Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 juli 2009, nr. BJZ2009044653, houdende vervanging van de Regeling acceptatie geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen op stortplaatsen in verband met de implementatie van beschikking nr. 2003/33/EG tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen (PbEG L 11) (Regeling acceptatie afvalstoffen op stortplaatsen)
- BWB-id
- BWBR0026131
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026131
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-acceptatie-afvalstoffen-op-stortplaatsen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-acceptatie-afvalstoffen-op-stortplaatsen/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026131&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026131&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026131/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-acceptatie-afvalstoffen-op-stortplaatsen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: bepalingsgrens: laagste concentratie van de parameter in het monster waarvan de aanwezigheid nog met een bepaalde zekerheid kan worden vastgesteld; besluit: Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen ; blok: vaste vorm van bepaalde afmetingen die door uitharding van een mengsel van sterk uitloogbare, en toeslagstoffen met een bekende samenstelling als één geheel in een compartiment of op een daarvoor geëigende plaats wordt gevormd; bouwstoffen: artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit bouwstoffen als bedoeld in; compartiment: afzonderlijk deel van een stortplaats dat niet beïnvloed kan worden vanuit andere compartimenten van de stortplaats en voorzien is van een separate afvoer van het percolaat uit het compartiment; kritische parameter: parameter met een kans van meer dan vijf procent op het overschrijden van de grenswaarde; opslaglocatie voor metallisch kwik: complete faciliteit voor de opslag van metallisch kwik; opslagvoorziening voor metallisch kwik: onderdeel van een opslaglocatie voor metallisch kwik waarin één of meerdere vaten metallisch kwik zijn geplaatst; proefstuk: artikelen 9 10 uit hetzelfde materiaal als een blok gevormd voorwerp bestemd voor de in deenbedoelde proeven; sterk uitloogbare afvalstoffen: bijlage bij het besluit gevaarlijke, anorganische, korrelvormige afvalstoffen die wat betreft de uitloging van zware metalen en zouten niet voldoen aan de waarde, genoemd in voorschrift 3.1 in de; toeslagstoffen: stoffen, waaronder water, die aan te conditioneren afvalstoffen worden toegevoegd om het immobilisatieproces beheersbaar te laten verlopen, de uitloging van de te conditioneren afvalstoffen te beperken en de mengsels een duurzame vaste vorm te geven; verzamelmonster: monster dat tot stand komt tijdens de monsterneming van afvalstoffen en waarin ten minste vijf grepen van afvalstoffen zijn samengevoegd. vloeistofkerende voorziening: voorziening die vloeistoffen afvoert voordat indringing daarvan in de door die voorziening afgeschermde afvalstoffen kan plaatsvinden; AP04-A: Accreditatieprogramma voor keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen, onderdeel Algemeen, versie 4; AP04-E: Accreditatieprogramma voor keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen, onderdeel Analyse van Eluaten, versie 4; AP04-SB: Accreditatieprogramma voor keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen, onderdeel Samenstelling Bouwstoffen (niet zijnde grond) en Afvalstoffen, versie 4; AP04-U: Accreditatieprogramma voor keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen, onderdeel Uitloogonderzoek, versie 4; AP04-V: Accreditatieprogramma voor keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen, onderdeel Monstervoorbehandeling, versie 5; BRL 1000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat Monsterneming voor partijkeuringen bouwstoffenbesluit, versie 8; NEN 7375: Uitloogkarakteristieken – Bepaling van de uitloging van anorganische componenten uit vormgegeven en monolitische materialen met een diffusieproef – Vaste grond- en steenachtige materialen, uitgave januari 2004; NEN 5861: Nederlandse norm, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, Procedures voor monsteroverdracht, uitgave 1999; VKB-protocol 1004: BRL 1000 protocol, Monsterneming korrelvormige afvalstoffen voor partijkeuringen. 2 Met normen, richtlijnen, protocollen of accreditatieprogramma's als bedoeld in deze regeling worden gelijkgesteld normen, richtlijnen, protocollen of accreditatieprogramma's die zijn vastgesteld of aangewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Hoofdstuk 2 is uitsluitend van toepassing op sterk uitloogbare afvalstoffen die worden of zijn omgevormd tot geconditioneerde afvalstoffen. 2 Hoofdstuk 3 is uitsluitend van toepassing op korrelvormige afvalstoffen. 3 Hoofdstuk 3a is uitsluitend van toepassing op de tijdelijke opslag van metallisch kwik gedurende een periode van meer dan een jaar. 4 hoofdstuk 3a Een opslaglocatie voor metallisch kwik en een opslagvoorziening voor metallisch kwik voldoen aan de regels gesteld in. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Een compartiment voor te conditioneren afvalstoffen wordt uitsluitend gebruikt voor het storten van een blok of een mengsel van sterk uitloogbare afvalstoffen en toeslagstoffen. 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 19-07-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 Een mengsel als bedoeld inwordt in een compartiment tot een blok gevormd, waarvan het volume na uitharding niet meer bedraagt dan 125% van het volume van de te conditioneren afvalstof. 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 19-07-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Per mengsel met dezelfde samenstelling van sterk uitloogbare afvalstoffen en toeslagstoffen worden voor aanvang van het uithardingsproces ten minste twee representatieve monsters genomen. Deze monsters worden gebruikt voor het vervaardigen van ten minste twee proefstukken die op vergelijkbare wijze als het te conditioneren mengsel worden uitgehard. De beoordeling van de kwaliteit van de geconditioneerde afvalstoffen wordt bepaald aan de hand van deze proefstukken. 