Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 22 maart 2009, nr. WJZ/9055290, houdende regels betreffende de universele postdienst (Postregeling 2009)
- BWB-id
- BWBR0025578
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-10-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025578
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/postregeling-2009
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/postregeling-2009/2022-10-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025578&g=2022-10-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025578&z=2026-06-06&g=2022-10-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025578/2022-10-07
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/postregeling-2009
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. besluit: Postbesluit 2009 het; c. dienstverleningspunt: artikel 16, zevende lid, van de wet een dienstverleningspunt als bedoeld in; d. jaarlijkse rapportage: artikel 23, eerste lid, van de wet de jaarlijkse rapportage, bedoeld in; e. verordening (EU) nr. 2018/644: Verordening (EU) nr. 2018/644 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 april 2018 betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten (PbEU 2018, L 112/19). 2018 28138 17-05-2018 08-05-2018 WJZ/18018873 2018 28138 17-05-2018 08-05-2018 WJZ/18018873 22-05-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Voor de afmeting van de poststukken die voor postvervoer binnen Nederland onder de universele postdienst vallen, geldt dat de grootste afmeting ten hoogste honderd centimeter bedraagt en de overige afmetingen ten hoogste vijftig centimeter bedragen, waarbij een afwijking van twee millimeter is toegestaan. 2 Voor de afmeting van de poststukken die voor postvervoer binnen Nederland onder de universele postdienst vallen, geldt dat de kleinste afmeting ten minste 14 centimeter in de lengte en 9 centimeter in de breedte bedraagt. In rolvorm mogen de poststukken niet kleiner zijn dan 10 centimeter in de lengte. De som van de lengte en tweemaal de middellijn mag niet kleiner zijn dan 17 centimeter. 3 Poststukken met kleinere afmetingen dan genoemd in het tweede lid, vallen onder de universele postdienst indien zij zijn voorzien van een adreslabel van minimaal 7 bij 10 centimeter. 4 Voor de afmeting van de poststukken die voor postvervoer van en naar Nederland onder de universele postdienst vallen, zijn de afmetingen die voortvloeien uit de akten van de Wereldpostunie van toepassing. 2009 61 30-03-2009 22-03-2009 WJZ/9055290 2009 156 30-03-2009 25-03-2009 01-04-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Postwet 2009 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 7, eerste lid, van het besluit artikel 4a van het besluit Poststukken die overeenkomstig, zijn gedeponeerd of afgegeven voor postvervoer binnen Nederland, worden in elk geval vervoerd met de standaard overnight service, bedoeld in. 2 In afwijking van het eerste lid, kan de verlener van de universele postdienst in de algemene voorwaarden bepalen dat gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste 21 dagen in de maand december de poststukken zijnde losse brieven enkel worden vervoerd met de standaard overnight service indien deze brieven tijdig op een dienstverleningspunt zijn aangeboden en voldoende gefrankeerd zijn. 3 De verlener van de universele postdienst maakt jaarlijks voor 1 november de periode, bedoeld in het tweede lid, aan de Autoriteit Consument en Markt bekend. 4 De verlener van de universele postdienst kondigt de periode, bedoeld in het tweede lid, op genoegzame wijze aan het publiek aan. 5 De verlener van de universele postdienst biedt in de periode, bedoeld in het tweede lid, op de dienstverleningspunten voldoende gelegenheid aan het publiek voor het aanbieden van losse brieven. 