Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 december 2008, nr. PO&I/2008/34894, houdende de inrichting van de organisatie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede verdeling van taken en verlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009)
- BWB-id
- BWBR0024956
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024956
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-szw-2009
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-szw-2009/2026-04-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024956&g=2026-04-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024956&z=2026-06-06&g=2026-04-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024956/2026-04-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-szw-2009
Artikel 1 — Artikel 1 Begrippen#
Artikel 1 Begrippen In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. het ministerie: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. bewindspersoon: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of de Minister van Werk en Participatie, afhankelijk van wie het aangaat; c. mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen; d. volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; e. machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn; f. vertegenwoordigingsbevoegdheid: de bevoegdheid om namens een bewindspersoon, onder diens verantwoordelijkheid en met inachtneming van diens algemene en bijzondere aanwijzingen, besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten dan wel handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn; g. bedrijfsvoering: de sturing en beheersing van bedrijfsprocessen om de gestelde (beleids)doelstellingen te kunnen realiseren; h. Commissie Management Development: artikel 3, onderdelen a tot en met e de commissie, bestaande uit de functionarissen, genoemd in, waarin managementbenoemingen en de selectie voor managementopleidingen plaatsvindt; i. CIO: Chief Information Officer; j. CIO-stelsel: de inrichting van de samenwerking tussen de CIO’s van het ministerie, de Sociale Verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2026 14158 15-04-2026 07-04-2026 2026-0000083591 2026 14158 15-04-2026 07-04-2026 2026-0000083591 16-04-2026 23-02-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Organisatie ministerie#
Artikel 2 Organisatie ministerie Het ministerie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de hierna genoemde organisatieonderdelen, die rechtstreeks ressorteren onder de secretaris generaal: 1°. de directie Financieel-economische Zaken; 2°. de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden; 3°. de directie Communicatie; 4°. de directie Bestuursondersteuning; b. de hierna genoemde organisatieonderdelen, die rechtstreeks ressorteren onder de plaatsvervangend secretaris-generaal: 1°. de directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel; 2°. de Rijksschoonmaakorganisatie; 3°. de directie Dienstverlening, samenwerkingsverbanden en uitvoering; 4°. de directie CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid; c. de hierna genoemde organisatieonderdelen, die rechtstreeks ressorteren onder de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie: 1°. de directie Participatie en Decentrale Voorzieningen; 2°. de directie Werknemersregelingen; 3°. de directie Stelsel en Volksverzekeringen; 4°. de directie Samenleving en Integratie; 5°. de afdeling Budgetbeheer, secretariaat en bedrijfsvoering-SZI; d. de hierna genoemde organisatieonderdelen, die rechtstreeks ressorteren onder de directeur-generaal Werk: 1°. de directie Arbeidsmarkt en Sociaal-Economische Aangelegenheden; 2°. de directie Gezond en Veilig Werken; 3°. de directie Arbeidsverhoudingen; 4°. de directie Internationale Zaken; 5°. de directie Collectieve arbeidsovereenkomsten; 6°. de projectdirectie Leren en Werken; 7°. een bureau DG-control en Managementondersteuning; 8°. de directie Kinderopvang; e. de Nederlandse Arbeidsinspectie, in het Engels genaamd Netherlands Labour Authority, bestaande uit hierna genoemde organisatieonderdelen, die rechtstreeks ressorteren onder de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie: 1°. de directie Analyse, Programmering en Strategie; 2°. de directie Toezicht; 3°. de directie Meldingen en Verzoeken; 4°. de directie Informatievoorziening; 5°. de directie Opsporing; f. de hierna genoemde organisatieonderdelen, die rechtstreeks ressorteren onder de programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering: 1°. de directie Werk aan Uitvoering; 2°. de directie Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen; g. Instellingsbesluit Regeringscommissaris transitie pensioenen de Regeringscommissaris transitie pensioenen als bedoeld in het. 2026 6957 18-02-2026 10-02-2026 2025-0000301850 2026 6957 18-02-2026 10-02-2026 2025-0000301850 19-02-2026 01-10-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Collegiaal overleg#
Artikel 3 Collegiaal overleg 1 De volgende functionarissen voeren regelmatig collegiaal overleg over de belangrijke aspecten van beleidsontwikkeling en -uitvoering en over de departementale bedrijfsvoering: a. de secretaris-generaal; b. de plaatsvervangend secretaris-generaal; c. de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie; d. de directeur-generaal Werk; e. de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie; f. de programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering. 2 artikel 37 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het in het eerste lid bedoelde overleg staat onder voorzitterschap van de secretaris-generaal en elk van de functionarissen neemt daaraan deel met volledig behoud van de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie neemt aan dit overleg deel op een zodanige wijze, dat dit in overeenstemming is met zijn verantwoordelijkheid voor de onafhankelijke uitvoering van de taken, genoemd in. 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 19-09-2024 17-04-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Verantwoordelijkheden secretaris-generaal#
Artikel 4 Verantwoordelijkheden secretaris-generaal 1 koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal De secretaris-generaal is, gelet op het(Stb. 1988, 499), belast met de ambtelijke leiding van het ministerie. 2 artikel 3, eerste lid, onderdelen b tot en met f artikel 2, onderdeel a De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de functionarissen, genoemd in, en aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in. 3 artikel 2, onderdeel a De secretaris-generaal kan een meerjarenplan voor het ministerie vaststellen. De secretaris-generaal stelt voorts de jaarplannen vast van de organisatieonderdelen, genoemd in. De secretaris-generaal kent aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie en de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdeel a, de budgetten toe waarover de genoemde functionarissen mogen beschikken. De secretaris-generaal bewaakt de voortgang van de uitvoering van het meerjarenplan en van de jaarplannen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdeel a. 4 De secretaris-generaal is verantwoordelijk voor: a. artikel 2, onderdeel a het bij schriftelijk besluit toedelen van taken aan de organisatieonderdelen, genoemd in, en aan de functionarissen die leiding geven aan deze organisatieonderdelen; b. artikel 2, onderdeel a artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de organisatieonderdelen, genoemd in, met dien verstande dat de secretaris-generaal zorg draagt voor toedeling van deze verantwoordelijkheid aan andere functionarissen voor zover deze ten aanzien van organisatieonderdelen genoemd in artikel 2, onderdeel a, als bestuurder in de zin vanoptreden; c. artikel 2, onderdeel a de personeelsaangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de plaatsvervangend secretaris-generaal en de functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in; d. artikelen 7, tweede lid, onderdeel c 9, derde lid, onderdeel c het aangaan van arbeidsovereenkomsten met directeuren, hoofden van afdelingen, subafdelingen en bureaus en van teamleiders aan wie bevoegdheden zijn toegekend met betrekking tot personeelsaangelegenheden, onverminderd het bepaalde in de, en; e. het toekennen van een representatiekostenvergoeding en het in een tijdelijke arbeidsovereenkomst afwijken van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren; f. de personeelsaangelegenheden voor zover die betrekking hebben op functies waarover bij koninklijk besluit is besloten tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst; g. vervallen; h. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3, eerste lid, onderdelen b tot en met e artikel 2, onderdeel a de behandeling van klachten als bedoeld invoor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de functionarissen, genoemd in, en op gedragingen van de functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in; i. vervallen; j. Wet raadgevend referendum het oordeel of over een wet en de stilzwijgende goedkeuring van een verdrag een referendum kan worden gehouden overeenkomstig de; k. het vervullen van de rol van eigenaar van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met dien verstande dat de plaatsvervangend secretaris-generaal de secretaris-generaal vervangt bij diens afwezigheid of verhindering; l. het fungeren namens het ministerie als opdrachtgever van de Auditdienst Rijk, daarin bijgestaan door de directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Bedrijfsvoering; m. artikel 7 Ambtenarenwet 2017 het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een functionaris, bedoeld in. 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 19-09-2024 17-04-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Bevoegdheden secretaris-generaal#
Artikel 5 Bevoegdheden secretaris-generaal 1 De secretaris-generaal is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2 De bevoegdheden van de secretaris-generaal, bedoeld in het eerste lid, omvatten in elk geval mandaat, volmacht en machtiging ten aanzien van de volgende aangelegenheden: a. beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures; b. artikel 4, vierde lid de in, genoemde aangelegenheden, met uitzondering van het nemen van een besluit als bedoeld in onderdeel f; c. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden alsmede de definitieve buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden voor zover het gaat om vorderingen van ten hoogste € 1.000.000,–; d. de kwijtschelding van vorderingen op derden van ten hoogste € 1.000.000,–; e. Wet open overheid beslissingen op verzoeken om informatie op grond van de. 3 artikel 38 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen De secretaris-generaal is bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die zijn verleend aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat hij gehouden is om door de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie aangeboden inspectiebevindingen, jaarplannen, meerjarenplannen en jaarverslagen met betrekking tot inspectietaken van de Nederlandse Arbeidsinspectie ongewijzigd door te sturen naar de desbetreffende bewindspersoon of -personen. Op het jaarplan, het meerjarenplan en het jaarverslag voor de gehele Nederlandse Arbeidsinspectie isvan toepassing. 4 De secretaris-generaal kan departementale projectorganisaties instellen en arbeidsovereenkomsten aangaan met projectdirecteuren die leiding geven aan deze projectorganisaties. 2025 37810 10-11-2025 31-10-2025 2025-0000244746 2025 37810 10-11-2025 31-10-2025 2025-0000244746 11-11-2025 19-06-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Verantwoordelijkheden plaatsvervangend secretaris-generaal#
Artikel 6 Verantwoordelijkheden plaatsvervangend secretaris-generaal 1 De plaatsvervangend secretaris-generaal vervangt de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering. Hij treedt alsdan in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de secretaris-generaal. 2 artikel 2, onderdeel b De plaatsvervangend secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in. 3 artikel 2, onderdeel b De plaatsvervangend secretaris-generaal stelt de jaarplannen vast van de organisatieonderdelen, genoemd in. Gegeven het budget dat door de secretaris-generaal aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ter beschikking is gesteld, kent de plaatsvervangend secretaris-generaal aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdeel b, het budget toe waarover zij mogen beschikken. De plaatsvervangend secretaris-generaal bewaakt de voortgang van de uitvoering van de jaarplannen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdeel b. 4 artikel 2, onderdeel b De plaatsvervangend secretaris-generaal is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in, en hij is tevens verantwoordelijk voor een departementsbrede samenhangende bedrijfsvoering. Het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal omvat in brede zin: a. het organisatie- en personeelsbeleid; b. de ondersteuning van de directies van het ministerie op het gebied van personeelsbeheer, salarisadministratie, en documentaire informatievoorziening; b1. het voeren van de financiële administratie voor de aangesloten ministeries en het beheer van het financiële SAP-systeem; c. het huisvestings- en beveiligingsbeleid voor wat betreft de Haagse vestigingen van het ministerie, met inbegrip van crisisbeheersing en milieumanagement, en de regie op het huisvestings- en beveiligingsbeleid voor het gehele ministerie; d. artikel 10, aanhef en onderdeel g artikel 11, aanhef en onderdeel j het automatiserings- en informatiseringsbeleid, waaronder het adviseren hierover, van de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie in de rol van opdrachtgever als bedoeld in, en van de directeur-generaal Werk in de rol van opdrachtgever als bedoeld in; e. het inkoopbeleid; f. overige facilitaire diensten; g. het behandelen van geschillen en gerechtelijke procedures van (ex-)medewerkers inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking; h. artikel 3, eerste lid de inhoudelijke advisering en ondersteuning van de functionarissen, genoemd in, en de inhoudelijke, logistieke, secretariële en protocollaire ondersteuning van de secretaris-generaal en de bewindspersonen; i. het fungeren namens het ministerie als opdrachtgever van de Auditdienst Rijk, daarin bijgestaan door de directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Bedrijfsvoering; j. de uitvoering van de taken van de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering; k. de uitvoering van de door de bewindspersoon vastgestelde subsidieregelingen op het terrein van het Europees Sociaal Fonds, van overige door de bewindspersoon vastgestelde regelingen op het terrein van werk en inkomen en van regelingen in opdracht van een partij buiten het ministerie voor zover de bewindspersoon de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering met de uitvoering van die regelingen heeft belast; l. de afhandeling van verzoeken tot vergoeding van schade geleden als gevolg van de implementatie van artikel 7 van Richtlijn 2003/88/EG; m. vervallen; n. de uitvoering van de taken van de Rijksschoonmaakorganisatie. 