Besluit van de Minister van Justitie van 21 oktober 2009, nr. 5603161/Justis/09, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van Recreatieschap Midden Nederland
- BWB-id
- BWBR0026583
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2013-01-01 t/m 2014-11-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026583
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-recreatieschap-midd
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-recreatieschap-midd/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026583&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026583&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026583/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-recreatieschap-midd
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: De personen, werkzaam in de functie van flora- en faunabeheerder in dienst van het Recreatieschap Midden Nederland, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 06-11-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein II Milieu en Welzijn, van, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld. 2010 8645 09-06-2010 03-06-2010 5654889/Justis/10 2010 8645 09-06-2010 03-06-2010 5654889/Justis/10 10-06-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij of zij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn functie als flora- en faunabeheerder gebruik maken van handboeien en een korte wapenstok, pepperspray en een vuurwapen, merk Walther P5 van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien, een korte wapenstok, pepperspray en een vuurwapen, merk Walther P5, nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien, korte wapenstok, pepperspray en een vuurwapen, merk Walther P5. 2012 25015 05-12-2012 28-11-2012 5732505/Justis/12 2012 25015 05-12-2012 28-11-2012 5732505/Justis/12 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 20 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 06-11-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het Functioneel Parket. 2 artikel 27 van de Politiewet 2012 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in. 2012 25015 05-12-2012 28-11-2012 5732505/Justis/12 2012 25015 05-12-2012 28-11-2012 5732505/Justis/12 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De directeur van het Recreatieschap Midden Nederland brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2 artikel 5 Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld invan dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, Team BTR/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag. 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 06-11-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 06-11-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Recreatieschap Midden Nederland 2009. 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 2009 16543 04-11-2009 21-10-2009 5603161/Justis/09 06-11-2009