2015 44601 07-12-2015 01-12-2015 WJZ/15064668 2015 44601 07-12-2015 01-12-2015 WJZ/15064668 01-01-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 4b van het besluit bijlage 1 Een volledig assortiment van diensten als bedoeld in, bevat de diensten en activiteiten die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2 bijlage 2 Een nagenoeg volledig assortiment van diensten bevat de diensten en activiteiten die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende. 3 De verlener van de universele postdienst kan een dienstverleningspunt in een woonkern met minder dan 5000 inwoners zonder winkelgebied sluiten indien: a. de sluiting het gevolg is van opzegging of bedrijfsbeëindiging door de ondernemer met wie de verlener van de universele postdienst een overeenkomst tot exploitatie van een dienstverleningspunt heeft gesloten of b. voor de inwoners van de woonkern binnen een straal van vijf kilometer een ander dienstverleningspunt is met een volledig of nagenoeg volledig assortiment van diensten en de omzet in zegelwaarden van het te sluiten dienstverleningspunt minder is dan € 11.500 per jaar. 2015 44601 07-12-2015 01-12-2015 WJZ/15064668 2015 44601 07-12-2015 01-12-2015 WJZ/15064668 01-01-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 20, eerste lid, van de wet Een voor aflevering van poststukken bestemde brievenbus als bedoeld in, is zo dicht mogelijk bij de rijbaan van een voor motorrijtuigen op meer dan twee wielen berijdbare openbare weg aangebracht. Deze brievenbussen zijn van de weg af zonder belemmering bereikbaar. 2 Met een openbare weg als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een weg die: a. gedurende het gehele jaar onbelemmerd kan worden bereden door een motorvoertuig op meer dan twee wielen met een snelheid van ten minste 40 kilometer per uur; b. geen doodlopende weg is en c. de gelegenheid biedt de bestelroute zonder omwegen te vervolgen. 3 Aan of nabij de brievenbussen behoort door een nummer op duidelijke wijze te zijn aangegeven, bij welke woning, gebouw of gedeelte daarvan zij behoren. 4 Brievenbussen in of aan gebouwen of woningen zijn zodanig aangebracht of geplaatst dat zij te bereiken zijn binnen tien meter van de grens van een weg, waaronder mede worden verstaan de daartoe behorende trottoirs, paden, bermen en taluds. 5 De in het eerste lid gestelde voorwaarde is niet van toepassing op groepsgewijs geplaatste brievenbussen, die: a. ten dienste van galerijflats zijn geplaatst op rechtstreeks met een lift bereikbare niveaus van die flats, mits de brievenbussen ten dienste van alle op één niveau aanwezige en vanuit één en dezelfde lift bereikbare woningen zich in de onmiddellijke nabijheid van de lift bevinden, of b. ten dienste van alle overige collectieve gebouwen zo dicht mogelijk bij de ingang van dat gebouw zijn aangebracht. 6 Brievenbussen ten dienste van geadresseerden die op recreatieterreinen verblijven, worden groepsgewijs bij de ingang van een zodanig terrein geplaatst. Bij gebreke hiervan kunnen poststukken door of namens de terreinbeheerder in ontvangst worden genomen of door de geadresseerden op een daartoe door een verlener van de universele postdienst aan te wijzen postinrichting worden afgehaald. 7 Behoudens gevallen als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, is het niveau waarop de brievenbussen worden bediend gelegen op niet meer dan 2,5 meter boven of beneden het wegdek. 2009 61 30-03-2009 22-03-2009 WJZ/9055290 2009 156 30-03-2009 25-03-2009 01-04-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Postwet 2009 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De vorm en de kleur van de brievenbussen is zodanig, dat verwarring met voor het publiek bestemde brievenbussen van een verlener van de universele postdienstverlener niet mogelijk is. 2 De brievengleuf is horizontaal in een verticaal vlak of in het bovenvlak van de brievenbus aangebracht en bevindt zich op 1,1 meter of in ieder geval niet lager dan 0,6 meter of hoger dan 1,8 meter boven het niveau, waarop de brievenbus wordt bediend. 3 De afmetingen van de vrije inwerpopening bedragen in de lengte ten minste 265 mm te en in de breedte 32 mm. 4 De inwerpopening is zo uitgevoerd, dat het bedienen van de brievenbus zonder gevaar voor verwondingen kan geschieden. 