5 De plaatsvervangend secretaris-generaal is verantwoordelijk voor: a. het bij schriftelijk besluit toedelen van taken aan de onder hem ressorterende organisatieonderdelen en aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen; b. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de onder hem ressorterende organisatieonderdelen alsmede de hiervoor bedoelde werkgeversverplichtingen voor zover deze centraal georganiseerd zijn; c. artikel 4, vierde lid artikel 8, derde lid de personeelsaangelegenheden welke niet ingevolge, aan de secretaris-generaal zijn voorbehouden, dan wel ingevolge, tot de taken van een directeur-generaal of de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie behoren; d. het adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van zijn werkterrein als bedoeld in het vierde lid en het attenderen van de bewindspersonen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten ten aanzien van zijn werkterrein; e. artikel 2, onderdeel b het rapporteren aan de secretaris-generaal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in; f. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 2, onderdeel b de behandeling van klachten als bedoeld invoor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in; g. Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 Regeling materieelbeheer museale voorwerpen het materieel beheer overeenkomstig deen de; h. het vervullen van de rol van eigenaar van de Sociale Verzekeringsbank, met dien verstande dat de secretaris-generaal de plaatsvervangend secretaris-generaal vervangt bij diens afwezigheid of verhindering. 6 De plaatsvervangend secretaris-generaal is verantwoordelijk voor het CIO-stelsel en wijst de CIO van het ministerie aan. 2023 13272 09-05-2023 01-05-2023 2023-0000178299 2023 13272 09-05-2023 01-05-2023 2023-0000178299 10-05-2023 13-02-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Bevoegdheden plaatsvervangend secretaris-generaal#
Artikel 7 Bevoegdheden plaatsvervangend secretaris-generaal 1 artikel 6 De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met zijn werkterrein als bedoeld inen voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon of de secretaris-generaal. Van de volmacht, bedoeld in de eerste volzin, is evenwel uitgezonderd het aangaan van: a. overeenkomsten met de Landsadvocaat en andere juridische dienstverleners inzake advisering en procureurstelling alsmede het instellen van gerechtelijke procedures, tenzij deze overeenkomsten betrekking hebben op gerechtelijke procedures van (ex-)medewerkers inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking of op de invordering van geldvorderingen van de Staat; b. overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek alsmede overeenkomsten met betrekking tot meerjarige, structurele beleidsinformatievoorziening die het verzamelen, bewerken en leveren van beleidsinformatie betreffen, voor zover deze informatie primair bedoeld is voor ramingen en verdeelmodellen, dan wel verband houdt met verplichtingen die voortvloeien uit de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2008 of met verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen. 2 De bevoegdheden van de plaatsvervangend secretaris-generaal, bedoeld in het eerste lid, omvatten in elk geval mandaat, volmacht en machtiging ten aanzien van de volgende aangelegenheden: a. artikel 6 beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures voor zover deze betrekking hebben op zijn verantwoordelijkheden of werkterrein als bedoeld in; b. artikel 6, vijfde lid de in, genoemde aangelegenheden; c. het aangaan van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende hoofden van afdelingen, subafdelingen en bureaus en van teamleiders aan wie bevoegdheden zijn toegekend met betrekking tot personeelsaangelegenheden, voor zover het gaat om functies met het maximum van salarisschaal 13 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, mits hij van zijn voornemen daartoe vooraf melding heeft gemaakt in de Commissie Management Development; d. artikel 6 het instellen van tijdelijke projectorganisaties binnen zijn werkterrein als bedoeld in; e. artikel 2, onderdeel b de formatie van de organisatieonderdelen, genoemd in, een en ander met inachtneming van de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten en desbetreffende aanwijzingen van de secretaris-generaal; f. het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op de eigen verantwoordelijkheden of het eigen werkterrein. 2020 3241 20-01-2020 13-01-2020 2020-0000000453 2020 3241 20-01-2020 13-01-2020 2020-0000000453 21-01-2020 01-01-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Verantwoordelijkheden (programma-)directeuren-generaal en inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie#
Artikel 8 Verantwoordelijkheden (programma-)directeuren-generaal en inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 1 artikel 2 Elke (programma-)directeur-generaal en de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie geven rechtstreeks leiding aan de hoofden van de organisatieonderdelen welke ingevolgerechtstreeks onder elk van hen ressorteren. 2 Elke (programma-)directeur-generaal stelt de jaarplannen vast van de onder elk van hen ressorterende organisatieonderdelen. De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie stelt een jaarplan voor de gehele Nederlandse Arbeidsinspectie vast. Gegeven het budget dat door de secretaris-generaal aan de betreffende (programma-)directeur-generaal respectievelijk de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie ter beschikking is gesteld, kennen de (programma-)directeuren-generaal en de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie aan de functionarissen die leiding geven aan de onder hen ressorterende organisatieonderdelen, de budgetten toe waarover zij mogen beschikken. De (programma-)directeuren-generaal bewaken de voortgang van de uitvoering van jaarplannen van de onder hen ressorterende organisatieonderdelen. De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie bewaakt de voortgang van de uitvoering van het jaarplan van de gehele Nederlandse Arbeidsinspectie. 3 De (programma-)directeuren-generaal zijn verantwoordelijk voor: a. het bij schriftelijk besluit toedelen van taken aan de onder hen ressorterende organisatieonderdelen en aan de functionarissen die leiding geven aan deze organisatieonderdelen; b. artikel 4, vierde lid de personeelsaangelegenheden van de functionarissen die onder hen ressorteren, voor zover dit niet ingevolge, aan de secretaris-generaal is opgedragen; c. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de onder hen ressorterende organisatieonderdelen, met uitzondering van de bij de plaatsvervangend secretaris-generaal belegde centraal georganiseerde werkgeversverplichtingen; d. artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden het zorgdragen voor toedeling van de in onderdeel c bedoelde verantwoordelijkheid aan onder hen ressorterende functionarissen, voor zover deze functionarissen als bestuurder in de zin vanoptreden; e. het adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van hun eigen werkterrein en het attenderen van de bewindspersonen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten ten aanzien van dat werkterrein; f. het rapporteren aan de secretaris-generaal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de onder hen ressorterende organisatieonderdelen; g. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht de behandeling van klachten als bedoeld invoor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen; h. Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 Regeling materieelbeheer museale voorwerpen het materieel beheer overeenkomstig deen de. 4 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie, met dien verstande dat hij voor de toepassing van onderdeel f verantwoordelijk is voor het rapporteren aan de secretaris-generaal over de uitvoering van het jaarplan van de gehele Nederlandse Arbeidsinspectie. 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 19-09-2024 17-04-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Bevoegdheden (programma-)directeuren-generaal en inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie#
