Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 december 2008, nr. WJZ/84447 (8240), houdende uitvoeringsregels van de Mediawet 2008 (Mediaregeling 2008)
- BWB-id
- BWBR0025040
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-10-24
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025040
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/mediaregeling-2008
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/mediaregeling-2008/2025-10-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025040&g=2025-10-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025040&z=2026-06-06&g=2025-10-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025040/2025-10-24
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/mediaregeling-2008
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: groep: artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een groep als bedoeld in; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Stimuleringsfonds: artikel 8.1 van de wet Stimuleringsfonds voor de pers, genoemd in; wet: Mediawet 2008 . 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 2 — Artikel 2 Indiening concessiebeleidsplan#
Artikel 2 Indiening concessiebeleidsplan De NPO dient het concessiebeleidsplan in vóór 1 november van het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan een nieuwe erkenningperiode. 2018 35506 27-06-2018 20-06-2018 WJZ/1332529(7526) 2018 35506 27-06-2018 20-06-2018 WJZ/1332529(7526) 01-07-2018
Artikel 3 — Artikel 3 Indiening aanvraag erkenning#
Artikel 3 Indiening aanvraag erkenning 1 artikel 2.30 van de wet Omroeporganisaties dienen de aanvraag voor een erkenning of voorlopige erkenning, bedoeld in, vóór 1 februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan een nieuwe erkenningperiode in bij het Commissariaat. 2 artikel 2.31, vierde lid, eerste volzin, van de wet Omroeporganisaties dienen de nieuwe aanvraag, bedoeld in, uiterlijk één maand na de dagtekening van het besluit van de minister daartoe in bij het Commissariaat. 3 De minister besluit op de aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, vóór 1 augustus van het kalenderjaar dat voorafgaat aan een nieuwe erkenningperiode. 2018 35506 27-06-2018 20-06-2018 WJZ/1332529(7526) 2018 35506 27-06-2018 20-06-2018 WJZ/1332529(7526) 01-07-2018
Artikel 3a — Artikel 3a Inrichting aanvraag erkenning#
Artikel 3a Inrichting aanvraag erkenning 1 artikel 3, eerste lid Een aanvraag als bedoeld in, bevat voor zover beschikbaar de opgave van het door het Commissariaat vastgestelde aantal leden van de omroepvereniging. 2 Een aanvraag gaat vergezeld van vier kopieën. 2009 45 06-03-2009 20-02-2009 WJZ/100941(8249) 2009 45 06-03-2009 20-02-2009 WJZ/100941(8249) 08-03-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Inrichting aanvraag erkenning#
Artikel 4 Inrichting aanvraag erkenning 1 artikel 3, eerste en tweede lid Een aanvraag als bedoeld in, bevat: a. artikel 2.27, eerste lid, van de wet voor zover beschikbaar de opgave van het door het Commissariaat vastgestelde aantal leden van de omroepverenigingen, bedoeld in; b. artikel 2.142a, eerste lid, van de wet artikel 2.3, tweede lid, van de wet een beschrijving van de structuur, bedoeld in, van de omroeporganisatie, waarbij, indien van toepassing, specifiek wordt aangegeven op welke punten deze afwijkt van de gedragscode, bedoeld in; c. een beschrijving van de inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen en van de financiële en administratieve organisatie van de omroeporganisatie; d. een overzicht van de financiën van de omroeporganisatie, wat voor de aanvraag voor een erkenning van een omroeporganisatie, niet zijnde een samenwerkingsomroep, in elk geval inhoudt: de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroeporganisatie of van de omroepverenigingen waaruit die