Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 december 2007, nr. TRCJZ/2007/3737, houdende regels ter uitvoering van het Besluit gebruik meststoffen (Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen)
- BWB-id
- BWBR0023115
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2023-02-15 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023115
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-gebruik-meststoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-gebruik-meststoffen/2023-02-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023115&g=2023-02-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023115&z=2026-06-06&g=2023-02-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2023-02-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-gebruik-meststoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Besluit gebruik meststoffen besluit:; b. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. Raad: Raad voor Accreditatie te Utrecht; d. artikel 1 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet landbouwer: landbouwer als bedoeld in; e. bemester: apparaat in een mestaanwendsysteem waarmee drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op of in de grond wordt gebracht; f. mestaanwendsysteem: het geheel van apparatuur en verbindingsonderdelen, uitgezonderd een tractor als deze niet onlosmakelijk deel uitmaakt van dit systeem, waarmee mest of zuiveringsslib vanuit een kelder of opslag op of in de grond wordt gebracht. 2018 70808 24-12-2018 12-12-2018 WJZ/18312845 2018 70808 24-12-2018 12-12-2018 WJZ/18312845 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1c van het besluit De inbedoelde bemonstering en analyse van de bodem waarop zuiveringsslib wordt gebruikt, wordt verricht in een frequentie van ten minste eenmaal per tien jaar, door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2 bijlage A Het laboratorium verricht de bemonstering en de analyse van de bodem, overeenkomstig het inopgenomen protocol en stelt een analyserapport op. 3 Het analyserapport heeft een geldigheidsduur van ten hoogste tien jaar en bevat voor ieder bemonsterd perceel in ieder geval de volgende gegevens: a. de naam en het adres van de landbouwer wiens percelen zijn bemonsterd; b. een kadastrale of topografische aanduiding van het perceel waarop de bemonstering werd verricht; c. de hoedanigheid en samenstelling van de bodem van het desbetreffende perceel; d. de naam van het onderzoekslaboratorium dat de analyse heeft verricht; e. de extractiedatum en analysedatum van het monster; en f. bijlage III bij het besluit de resultaten van de analyses alsmede de daarop gebaseerde vaststelling dat de geanalyseerde stoffen de inopgenomen toetsingswaarden al dan niet overschrijden. 4 artikel 32 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet De landbouwer tot wiens bedrijf het desbetreffende perceel behoort, bewaart een afschrift van het analyserapport gedurende tien jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de bemonstering en analyse van de bodem is verricht als onderdeel van de administratie, bedoeld in. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3737 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3737 01-01-2008
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 4b, vierde lid, van het besluit Het representatieve grondmonster, bedoeld in, wordt genomen, bemonsterd en geanalyseerd door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 2018 70802 21-12-2018 12-12-2018 WJZ/18237800 2018 70802 21-12-2018 12-12-2018 WJZ/18237800 01-01-2019
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 2 2a Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag tot accreditatie als bedoeld in deen. 2018 70802 21-12-2018 12-12-2018 WJZ/18237800 2018 70802 21-12-2018 12-12-2018 WJZ/18237800 01-01-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2a van het besluit De inbedoelde melding inzake het gebruik van compost bij wijze van eenmalige gift wordt gedaan bij de minister. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 4, vierde lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit Als gewas als bedoeld in, worden groenbemesters aangewezen. 2019 36374 22-07-2019 02-07-2019 WJZ/19087280 2019 36374 22-07-2019 02-07-2019 WJZ/19087280 23-07-2019
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b artikel 4, vierde lid, onderdeel c, van het besluit bijlage Ba Als gewas als bedoeld inworden aangewezen de gewassen, genoemd in. 2023 5152 14-02-2023 10-02-2023 WJZ/26292451 2023 47 14-02-2023 10-02-2023 15-02-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A,
derde lid, van het Besluit van 20 december 2022, tot wijziging van
het Besluit gebruik meststoffen in verband met de implementatie van
het zevende Actieprogramma Nitraatrichtlijn (Stb. 2022, 546) in
werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 4b, tweede lid, van het besluit bijlage B Als relatief stikstofbehoeftig gewas als bedoeld inworden aangewezen de gewassen die zijn vermeld in. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3737 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3737 01-01-2008
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 4b, derde lid, van het besluit Als gewas als bedoeld inwordt aangewezen: – Japanse haver; – Tagetes erecta; – Tagetes patula. 2 De gewassen, genoemd in het eerste lid, worden niet vernietigd in de periode tussen het moment van inzaaien in een jaar en 23 oktober van hetzelfde jaar. 3 Het gewas Japanse haver mag worden gemaaid ter voorkoming van zaadvorming. 2015 46459 18-12-2015 15-12-2015 WJZ/15170451 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016 01-06-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 29
oktober 2015 tot wijziging van het Besluit gebruik meststoffen en
het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, artikel I, onderdeel L, in
werking treedt. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel L,
van het Wijzigingsbesluit Besluit gebruik meststoffen, enz. (Stb.