Artikel 9 Bevoegdheden (programma-)directeuren-generaal en inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 1 Elke (programma-)directeur-generaal is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met zijn werkterrein en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon of de secretaris-generaal. Van de volmacht, bedoeld in de eerste volzin, is evenwel uitgezonderd het aangaan van de volgende overeenkomsten: a. overeenkomsten met de Landsadvocaat en andere juridische dienstverleners inzake advisering en procureurstelling alsmede het instellen van gerechtelijke procedures; b. overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek alsmede overeenkomsten met betrekking tot meerjarige, structurele beleidsinformatievoorziening die het verzamelen, bewerken en leveren van beleidsinformatie betreffen, voor zover deze informatie primair bedoeld is voor ramingen en verdeelmodellen, dan wel verband houdt met verplichtingen die voortvloeien uit de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2008 of met verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen; c. overeenkomsten betreffende de organisatie van voorlichtings- en informatiecampagnes en de productie en distributie van voorlichtingsmateriaal; d. overeenkomsten betreffende externe advisering in het kader van voorlichtingsprojecten; e. overeenkomsten met de arbodienst en het centraal flankerend beleid ten behoeve van herplaatsers; f. overeenkomsten betreffende de technische infrastructuur, de hardware, de kantoorautomatiseringssoftware, de datacommunicatievoorzieningen en het technisch beheer van geautomatiseerde systemen, tenzij uit besluitvorming van de plaatsvervangend secretaris-generaal anders volgt; g. overeenkomsten betreffende de huisvesting en facilitaire voorzieningen ten behoeve van de Haagse vestigingen van het ministerie; h. overeenkomsten betreffende de gerechtelijke en buitengerechtelijke invordering van geldvorderingen van de Staat; i. overeenkomsten met betrekking tot systeemontwikkeling, licenties, functioneel beheer en onderhoud van applicaties van geautomatiseerde informatie- en salarissystemen, tenzij uit besluitvorming van de plaatsvervangend secretaris-generaal anders volgt. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie, met dien verstande dat hij tevens bevoegd is tot: a. a. het aangaan van overeenkomsten die betrekking hebben op de productie en distributie van voorlichtingsmateriaal, gericht op de communicatie van toezichtsbevindingen en van handhavings-, opsporings- en toezichtsactiviteiten; b. b. het aangaan van overeenkomsten die betrekking hebben op systeemontwikkeling, licenties, functioneel en netwerkbeheer en onderhoud van applicaties van voorlichtings- en documentatiesystemen ten behoeve van de handhavings-, opsporings- en toezichtstaken van de Nederlandse Arbeidsinspectie; c. c. het aangaan van de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen f en g, voor zover geen gebruik wordt gemaakt van de departementale infrastructuur en er geen sprake is van huisvesting in een gebouw waar tevens een ander organisatieonderdeel van het ministerie, niet zijnde de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering, is gehuisvest. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden van de (programma-)directeuren-generaal en de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie omvatten in elk geval mandaat, volmacht en machtiging ten aanzien van de volgende aangelegenheden: a. beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures voor zover deze betrekking hebben op hun eigen verantwoordelijkheden of werkterrein; b. artikel 8, derde lid de aangelegenheden, genoemd in; c. het aangaan van arbeidsovereenkomsten met de onder hen ressorterende hoofden van afdelingen, subafdelingen en bureaus en van teamleiders aan wie bevoegdheden zijn toegekend met betrekking tot personeelsaangelegenheden, voor zover het gaat om functies met het maximum van salarisschaal 13 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, mits zij van hun voornemen daartoe vooraf melding hebben gemaakt in de Commissie Management Development; d. het instellen van tijdelijke projectorganisaties binnen hun eigen werkterrein; e. de formatie van de onder hen ressorterende organisatieonderdelen, een en ander met inachtneming van de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten en desbetreffende aanwijzingen van de secretaris-generaal; f. het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op hun eigen werkterrein; g. het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen verantwoordelijkheden of werkterrein. 4 artikel 10, aanhef en onderdelen u en v De uitzonderingen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c, d, f, h en i, gelden niet voor de in het eerste lid genoemde bevoegdheden die de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie heeft in verband met zijn werkterrein beschreven in. 2026 14158 15-04-2026 07-04-2026 2026-0000083591 2026 14158 15-04-2026 07-04-2026 2026-0000083591 16-04-2026 19-06-2025
Artikel 10 — Artikel 10 Werkterrein directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie#
Artikel 10 Werkterrein directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie artikel 2, onderdeel c De directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in. Het werkterrein van de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie omvat in brede zin: a. het zorgdragen voor een effectief re-integratiebeleid, onder meer door een samenhangend pakket re-integratie-instrumenten en een effectieve en efficiënte inzet daarvan door de uitvoering door onder andere een regionale aanpak van het arbeidsmarktbeleid; b. het scheppen van voorwaarden voor het re-integreren van mensen met een sociale zekerheidsuitkering (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en bijstand) in betaalde arbeid of zelfstandig ondernemerschap, zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant; c. het doen inschakelen van mensen met en zonder uitkering in andere vormen van maatschappelijke participatie indien inschakeling in betaalde arbeid nog niet mogelijk blijkt, als stap op weg naar betaald werk; d. het formuleren van het beleid ten aanzien van de rechten en plichten van de sociale verzekeringen en voorzieningen, gericht op preventie, werk en bescherming, waaronder verstaan wordt het beleid op het terrein van armoede en schuldhulpverlening; e. het formuleren van het financieringsbeleid van de sociale verzekeringen en voorzieningen gericht op het stimuleren van werknemers, werkgevers en de uitvoering; f. het beheren van de relatie tussen het ministerie en de partners in het domein van werk en inkomen, zoals onder meer de