5 Indien zich achter de inwerpgleuf een ruimte bevindt, bestemd voor de bewaring van poststukken, dan is de inwendig bruikbare breedte ten minste 270 mm en zijn de twee andere inwendige bruikbare afmetingen ten minste 150 en 380 mm. 2009 61 30-03-2009 22-03-2009 WJZ/9055290 2009 156 30-03-2009 25-03-2009 01-04-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Postwet 2009 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 25, tweede lid, van de wet artikelen 7a tot en met 7d De verlener van de universele postdienst rekent alleen de daadwerkelijke kosten, bedoeld in, van de universele postdienst overeenkomstig de, toe aan de universele postdienst, met dien verstande dat hij daartoe in ieder geval: a. alleen kosten die voor de universele postdienst zijn gerealiseerd, toerekent aan de universele postdienst; b. de voordelen die ontstaan doordat de verlener van de universele postdienst dezelfde productiemiddelen gebruikt voor het verrichten van de universele postdienst en zijn andere activiteiten evenredig verdeelt over de universele postdienst en die andere activiteiten. 2 De verlener van de universele postdienst rekent de volgende kosten niet toe aan de universele postdienst: a. kosten van vreemd vermogen, eigen vermogen of genomen risico’s; b. een opslag voor rendement in de tarieven die anderen in rekening brengen voor het uitvoeren van gedeelten van de universele postdienst; c. goodwill; d. dotaties aan voorzieningen en vrijval van voorzieningen; e. afschrijvingskosten van materiële vaste activa die niet in gebruik zijn voor de universele postdienst of niet meer in gebruik zijn voor de universele postdienst; f. artikel 27 van de Mededingingswet kosten die veroorzaakt worden door het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld inmet een ander postvervoerbedrijf. 3 De daadwerkelijke kosten, bedoeld in het eerste lid, worden toegerekend aan de universele postdienst als geheel. 2019 56220 11-10-2019 04-10-2019 WJZ/19229334 2019 56220 11-10-2019 04-10-2019 WJZ/19229334 12-10-2019
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 Bij de toerekening van de kosten aan de universele postdienst hanteert de verlener van de universele postdienst een kostentoerekeningsysteem dat: a. voldoet aan de beginselen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit; b. gebruik maakt van de berekeningsmethode activity based costing; c. inzichtelijk maakt hoe de hoogte van de toe te rekenen kosten is bepaald; d. de kosten zoveel mogelijk rechtstreeks toerekent; e. het oorzakelijk verband aangeeft tussen de kosten en daaraan ten grondslag liggende kostenveroorzakers; f. de kosten slechts eenmaal toerekent; g. de toerekening van de kosten van anderen voor ieder gedeelte van de universele postdienst dat de verlener van de universele postdienst door anderen laat uitvoeren inzichtelijk maakt; h. de kosten op een zodanig gedetailleerd niveau toerekent dat daarmee de daadwerkelijke kosten bepaald kunnen worden. 2 artikelen 7 tot en met 7d Indien de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat het kostentoerekeningsysteem niet voldoet aan de in degestelde eisen, brengt de verlener van de universele postdienst het kostentoerekeningsysteem binnen twee maanden na die vaststelling alsnog in overeenstemming met die eisen. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b 1 De verlener van de universele postdienst rekent de directe kosten die uitsluitend voor de universele postdienst worden gemaakt toe aan de universele postdienst. 2 artikelen 7c 7d Andere kosten dan de kosten, bedoeld in het eerste lid, rekent de verlener van de universele postdienst slechts toe aan de universele postdienst voor zover dat op grond van deenmogelijk is. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7c — Artikel 7c#
Artikel 7c 1 De verlener van de universele postdienst rekent de gezamenlijke kosten die gelijktijdig en zonder onderscheid gemaakt worden zowel voor de universele postdienst als voor andere activiteiten als volgt toe aan de universele postdienst: a. voor zover deze kosten op basis van een rechtstreekse analyse van de herkomst van deze kosten kunnen worden toegerekend aan de universele postdienst, worden ze met inachtneming van het bepaalde in het tweede tot en met vierde lid, toegerekend aan de universele postdienst; b. voor zover toerekening op basis van een rechtstreekse analyse, bedoeld in onderdeel a, niet mogelijk is, worden deze kosten toegerekend aan de universele postdienst op basis van een onrechtstreekse koppeling met een andere kostencategorie of groep van kostencategorieën waarvoor een directe toerekening mogelijk is en die een kostenstructuur kent die vergelijkbaar is met die van deze gezamenlijke kosten; c. voor zover toerekening van deze kosten niet mogelijk is op basis van onderdeel a of onderdeel b, worden deze kosten toegerekend aan de universele postdienst op basis van een algemene kostenverdeling die wordt berekend op grond van de verhouding tussen: 1°. alle kosten die direct of indirect aan de universele postdienst worden toegerekend, en 2°. alle kosten die direct of indirect aan de andere activiteiten worden toegerekend. 