organisatie gevormd is; en e. in geval van een samenwerkingsomroep: 1°. de statuten en reglementen van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen; 2°. artikel 2.142a, eerste lid, van de wet een beschrijving van de structuur, bedoeld in, van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, gelet op artikel 2.142a, derde lid; 3°. een beschrijving van de inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen en van administratieve organisatie van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen; 4°. een overzicht van de financiën van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, en in elk geval de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroepverenigingen; en 5°. notariële akten en overeenkomsten, anders dan bedoeld onder 1° tot en met 4°, die betrekking hebben op de samenwerking binnen de samenwerkingsomroep. 2 In geval van een aanvraag voor een voorlopige erkenning bevat de aanvraag de notariële akten en overeenkomsten die betrekking hebben op de samenwerking met de NTR of de omroeporganisatie waaraan de aanvrager de verzorging van haar media-aanbod heeft opgedragen. 3 Een aanvraag gaat vergezeld van vier kopieën. 2013 36050 24-12-2013 18-12-2013 WJZ-580365(8256) 2013 36050 24-12-2013 18-12-2013 WJZ-580365(8256) 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Indiening aanvraag aanwijzing#
Artikel 5 Indiening aanvraag aanwijzing artikel 2.65 van de wet De aanvraag voor een aanwijzing, bedoeld in, gaat vergezeld van: a. een exemplaar van de notarieel vastgelegde statuten; b. artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c, van de wet een overzicht van de belangrijkste in de gemeente respectievelijk provincie voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen van waaruit leden worden benoemd in het inbedoelde orgaan; c. artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c, van de wet een overzicht van de leden van het orgaan, bedoeld in; en d. een aanduiding van het gebied waarbinnen het media-aanbod zal worden verspreid. 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 01-07-2014
Artikel 6 — Artikel 6 Advisering door provinciale staten en gemeenteraad#
Artikel 6 Advisering door provinciale staten en gemeenteraad 1 Het Commissariaat legt een aanvraag voor een aanwijzing van een regionale publieke media-instelling respectievelijk een lokale publieke media-instelling binnen vier weken na ontvangst daarvan ter advisering voor aan de desbetreffende provinciale staten respectievelijk gemeenteraad. 2 Provinciale staten brengen respectievelijk de gemeenteraad brengt binnen achttien weken na ontvangst van de aanvraag advies uit aan het Commissariaat. 3 Het Commissariaat beslist binnen vier weken na ontvangst van het advies, bedoeld in het tweede lid, op de aanvraag en bepaalt daarbij de ingangsdatum van de aanwijzing. 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 01-07-2014
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraagtermijn aansluitende periode regionale publieke media-instelling#
Artikel 7 Aanvraagtermijn aansluitende periode regionale publieke media-instelling Als een aangewezen regionale publieke media-instelling voor een aansluitende periode van vijf jaar aangewezen wil worden, dient zij uiterlijk zes maanden voor het einde van de lopende aanwijzingsperiode de aanvraag voor een nieuwe aanwijzing in. 2025 35871 23-10-2025 15-10-2025 WJZ/54220826 2025 35871 23-10-2025 15-10-2025 WJZ/54220826 24-10-2025
Artikel 7a — Artikel 7a Aanvraagtermijn lokale publieke media-instelling#
Artikel 7a Aanvraagtermijn lokale publieke media-instelling artikel 2.65, tweede lid, van de wet Een aanvraag voor aanwijzing als lokale publieke media-instelling als bedoeld inkan enkel worden ingediend binnen een door het Commissariaat vastgestelde termijn. 2025 35871 23-10-2025 15-10-2025 WJZ/54220826 2025 35871 23-10-2025 15-10-2025 WJZ/54220826 24-10-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Afwijken van adviseringsprocedure#