uitvoeringsorganisaties en gemeenten; g. het vervullen van de rol van opdrachtgever van de uitvoeringsorganisaties van het ministerie; h. het adviseren van de secretaris-generaal over het maken van prestatieafspraken, het bewaken van de realisatie daarvan en – indien nodig – optreden; i. het aansturen van de samenwerking in de keten van uitvoeringsorganisaties en gemeenten, gericht op de toeleiding naar werk en het verstrekken van uitkeringen, met inbegrip van de gegevensinfrastructuur en het daartoe ondersteunende gegevensverkeer; j. het zorgdragen voor de ontwikkeling en het beheer van het uitvoeringsstelsel, waarbij innovatie centraal staat; k. het intra- en interdepartementaal coördineren van de regeldrukprogramma’s voor bedrijven, burgers, professionals en medeoverheden; l. het strategisch en eenduidig opereren in de regio door het ministerie en de afstemming hierover met andere departementen en de partners in het domein van werk en inkomen; m. het coördineren en maken van beleid op het gebied van de gegevensuitwisseling, privacy en beveiliging binnen het domein van werk en inkomen en aanpalende domeinen; n. het ontwikkelen van een handhavingsstrategie van het ministerie met systematische aandacht voor handhaven in alle onderdelen van de beleidscyclus en de hele keten van werk en inkomen gericht op de effectiviteit van de handhaving; o. het bevorderen van vernieuwingen in het handhavingsbeleid van het ministerie en de uitvoeringsorganisaties en het (doen) aanpakken van lacunes in beleid, wetgeving en uitvoering; p. het bevorderen van de samenhang in het handhavings- en opsporingsbeleid van het ministerie en de uitvoeringsorganisaties met het beleid van externe partijen; q. het zorgdragen voor de afwikkeling van de opgeheven Raad voor Werk en Inkomen en de opgeheven arbeidsvoorzieningsorganisatie; r. het ontwikkelen en uitvoeren van beleid gericht op inburgering; s. Remigratiewet het uitvoeren van de; t. het ontwikkelen en uitvoeren van beleid gericht op integratie en antidiscriminatie; u. het (waar nodig) leveren van een bijdrage aan generiek beleid zodanig dat het voor migranten in de samenleving toegankelijk en effectief is; v. het ten aanzien van integratievraagstukken ontwikkelen, onderhouden en beschikbaar stellen van kennis; w. de (inter)departementale beleidsvorming en het daarmee samenhangende financieel beheer inzake de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, mede voor zover dit geschiedt op het werkterrein van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal Werk en de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie. De directies die ressorteren onder voornoemde functionarissen blijven de hen toebedeelde taken en verantwoordelijkheden uitvoeren, met de bijbehorende bevoegdheden, maar leggen voor wat betreft de (inter)departementale beleidsvorming en het daarmee samenhangende financieel beheer inzake de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verantwoording af aan de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie; x. het zorgdragen voor de uitvoeringstaken van de bewindspersoon op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2025 37810 10-11-2025 31-10-2025 2025-0000244746 2025 37810 10-11-2025 31-10-2025 2025-0000244746 11-11-2025 19-06-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Werkterrein directeur-generaal Werk#
Artikel 11 Werkterrein directeur-generaal Werk artikel 2, onderdeel d De directeur-generaal Werk is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in. Het werkterrein van de directeur-generaal Werk omvat in brede zin: a. de algemeen-economische beleidsontwikkeling en het inkomensbeleid; b. het beleid met betrekking tot de bestrijding en preventie van arbeidsrisico's en ziekteverzuim; c. de wijze waarop arbeidsvoorwaarden worden vormgegeven (CAO’s, algemeen verbindend verklaren, medezeggenschap); d. arbeidsmigratie; e. de kaders voor de vormgeving van enkele specifieke arbeidsvoorwaarden (pensioenen, levensloop, arbeid en zorg); f. de strategievorming op het brede SZW-beleidsterrein; g. de departementale coördinatie van het internationale beleid en het uitdragen van en onderhandelen over de Nederlandse standpunten in multilateraal en bilateraal verband; h. de coördinatie van de advisering rond budgettaire en ordeningsvraagstukken in de collectieve sector, voor zover dit buiten het Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt-kader valt; i. de wijze waarop werkenden beschermd, behandeld en toegerust worden (arbeidsrecht, gelijke behandeling en diversiteit); j. het kinderopvangbeleid; k. het vervullen van de rol van opdrachtgever van de uitvoeringsorganisaties van het ministerie. 2016 23600 10-05-2016 28-04-2016 2016-0000108538 2016 23600 10-05-2016 28-04-2016 2016-0000108538 21-05-2016
Artikel 12 — Artikel 12 Werkterrein inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie#
Artikel 12 Werkterrein inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 1 artikel 2, onderdeel e De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de Nederlandse Arbeidsinspectie, die bestaat uit de organisatieonderdelen, genoemd in. Het werkterrein van de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie omvat in brede zin: a. het houden van toezicht op de naleving van wet- en regelgeving op de beleidsterreinen, waarvoor de bewindspersoon verantwoordelijkheid draagt, en het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten, alsmede het aan de bewindspersoon opgedragen toezicht op de werking van de stelsels van persoonsregistratie, certificering en keuringen en het aan de bewindspersoon opgedragen toezicht op de toezichtswerkzaamheden van door de bewindspersoon op grond van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsveiligheid, arbeidsgezondheid en productveiligheid aangewezen certificatie- en keuringsinstellingen die zijn belast met het verstrekken van certificaten, dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid alsook het op hun verzoek aanwijzen van instellingen als certificatie- of keuringsinstelling, als in dit onderdeel genoemd; b. het opsporen van strafbare feiten op de beleidsterreinen waarvoor de bewindspersoon verantwoordelijkheid draagt, het in het kader van deze opsporing constateren van andere strafbare feiten welke daarmee verband houden, het in verband met de opsporing van strafbare feiten verzamelen van criminele inlichtingen en het verwerken van persoonsgegevens binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, alsmede het opsporen van strafbare feiten op andere beleidsterreinen voor zover daartoe door het desbetreffende bestuursorgaan bevoegdheid is gegeven; c. hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de uitvoering van de taken, bedoeld in. 2 De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie geeft op verzoek van een der kamers van de Staten Generaal of een commissie uit een van die kamers een toelichting op het jaarverslag of een andere rapportage van de Nederlandse Arbeidsinspectie nadat het desbetreffende stuk aan de kamers ter kennisname is gebracht. De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie beperkt zich daarbij tot het geven van inlichtingen van feitelijke aard. De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie stelt de bewindspersoon terstond in kennis van een verzoek als hier bedoeld. 3 De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie is verantwoordelijk voor de verspreiding van jaarverslagen en inspectierapportages ten aanzien van de daarin opgenomen bevindingen, nadat de secretaris-generaal en de bewindslieden van het jaarverslag en de inspectierapportage kennis hebben kunnen nemen. 4 artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie De Nederlandse Arbeidsinspectie vervult de rol van verbindingsbureau detacheringsarbeid, bedoeld in. 5 De Nederlandse Arbeidsinspectie is verantwoordelijk voor het Informatieknooppunt SZW. 2022 3768 08-02-2022 31-01-2022 2022-0000012202 2022 3768 08-02-2022 31-01-2022 2022-0000012202 09-02-2022 10-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13 Opvolging van bevoegdheden door directies Nederlandse Arbeidsinspectie#
