Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 maart 2009, nr. IVV/I/2009/7428, tot tijdelijke algemene ontheffing van artikel 8, eerste lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 in verband met deeltijd WW tot behoud van vakkrachten (Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten)
- BWB-id
- BWBR0025609
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2010-04-01 t/m 2011-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025609
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-deeltijd-ww-tot-behoud-van-vakkrachten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-deeltijd-ww-tot-behoud-van-vakkrachten/2010-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025609&g=2010-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025609&z=2026-06-06&g=2010-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025609/2010-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-deeltijd-ww-tot-behoud-van-vakkrachten
Artikel 1 — Artikel 1 Ontheffing#
Artikel 1 Ontheffing 1 artikel 8, eerste lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 In afwijking vanis het een werkgever toegestaan eenmalig de werktijd van een of meer van zijn werknemers gedurende een van tevoren schriftelijk vastgelegde periode over een periode van 13 weken gemiddeld met ten minste 20% en ten hoogste 50% te verkorten indien: a. de werkgever schriftelijk aantoont dat: 1°. als het de verkorting van de werktijd van 20 of meer werknemers betreft, de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, met de verkorting instemmen, 2°. als het de verkorting van de werktijd van minder dan 20 werknemers betreft, een vertegenwoordiging van zijn werknemers met de verkorting instemt; b. Werkloosheidswet de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk afspraken heeft gemaakt om het loon door te betalen voor zover de betrokken werknemers op grond van de criteria van degeen recht hebben op een uitkering op grond van die wet over de uren waarmee de werktijd is verkort; c. de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk afspraken heeft gemaakt om in de periode gedurende welke de werktijd wordt verkort: 1°. door middel van scholing, die naar haar aard en omvang daartoe geschikt is, de inzetbaarheid van de werknemers van wie de werktijd wordt verkort in zijn bedrijf of in het bedrijf van een andere werkgever te behouden of te verbeteren, 2°. het verrichten van arbeid door de werknemers waarvan de werktijd wordt verkort in het bedrijf van een andere werkgever mogelijk te maken; d. artikel 3 bijlage 1 de werkgever zich jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schriftelijk heeft verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een vergoeding te betalen als bedoeld in, overeenkomstig de modelovereenkomst die alsbij deze regeling is gevoegd; e. vervallen. f. Bijzondere beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2008 Verlengde bijzondere beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2008 ingeval de in de aanhef bedoelde periode aanvangt op of na 1 april 2010, de werkgever geen ontheffing heeft gehad op grond van deof de; g. de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk het voornemen heeft afgesproken de verkorting van de werktijd na de eerste periode van 13 weken te verlengen met een periode van 13 weken; h. de dienstbetrekking van een werknemer van wie de werktijd wordt verkort in de periode van werktijdverkorting niet zal eindigen. 2 In de schriftelijke afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, 1°, wordt per werknemer vermeld om welke scholing het gaat. 3 De schriftelijke afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, 1°, kunnen voor daarin benoemde werknemers inhouden dat, in afwijking van dat onderdeel en het tweede lid, die werknemers geen scholing volgen maar door middel van het geven van scholing de vakbekwaamheid verbeteren van werknemers die nog geen jaar in dienst zijn van de werkgever of die voor de werkgever werkzaam zijn op basis van een stage-overeenkomst. Het aantal werknemers dat scholing geeft mag daarbij in ieder geval niet groter zijn dan het aantal werknemers en stagiairs dat scholing ontvangt. 