinstellingen waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstellingen het convenant voor de RMC-regio is ondertekend. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 17 — Artikel 17 Samenwerking onderwijsinstellingen in RMC-regio#
Artikel 17 Samenwerking onderwijsinstellingen in RMC-regio 1 In een RMC-regio werken de onderwijsinstellingen waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstellingen het convenant voor die RMC-regio is ondertekend samen op basis van een samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het onderwijsprogramma voor de desbetreffende RMC-regio. 2 In de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, is in elk geval geregeld: a. de onderwijsinstellingen die aan het onderwijsprogramma deelnemen, b. de onderwijsinstelling die optreedt als contactschool, c. het onderwijsprogramma dat in de RMC-regio, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd, d. het deel van de subsidie voor het onderwijsprogramma dat bestemd is voor de aan dat onderwijsprogramma verbonden beheerskosten van de contactschool, met dien verstande dat dit bedrag niet hoger is dan 10% van de toegekende subsidie voor het onderwijsprogramma, en e. de afspraken over het besteden van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 18 — Artikel 18 Contactschool#
Artikel 18 Contactschool 1 artikel 17 De onderwijsinstellingen, bedoeld in, wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool. 2 Het bevoegd gezag van de contactschool, bedoeld in het eerste lid, heeft in ieder geval tot taak: a. het informeren van de onderwijsinstellingen waarvan het bevoegd gezag het convenant voor die onderwijsinstellingen voor de desbetreffende RMC-regio heeft ondertekend over deelname aan het onderwijsprogramma dat in die RMC-regio wordt uitgevoerd, b. het mede namens de overige onderwijsinstellingen, bedoeld in het eerste lid, optreden als aanvrager en ontvanger van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf, c. het onderhouden van contacten met de desbetreffende RMC-contactgemeente over de uitvoering van het onderwijsprogramma voor de desbetreffende RMC-regio, en d. het uitvoering geven aan de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst inzake de besteding van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 19 — Artikel 19 Onderwijsprogramma 2008–2011#
Artikel 19 Onderwijsprogramma 2008–2011 1 artikel 17 Het onderwijsprogramma dat in de jaren 2008 tot en met 2011 in een RMC-regio wordt uitgevoerd, bevat maatregelen die door de onderwijsinstellingen, bedoeld in, worden uitgevoerd en die zijn gericht op structurele borging van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten in het onderwijsproces van de onderwijsinstellingen. 2 bijlage C De maatregelen in het onderwijsprogramma voor de jaren 2008 tot en met 2011 passen binnen een of meer van de onderwerpen die zijn opgenomen in de menulijst inbij deze regeling en omvatten in ieder geval een maatregel die past binnen het onderwerp verzuim melden en aanpakken, bedoeld bij punt 8 van die menulijst. 3 bijlage C De onderwijsinstellingen in de desbetreffende RMC-regio kunnen in gezamenlijk overleg voor het onderwijsprogramma, bedoeld in het tweede lid, een maatregel kiezen die niet past binnen de onderwerpen uit de menulijst vanbij deze regeling, indien zij van oordeel zijn dat deze maatregel een grotere bijdrage levert aan het realiseren van het doel, bedoeld in het eerste lid, dan maatregelen die wel passen binnen die onderwerpen. 4 bijlage D Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het onderwijsprogramma, bedoeld in het tweede lid, op het formulier inbij deze regeling. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 19a — Artikel 19a Onderwijsprogramma 2012#
Artikel 19a Onderwijsprogramma 2012 1 artikel 17 Het onderwijsprogramma dat in het jaar 2012 in een RMC-regio wordt uitgevoerd, bevat maatregelen die door de onderwijsinstellingen, bedoeld in, worden uitgevoerd en die zijn gericht op structurele borging van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten in het onderwijsproces van de onderwijsinstellingen. 2 bijlage J De maatregelen in het onderwijsprogramma voor het jaar 2012 bestaan uit ten hoogste vier maatregelen die zijn gericht op het bestrijden van voortijdig schoolverlaten voor de doelgroepen, opgenomen inbij deze regeling. 