2 wet In de rechtstreekse analyse, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, worden de kosten die uitsluitend gemaakt worden op grond van de eisen die bij of krachtens deaan de universele postdienst worden gesteld, toegerekend aan de universele postdienst, voor zover: a. de aldus berekende kosten niet gemaakt zouden worden zonder universele postdienst; b. de andere activiteiten niet wezenlijk wijzigen als deze kosten niet gemaakt worden. 3 Voor zover de kosten van een postdienst lager zouden zijn als die dienst zelfstandig in plaats van in combinatie met de universele postdienst zou worden verricht, worden in de rechtstreekse analyse, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, de kosten van zelfstandige aanbieding van die dienst in mindering gebracht op de gezamenlijke kosten, met dien verstande dat de kosten van zelfstandige aanbieding worden berekend met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de berekende kosten zijn niet lager dan zonder universele postdienst mogelijk zou zijn, b. de berekende kosten maken daadwerkelijk een zelfstandige aanbieding van die dienst mogelijk, en c. de dienst die daadwerkelijk wordt verricht, is gelijk is aan de dienst op basis waarvan de kosten zijn berekend. 4 In de rechtstreekse analyse, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, worden voor zover andere diensten dan postdiensten geen enkele invloed hebben op de gezamenlijke kosten, de kosten van deze diensten niet in mindering gebracht op de gezamenlijke kosten die worden toegerekend aan de universele postdienst. 2021 44281 22-10-2021 14-10-2021 WJZ/19243619 2021 44281 22-10-2021 14-10-2021 WJZ/19243619 01-11-2021
Artikel 7d — Artikel 7d#
Artikel 7d De verlener van de universele postdienst rekent de gemeenschappelijke kosten die zonder onderscheid gemaakt worden ten behoeve van zowel de universele postdienst als alle andere activiteiten, en die niet kunnen worden toegerekend op basis van het gebruik van productiemiddelen, toe aan de universele postdienst aan de hand van dezelfde kostendrijvers als de kostendrijvers die hij gebruikt voor de toerekening van deze kosten aan andere activiteiten. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 22, derde lid, van de wet De boekhouding van de verlener van de universele postdienst, bedoeld in, wordt ingericht overeenkomstig consequent toegepaste, objectief gerechtvaardigde en algemeen aanvaardbare normen voor bedrijfsadministratie. 2 artikel 7a De boekhouding van de verlener van universele postdienst geeft de kosten, zoals toegerekend op grond van het kostentoerekeningssysteem bedoeld in, en de opbrengsten van de universele postdienst weer. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De verlener van de universele postdienst verstrekt de jaarlijkse rapportage voor 1 juni aan de Autoriteit Consument en Markt. De rapportage heeft betrekking op het kalenderjaar voorafgaand aan de indiening ervan en bevat ten minste: a. het aantal dienstverleningspunten, uitgesplitst naar soort, aan het einde van elk kwartaal; b. de verspreiding van de dienstverleningspunten over Nederland; c. artikel 4b van het besluit de verantwoording van de meetmethodiek voor de bepaling van de straal van vijf kilometer, bedoeld in; d. artikel 4b, onderdeel b artikel 4c van het besluit de verantwoording van de bepaling van het inwoneraantal van een woonkern als bedoeld in, en; e. artikel 4b van het besluit een verantwoording van de systematiek ter vaststelling of is voldaan aan de spreidingsnormen van; f. de datering van de gehanteerde bronnen; g. wet besluit een definitie van gehanteerde begrippen, voor zover die afwijken van de begrippen van de, hetof deze regeling. 