4 artikel 3a artikel 3a Indien een vereniging van werknemers of vertegenwoordiging van werknemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet instemt met de verkorting van de werktijd en de weigering is gebaseerd op andere gronden dan met dit besluit worden beoogd, kan de werkgever dit schriftelijk melden aan het meldpunt, genoemd in. Evenzo kunnen een vereniging van werknemers of vertegenwoordiging van werknemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien er een verschil van mening bestaat met de werkgever dat een onoverkomelijke belemmering vormt voor de instemming, dit schriftelijk melden aan het meldpunt, genoemd in. 5 Bij de melding geeft de werkgever of de desbetreffende vereniging of vertegenwoordiging van werknemers informatie over de redenen van de melding en verstrekt de overige daarbij van belang zijnde gegevens. De werkgever onderscheidenlijk de desbetreffende vereniging of vertegenwoordiging van werknemers doen de andere partij bij het geschil onverwijld mededeling van de melding en de inhoud daarvan. 6 Werkloosheidswet artikel 25 van de Werkloosheidswet artikel 2, eerste lid Het is een werkgever niet langer toegestaan de werktijd op grond van het eerste lid te verkorten indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem heeft medegedeeld dat aan één of meer van zijn werknemers ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is betaald op grond van deals gevolg van het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in, met betrekking tot het voor de werkgever verrichte aantal uren arbeid. Het is een werkgever evenmin langer toegestaan de werktijd op grond van het eerste lid te verkorten indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem heeft medegedeeld dat hetgeen de werkgever en de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers in het schriftelijk verslag, bedoeld in, hebben verklaard, niet in overeenstemming met de waarheid is. 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 01-04-2010
Artikel 2 — Artikel 2 Duur en verlenging#
Artikel 2 Duur en verlenging 1 artikel 1, eerste lid De periode van verkorting van de werktijd, bedoeld in, bedraagt 13 aaneengesloten kalenderweken en kan aansluitend telkens met een periode van 13 aaneengesloten kalenderweken worden verlengd. In afwijking van de eerste zin bedraagt de periode van verkorting van de werktijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, dan wel de periode van verlenging minder dan 13 aaneengesloten kalenderweken indien deze op grond van het vijfde lid eindigt voor ommekomst van die 13 weken. Verlenging is alleen toegestaan, indien daarbij wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met d en h. Daarnaast geldt als voorwaarde voor verlenging dat uit een schriftelijk verslag van de werkgever en de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers blijkt dat uitvoering is gegeven aan de over de voorafgaande periode gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c. 2 De verlenging, bedoeld in het eerste lid, is niet toegestaan voor zover het werknemers betreft waarvan de verkorting van de werktijd in de voorafgaande periode gemiddeld niet ten minste 20% bedraagt. 3 Het aantal verlengingen bedraagt: a. ten hoogste vier indien het aantal werknemers waarvan de werkgever de werktijd kan verkorten ten hoogste 30% bedraagt; b. ten hoogste drie indien het aantal werknemers waarvan de werkgever de werktijd kan verkorten meer bedraagt dan 30% doch ten hoogste 60%; c. ten hoogste twee indien het aantal werknemers waarvan de werkgever de werktijd kan verkorten meer bedraagt dan 60%. 4 Het percentage werknemers waarvoor de werktijd kan worden verkort wordt bepaald door het aantal werknemers waarvan de werktijd in de eerste periode van 13 aaneengesloten kalenderweken kan worden verkort, te vergelijken met het totale aantal werknemers van de werkgever op 1 april 2009. 5 artikel 1, eerste lid Indien de periode van verkorting van de werktijd, bedoeld in, is aangevangen op of na 1 april 2010, eindigt die periode of de verlenging daarvan uiterlijk: indien die datum eerder is gelegen dan de eindigingsdatum op grond van het eerste tot en met vierde lid. a. op 1 juli 2011 indien het aantal werknemers waarvan de werkgever de werktijd kan verkorten ten hoogste 30% bedraagt; b. op 1 april 2011 indien het aantal werknemers waarvan de werkgever de werktijd kan verkorten meer bedraagt dan 30% doch ten hoogste 60%; c. op 1 januari 2011 indien het aantal werknemers waarvan de werkgever de werktijd kan verkorten meer bedraagt dan 60%, 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 31-03-2010