Artikel 13 Opvolging van bevoegdheden door directies Nederlandse Arbeidsinspectie 1 Waar in wet- en regelgeving bevoegdheden zijn toegekend aan de Arbeidsinspectie of aan de Inspectie SZW, aan ambtenaren van de Arbeidsinspectie of van de Inspectie SZW dan wel aan de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie of aan de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door de Nederlandse Arbeidsinspectie, ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie respectievelijk de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie. Waar in enig wettelijk voorschrift ambtenaren van de Arbeidsinspectie of van de Inspectie SZW zijn aangewezen als ambtenaren belast met toezicht op de naleving of opsporing, gelden die aanwijzingen nu voor de ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie, die daartoe bij de Nederlandse Arbeidsinspectie zijn aangesteld. 2 artikel 2, aanhef en onderdeel d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten De directie Opsporing is de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in. Waar in wet- en regelgeving bevoegdheden zijn toegekend aan de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst of aan de Inspectie SZW dan wel aan ambtenaren van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst of van de Inspectie SZW, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door de directie Opsporing respectievelijk ambtenaren van de directie Opsporing van de Nederlandse Arbeidsinspectie. 3 Waar in wet- en regelgeving bevoegdheden zijn toegekend aan de directie Arbeidsmarktfraude, de directie Arbeidsomstandigheden en de directie Major Hazard Control dan wel aan ambtenaren van die directies, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door de directie Meldingen en Verzoeken, dan wel de directie Toezicht respectievelijk ambtenaren van die directies. 2022 11451 29-04-2022 20-04-2022 2022-0000099152 2022 11451 29-04-2022 20-04-2022 2022-0000099152 01-05-2022
Artikel 13a — Artikel 13a Werkterrein programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering#
Artikel 13a Werkterrein programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering artikel 2, onderdeel f De programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in. Het werkterrein van de programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering omvat in brede zin: a. het vormgeven en ondersteunen van de door de Ambtelijke Commissie Uitvoering (ACU) benoemde programmatische en projectmatige activiteiten; b. het inspireren, signaleren, faciliteren, evalueren en het bieden van richting en support aan de Werk aan Uitvoering-beweging door interventies optimaal in te zetten bij de politiek, beleidsmakers en publieke dienstverleners; c. het werken aan domein overstijgende vereenvoudiging van wet- en regelgeving voor inkomensondersteuning vanuit het perspectief van burgers. 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 19-09-2024 17-04-2023
Artikel 13b — Artikel 13b Werkterrein Regeringscommissaris transitie pensioenen#
Artikel 13b Werkterrein Regeringscommissaris transitie pensioenen 1 De Regeringscommissaris transitie pensioenen staat beheersmatig onder leiding van de directeur-generaal Werk. 2 De Regeringscommissaris transitie pensioenen heeft de volgende taken: Instellingsbesluit Regeringscommissaris transitie pensioenen met dien verstande dat de Regeringscommissaris transitie pensioenen zijn taken uitvoert onder de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon, een en ander overeenkomstig het. a. het beoordelen en bevorderen van het verloop van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel; b. het volgen van de voortgang van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel en het signaleren van eventuele knelpunten; c. het gevraagd en ongevraagd adviseren van de bewindspersoon over de mogelijke maatregelen om eventuele knelpunten in de transitie weg te nemen; d. het bevorderen dat bij de transitie betrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen voor het tijdig en zorgvuldig doorlopen van de transitie; e. het stimuleren dat goede voorbeelden die bevorderlijk zijn voor het verloop van de transitie worden gedeeld, met inachtneming van de wettelijke kaders; 3 De Regeringscommissaris transitie pensioenen wordt in de taakuitoefening ondersteund door de directie Pensioenbeleid. 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 19-09-2024 01-01-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Uitoefening bevoegdheden#
Artikel 14 Uitoefening bevoegdheden 1 De uitoefening van vertegenwoordigingsbevoegdheden geschiedt binnen de grenzen van de vastgestelde taken en met inachtneming van het terzake geldende recht alsmede de voor de rijksdienst en voor het ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels. 2 De algemene bepalingen inzake organisatie, mandaat, volmacht en machtiging in dit besluit zijn tevens van toepassing ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden die krachtens ondermandaat respectievelijk doorverlening van volmacht en machtiging worden uitgeoefend. 3 Het uitoefenen van vertegenwoordigingsbevoegdheden die betrekking hebben op aangelegenheden met (mogelijke) financiële gevolgen geschiedt, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, met inachtneming van: a. de begrotingswet en de daarbij gegeven financiële ruimte; b. de voor de vertegenwoordigingsbevoegde geldende jaarplannen en budgetten; c. Comptabiliteitswet 2001 die wet het bepaalde bij en krachtens deen de aanwijzingen van de directeur Financieel-Economische Zaken op grond vanen de daarop berustende regelgeving; d. door de secretaris-generaal te stellen regels betreffende de (financiële) besturing van het ministerie. 4 Verleningen van mandaat, volmacht en machtiging zijn niet van toepassing: a. indien bij wettelijk voorschrift is bepaald dat verlening van de betreffende bevoegdheid niet mogelijk is; b. indien de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Wijze van ondertekening#
