Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 november 2008, nr. BVE/Stelsel/73928, houdende uitvoeringsregels voor het bekostigen van het middelbaar beroepsonderwijs en de educatie (Uitvoeringsregeling WEB 2007)
- BWB-id
- BWBR0024795
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-10-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024795
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-web-2007
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-web-2007/2025-10-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024795&g=2025-10-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024795&z=2026-06-06&g=2025-10-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024795/2025-10-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2008/uitvoeringsregeling-web-2007
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. wet: Wet educatie en beroepsonderwijs , c. besluit: Uitvoeringsbesluit WEB . 2018 55142 03-10-2018 25-09-2018 MBO/1381161 2018 55142 03-10-2018 25-09-2018 MBO/1381161 04-10-2018 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
artikel 1.1.1 in plaats van artikel 1.1.
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Reikwijdte#
Artikel 1.2 Reikwijdte artikel 4.2.1, eerste lid, van het besluit Deze regeling berust mede op. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 2.1.1 — Artikel 2.1.1 Voorschriften bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven#
Artikel 2.1.1 Voorschriften bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven 1 artikel 12.3.8 van de wet In overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de rijksbegroting die is vastgesteld voor het desbetreffende begrotingsjaar, stelt de minister jaarlijks de omvang van het beschikbare budget voor de exploitatiekosten respectievelijk voor de huisvestingskosten voor het Christelijk Instituut voor Doven ‘Effatha’ en het Instituut voor Doven ‘Sint-Michielsgestel’ vast, ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen als bedoeld in. artikel 2.1.3 van het besluit Deze budgetten worden jaarlijks toegevoegd aan de landelijk beschikbare budgetten voor de exploitatiekosten respectievelijk de huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs als bedoeld in. 2 artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.7 artikel 2.4.1 van het besluit Deenzijn van toepassing ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten. 3 De minister verhoogt de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, tot de hoogte van het totaal van de rijksbijdragen voor 1999, berekend op grond van de artikelen 9, 14b en 14i van de Overgangsregeling bekostiging beroepsonderwijs WEB tot 2000, zoals die luidde op 31 december 1999 en de Regeling bekostiging huisvesting BVE-sector, zoals die luidde op 31 december 1999. 4 Artikel 2.6.1 van het besluit is van toepassing. 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 06-12-2008 01-10-2007
Artikel 2.1.2 — Artikel 2.1.2 Begroting, verslaglegging, informatie en toezicht#
Artikel 2.1.2 Begroting, verslaglegging, informatie en toezicht 1 paragraaf 1 van titel 5 van hoofdstuk 2 van de wet artikel 2.1.1 Het bepaalde bij of krachtensis van overeenkomstige toepassing op de instituten, bedoeld in. 2 hoofdstuk 5 van het besluit Bijlagen 1 1c 4 behorende bij het besluit artikel 2.1.1 Het bepaalde bij of krachtens, alsmede de,en, is van overeenkomstige toepassing op de instituten, bedoeld in. 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 06-12-2008 01-10-2007
Artikel 2.1.3 — Artikel 2.1.3 WEB Voorschriftendie van toepassing zijn op de Instituten voor doven#
Artikel 2.1.3 WEB Voorschriftendie van toepassing zijn op de Instituten voor doven artikel 2.1.1 wet De instituten, bedoeld in, nemen voor de beroepsopleidingen verzorgd aan die instituten in acht hetgeen bij of krachtens deis bepaald ten aanzien van: a. artikel 1.3.5 van de wet de taken van de instellingen ten aanzien van het beroepsonderwijs, bedoeld in; b. artikel 1.3.6 van de wet de kwaliteitszorg, bedoeld in; c. artikel 1.7.1 van de wet de contractactiviteiten, bedoeld in; d. artikel 2.3.6a artikel 2.3.6d van de wet het persoonsgebonden nummer, bedoeld inen; e. artikel 2.5.4 van de wet het jaarverslag, bedoeld in; f. titels 1 2 van hoofdstuk 4 van de wet de voorschriften betreffende het personeel van de instellingen, bedoeld in deen; g. artikel 6.1.4 van de wet artikel 6.1.5b van de wet artikel 6.1.6 van de wet de voorschriften betreffende ontneming van rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod, bedoeld in, ten aanzien van de ontneming van het recht op examinering van een beroepsopleiding, bedoeld inen ten aanzien van onthouding van rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijs uit oogpunt van kwaliteit of niet naleving wettelijke voorschriften, bedoeld