2015 44601 07-12-2015 01-12-2015 WJZ/15064668 2015 44601 07-12-2015 01-12-2015 WJZ/15064668 01-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 4a van het besluit De jaarlijkse rapportage gaat vergezeld van het resultaat van een meting van de verlener van de universele postdienst over het voorafgaande kalenderjaar van de kwaliteit van het postvervoer binnen Nederland van brieven met de standard overnight service, bedoeld in. 2 De verlener van de universele postdienst laat de meting, bedoeld in het eerste lid, maandelijks uitvoeren door een onafhankelijke en deskundige instelling. 3 De verlener van de universele postdienst legt aan de Autoriteit Consument en Markt voor 1 juni van het kalenderjaar na de meting over: a. de algehele uitkomsten van de meting; b. een toelichting bij de uitkomsten; c. een nauwkeurige omschrijving van de door de instelling toegepaste meetsystematiek. 2015 44601 07-12-2015 01-12-2015 WJZ/15064668 2015 44601 07-12-2015 01-12-2015 WJZ/15064668 01-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 8 De jaarlijkse rapportage gaat vergezeld van een financiële verantwoording van de verlener van de universele postdienst over de activiteiten ter uitvoering van de universele postdienst die is gebaseerd op de boekhouding van de verlener van de universele postdienst, bedoeld in. 2 De financiële verantwoording heeft betrekking op de uitvoering van de universele postdienst in het voorafgaande jaar en bevat: a. een overzicht van de daadwerkelijke kosten van de universele postdienst; b. een overzicht van de gerealiseerde volumes uitgesplitst naar: 1°. de universele postdienst, en 2°. de andere activiteiten van de verlener van de universele postdienst; c. de gegevens over de behaalde financiële resultaten en het behaalde rendement uit de activiteiten ter uitvoering van de universele postdienst zoals deze zijn opgenomen in een overzicht van de opbrengsten en de kosten aan de hand waarvan het netto bedrijfsresultaat van de activiteiten ter uitvoering van de universele postdienst kan worden vastgesteld en daarbij gehanteerde verdeelsleutels; d. een overzicht van: 1°. artikel 7c de gezamenlijke kosten, bedoeld in, 2°. artikel 7d de gemeenschappelijke kosten, bedoeld in, 3°. de mate waarin de in subonderdelen 1° en 2° bedoelde kosten zijn toegerekend aan de universele postdienst of aan de andere activiteiten, en 4°. artikelen 7c, eerste lid 7d een onderbouwing van de keuze voor de bij de onder 3° bedoelde toerekening gehanteerde toerekeningswijze en de gehanteerde verdeelsleutel, bedoeld in de, en; e. een aansluiting op de jaarrekening van de verlener van de universele postdienst van het resultaat van de universele postdienst waaruit het resultaat blijkt van de andere activiteiten; f. een toelichting die inzichtelijk maakt welke factoren een grote invloed hebben op de kosten en het resultaat; g. een overzicht van de kosten van de universele postdienst die niet meebewegen met de volumes van de universele postdienst. 3 De verlener van de universele postdienst legt bij de financiële verantwoording de vastgestelde jaarrekening en het vastgestelde jaarverslag over van het jaar waarop de financiële verantwoording betrekking heeft. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De jaarlijkse rapportage gaat vergezeld van een verklaring van een accountant die onafhankelijk is van de verlener van de universele postdienst. 2 De verklaring heeft betrekking op de controle van de accountant op: a. artikel 7a de wijze van inrichting van het kostentoerekeningsysteem, bedoeld in; b. artikel 7a de vaststelling van de kosten en opbrengsten van de universele postdienst op grond van het kostentoerekeningsysteem, bedoeld in; c. artikel 8 de inrichting van de boekhouding, bedoeld in; d. artikel 9 het beleid ten aanzien van de dienstverleningspunten, bedoeld in; e. artikel 10 de kwaliteit van de overnight service, bedoeld in; f. artikel 11 de financiële verantwoording, bedoeld in; g. artikelen 7 tot en met 7d de wijze van de berekening en van de vaststelling van de daadwerkelijke kosten, bedoeld in de; h. artikel 11, tweede lid, onderdeel b de vaststelling van de gerealiseerde volumes, bedoeld in. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De verlener van de universele postdienst meldt ieder voornemen tot wijziging van zijn kostentoerekeningsysteem aan de Autoriteit Consument en Markt uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment dat hij die wijziging wil aanbrengen in zijn kostentoerekeningsysteem. In de melding beschrijft en motiveert hij de voorgenomen wijziging. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a De verlener van de universele postdienst overlegt uiterlijk op 1 maart 2014 de volgende informatie over het kostentoerekeningsysteem aan de Autoriteit Consument en Markt: a. een beschrijving van de organisatiestructuur en van de financiële verantwoordingsstructuur van de verlener van de universele postdienst en de onderneming waarvan de verlener van de universele postdienst deel uitmaakt; b. een beschrijving en onderbouwing van de methode voor vaststelling van de omvang van de aan de universele postdienst en aan de andere activiteiten toe te rekenen kosten en de daarbij gehanteerde waarderingsgrondslagen en afschrijvingstermijnen uitgesplitst naar: 1°. de universele postdienst, 2°. de andere activiteiten van de verlener van de universele postdienst; c. artikel 11, tweede lid, onderdeel d, onderdeel 4° een beschrijving en onderbouwing van de toerekeningswijze, bedoeld in, met dien verstande dat daarbij ten minste op het volgende wordt ingegaan: 1°. artikelen 7c 7d de algemene uitgangspunten die zijn gehanteerd bij de toerekening van de kosten, bedoeld in deen, en 2° de gehanteerde (hulp-)kostenplaatsen, (hulp-)kostendragers en verdeelsleutels en de wijze waarop voorgenoemde componenten zijn gebaseerd op de methode van activity based costing; d. artikel 7a een functionele beschrijving van het kostentoerekeningsysteem, dat wordt gehanteerd op basis van. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b, tweede lid, onderdelen a, b en c, derde lid, onderdelen a en b, en vierde lid van de wet Het percentage waarmee alle enkelstukstarieven voor het verlenen van de universele postdienst met betrekking tot het postvervoer van poststukken, als bedoeld in, tezamen jaarlijks gemiddeld mogen stijgen is het verschil tussen de enkelstukstarieven die de verlener van de universele dienst voor dit postvervoer hanteert en de totale tariefruimte. 2 De totale tariefruimte bestaat uit de basis tariefruimte en de aanvullende tariefruimte. 3 bijlage 3 De totale tariefruimte wordt door de Autoriteit Consument en Markt berekend overeenkomstig de formule in onderdeel A vanen wordt uitgedrukt in een maximaal gemiddeld tarief per eenheid volume voor alle in het eerste lid genoemde postdiensten tezamen. 4 Zodra de Autoriteit Consument en Markt opnieuw de basis tariefruimte heeft berekend, vervallen de eerder berekende basis tariefruimte en aanvullende tariefruimten. 2014 10399 14-04-2014 11-04-2014 WJZ/14056648 2014 10399 14-04-2014 11-04-2014 WJZ/14056648 15-04-2014 29-01-2014
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 De basis tariefruimte wordt uiterlijk op 1 september 2014 bepaald en vervolgens uitsluitend opnieuw bepaald indien: a. de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat het kostentoerekeningsysteem van de verlener van de universele postdienst niet voldoet aan de in de artikelen 7 tot en met 7d gestelde eisen, of b. de verlener van de universele postdienst zijn kostentoerekeningsysteem wijzigt of heeft gewijzigd. 2 artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b, tweede lid, onderdelen a, b en c, derde lid, onderdelen a en b, en vierde lid van de wet De basis tariefruimte wordt berekend voor alle enkelstukstarieven voor het verlenen van de universele postdienst met betrekking tot het postvervoer van poststukken, als bedoeld in, tezamen. 3 bijlage 3 De basis tariefruimte wordt berekend overeenkomstig de formule in onderdeel B van. 4 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan de Autoriteit Consument en Markt afzien van het opnieuw bepalen van de basis tariefruimte indien de wijziging beperkt van aard is. 2014 10399 14-04-2014 11-04-2014 WJZ/14056648 2014 10399 14-04-2014 11-04-2014 WJZ/14056648 15-04-2014 29-01-2014
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b 1 De aanvullende tariefruimte voor het komende kalenderjaar wordt jaarlijks uiterlijk op 1 september bepaald. 2 artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b, tweede lid, onderdelen a, b en c, derde lid, onderdelen a en b, en vierde lid van de wet De aanvullende tariefruimte wordt berekend voor alle enkelstukstarieven voor het verlenen van de universele postdienst met betrekking tot het postvervoer van poststukken, als bedoeld in, tezamen. 3 bijlage 3 De aanvullende tariefruimte wordt berekend overeenkomstig de formule in onderdeel C vanen wordt weergegeven in een factor waarin de ontwikkeling van het maximaal gemiddelde tarief wordt uitgedrukt. 2014 10399 14-04-2014 11-04-2014 WJZ/14056648 2014 10399 14-04-2014 11-04-2014 WJZ/14056648 15-04-2014 29-01-2014
