Besluit houdende vaststelling van twee vergunningen voor digitale omroep zoals deze na de procedure van veiling zullen worden verleend
- BWB-id
- BWBR0024724
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2009-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024724
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-vaststelling-twee-vergunningen-voor-digitale-omroep-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-vaststelling-twee-vergunningen-voor-digitale-omroep-/2009-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024724&g=2009-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024724&z=2026-06-06&g=2009-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024724/2009-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/besluit-vaststelling-twee-vergunningen-voor-digitale-omroep-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beschikking wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken; b. ITU: Internationale Telecommunicatie Unie; c. MIFR: Master International Frequency Register, zijnde het register waarin radiostations met hun frequentieruimte zijn opgenomen, bedoeld in het Radio Reglement van de ITU; d. notificatieverzoek: verzoek van de vergunninghouder aan de Minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door het radiocommunicatiebureau van de ITU te registreren in het MIFR teneinde internationale bescherming van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen; e. GE06: Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for planning of the digital terrestrial Broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174–230 MHz and 470–862 MHz; Genève 2006.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Aan [naam], ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel [plaats] onder nummer [inschrijfnummer], hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van frequentieruimte binnen het frequentiebereik 174,160 MHz–175,696 MHz (frequentieblok 5A), 175,872 MHz–177,408 MHz (frequentieblok 5B), 177,584 MHz–179,120 MHz (frequentieblok 5C), 179,296 MHz–180,832 MHz (frequentieblok 5D), 191,584 MHz–193,120 MHz (frequentieblok 7C), 198,592 MHz–200,128 MHz (frequentieblok 8C), 216,160 MHz–217,696 MHz (frequentieblok 11A), 217,872 MHz–219,408 MHz (frequentieblok 11B), 224,880 MHz–226,416 MHz (frequentieblok 12B), binnen de met betrekking tot de onderscheidenlijke frequentiegebieden in bijlage I opgenomen geografische gebieden. 2 De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid genoemde frequentieruimte slechts in overeenstemming met de bestemming in het vigerende nationaal frequentieplan.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het gebruik van de frequentieruimte vindt plaats met inachtneming van het Spectrum mask for T-DAB transmitters operating in sensitive cases en de technische beschrijving zoals deze beide in de bijlagen I en III zijn opgenomen.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte voor zover er sprake is van belemmeringen in het gebruik van in het MIFR door anderen geregistreerde frequentieruimte. 2 Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van in het MIFR geregistreerde frequentieruimte. 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, die in het MIFR is geregistreerd. 4 Teneinde registratie in het MIFR te entameren kan vergunninghouder een notificatieverzoek daartoe indienen bij de Minister. 5 Het notificatieverzoek geschiedt aan de hand van het formulier ‘notificatieverzoek’, bedoeld in bijlage II.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De vergunninghouder neemt tenminste vijf van de frequentieblokken genoemd in artikel 2 binnen 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning in gebruik en houdt deze in gebruik, 2 De vergunninghouder neemt elk frequentieblok genoemd in artikel 2 binnen 72 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning in gebruik en houdt deze in gebruik. 3 Per in gebruik genomen frequentieblok is er tenminste een opstelpunt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij het gebruik van de frequentieruimte 224,880 MHz–226,416 MHz (frequentieblok 12 B) veroorzaakt de vergunninghouder geen interferentie op de frequentieruimte 226,592 MHz–228,128 MHz (frequentieblok 12C), voor zover op een hoogte van tien meter boven het maaiveld de verschilwaarde van de veldsterkten tussen voornoemde kanalen groter is dan 23 dB en de veldsterkte van frequentieblok 12C gelijk is aan, dan wel groter is dan 60 dB(µV/m). 2 Het eerste lid is van toepassing tot en met 31 augustus 2010.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien op enige plaats binnenshuis door het gewenste signaal van de in het kader van deze vergunning gebruikte radiozendapparaten belemmeringen in de ontvangst van kabeltelevisie worden veroorzaakt draagt de vergunninghouder er op verzoek van degene die de belemmeringen ondervindt, zorg voor dat deze onverwijld op zijn kosten worden verholpen, voor zover ter plaatse: a. de hoogfrequentiedichtheid van de gebruikte aansluitkabels en de daaraan bevestigde connectoren een waarde heeft van ten minste 70 dB, en b. het stoorsignaal als gevolg van het krachtens deze vergunning gebruiken van frequentieruimte hoger is dan 23 dBµV. 2 De in het eerste lid, onder b, genoemde waarde dient evenredig verhoogd te worden met de waarde van het signaalniveau op het abonnee-overnamepunt boven de vereiste minimumwaarde van 60 dBµV. 3 Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid is vergunninghouder niet gehouden televisie-ontvangapparaten en aanverwante apparatuur te vervangen die: a. niet geschikt zijn om een stoorspanning van 23 dBµV vermeerderd met de signaalspanning op het kabeltelevisienet bij het abonnee-overnamepunt te ontvangen, of b. een hoogfrequentdichtheid van minder dan 70 dB hebben.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onverminderd artikel 7 veroorzaakt de vergunninghouder geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radiozendapparaten in andere radiozend- of ontvangstapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vergunninghouder stelt de Minister van elke ingebruikneming van (onderdelen van) de frequentieruimte tenminste vier weken van tevoren schriftelijk op de hoogte en overlegt daarbij de gegevens bedoeld in bijlage II.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vergunninghouder stelt de Minister onverwijld in kennis van technische en andere wijzigingen die verband houden met de vergunning, waaronder begrepen wijzigingen in de samenstelling van zijn rechtspersoon en de zeggenschapsverhoudingen binnen zijn rechtspersoon.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze vergunning treedt in werking op [datum verlening] en geldt tot en met [datum]. PM looptijd 15 jaar.