Artikel 15 Wijze van ondertekening 1 De afdoening van alle stukken waarvan de bewindspersonen aangeven dat zij deze zelf wensen af te doen, geschiedt door een bewindspersoon. 2 Tenzij de bewindspersonen anders te kennen geven, worden brieven ter beantwoording van persoonlijke brieven, gericht aan (een van) de bewindspersonen, ondertekend door een bewindspersoon. 3 De vertegenwoordigingsbevoegde is gehouden in de ondertekening van stukken die op basis van mandaat, volmacht of machtiging worden ondertekend, zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen. Dit doet hij door opneming van een van de volgende hieronder weergegeven formules: a. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde, naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde, functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde; b. De Minister van Werk en Participatie, namens deze, handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde, naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde, functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde. 4 Stukken kunnen met goedvinden van een bewindspersoon overeenkomstig de door hen geparafeerde minute worden ondertekend door de secretaris-generaal dan wel door een door de bewindspersoon aan te wijzen andere functionaris. Daartoe wordt een van de volgende formules opgenomen: a. Overeenkomstig het door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid genomen besluit, handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde, naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde, functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde; b. Overeenkomstig het door de Minister van Werk en Participatie genomen besluit, handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde, naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde, functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde. 5 In afwijking van het derde lid blijft de handtekening van de directeur Collectieve arbeidsovereenkomsten achterwege voor categorieën van beschikkingen die schriftelijk zijn aangewezen door de directeur-generaal Werk. 2026 14158 15-04-2026 07-04-2026 2026-0000083591 2026 14158 15-04-2026 07-04-2026 2026-0000083591 16-04-2026 23-02-2026
Artikel 16 — Artikel 16 Bevoegdheden voorbehouden aan bewindspersonen#
Artikel 16 Bevoegdheden voorbehouden aan bewindspersonen 1 Stukken, bestemd voor: worden vastgesteld en ondertekend door een bewindspersoon. a. de Koning; b. de Raad van State (van het Koninkrijk), voor zover betrekking hebbend op wetgeving; c. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk); d. de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal; e. de Algemene Rekenkamer; f. de Nationale ombudsman; en g. een extern advies- of overlegorgaan; 2 Ministeriële regelingen houdende algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld en ondertekend door een bewindspersoon. Indien bij of krachtens de wet waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen van een ministeriële regeling wordt verleend in de mogelijkheid van mandaatverlening is voorzien, kan een ministeriële regeling namens de bewindspersoon worden vastgesteld en ondertekend door hetzij de functionaris die daartoe bij of krachtens die wetsbepaling is aangewezen, hetzij de functionaris die daarvoor op grond van deze regeling in aanmerking komt. 3 Besluiten inzake het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon. 4 Besluiten inzake de definitieve buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden van meer dan € 1.000.000,– worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon. 5 Besluiten inzake kwijtschelding van vorderingen op derden van meer dan € 1.000.000,– worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon. 6 Kaderwet adviescolleges Besluiten tot instelling van een externe of interdepartementale commissie of een adviescollege in de zin van deen de benoeming van de leden van deze organen dan wel de inschakeling van externe personen die op verzoek van een bewindspersoon op persoonlijke titel en op individuele basis een bepaalde taak verrichten, worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon. 2015 41473 24-11-2015 13-11-2015 2015-0000250979 2015 41473 24-11-2015 13-11-2015 2015-0000250979 25-11-2015 01-09-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Commissies en adviescolleges#
Artikel 17 Commissies en adviescolleges 1 artikel 16, zesde lid Een voorstel tot het nemen van een besluit als bedoeld, wordt na schriftelijke instemming van de secretaris-generaal aan een bewindspersoon voorgelegd. 2 Besluiten tot de toekenning van vergoedingen en beloningen aan een externe of interdepartementale commissie, een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges, dan wel aan externe personen die op verzoek van een bewindspersoon op persoonlijke titel en op individuele basis een bepaalde taak verrichten, worden genomen na schriftelijke instemming van de secretaris-generaal. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Bij afwezigheid of verhindering van een vertegenwoordigingsbevoegde worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaten, volmachten en machtigingen. 2 Bij gelijktijdige afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal worden de taken en bevoegdheden van de secretaris-generaal waargenomen door de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie, de directeur-generaal Werk of de programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaten, volmachten en machtigingen. 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 2024 30043 18-09-2024 10-09-2024 2024-0000411975 19-09-2024 01-01-2024
Artikel 19 — Artikel 19 Bevoegdheid leidinggevende#
Artikel 19 Bevoegdheid leidinggevende Tenzij in deze regeling anders is bepaald, is de leidinggevende van een vertegenwoordigingsbevoegde te allen tijde bevoegd de aan deze verleende bevoegdheden zelf uit te oefenen. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009
Artikel 20 — Artikel 20 Eigen personeelsaangelegenheden#
Artikel 20 Eigen personeelsaangelegenheden Een vertegenwoordigingsbevoegde is niet bevoegd tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken op het gebied van personeelsaangelegenheden die betrekking hebben op hemzelf. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009
Artikel 21 — Artikel 21 Subsidies#
Artikel 21 Subsidies Vervallen 2011 22768 16-12-2011 07-12-2011 IVV/BSB/2011/21247 2011 22768 16-12-2011 07-12-2011 IVV/BSB/2011/21247 01-01-2012
Artikel 22 — Artikel 22 Overeenkomsten en opdrachten#
Artikel 22 Overeenkomsten en opdrachten 1 Het gebruik van een afgesloten raamovereenkomst is verplicht, behoudens toestemming van de houder van de raamovereenkomst om hiervan af te wijken. 2 Vervallen. 3 Indien de geraamde waarde van een voorgenomen opdracht € 33.000,– exclusief BTW of meer bedraagt, is inschakeling van de Rijksinkoopsamenwerking verplicht. 4 Vervallen. 5 artikel 3, eerste lid Een opdracht voor de externe inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadviezen, communicatieadvies of beleidsadvies wordt slechts verleend na voorafgaande instemming van een van de functionarissen, genoemd in. 6 Het vijfde lid is niet van toepassing op de RCN-unit SZW, gevestigd te Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2025 37810 10-11-2025 31-10-2025 2025-0000244746 2025 37810 10-11-2025 31-10-2025 2025-0000244746 11-11-2025 01-05-2025
Artikel 23 — Artikel 23 Doorverlening bevoegdheden#
Artikel 23 Doorverlening bevoegdheden 1 De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang mandateren of doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen. Zij kunnen daarbij bepalen dat deze ondermandaat kunnen verlenen respectievelijk volmacht en machtiging kunnen doorverlenen aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen. 2 artikel 3, eerste lid Bevoegdheden ten aanzien van de volgende aangelegenheden kunnen niet worden doorverleend aan andere dan de in, genoemde functionarissen: a. het aangaan van overeenkomsten met een waarde van € 500.000,– of meer, tenzij het betreft overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek in welk geval het mag gaan om overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 1.000.000,–; b. het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren; c. artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 het op grond vantoekennen van periodieke toeslagen voor zover het gaat om toeslagen om redenen van werving en behoud; d. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden van meer dan € 1.000.000,–; e. de formatie van organisatieonderdelen; f. artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het vaststellen en ondertekenen van beleidsregels als bedoeld in; g. het geven van opdracht tot het doen verrichten van een (intern) onderzoek naar integriteitsschending overeenkomstig de Leidraad Onderzoek Integriteitsschending. 3 Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid kunnen de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie hun bevoegdheden eveneens doorverlenen aan functionarissen die niet onder hen ressorteren, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt. 4 De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden. 5 In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, kan de plaatsvervangend secretaris-generaal de bevoegdheid doorverlenen aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 2025 37810 10-11-2025 31-10-2025 2025-0000244746 2025 37810 10-11-2025 31-10-2025 2025-0000244746 11-11-2025 19-09-2024