Artikel 8 Afwijken van adviseringsprocedure artikel 6 Het Commissariaat kan in bijzondere gevallen afwijken van. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 9 — Artikel 9 Intrekken aanwijzing#
Artikel 9 Intrekken aanwijzing artikel 2.67, eerste lid 2.68. eerste lid, onderdelen a en b, van de wet Een besluit tot intrekking van de aanwijzing op grond van, en, gaat onmiddellijk in. 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 01-07-2014 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 9a — Artikel 9a Aanvraag bekostiging#
Artikel 9a Aanvraag bekostiging 1 artikel 2.170, tweede lid, van de wet Een regionale publieke media-instelling dient jaarlijks vóór 15 september een aanvraag in bij het Commissariaat voor een bijdrage als bedoeld in. 2 De aanvraag gaat vergezeld van een begroting en een activiteitenplan. 3 Het activiteitenplan bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd. 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 01-07-2014
Artikel 9b — Artikel 9b Begroting#
Artikel 9b Begroting 1 bijlage II Een regionale publieke media-instelling volgt voor het opstellen van de begroting het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 De begroting bevat in elk geval: a. een beschrijving van de wijze waarop door de regionale publieke media-instelling invulling wordt gegeven aan het voorgenomen media-aanbod met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens de wet; b. een raming van de financiële middelen die voor het volgend kalenderjaar nodig zijn om het voorgenomen media-aanbod te verwezenlijken en een raming voor de daarop volgende vier jaar; c. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten; d. een beschrijving van de samenwerking met landelijke en lokale publieke media-instellingen en anderen; en e. een toelichting op voorgenomen investeringen, leningen of onttrekkingen van reserves. 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 01-07-2014
Artikel 9c — Artikel 9c Concessiebeleidsplan RPO#
Artikel 9c Concessiebeleidsplan RPO De RPO dient het concessiebeleidsplan RPO in vóór 1 april van het laatste jaar waarop het lopende concessiebeleidsplan RPO betrekking heeft. 2018 35506 27-06-2018 20-06-2018 WJZ/1332529(7526) 2018 35506 27-06-2018 20-06-2018 WJZ/1332529(7526) 01-07-2018
Artikel 10 — Artikel 10 Boekhouding#
Artikel 10 Boekhouding 1 Lokale en regionale publieke media-instellingen die reclame- en telewinkelboodschappen in het media-aanbod opnemen, voeren een behoorlijke boekhouding. 2 De boekhouding bevat ten minste gegevens over de kosten en opbrengsten, verdeeld naar: a. de kosten en opbrengsten van de exploitatie van reclame- en telewinkelboodschappen; b. de kosten en opbrengsten van ander media-aanbod; en c. de kosten en opbrengsten van alle andere activiteiten. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 11 — Artikel 11 Jaarrekening#
Artikel 11 Jaarrekening 1 Lokale media-instellingen die reclame- en telewinkelboodschappen in het media-aanbod opnemen, zenden jaarlijks vóór 1 juni de jaarrekening aan het Commissariaat. 2 De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant-administratieconsulent of een registeraccountant omtrent de getrouwheid ervan. 3 Het Commissariaat kan voor bepaalde categorieën lokale media-instellingen vrijstelling verlenen van het tweede lid. 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 01-07-2014
Artikel 11a — Artikel 11a Experimentele nevenactiviteiten#