3 Het bevoegd gezag van de contactschool kiest de maatregelen in het onderwijsprogramma voor het jaar 2012 op grond van de volgende uitgangspunten: a. de maatregelen zijn gericht op doelgroepen waarvan het uitvalpercentage voor de betreffende RMC-regio hoger is dan het landelijke uitvalpercentage, b. indien in de betreffende RMC-regio voor alle doelgroepen de uitvalpercentages hoger liggen dan het landelijk uitvalpercentage, zijn de maatregelen gericht op doelgroepen met de hoogste aantallen uitvallers in de RMC-regio, c. indien in de betreffende RMC-regio voor alle doelgroepen de uitvalpercentages lager liggen dan het landelijk uitvalpercentage, zijn de maatregelen gericht op doelgroepen met de hoogste aantallen uitvallers in de RMC-regio. 4 De subsidie per maatregel bedraagt in het jaar 2012 ten hoogste € 5.000 per deelnemer. 5 bijlage J Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het onderwijsprogramma op het formulier inbij deze regeling. 6 Onvoldoende gemotiveerde aanvragen worden afgewezen. 7 bijlage K Indien het bevoegd gezag voor 2012 een maatregel kiest die onderdeel uitmaakt van een reeds eerder gekozen onderwijsprogramma voor de jaren 2008 tot en met 2011, motiveert het bevoegd gezag deze keuze op het formulier inbij deze regeling. 8 Het bevoegd gezag van de contactschool legt het onderwijsprogramma ter instemming voor aan de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 20 — Artikel 20 Subsidieplafond#
Artikel 20 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf zijn de volgende bedragen beschikbaar: a. voor het kalenderjaar 2008 € 6.800.000, b. voor het kalenderjaar 2009 € 10.400.000, c. voor het kalenderjaar 2010 € 15.700.000, d. voor het kalenderjaar 2011 € 19.300.000, e. voor het kalenderjaar 2012 € 19.300.000. 2 Het bedrag voor de subsidieverstrekking per RMC-regio wordt berekend op grond van onderstaand schema: Maximum bedragen beschikbaar per RMC-regio 2008 2009 2010 2011 2012 Nr. Aantal nieuwe vsv-ers per RMC-regio schooljaar 05/06 Bedrag per RMC-regio Bedrag per RMC-regio Bedrag per RMC-regio Bedrag per RMC-regio Bedrag per RMC-regio 1 < 500 € 73.118 € 111.828 € 168.817 € 207.527 € 207.527 2 500 tot en met 999 € 146.237 € 223.656 € 337.634 € 415.054 € 415.054 3 1000 tot en met 1499 € 219.355 € 335.484 € 506.452 € 622.581 € 622.581 4 1500 tot en met 1999 € 292.473 € 447.312 € 675.269 € 830.108 € 830.108 5 ≥ 2000 € 365.591 € 559.140 € 844.086 € 1.037.634 € 1.037.364 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 21 — Artikel 21 Subsidieaanvraag#
Artikel 21 Subsidieaanvraag bijlage D artikel 17 De aanvraag van de subsidie geschiedt door inzending van het volledig ingevulde formulier dat alsbij deze regeling is vastgesteld en de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 22 — Artikel 22 Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling#
Artikel 22 Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling 1 Het bevoegd gezag van de contactschool dient de subsidieaanvraag voor de jaren 2008 en 2009 uiterlijk op 15 oktober 2008 in bij de Minister. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen. 2 Het bevoegd gezag van de contactschool dient de subsidieaanvraag voor de jaren 2010 en 2011 uiterlijk op 1 december 2009 in bij de Minister. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen. 3 De Minister beslist uiterlijk op 1 december 2008 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 4 De Minister beslist uiterlijk op 1 februari 2010 op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid. 5 De betaling van de subsidie vindt plaats in het tweede kwartaal van het desbetreffende jaar. In afwijking van het eerste lid, vindt de betaling voor 2008 plaats in december 2008. 6 Het bevoegd gezag van de contactschool dient de subsidieaanvraag voor het jaar 2012 uiterlijk op 15 september 2011 in bij de Minister. Aanvragen die na deze datum worden ontvangen, worden afgewezen. 7 De Minister beslist uiterlijk op 15 november 2011 op de aanvraag, bedoeld in het zesde lid. De betaling van de subsidie vindt plaats in november 2011. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 23 — Artikel 23 Rapportage#
Artikel 23 Rapportage 1 Uiterlijk op 1 juli 2013 dient het bevoegd gezag van de contactschool een rapportage in bij de Minister. In de rapportage wordt een beschrijving gegeven van de resultaten van het onderwijsprogramma. 2 Uiterlijk op 1 juli 2010 dient het bevoegd gezag van de contactschool een tussenrapportage in bij de Minister. In de tussenrapportage wordt een beschrijving gegeven van de stand van zaken van de uitvoering van het onderwijsprogramma. 3 bijlage E Bij de rapportage, bedoeld in het eerste lid, en de tussenrapportage, bedoeld in het tweede lid, maakt het bevoegd gezag van de contactschool gebruik van het formulier dat alsbij deze regeling is vastgesteld. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 24 — Artikel 24 Besteding subsidie en verantwoording en controle#