Artikel 24 — Artikel 24 Kennisgeving doorverlening bevoegdheden#
Artikel 24 Kennisgeving doorverlening bevoegdheden 1 De vertegenwoordigingsbevoegde brengt de door hem vastgestelde organisatie- mandaat- en volmachtbesluiten onmiddellijk en in elk geval voor de bekendmaking ter kennis aan de mandaat- respectievelijk volmachtgever en – indien deze niet tevens de directe leidinggevende is – aan de directe leidinggevende, alsmede aan de secretaris-generaal. 2 artikel 18 Binnen het ministerie wordt een mandaat-, volmacht- en machtigingsregister SZW bijgehouden. De vertegenwoordigingsbevoegde draagt zorg voor een juiste, volledige en tijdige aanlevering van de door hem vastgestelde besluiten tot doorverlening van mandaten, volmachten en machtigingen, alsmede van aanwijzingen van plaatsvervangers als bedoeld in, aan de beheerder van het mandaat-, volmacht- en machtigingsregister SZW. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009
Artikel 25 — Artikel 25 Aanwijzingen#
Artikel 25 Aanwijzingen 1 Aan de uitoefening van de bij dit besluit opgedragen taken en van de bij en krachtens dit besluit verleende bevoegdheden kunnen door iedere leidinggevende algemene en bijzondere aanwijzingen aan zijn ondergeschikten worden verbonden. 2 De vertegenwoordigingsbevoegde is gehouden de algemene en bijzondere aanwijzingen op te volgen. 3 Elke leidinggevende is gehouden toe te zien op de naleving door zijn ondergeschikten van deze en andere mandaat- en volmachtbesluiten en van de aan de uitoefening van het mandaat, de volmacht of machtiging verbonden algemene en bijzondere aanwijzingen. 4 De vertegenwoordigingsbevoegde is gehouden met inachtneming van de door zijn leidinggevende(n) te geven algemene en bijzondere aanwijzingen aan zijn leidinggevende(n) te rapporteren over de wijze waarop hij zijn taken heeft uitgeoefend en van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheden gebruik heeft gemaakt. De leidinggevende(n) kan/kunnen algemene en bijzondere aanwijzingen geven omtrent de vorm, inhoud, tijdstippen en perioden van de rapportage. 5 artikel 22, derde lid Alle in deze regeling genoemde bedragen zijn inclusief BTW, met uitzondering van het bedrag, genoemd in. 2013 13272 23-05-2013 14-05-2013 2013-0000040235 2013 13272 23-05-2013 14-05-2013 2013-0000040235 24-05-2013 01-01-2013
Artikel 26 — Artikel 26 Wijziging andere regeling#
Artikel 26 Wijziging andere regeling Wijzigt het Mandaatbesluit Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009 01-07-2007
Artikel 27 — Artikel 27 Wijziging andere regeling#
Artikel 27 Wijziging andere regeling Wijzigt het Mandaatbesluit SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2004. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009
Artikel 28 — Artikel 28 Wijziging andere regeling#
Artikel 28 Wijziging andere regeling Wijzigt het Mandaat projectdirectie Leren en Werken. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009
Artikel 29 — Artikel 29 Intrekking en nieuwe grondslag regelingen#
Artikel 29 Intrekking en nieuwe grondslag regelingen 1 Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004 Regeling taken en bevoegdheden bezwaar- en beroepszaken werktijdverkorting Heten deworden ingetrokken. 2 Mandaat projectdirectie Leren en Werken artikel 23, eerste lid Na inwerkingtreding van dit besluit berust hetop, van dit besluit. 3 artikel 22, eerste en derde lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004 artikel 23, eerste en derde lid Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de volgende regelingen die genomen zijn krachtensop, van deze regeling: a. Mandaatregeling Farbo de; b. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 april 2007, Directie Arbeidsmarkt, nr. AM/SAM/07/8691, houdende doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de directeur van het Agentschap SZW in verband met de uitvoering van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren, de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005 en de Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren de; c. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 april 2007, Directie Arbeidsmarkt, nr. AM/SAM/07/8687, houdende doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de directeur van het Agentschap SZW in verband met de uitvoering van de Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken 10.000 ID-banen de; d. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 april 2007, Directie Arbeidsmarkt, nr. AM/SAM/07/8692, houdende doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de directeur van het Agentschap SZW in verband met de uitvoering van de Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren 2007 de; e. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 april 2007, Directie Arbeidsmarkt, nr. AM/SAM/07/8688, houdende doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de directeur van het Agentschap SZW in verband met de uitvoering van de Tijdelijke aanvullende stimuleringsregeling regulier maken 10.000 ID-banen de; f. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 april 2007, Directie Arbeidsmarkt, nr. AM/SAM/07/8689, houdende doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de directeur van het Agentschap SZW in verband met de uitvoering van de Tijdelijke stimuleringsregeling leer-/werktrajecten de; g. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 april 2007, Directie Arbeidsmarkt, nr. AM/SAM/07/8690, houdende doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de directeur van het Agentschap SZW in verband met de uitvoering van de Tijdelijke subsidieregeling stimuleren leeftijdsbewust beleid de; h. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 mei 2007, nr. AV/IR/2007/15381, houdende doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de directeur van het Agentschap SZW in verband met de uitvoering van de Tijdelijke Subsidieregeling Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen de. 2017 50918 11-09-2017 20-07-2017 2017-0000118860 2017 50918 11-09-2017 20-07-2017 2017-0000118860 12-09-2017
Artikel 30 — Artikel 30 Inwerkingtreding#
Artikel 30 Inwerkingtreding artikel 26, onderdeel A Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009, met dien verstande datterugwerkt tot en met 1 juli 2007. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009
Artikel 31 — Artikel 31 Citeertitel#
Artikel 31 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009. 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 2008 249 23-12-2008 10-12-2008 PO&I/2008/34894 01-01-2009