Artikel 11a Experimentele nevenactiviteiten 1 artikel 2.132, vierde lid, van de wet De NPO en de publieke media-instellingen melden een experimentele nevenactiviteit als bedoeld invoorafgaand aan de start daarvan bij het Commissariaat. 2 De melding geschiedt op een door het Commissariaat vast te stellen wijze. 3 De melding bevat in elk geval: a. een precieze beschrijving van de nevenactiviteit; b. de doelstellingen van de nevenactiviteit; c. een onderbouwing van de wijze waarop de nevenactiviteit verband houdt met of ten dienste staat van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht en direct gerelateerd is aan het media-aanbod van de publieke media-instelling; d. de wijze waarop de nevenactiviteit wordt gefinancierd, met een onderbouwing van de marktconformiteit en kostendekkendheid; e. de naam, vestigingsplaats, contactgegevens, alsmede de aard en omvang van de (bedrijfs)activiteiten van de mediabedrijven en culturele instellingen met wie in het kader van de nevenactiviteit wordt samengewerkt; f. een onderbouwing van de keuze voor de mediabedrijven en culturele instellingen met wie in het kader van de nevenactiviteit wordt samengewerkt en de wijze waarop die keuze wordt herbeoordeeld; en g. een beschrijving van de wijze waarop de nevenactiviteit wordt geëvalueerd. 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 04-09-2014
Artikel 11b — Artikel 11b Looptijd experimentele nevenactiviteiten#
Artikel 11b Looptijd experimentele nevenactiviteiten 1 Een experimentele nevenactiviteit is in duur beperkt tot een looptijd van ten hoogste een jaar. 2 Artikel 11a, eerste en tweede lid Eenmalige verlenging met ten hoogste een jaar is mogelijk, mits de nevenactiviteit zonder substantiële wijzigingen wordt voortgezet en de verlenging voor afloop van de oorspronkelijke looptijd wordt gemeld bij het Commissariaat., is van toepassing. 3 Een nevenactiviteit die naar zijn aard nagenoeg identiek is aan een eerder bij wijze van experiment uitgevoerde nevenactiviteit kan niet opnieuw als experimentele nevenactiviteit verricht worden binnen een jaar na afloop van de eerder uitgevoerde nevenactiviteit. 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 04-09-2014
Artikel 11c — Artikel 11c Omvang experimentele nevenactiviteiten#
Artikel 11c Omvang experimentele nevenactiviteiten Een experimentele nevenactiviteit is zodanig in omvang beperkt dat de totale inbreng van de NPO of een publieke media-instelling in de experimentele nevenactiviteit niet meer bedraagt dan 150.000 euro. 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 04-09-2014
Artikel 11d — Artikel 11d Voortzetting experimentele nevenactiviteiten gedurende aanvraag toestemming#
Artikel 11d Voortzetting experimentele nevenactiviteiten gedurende aanvraag toestemming artikel 2.132, eerste lid, van de wet Als binnen de maximale looptijd van een experimentele nevenactiviteit voor die nevenactiviteit een aanvraag voor toestemming als bedoeld inbij het Commissariaat is ingediend, kan de desbetreffende nevenactiviteit worden voortgezet totdat het Commissariaat op de aanvraag heeft beslist. 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 04-09-2014
Artikel 11e — Artikel 11e Verantwoording experimentele nevenactiviteiten#
Artikel 11e Verantwoording experimentele nevenactiviteiten 1 artikel 2.147 van de wet In de begroting, bedoeld in, wordt een beschrijving gegeven van: a. de experimentele nevenactiviteiten die door de NPO en de landelijke publieke media-instellingen worden verricht; en b. de voorgenomen experimentele nevenactiviteiten in het komende kalenderjaar. 2 artikel 2.58 van de wet De NPO vermeldt in het verslag, bedoeld in, de uitgevoerde experimentele nevenactiviteiten in het afgelopen kalenderjaar. 3 Regionale en lokale publieke media-instellingen geven in hun jaarlijkse begroting een beschrijving van: a. de experimentele nevenactiviteiten die door de desbetreffende regionale of lokale media-instelling worden verricht; en b. de voorgenomen experimentele nevenactiviteiten in het komende kalenderjaar. 4 Regionale en lokale publieke media-instellingen vermelden in hun jaarverslagen de uitgevoerde experimentele nevenactiviteiten in het afgelopen kalenderjaar. 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 2014 24741 03-09-2014 26-08-2014 WJZ-665627 04-09-2014