Artikel 24 Besteding subsidie en verantwoording en controle 1 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen na afloop van de looptijd van de subsidie zullen worden teruggevorderd. De subsidie wordt uiterlijk in 2012 besteed. 2 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarrekening met model G, bedoeld in de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verantwoording van eventueel niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. 3 De verklaring van de accountant bij de jaarverslaggeving omvat tevens een oordeel omtrent de rechtmatige besteding van de subsidie. 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 2011 10748 21-06-2011 30-05-2011 BVE/Stelsel/305996 22-06-2011
Artikel 25 — Artikel 25 Begripsbepalingen#
Artikel 25 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten besluit:; b. artikel 118h, zevende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 8.3.2, zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 162b, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in,en; c. artikel 1, onderdeel e artikel 1 van de Wet op de expertisecentra bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in, alsmede het bevoegd gezag, bedoeld in. d. artikel 8.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 162a van de Wet op de expertisecentra voortijdig schoolverlater: voortijdig schoolverlater als bedoeld in,en. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 26 — Artikel 26 Vaststelling bedrag en budgetten#
Artikel 26 Vaststelling bedrag en budgetten 1 artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit Het vaste bedrag, bedoeld inbedraagt met ingang van het kalenderjaar 2008 € 211.431,45. 2 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit Het budget, bedoeld in, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2008 € 3.386.349,19. 3 artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Het budget, bedoeld indat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2008 € 5.303.013,45. 4 artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het besluit Het budget, bedoeld indat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2008 € 13.000.000. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 27 — Artikel 27 Gegevens betreffende de meldplicht aan gemeenten#
Artikel 27 Gegevens betreffende de meldplicht aan gemeenten bijlage F artikel 28, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 8.1.8, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 47a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra Inbij deze regeling zijn de gegevens opgenomen die het bevoegd gezag ten minste opneemt in de opgave, bedoeld in,dan wel. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 28 — Artikel 28 Voorschriften effectrapportage#
Artikel 28 Voorschriften effectrapportage 1 bijlage G De inrichting van de effectrapportage geschiedt conformbij deze regeling. 2 Burgemeester en wethouders dienen de effectrapportage uiterlijk op 1 december van het jaar volgend op het schooljaar waarop deze betrekking heeft, in bij de Minister. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 29 — Artikel 29 Vaststelling RMC-regio’s, aanwijzing gemeenten#
Artikel 29 Vaststelling RMC-regio’s, aanwijzing gemeenten 1 bijlage H De vaststelling van de RMC-regio’s geschiedt conformbij deze regeling. 2 bijlage I De gemeenten die op grond van een andere regeling reeds een vergoeding voor de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten ontvangen, zijn aangewezen inbij deze regeling. 2010 15618 08-10-2010 01-10-2010 BVE/239797 2010 15618 08-10-2010 01-10-2010 BVE/239797 09-10-2010 01-09-2010
Artikel 30 — Artikel 30 Intrekking regeling#
Artikel 30 Intrekking regeling Uitvoeringsregeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten Dewordt ingetrokken. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 31 — Artikel 31 Inwerkingtreding#
Artikel 31 Inwerkingtreding artikel 29 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande datterugwerkt tot en met 30 april 2008. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 32 — Artikel 32 Citeertitel#
Artikel 32 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten. 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 2008 186 25-09-2008 10-09-2008 VSV/51122 27-09-2008
Artikel 8#
artikel 8, eerste lid
Artikel 7#
artikel 7, eerste lid
Artikel 8#
artikel 8, tweede lid
Artikel 8#
artikel 8, tweede lid
Artikel 19#
artikel 19, tweede en derde lid
Artikel 19#
artikelen 19, vierde lid
Artikel 21#
21
Artikel 23#
artikel 23, derde lid
Artikel 27#
artikel 27
Artikel 28#
artikel 28
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 29#
artikel 29
Artikel 29#
artikel 29, tweede lid