Artikel 3 — Artikel 3 De vergoeding#
Artikel 3 De vergoeding 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel d De vergoeding, bedoeld in, bedraagt: a. het bedrag van de bruto uitkering aan een werknemer over de desbetreffende periode van 13 weken indien in een periode van 13 weken van verkorting van de werktijd de dienstbetrekking met een werknemer van wie de werktijd wordt verkort eindigt; b. artikel 1 het bedrag van de bruto uitkering aan een werknemer over de desbetreffende periode van 13 weken indien in een periode van 13 weken de verkorting van de werktijd meer bedraagt dan de omvang waarmee de werktijd mag worden verkort op grond van; c. Werkloosheidswet de helft van het bedrag van de bruto uitkering aan een werknemer over de totale periode van verkorting van de werktijd indien de werknemer in de periode van 13 weken onmiddellijk na afloop van de periode van verkorting van de werktijd geheel of gedeeltelijk werkloos blijft dan wel wordt uit de dienstbetrekking met de werkgever en in verband daarmee recht houdt respectievelijk krijgt op uitkering op grond van de; d. Werkloosheidswet artikel 25 van de Werkloosheidswet artikel 2, eerste lid het bedrag van de bruto uitkering over de totale periode van verkorting van de werktijd aan alle werknemers van de werkgever van wie de werktijd was verkort, met uitzondering van hetgeen onverschuldigd is betaald, indien aan één of meer werknemers van wie de werktijd was verkort ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is betaald op grond van deals gevolg van het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in, met betrekking tot het voor de werkgever verrichte aantal uren arbeid of indien het schriftelijk verslag, bedoeld in, niet in overeenstemming met de waarheid is; e. het bedrag van de bruto uitkering aan een werknemer over de desbetreffende periode van 13 weken indien in een periode van 13 weken de verkorting van de werktijd gemiddeld minder bedraagt dan 20%; f. artikel 1, eerste lid, onderdeel g het bedrag van de bruto uitkering aan een werknemer over de eerste periode indien de verkorting van de werktijd in afwijking van de afspraken, bedoeld in, na de eerste periode niet met dertien weken wordt verlengd. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, geldt in plaats van een periode van 13 weken onmiddellijk na afloop van de periode van verkorting van de werktijd een periode, onmiddellijk na afloop van de periode van verkorting van de werktijd, overeenkomend met een derde van de totale periode van verkorting van de werktijd, indien dat laatste langer is. 3 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, is niet verschuldigd indien de omstandigheid, bedoeld in die onderdelen, het gevolg is van: a. artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek opzegging van de dienstbetrekking door de werkgever om een dringende reden in de zin van; of b. opzegging van de dienstbetrekking door de werknemer dan wel ontbinding van de dienstbetrekking op diens verzoek. 4 Werkloosheidswet artikel 46 van de Zorgverzekeringswet Onder het bedrag van de bruto uitkering wordt verstaan het bedrag van de bruto uitkering op grond van de, vermeerderd met de daarover door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies en de vergoeding, bedoeld in, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft uitbetaald. 5 artikel 2, vijfde lid Indien op grond van, een kortere periode dan 13 weken geldt, geldt voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en b, die periode in plaats van een periode van 13 weken. De eerste zin is eveneens van toepassing met betrekking tot het eerste lid, onderdeel e, indien het een tweede of volgende verlenging betreft. 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 31-03-2010