Artikel 12 — Artikel 12 Voorschotten landelijke publieke media-instellingen#
Artikel 12 Voorschotten landelijke publieke media-instellingen 1 De landelijke publieke media-instellingen ontvangen voorschotten in twaalf maandelijkse termijnen. De raad van bestuur kan hiervan afwijken. 2 artikel 2.147 van de wet De raad van bestuur bepaalt de hoogte van de voorschotten mede op basis van de begroting, bedoeld in, en zonodig een liquiditeitsprognose van de desbetreffende instelling. 3 Indien de raad van bestuur hierom verzoekt, zenden de landelijke publieke media-instellingen voor 1 november van het jaar, voorafgaande aan het begrotingsjaar een liquiditeitsprognose ter kennisneming aan de raad van bestuur. 4 Het totaal aan voorschotten in enig jaar is niet hoger dan het voor dat jaar vastgestelde totale budget. 2009 17788 20-11-2009 11-11-2009 WJZ/162282(8270) 2009 17788 20-11-2009 11-11-2009 WJZ/162282(8270) 21-11-2009
Artikel 12a — Artikel 12a Voorschotten regionale publieke media-instellingen#
Artikel 12a Voorschotten regionale publieke media-instellingen 1 De regionale publieke media-instellingen ontvangen voorschotten in twaalf maandelijkse termijnen. Het Commissariaat kan hiervan afwijken. 2 Het Commissariaat bepaalt de hoogte van de voorschotten mede op basis van de begroting en zo nodig een liquiditeitsprognose van de desbetreffende instelling. 3 De regionale publieke media-instellingen zenden voor 1 november van het jaar, voorafgaande aan het begrotingsjaar een liquiditeitsprognose ter kennisneming aan het Commissariaat. 4 Het totaal aan voorschotten in enig jaar is niet hoger dan het voor dat jaar vastgestelde totale budget van de desbetreffende regionale publieke media-instelling. 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 2014 17844 24-06-2014 11-06-2014 WJZ/634652(10487) 01-07-2014
Artikel 13 — Artikel 13 Berekening budget#
Artikel 13 Berekening budget artikel 2.152 van de wet Het moment, bedoeld in, is 1 januari 2014. 2017 16764 27-03-2017 20-03-2017 WJZ/1000189(7512) 2017 16764 27-03-2017 20-03-2017 WJZ/1000189(7512) 01-04-2017
Artikel 13a — Artikel 13a Indiening begroting#
Artikel 13a Indiening begroting Vervallen 2017 16764 27-03-2017 20-03-2017 WJZ/1000189(7512) 2017 16764 27-03-2017 20-03-2017 WJZ/1000189(7512) 01-04-2017
Artikel 14 — Artikel 14 Tijdstip uitbrengen rapport evaluatiecommissie#
Artikel 14 Tijdstip uitbrengen rapport evaluatiecommissie artikel 2.185 van de wet artikel 2.187, tweede lid, van de wet De evaluatiecommissie, bedoeld in, brengt vóór 1 augustus van het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan een nieuwe erkenningperiode rapport uit als bedoeld in. 2018 35506 27-06-2018 20-06-2018 WJZ/1332529(7526) 2018 35506 27-06-2018 20-06-2018 WJZ/1332529(7526) 01-07-2018
Artikel 15 — Artikel 15 Aanvraag toestemming#
Artikel 15 Aanvraag toestemming artikel 3.2, eerste lid, van de wet De aanvraag voor toestemming, bedoeld in, gaat vergezeld van: a. een exemplaar van de statuten van de aanvrager; b. een opgave van de feitelijke vestigingsplaats als deze afwijkt van de statutaire zetel; c. een aanduiding of de aanvraag voor toestemming betrekking heeft op televisieomroep of op radio-omroep; en d. een overzicht van de organisatorische en juridische structuur van de aanvrager en een overzicht van zijn bestuurders en aandeelhouders. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 16 — Artikel 16 Indiening aanvraag aansluitende periode#
