Besluit van de Minister van Justitie van 30 maart 2009, nr. 5563896/Justis/08, houdende aanwijzing tot het toekennen van de geweldsbevoegdheid op grond van artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, aan buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht
- BWB-id
- BWBR0025664
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2009-04-10 t/m 2010-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025664
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-toekenning-geweldsbevoegdheid-buitengewoon-opsporing-bwbr0025664
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-toekenning-geweldsbevoegdheid-buitengewoon-opsporing-bwbr0025664/2009-04-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025664&g=2009-04-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025664&z=2026-06-06&g=2009-04-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025664/2009-04-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-toekenning-geweldsbevoegdheid-buitengewoon-opsporing-bwbr0025664
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. buitengewoon opsporingsambtenaar, de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienstbetrekking werkzaam bij het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht. b. toezichthouder, de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Utrecht c. direct toezichthouder: de korpschef van het regionaal politiekorps Utrecht. 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 10-04-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005 artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de ingenoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in. 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 10-04-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikelen 17 18 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De directeur van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder een instructie op, gebaseerd op deen. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar ter hand te worden gesteld. Over iedere melding betreffende geweldgebruik worden de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk geïnformeerd. 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 10-04-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De directeur van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstigalle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen. 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 10-04-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 december 2010. 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 10-04-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toekenning geweldsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht 2009. 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 2009 68 08-04-2009 30-03-2009 5563896/Justis/08 10-04-2009