2015/416) in werking treedt.
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b Het aanwenden van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib op grasland gelegen op zand- of lössgrond is slechts toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een bemester die volledig tot de grond gesloten is en waarmee drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in sleufjes in de grond wordt gebracht en indien: a. de mest niet over de rand van de sleufjes komt, en b. de sleufjes een doorsnee van maximaal vijf centimeter hebben. 2018 70808 24-12-2018 12-12-2018 WJZ/18312845 2018 70808 24-12-2018 12-12-2018 WJZ/18312845 01-01-2019
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c 1 Het aanwenden van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib op grasland gelegen op klei- of veengrond is slechts toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een: a. bemester die volledig tot de grond gesloten is en waarmee drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in sleufjes of kuiltjes in de grond wordt gebracht en indien: i. de mest niet over de rand van de sleufjes of kuiltjes komt; ii. de sleufjes een doorsnee van maximaal vijf centimeter hebben; en iii. de kuiltjes een doorsnee van maximaal vijf centimeter hebben en de afstand van het midden van de rij met kuiltjes tot de naastliggende rij met kuiltjes minimaal 15 centimeter is; b. mestaanwendsysteem met een bemester die volledig tot de grond gesloten is en waarmee met water verdunde drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in een verhouding van minimaal één volume-eenheid water op twee volume-eenheden drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in strookjes tussen het gras op de grond wordt gebracht en indien: i. het gras voordat de meststof op de grond wordt gebracht wordt opgetild of zijdelings weggedrukt, ii. de strookjes maximaal vijf centimeter breed zijn, en iii. de afstand van het midden van een strookje tot het midden van het naastliggende strookje minimaal 15 centimeter is. 2 Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, is het gebruik van een mestaanwendsysteem als bedoeld in dat onderdeel alleen toegestaan indien de gebruiker van het perceel waarop het mestaanwendsysteem wordt toegepast: a. het gebruik van dat systeem jaarlijks voorafgaand aan het eerste gebruik op een perceel van zijn bedrijf meldt aan de Minister, en b. desgevraagd bij controle door een toezichthouder aannemelijk kan maken dat bemesting telkens geschiedt overeenkomstig de in dat onderdeel voorgeschreven verhouding van water en drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib. 3 artikel 25a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet Bij een landbouwer die beschikt over een vergunning als bedoeld in, is onverminderd het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid het gebruik van een mestaanwendsysteem als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, op de tot het bedrijf van die landbouwer behorende oppervlakte landbouwgrond alleen toegestaan, indien de buitentemperatuur op het perceel waar de drijfmest wordt aangewend lager is dan 20° Celsius. 4 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet taken meteorologie en seismologie De buitentemperatuur, bedoeld in het derde lid, is de op het moment van gebruik laatst beschikbare tien-minutenwaarde van de gemeten temperatuur die het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut voor de weerstationregio waar het perceel in valt heeft uitgevaardigd in een algemeen weerbericht, bedoeld in. Indien een perceel op de grens ligt van weerstationregio’s geldt de laagste door de desbetreffende weerstations gemeten waarde. 5 Een weerstationregio, bedoeld in het vierde lid, is de door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut bepaalde regio waarvoor de temperatuurwaarden gelden die het in die regio gelegen weerstation van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut meet. Het kaartje met de door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut bepaalde weerstationregio’s is beschikbaar op de internetpagina van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (www.nvwa.nl). 