Artikel 16 Indiening aanvraag aansluitende periode artikel 3.1, eerste lid, van de wet Een commerciële media-instelling die een toestemming, bedoeld in, heeft verkregen, dient de aanvraag voor een toestemming voor een aansluitende periode uiterlijk vijf maanden voor het einde van de lopende toestemmingsperiode in. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 3.1, eerste lid, van de wet artikel 3.29a van de wet bijlage Een commerciële media-instelling is voor elke verkregen toestemming, bedoeld in, en voor elke van haar mediadiensten op aanvraag, bedoeld in, jaarlijks aan het Commissariaat toezichtskosten verschuldigd berekend volgens de bij deze regeling gevoegde. 2009 19774 18-12-2009 15-12-2009 WJZ/177289(8265) 2009 19774 18-12-2009 15-12-2009 WJZ/177289(8265) 19-12-2009
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 3.29h, eerste lid, van de wet Ter uitvoering vanlevert een media-instelling in ieder geval een controleverklaring aan door een externe accountant over de hoogte en samenstelling van de relevante omzet die verband houdt met alle door die media-instelling aangeboden commerciële mediadiensten op aanvraag in het betreffende boekjaar. 2 Het eerste lid is alleen van toepassing op een media-instelling die in het betreffende boekjaar ten minste één commerciële mediadienst op aanvraag aanbiedt met een relevante omzet van 10 miljoen euro of meer. 2025 3178 28-01-2025 16-01-2025 WJZ/49750042 2025 3178 28-01-2025 16-01-2025 WJZ/49750042 01-04-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Aanvraag aanwijzing#
Artikel 18 Aanvraag aanwijzing 1 artikel 6.5, eerste lid, van de wet De aanvraag voor aanwijzing van uren ten behoeve van overheidsvoorlichting, bedoeld in, wordt ingediend in de maand september. 2 Het Commissariaat beslist uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 18a — Artikel 18a Aanwijzing van te verspreiden diensten#
Artikel 18a Aanwijzing van te verspreiden diensten 1 artikel 6.13, tweede lid, derde volzin, van de wet Als diensten als bedoeld inworden aangewezen: a. ondertiteling van televisieprogramma’s voor personen met een auditieve beperking; en b. gesproken ondertiteling bij televisieprogramma’s voor personen met een visuele beperking. 2 artikel 6.9a Als in het kader van het programma-aanbod van een televisieprogrammakanaal signalen ten behoeve van de diensten, bedoeld in het eerste lid, worden aangeboden, geeft een pakketaanbieder als bedoeld indie signalen zodanig door dat deze diensten toegankelijk zijn voor de abonnees, bedoeld in artikel 6.9a. 3 Het toegankelijk maken van de diensten, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats door middel van: a. een set-top-box, een insteekmodule of rechtstreekse ontvangst op een televisietoestel, of b. een applicatie op een andere technische voorziening waaronder een computer of een mobiele telefoon. 4 In dit artikel wordt verstaan onder een set-top-box of insteekmodule een ontvanger voor gecodeerde digitale televisie die toegang geeft tot lineaire en non-lineaire televisie. 2014 10633 16-04-2014 08-04-2014 WJZ-611827(10427) 2014 10633 16-04-2014 08-04-2014 WJZ-611827(10427) 01-10-2014 Treedt in werking op 1 oktober 2014 voor zover de diensten,
bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Mediaregeling 2008
door een pakketaanbieder als bedoeld in artikel 6.9a van de
Mediawet 2008 toegankelijk worden gemaakt door middel van een
technische voorziening als bedoeld in artikel 18a, derde lid,
onderdeel a, van de genoemde regeling. Treedt in werking op 1 april 2015 voor zover de diensten,
bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Mediaregeling 2008
door een pakketaanbieder als bedoeld in artikel 6.9a van de
Mediawet 2008 toegankelijk worden gemaakt door middel van een
technische voorziening als bedoeld in artikel 18a, derde lid,
onderdeel b, van de genoemde regeling.