in; h. artikel 6.4.4 van de wet de voorschriften betreffende de beëindiging van registratie van beroepsopleidingen, bedoeld in; i. hoofdstuk 7 van de wet het onderwijs en de examens betreffende het beroepsonderwijs, bedoeld in, met dien verstande dat bij de toepassing van: 1. artikel 7.2.8 van de wet het bevoegd gezag van een instituut tevens met het oog op de handicap van de student nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de beroepspraktijkvorming; 2. eerste lid van artikel 7.4.2 van de wet hethet bevoegd gezag van een instituut er tevens zorg voor draagt dat bij het afleggen van het examen rekening wordt gehouden met de aard van de handicap van de student; j. titel 5 van hoofdstuk 7 van de wet de rechtsbescherming van de student, bedoeld in; k. hoofdstuk 8 van de wet artikel 8.1.3, derde lid, van de wet de inschrijving, de vooropleidingseisen en de voorschriften inzake voortijdig schoolverlaten van, met dien verstande dat bij de toepassing vantevens de wederzijdse rechten en verplichtingen van het instituut en de student die voortvloeien uit de specifieke handicap van de student, worden opgenomen; l. de opneming in het Centraal register; m. artikelen 2.1.3, derde lid 2.1.5 2.1.6 van de wet de voorschriften inzake bestuur en bestuursoverdracht, bedoeld in de,en; en n. hoofdstukken 10 11 van de wet deen. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1 Bedrag huisvestingskosten school voor voortgezet onderwijs in verticale scholengemeenschap#
Artikel 3.1.1 Bedrag huisvestingskosten school voor voortgezet onderwijs in verticale scholengemeenschap 1 artikel 4.2.1, eerste lid, van het besluit artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Het bedrag ten behoeve van de huisvestingskosten, bedoeld in, bedraagt € 690,– per leerling ingeschreven bij een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in. 2 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. 2025 34670 14-10-2025 03-10-2025 MBO/54595833 2025 34670 14-10-2025 03-10-2025 MBO/54595833 15-10-2025
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2 Vaststelling vaste voet en prijs per leerling voorbereidend beroepsonderwijs#
Artikel 3.1.2 Vaststelling vaste voet en prijs per leerling voorbereidend beroepsonderwijs Vervallen 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-01-2023
Artikel 3.1.2a — Artikel 3.1.2a#
Artikel 3.1.2a Vervallen 2021 43356 14-10-2021 01-10-2021 MBO/29714576 2021 43356 14-10-2021 01-10-2021 MBO/29714576 15-10-2021
Artikel 3.1.3 — Artikel 3.1.3 Bekostiging gehandicapten#
Artikel 3.1.3 Bekostiging gehandicapten Vervallen 2011 14085 29-07-2011 21-07-2011 BVE/Stelsel/316672 2011 14085 29-07-2011 21-07-2011 BVE/Stelsel/316672 01-08-2011
Artikel 3.1.4 — Artikel 3.1.4 Diploma’s waarvoor een vast bedrag wordt toegekend#
Artikel 3.1.4 Diploma’s waarvoor een vast bedrag wordt toegekend Vervallen 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1 Vervangende gegevens VOA#
Artikel 3.2.1 Vervangende gegevens VOA Vervallen 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 4.1.1 — Artikel 4.1.1 Voorwaarde toekennen rijksbijdrage educatie aan gemeente#
Artikel 4.1.1 Voorwaarde toekennen rijksbijdrage educatie aan gemeente Vervallen 2014 28453 10-10-2014 30-09-2014 MBO/653498 2014 28453 10-10-2014 30-09-2014 MBO/653498 01-01-2015
Artikel 4.1.2 — Artikel 4.1.2 Vermindering door de gemeente van de bedragen educatie aan instellingen#
Artikel 4.1.2 Vermindering door de gemeente van de bedragen educatie aan instellingen Vervallen 2014 28453 10-10-2014 30-09-2014 MBO/653498 2014 28453 10-10-2014 30-09-2014 MBO/653498 01-01-2015
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Overgangsvoorschriften inzake hardheidsclausule huisvesting#
Artikel 5.1 Overgangsvoorschriften inzake hardheidsclausule huisvesting 1 artikel 6.1.3, eerste lid, van het besluit In aanvulling opwordt artikel 8 van de Regeling bekostiging huisvesting bve-sector, zoals die luidde op 31 december 1999, uitsluitend betrokken bij de berekening van het bedrag voor de huisvestingskosten voor het betreffende kalenderjaar, indien: a. het bevoegd gezag voor 15 februari van het betreffende jaar een aanvraag indient bij de minister voor een aanvullende vergoeding; b. het verzoek wordt ingediend door het bevoegd gezag van een instelling ten aanzien waarvan in 1997 een aanvraag is gehonoreerd op grond van artikel 7 van de Regeling bekostiging huisvesting bve-sector, zoals die luidde op 19 december 1997 dan wel afgewezen op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel c, van die regeling; c. het een aanvraag betreft in verband met de huurpenningen voor een schoolgebouw die door het bevoegd gezag verschuldigd zijn op grond van een huurovereenkomst die door het bevoegd gezag, dan wel diens rechtsvoorganger, voor 1 januari 1997 is gesloten: 1°. zonder uitdrukkelijke instemming van de minister, blijkend uit een beschikking, of 2°. voor een langere duur dan wel onder andere voorwaarden dan waarvoor door de minister, blijkend uit een beschikking, instemming is verleend. 