6 Indien blijkt dat het weerstation van de weerstationregio waar het perceel in valt door storing of andere oorzaak geen tien-minutenwaarden beschikbaar stelt, wordt in afwijking van het vierde lid, eerste volzin, uitgegaan van de op het moment van gebruik laagste laatst beschikbare tien-minutenwaarde geldend in een aangrenzende weerstationregio. 2020 41321 31-07-2020 30-07-2020 WJZ/20205399 2020 41321 31-07-2020 30-07-2020 WJZ/20205399 01-08-2020
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d Het aanwenden van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib op bouwland of niet-beteelde grond is slechts toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een bemester die volledig tot de grond gesloten is en waarmee de drijfmest of het vloeibare zuiveringsslib in één werkgang en met dezelfde machine op of in de grond wordt gebracht en indien: a. bij aanwenden in de grond: i. drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib uitsluitend in sleufjes in de grond wordt gebracht, waarbij de sleufjes niet breder zijn dan 5 centimeter en op niet-beteelde grond minimaal 5 centimeter diep zijn, of ii. drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib na in de grond te zijn gebracht zodanig door de grond wordt gemengd, dat de drijfmest of het vloeibare zuiveringsslib als zodanig niet meer zichtbaar is. b. bij aanwenden op de grond de drijfmest of het vloeibare zuiveringsslib direct na op de grond te zijn gebracht en ondergewerkt zodanig met grond wordt afgedekt of intensief door de grond wordt gemengd, dat de drijfmest of het vloeibare zuiveringsslib als zodanig niet meer zichtbaar is. 2018 70808 24-12-2018 12-12-2018 WJZ/18312845 2018 70808 24-12-2018 12-12-2018 WJZ/18312845 01-01-2019
Artikel 4e — Artikel 4e#
Artikel 4e Het aanwenden van vaste mest of steekvast zuiveringsslib op bouwland of niet-beteelde grond is slechts toegestaan indien dit in maximaal twee direct opeenvolgende werkgangen op de grond wordt gebracht en ondergewerkt, op zodanige wijze dat de vaste mest of het steekvaste slib direct na op de grond te zijn gebracht zodanig met grond wordt afgedekt of intensief door de grond wordt vermengd, dat de vaste mest of het steekvaste zuiveringsslib als zodanig niet meer zichtbaar is. 2018 70808 24-12-2018 12-12-2018 WJZ/18312845 2018 70808 24-12-2018 12-12-2018 WJZ/18312845 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, van het besluit bijlage C Als gewas als bedoeld inworden aangewezen de gewassen, genoemd in. 2 artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid Als gewas als bedoeld in, van het besluit, worden aangewezen spelt, triticale, wintergerst, winterrogge en wintertarwe. 2018 70802 21-12-2018 12-12-2018 WJZ/18237800 2018 70802 21-12-2018 12-12-2018 WJZ/18237800 01-01-2019
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikel 8b, eerste lid, van het besluit bijlage D Als gewas als bedoeld inworden aangewezen de gewassen, genoemd in. 2023 5152 14-02-2023 10-02-2023 WJZ/26292451 2023 47 14-02-2023 10-02-2023 15-02-2023 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van het Besluit van 20 december 2022, tot wijziging van het Besluit
gebruik meststoffen in verband met de implementatie van het zevende
Actieprogramma Nitraatrichtlijn (Stb. 2022, 546) in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3737 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3737 01-01-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008. 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3737 2007 247 20-12-2007 12-12-2007 TRCJZ/2007/3737 01-01-2008
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 3b#
artikel 3b
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid
Artikel 5a#
artikel 5a