Artikel 18b — Artikel 18b Indiening begroting#
Artikel 18b Indiening begroting Het Commissariaat dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in. 2014 10633 16-04-2014 08-04-2014 WJZ-611827(10427) 2014 10633 16-04-2014 08-04-2014 WJZ-611827(10427) 01-10-2014 Voorheen art. 18a. Treedt in werking op 1 oktober 2014 voor zover de diensten,
bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Mediaregeling 2008 door
een pakketaanbieder als bedoeld in artikel 6.9a van de Mediawet 2008
toegankelijk worden gemaakt door middel van een technische
voorziening als bedoeld in artikel 18a, derde lid, onderdeel a, van
de genoemde regeling. Treedt in werking op 1 april 2015 voor zover de diensten,
bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Mediaregeling 2008
door een pakketaanbieder als bedoeld in artikel 6.9a van de
Mediawet 2008 toegankelijk worden gemaakt door middel van een
technische voorziening als bedoeld in artikel 18a, derde lid,
onderdeel b, van de genoemde regeling.
Artikel 19 — Artikel 19 Percentage inkomsten voor Stimuleringsfonds#
Artikel 19 Percentage inkomsten voor Stimuleringsfonds artikel 8.8, eerste lid, onderdeel a, van de wet Het percentage, bedoeld in, bedraagt nul. In afwijking van de eerste volzin wordt in het jaar 2009 ten hoogste vier procent van de inkomsten uit reclame- en telewinkelboodschappen van de landelijke publieke mediadienst in 2008 uitgekeerd ten behoeve van het Stimuleringsfonds voor de pers. 2009 17788 20-11-2009 11-11-2009 WJZ/162282(8270) 2009 17788 20-11-2009 11-11-2009 WJZ/162282(8270) 21-11-2009
Artikel 20 — Artikel 20 Aanvraagvereisten#
Artikel 20 Aanvraagvereisten 1 artikel 8.11 8.12 8.14 8.13 van de wet Een aanvraag voor subsidie op grond van,,respectievelijk, wordt ingediend door de uitgever van een persorgaan respectievelijk de uitgevers van de betrokken persorganen gezamenlijk en bevat in ieder geval: a. gegevens over de financiële positie van het persorgaan respectievelijk de persorganen; b. een omschrijving van de juridische structuur van de bij de aanvraag betrokken persorganen; c. als een betrokken uitgever deel uit maakt van een groep, een omschrijving van de structuur van de groep en een omschrijving van de juridische en economische verhoudingen tussen de uitgever en de andere vennootschappen van de groep; d. gegevens over oplage en verspreiding; en e. artikel 8.11, tweede lid 8.12, tweede lid 8.13, tweede lid, van de wet artikel 8.14 van de wet een activiteitenplan als bedoeld in,, dan welen voor wat betreft een aanvraag voor subsidie op grond van, een voorstel voor opzet en uitvoering van het beoogde organisatieonderzoek. 2 artikel 8.15 van de wet Een aanvraag voor subsidie op grond vanwordt ingediend door de voor het onderzoek verantwoordelijke natuurlijke persoon of personen, of de voor het onderzoek verantwoordelijke rechtspersoon of rechtspersonen en bevat in ieder geval: a. als bij de aanvraag een of meerdere persorganen zijn betrokken, de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d; en b. een voorstel voor opzet en uitvoering van het beoogde onderzoek en een voorstel voor de wijze van bekendmaking van de resultaten. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 21 — Artikel 21 Behandeling aanvraag#
Artikel 21 Behandeling aanvraag 1 Het Stimuleringsfonds bevestigt de ontvangst van een aanvraag. 2 artikel 20 Als bij de aanvraag gegevens als bedoeld inniet kunnen worden ingediend, blijkt uit de aanvraag waarom. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 22 — Artikel 22 Subsidieverlening#