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c De berekening van de basis tariefruimte onderscheidenlijk de aanvullende tariefruimte vindt plaats op basis van de gegevens uit de financiële verantwoording over het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de basis tariefruimte wordt bepaald onderscheidenlijk het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvullende tariefruimte wordt bepaald, met uitzondering van de consumentenprijsindex. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 De artikelen II en III van Stcrt. 2014/2401 bevatten
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14d — Artikel 14d#
Artikel 14d 1 artikel 14c artikel 14a, eerste lid, onderdelen a en b In afwijking van, vindt in de situaties, genoemd in, de berekening van de basis tariefruimte en de aanvullende tariefruimte plaats op basis van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van de consumentenprijsindex. 2 De verlener van de universele postdienst overlegt in de situaties, bedoeld in eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt: artikel 14a, eerste lid, onderdeel a met dien verstande dat die gegevens zijn gebaseerd op het kostentoerekeningsysteem zoals ingericht na invoering van de wijziging overeenkomstig de vaststelling, bedoeld in, of de melding, bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b. a. artikel 11, tweede lid de in, genoemde gegevens, en b. artikel 13a de in, bedoelde gegevens, 3 De verlener van de universele postdienst overlegt: artikel 14a, eerste lid, onderdeel a artikel 13 na de dag waarop de vaststelling, bedoeld in, of de melding, bedoeld in, is gedaan. a. de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde gegevens: binnen drie maanden, b. de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde gegevens: binnen twee maanden, 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 De artikelen II en III van Stcrt. 2014/2401 bevatten
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14e — Artikel 14e#
Artikel 14e 1 artikel 14d, tweede lid De verlener van de universele postdienst overlegt gelijktijdig met de gegevens, bedoeld in, aan de Autoriteit Consument en Markt een verklaring van een accountant die onafhankelijk is van de verlener van de universele postdienst en die betrekking heeft op de controle van die accountant op: a. artikel 14d, tweede lid de in, bedoelde gegevens, en b. de inrichting van het gewijzigde kostentoerekeningsysteem van de verlener van de universele postdienst. 2 De verklaring gaat vergezeld van het controleplan, het controleverslag van de accountant en het oordeel van de accountant over zijn controle. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 De artikelen II en III van Stcrt. 2014/2401 bevatten
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14f — Artikel 14f#
Artikel 14f artikelen 14, eerste, tweede en derde lid 14b, derde lid In afwijking van de, en, wordt de aanvullende tariefruimte voor 2023 vastgesteld op de factor 1,0809 en de totale tariefruimte op € 2,2315. 2022 26392 06-10-2022 03-10-2022 WJZ/22275187 2022 26392 06-10-2022 03-10-2022 WJZ/22275187 07-10-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 24, eerste lid, van de wet artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b, tweede lid, onderdelen a, b en c, derde lid, onderdelen a en b, en vierde lid van de wet artikel 14 De verlener van de universele postdienst kan in een kalenderjaar de tarieven, bedoeld in, of een wijziging hiervan vaststellen voor het verlenen van de universele postdienst met betrekking tot het postvervoer van poststukken, als bedoeld in, tegen enkelstukstarief, voor zover daarmee de gemiddelde omzet per eenheid volume van de voorgenoemde postdiensten ten hoogste gelijk is aan het door de Autoriteit Consument en Markt berekende maximaal gemiddeld tarief, bedoeld in. 2 artikel 24, eerste lid, van de wet De gemiddelde omzet per eenheid volume, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op de volumeaandelen van de postdiensten, waarvoor de verlener van de universele postdienst de tarieven, bedoeld in, vaststelt, die zijn gerealiseerd in het kalenderjaar voorgaand aan het jaar waarin laatstelijk de aanvullende tariefruimte is bepaald. 