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gehonoreerd indien het bevoegd gezag naar het oordeel van de minister aannemelijk heeft gemaakt dat: a. dit bevoegd gezag, dan wel diens rechtsvoorganger, gelet op de eigen taak, positie en verantwoordelijkheid in redelijkheid geen verwijt te maken valt over de ontstane situatie, b. dit bevoegd gezag al het mogelijke in het werk stelt om de betreffende huurovereenkomst binnen afzienbare tijd geheel of gedeeltelijk te ontbinden, dan wel op te zeggen, dan wel de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen, en c. de onder zijn beheer staande instelling, zonder een aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, in zodanige financiële omstandigheden komt te verkeren dat het voortbestaan van de instelling in het geding komt. 3 Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geeft het bevoegd gezag tevens aan op welk schoolgebouw, respectievelijk welke schoolgebouwen, de door hem, dan wel diens rechtsvoorganger, gesloten huurovereenkomst betrekking heeft, alsmede het aantal vierkante meters brutovloeroppervlak en de verschuldigde huursom per jaar van dat gebouw. Het bevoegd gezag legt aan de minister een gewaarmerkt afschrift over van de desbetreffende huurovereenkomst. 4 De minister berekent de aanvullende vergoeding volgens de formule: Vt = O x (Ht – Nt) In deze formule wordt verstaan onder: Vt: aanvullende vergoeding van het betreffende kalenderjaar; O: vierkante meters brutovloeroppervlak van het gebouw waarvoor de aanvullende vergoeding wordt aangevraagd; Ht: huurbedrag per vierkante meter brutovloeroppervlak van het betreffende gebouw; Nt: normbedrag huurvergoeding per vierkante meter brutovloeroppervlak in het betreffende kalenderjaar, vastgesteld volgens de formule: Nt = (Lt/ L1999) x N 1999 In deze formule wordt verstaan onder: Lt: landelijk beschikbare budget voor de huisvestingskosten beroepsonderwijs in het betreffende kalenderjaar; L1999: landelijk beschikbare budget voor de huisvestingskosten beroepsonderwijs in 1999; N1999: normbedrag huurvergoeding per vierkante meter brutovloeroppervlak in 1999, zijnde € 52,90. 5 Indien de uitkomst van het onderdeel (Ht – Nt) van de formule, bedoeld in het vierde lid, negatief is, wordt het verzoek om een aanvullende vergoeding afgewezen. 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 06-12-2008 01-10-2007
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Overgangsbepaling voor voormalige agrarische opleidingscentra#
Artikel 5.2 Overgangsbepaling voor voormalige agrarische opleidingscentra 1 artikel 12.2.4 van de wet artikelen 3.1.1 3.1.2 Voor de berekening van de rijksbijdrage van de scholen voor praktijkonderwijs en vbo binnen verticale scholengemeenschappen die van rechtswege zijn ontstaan na de omzetting op grond van, wordt voor wat betreft het kalenderjaar waarin die omzetting plaatsvindt, gebruik gemaakt van de berekeningswijze op grond van deen. 2 artikel 12.2.4 van de wet Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.6.3 van de wet Een besluit tot de berekening van de bekostiging van een school die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van, vindt voor het eerst toepassing op grond van deenover het kalenderjaar volgend op die omzetting. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 18469 22-07-2022 05-07-2022 MBO/33246616 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Intrekking regelingen#
Artikel 5.3 Intrekking regelingen 1 Uitvoeringsregeling WEB Dewordt, met in achtneming van het tweede lid, ingetrokken. 2 artikelen 5.3b 5.4a van de Uitvoeringsregeling WEB artikelen 5.3c 5.4b van de Uitvoeringsregeling WEB Artikel 5.4c van de Uitvoeringsregeling WEB Deenvervallen met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2008. Deenvervallen met ingang van 1 januari 2009.vervalt met ingang van 1 januari 2010. 3 Regeling aanwijzing bewijzen van voldoende didactische bekwaamheid in de bve-sector Dewordt ingetrokken. 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 06-12-2008 01-10-2007
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Inwerkingtreding#
Artikel 5.4 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze is geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2007. 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 06-12-2008 01-10-2007
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Citeertitel#
Artikel 5.5 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling WEB 2007. 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 2008 236 04-12-2008 08-11-2008 BVE/Stelsel/73928 06-12-2008 01-10-2007