Artikel 22 Subsidieverlening 1 Het Stimuleringsfonds beslist binnen dertien weken na ontvangst op een aanvraag. 2 Aanvragen worden op volgorde van ontvangst behandeld, tenzij het Stimuleringsfonds een andere wijze van vaststellen heeft vastgesteld. Als het voor een jaar beschikbare bedrag voor subsidies volledig is verleend, worden volgende aanvragen afgewezen. 3 Een besluit tot vaststelling van een andere wijze van behandeling wordt door het Stimuleringsfonds in de Staatscourant en op zijn website bekend gemaakt. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 23 — Artikel 23 Subsidieverplichtingen#
Artikel 23 Subsidieverplichtingen Het Stimuleringsfonds kan aan de subsidie verplichtingen verbinden met betrekking tot: a. de besteding van de subsidie overeenkomstig de daaraan ten grondslag liggende doelstellingen; b. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd; c. verslaglegging over de activiteiten en de financiële verantwoording daarvan; en d. wijzigingen in de financiële structuur van de aanvrager. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 24 — Artikel 24 Voorschotten#
Artikel 24 Voorschotten Het Stimuleringsfonds kan voorschotten verstrekken tot ten hoogste vijftig procent van het verleende subsidiebedrag. 2010 5167 07-04-2010 25-03-2010 WJZ/198184(8266) 2010 5167 07-04-2010 25-03-2010 WJZ/198184(8266) 08-04-2010 01-07-2009
Artikel 25 — Artikel 25 Intrekken subsidieverlening#
Artikel 25 Intrekken subsidieverlening Het Stimuleringsfonds kan een subsidieverlening intrekken en verstrekte voorschotten terugvorderen als binnen een jaar na de subsidieverlening een surseance van betaling of een faillissement van de aanvrager is uitgesproken. 2010 5167 07-04-2010 25-03-2010 WJZ/198184(8266) 2010 5167 07-04-2010 25-03-2010 WJZ/198184(8266) 08-04-2010 01-07-2009
Artikel 25a — Artikel 25a Indiening begroting#
Artikel 25a Indiening begroting Het Stimuleringsfonds dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in. 2009 45 06-03-2009 20-02-2009 WJZ/100941(8249) 2009 45 06-03-2009 20-02-2009 WJZ/100941(8249) 08-03-2009
Artikel 25b — Artikel 25b Aanvraag om bekostiging door regionale omroepen voor 2014#
Artikel 25b Aanvraag om bekostiging door regionale omroepen voor 2014 artikel 2.170, eerste lid, van de wet Voor de toepassing van de aanvraagprocedure, bedoeld in, worden voor het jaar 2014 als voorschriften als bedoeld in artikel 2.170, vijfde lid, onderdelen b en c, van de wet aangemerkt de desbetreffende provinciale voorschriften. 2013 36050 24-12-2013 18-12-2013 WJZ-580365(8256) 2013 36050 24-12-2013 18-12-2013 WJZ-580365(8256) 01-01-2014
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 9c In afwijking vandient de RPO het concessiebeleidsplan RPO in 2017 in vóór 1 juli. 2017 16764 27-03-2017 20-03-2017 WJZ/1000189(7512) 2017 16764 27-03-2017 20-03-2017 WJZ/1000189(7512) 01-04-2017
Artikel 26a — Artikel 26a Bijstelling percentage reclame- en telewinkelboodschappen 2024#
Artikel 26a Bijstelling percentage reclame- en telewinkelboodschappen 2024 artikel 29c, eerste lid, onder c, van het Mediabesluit 2008 Het percentage, genoemd in, wordt bijgesteld naar acht procent. 2023 30268 31-10-2023 30-10-2023 WJZ/1438538 2023 30268 31-10-2023 30-10-2023 WJZ/1438538 01-01-2024
Artikel 27 — Artikel 27 Inwerkingtreding#
Artikel 27 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 28 — Artikel 28 Citeertitel#
Artikel 28 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Mediaregeling 2008. 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 2008 252 30-12-2008 18-12-2008 WJZ/84447(8240) 01-01-2009
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 9b#
artikel 9b