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Er is een Meldpunt deeltijd WW, ressorterend onder de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2 Het Meldpunt deeltijd WW stelt de daartoe door de centrale organisaties van werkgevers aangewezen vertegenwoordiger alsmede de daartoe door de centrale organisaties van werknemers aangewezen vertegenwoordiger in kennis van een melding met het verzoek om daarover informatie te geven en zo nodig tussen partijen te bemiddelen. 3 De vertegenwoordigers, bedoeld in het tweede lid, brengen uiterlijk twee weken nadat zij de melding, bedoeld in het tweede lid, hebben ontvangen aan het Meldpunt deeltijd WW een gezamenlijk verslag uit met informatie over de melding en de resultaten van de bemiddeling. 2009 82 06-05-2009 29-04-2009 IVV/I/2009/9524 2009 82 06-05-2009 29-04-2009 IVV/I/2009/9524 08-05-2009 29-04-2009
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 Het is de werkgever toegestaan eenmalig de werktijd van werknemers te verkorten met ten hoogste 50% gedurende een van te voren schriftelijk vastgelegde periode indien: a. de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vaststelt dat: 1°. artikel 1, vierde lid er sprake is van een situatie als bedoeld in; 2°. artikel 3a, derde lid artikel 1, eerste lid, onderdeel a uit het schriftelijke verslag, bedoeld in, blijkt dat de bemiddeling niet tot instemming als bedoeld inheeft geleid dan wel het verslag niet binnen de in artikel 3a, derde lid, genoemde termijn is uitgebracht; b. de betrokken werknemers instemmen met de verkorting van de werktijd. 2 artikelen 1, eerste lid, onderdelen b tot en met h, tweede, derde en zesde lid 2 3 De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 31-03-2010
Artikel 3c — Artikel 3c Overgangsrecht wederopenstelling#
Artikel 3c Overgangsrecht wederopenstelling 1 Indien door de werkgever aan de voorwaarden voor verkorting van de werktijd is voldaan voor 23 juni 2009 blijft dit besluit, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van het Besluit wederopenstelling deeltijd WW, van toepassing op die werkgever tot de eerstvolgende verlenging na de datum van inwerkingtreding van het Besluit wederopenstelling deeltijd WW. 2 In afwijking van het eerste lid geldt voor de daar bedoelde werkgever: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel g , niet; b. artikel 1, derde en zesde lid , onmiddellijk; c. artikel 2, eerste lid de termijn van 13 weken voor de verlenging, bedoeld in, onmiddellijk; d. artikel 2, tweede lid , vanaf de tweede verlenging na de datum van inwerkingtreding van het Besluit wederopenstelling deeltijd WW; e. artikel 3, eerste lid, onderdeel f , niet. 3 artikel 2, vierde lid Voor de werkgever, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van, het percentage werknemers waarvoor de werktijd kan worden verkort bepaald door het aantal werknemers waarvan de werktijd in de periode van de tweede verlenging kan worden verkort, te vergelijken met het totale aantal werknemers van de werkgever op 1 april 2009. 4 artikel 1, eerste lid, onderdeel d artikel 3, eerste lid, onderdeel c De werkgever, bedoeld in het eerste lid, is geen vergoeding verschuldigd als bedoeld in, indien de omstandigheid, bedoeld in, het gevolg is van beëindiging van de dienstbetrekking met een werknemer wiens werktijd niet kan worden verkort in de periode van de tweede verlenging in verband met de aanpassing van het percentage werknemers waarvan de werkgever de werktijd kan verkorten. 2009 10813 17-07-2009 14-07-2009 IVV/I/2009/16262 2009 10813 17-07-2009 14-07-2009 IVV/I/2009/16262 20-07-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Inwerkingtreding#
Artikel 4 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 april 2009 en vervalt met ingang van 1 juli 2011. 2 artikel 3 In afwijking van het eerste lid blijft dit besluit van toepassing op de afwikkeling van de vergoedingen, bedoeld in, op en na 1 juli 2011. 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 2010 4900 30-03-2010 24-03-2010 IVV/I/2010/5660 31-03-2010 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 5 — Artikel 5 Citeertitel#
Artikel 5 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten. 2009 64 02-04-2009 31-03-2009 IVV/I/2009/7428 2009 64 02-04-2009 31-03-2009 IVV/I/2009/7428 04-04-2009 01-04-2009
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid, onderdeel d