3 In afwijking van het tweede lid, kunnen de volumeaandelen, bedoeld in het tweede lid, gebaseerd worden op de volumeaandelen van een later kalenderjaar: a. op verzoek van de verlener van de universele postdienst; b. indien de indeling of samenstelling van de postdiensten, bedoeld in het tweede lid, door de verlener van de universele postdienst is of wordt gewijzigd. 4 De verlener van de universele postdienst dient een verzoek, als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, voor 1 juni in bij de Autoriteit Consument en Markt. Bij het verzoek legt hij een verklaring over van de accountant, aangaande de juistheid en de volledigheid van de verstrekte volumeaandelen. 2021 44281 22-10-2021 14-10-2021 WJZ/19243619 2021 44281 22-10-2021 14-10-2021 WJZ/19243619 01-11-2021
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De verlener van de universele postdienst legt uiterlijk één maand voordat hij een tarief of wijziging daarvan vaststelt, dit tarief of de wijziging ter toetsing voor aan de Autoriteit Consument en Markt, onder overlegging van de volgende gegevens: a. artikel 15, eerste lid de tarieven die de verlener van de universele postdienst voor de postdiensten, bedoeld in, wil vaststellen, met inbegrip van het tarief dat of de wijziging die ter toetsing wordt voorgelegd; b. artikel 15, eerste lid de volumes voor de in, bedoelde postdiensten; c. artikel 15, tweede of derde lid de volumeaandelen, bedoeld in. 2 De verlener van de universele postdienst legt bij de gegevens, bedoeld in het eerste lid, een verklaring over van een accountant die onafhankelijk is van de verlener van de universele postdienst en die betrekking heeft op de controle van de accountant van de juistheid van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. 2021 44281 22-10-2021 14-10-2021 WJZ/19243619 2021 44281 22-10-2021 14-10-2021 WJZ/19243619 01-11-2021
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 15 Indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt de voorgestelde tarieven niet in overeenstemming zijn met het bepaalde in, deelt de Autoriteit Consument en Markt dit binnen drie weken na de ontvangst van de tarieven of de wijziging van de tarieven, mee aan de verlener van de universele postdienst. 2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeschort met de periode vanaf de dag na de datum waarop de Autoriteit Consument en Markt de verlener van de universele postdienst schriftelijk heeft verzocht om informatie tot en met de dag waarop de gevraagde informatie door de Autoriteit Consument en Markt is ontvangen. 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 De artikelen II en III van Stcrt. 2013/2401 bevatten
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a Vervallen 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 De artikelen II en III van Stcrt. 2014/2401 bevatten
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b Vervallen 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 De artikelen II en III van Stcrt. 2014/2401 bevatten
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 2014 2401 28-01-2014 28-01-2014 WJZ/14007819 29-01-2014 Artikel II van Stcrt. 2014/2401 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Als nationale regelgevende instantie als bedoeld in verordening (EU) nr. 2018/644 wordt aangewezen: de Autoriteit Consument en Markt. 2018 28138 17-05-2018 08-05-2018 WJZ/18018873 2018 28138 17-05-2018 08-05-2018 WJZ/18018873 22-05-2018
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Postwet 2009 Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2009 61 30-03-2009 22-03-2009 WJZ/9055290 2009 156 30-03-2009 25-03-2009 01-04-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Postwet 2009 in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze regeling wordt aangehaald als: Postregeling 2009 2009 61 30-03-2009 22-03-2009 WJZ/9055290 2009 156 30-03-2009 25-03-2009 01-04-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Postwet 2009 in werking treedt.
Artikel 14#
artikelen 14, derde lid
Artikel 14a#
14a, derde lid
Artikel 14b#
14b, derde lid