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beschikking wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken; b. ITU: Internationale Telecommunicatie Unie; c. MIFR: Master International Frequency Register, zijnde het register waarin radiostations met hun frequentieruimte zijn opgenomen, bedoeld in het Radio Reglement van de ITU; d. notificatieverzoek MIFR: verzoek van de vergunninghouder aan de Minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door het radiocommunicatiebureau van de ITU te registreren in het MIFR teneinde internationale bescherming van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen; e. ERO: European Radiocommunications Office; f. notificatieverzoek ERO: verzoek van de vergunninghouder aan de Minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door de ERO te registreren in het aldaar bijgehouden register teneinde bescherming binnen de bij de ERO aangesloten nationale administraties van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen; g. MA02revCO07: Final Acts of the CEPT Multi-lateral Meeting for the frequency band 1452–1479,5 MHz, Constanta 2007(MA02revCO07).
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Aan [naam], ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel [plaats] onder nummer [inschrijfnummer], hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van frequentieruimte binnen het frequentiebereik 1452,192 MHz–1479,408 MHz, verdeeld in zestien afzonderlijke frequentieblokken, LA tot en met LP. 2 De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid genoemde frequentieruimte slechts in overeenstemming met de bestemming in het vigerende nationaal frequentieplan.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het gebruik van de frequentieruimte in de frequentieblokken LA en LP respectievelijk LB tot en met LO, vindt plaats met inachtneming van het Spectrum mask for T-DAB out of band emissions case 1, respectievelijk het Spectrum mask for T-DAB out of band emissions case 2, opgenomen in figuur 1, alsmede met inachtneming van de technische beschrijving, opgenomen in de bijlage I en III.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte voor zover daardoor naar het oordeel van de Minister sprake is van belemmeringen in het gebruik van in het MIFR door anderen geregistreerde frequentieruimte. 2 Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van in het MIFR geregistreerde frequentieruimte. 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, die in het MIFR is geregistreerd. 4 Teneinde registratie in het MIFR te entameren kan vergunninghouder een notificatieverzoek MIFR daartoe indienen bij de Minister. 5 Het notificatieverzoek MIFR geschiedt aan de hand van het formulier ‘notificatieverzoek MIFR’, bedoeld in bijlage II.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte voor zover daardoor naar het oordeel van de Minister sprake is van belemmeringen in het gebruik van de bij de ERO geregistreerde frequentieruimte door anderen. 2 Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van de bij de ERO geregistreerde frequentieruimte. 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, die bij de ERO of in het MIFR is geregistreerd. 4 Teneinde registratie bij de ERO te entameren kan vergunninghouder een notificatieverzoek ERO daartoe indienen bij de Minister. 5 Het notificatieverzoek ERO geschiedt aan de hand van het formulier ‘notificatieverzoek ERO’, bedoeld in bijlage II.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De vergunninghouder neemt binnen 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning in ten minste in 16 van de in 117 gebieden bedoeld in de figuren 2.1 tot en met 2.16 een opstelpunt in gebruik en houdt deze in gebruik, 2 De vergunninghouder neemt binnen 72 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning in ten minste in 94 van de in 117 gebieden bedoeld in de figuren 2.1 tot en met 2.16 een opstelpunt in gebruik en houdt deze in gebruik.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De vergunninghouder veroorzaakt geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radiozendapparaten in andere radiozend- of ontvangstapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vergunninghouder stelt de Minister van elke ingebruikneming van (onderdelen van) de frequentieruimte tenminste vier weken van tevoren schriftelijk op de hoogte en overlegt daarbij de gegevens bedoeld in bijlage II
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vergunninghouder stelt de Minister onverwijld in kennis van technische en andere wijzigingen die verband houden met de vergunning, waaronder begrepen wijzigingen in de samenstelling van zijn rechtspersoon en de zeggenschapsverhoudingen binnen zijn rechtspersoon.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze vergunning treedt in werking op [datum verlening] en geldt tot en met [datum]. PM looptijd 15 jaar.