2 Indien degene die de stortplaats exploiteert, ten genoegen van gedeputeerde staten aantoont dat een of meer parameters van een mengsel niet kritisch kunnen zijn, kunnen gedeputeerde staten, in afwijking van het eerste lid, toestaan dat de frequentie van monstername op deze niet-kritische parameters wordt teruggebracht tot een daarbij vast te stellen frequentie. 3 Voor een besluit als bedoeld in het tweede lid is in ieder geval vereist: a. dat wordt uitgegaan van een normale verdeling, waarbij de excentriciteit groter is dan 1,64, en b. dat ten minste vijf analyseresultaten bekend zijn voor de desbetreffende parameter. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 2 De druksterkte van een proefstuk bedraagt na 28 dagen uitharden minimaal 1,0 N/mm. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 bijlage De emissiewaarden van een proefstuk overschrijden niet de waarden van de in debij deze regeling opgenomen tabel. 2 4 In afwijking van het eerste lid mogen de emissiewaarden voor Br, Cl en SOde waarden van de tabel overschrijden: a. indien de te conditioneren afvalstoffen zonder toeslagstoffen in totaal niet meer dan 20% (gewicht) van deze parameters bevatten, of b. indien het te vormen blok ten minste drie meter van de buitengrens van het compartiment wordt gestort. 3 Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onder b, worden de ruimten tussen het blok en de grens van het compartiment opgevuld met een van de hieronder genoemde soorten stoffen: a. geconditioneerde afvalstoffen, waarvan het proefstuk voldoet aan de waarden, bedoeld in het eerste of tweede lid, onder a, b. bijlage anorganische korrelvormige afvalstoffen die voldoen aan de voorschriften 3.1 en 3.2 van debij het besluit, of c. artikel 25d, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit bouwstoffen die voldoen aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen, bedoeld in. 4 Degene die de stortplaats exploiteert, toont ten genoegen van het bevoegd gezag aan dat de bouwstoffen of afvalstoffen die overeenkomstig het derde lid worden toegepast, een vloeistofkerende werking hebben. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 In afwijking vanmogen de emissiewaarden van de andere dan de in het tweede lid van dat artikel genoemde parameters van een proefstuk in geval van buitengewone omstandigheden waarden van de tabel van de bijlage overschrijden, voor zover het totaal van de afvalstoffen die de waarden van de tabel overschrijden, in een compartiment niet meer dan 10% (gewicht) van de totale vergunde capaciteit van dat compartiment bedraagt en het desbetreffende blok ten minste drie meter van de buitengrens van het compartiment is gesitueerd. 2 Artikel 7, derde en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 19-07-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De druksterkte van een blok wordt bepaald aan de hand van één of meerdere proefstukken na een uitharding van 28 dagen volgens ontwerp NEN-EN 12394. 2 2 De druksterkte wordt vastgesteld met een meetnauwkeurigheid beter dan 0,1 N/mm. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De uitloging van een blok wordt bepaald aan de hand van één of meerdere proefstukken met een diffusieproef overeenkomstig NEN 7375. 2 De cumulatieve emissie (64 dagen) wordt berekend volgens NEN 7375. 3 Het proefstuk mag tijdens de duur van de in het eerste lid genoemde proef niet desintegreren. Van het proefstuk mag niet meer dan 1% (gewicht) vast materiaal op de bodem van de onderzoekbak neerslaan binnen de proefduur van 64 dagen. 2020 28628 08-06-2020 05-06-2020 IENW/BSK-2020/88007 2020 28628 08-06-2020 05-06-2020 IENW/BSK-2020/88007 09-06-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Een compartiment is aan de onderzijde voorzien van een bufferlaag van ten minste 0,5 meter dikte en ten hoogste 1 meter dikte, bestaande uit organische stof of rijk grondachtig materiaal met bewezen pH-bufferende en metaalbindende eigenschappen. 2 Ten behoeve van drainage in een bufferlaag en taluds mogen korrelvormige anorganische afvalstoffen of bouwstoffen worden gebruikt. 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 19-07-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het compartiment is zodanig ingericht dat de geconditioneerde, sterk uitloogbare afvalstoffen, na zetting van de ondergrond, minimaal 0,7 meter boven de te verwachten gemiddeld hoogste grondwaterstand blijven. 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 19-07-2011
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Indien een compartiment wordt gerealiseerd bovenop bestaande delen van de stortplaats waar reeds afvalstoffen zijn gestort, bieden de onderliggende afvalstoffen voldoende stabiliteit en draagvermogen voor het compartiment. 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 19-07-2011
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 In geval van desintegratie als gevolg van weersinvloeden worden zo spoedig mogelijk maatregelen genomen, die de gevolgen daarvan compenseren. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Een volledig gevuld compartiment wordt voorafgaand aan de definitieve afdichting zo snel als technisch mogelijk afgedekt met hoge dichtheid polyethyleenfolie met een dikte van minimaal 1 mm. 2 bijlage Voor tijdelijke afdekking mogen, indien het compartiment nog niet volledig is gevuld, ook korrelvormige afvalstoffen worden gebruikt, die voldoen aan de voorschriften 3.1 en 3.2 van debij het besluit. Deze afvalstoffen: a. mogen het uitlooggedrag van de blokken niet negatief beïnvloeden, b. worden met een minimale dikte van 0,3 meter aangebracht, c. hebben een vloeistofkerend vermogen en d. worden onder een zodanige helling aangebracht dat hemelwater snel wordt afgevoerd. 3 Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, worden de korrelvormige afvalstoffen verwijderd voordat het compartiment verder gevuld wordt. 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 2011 12542 18-07-2011 05-07-2011 BJZ2011048142 19-07-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 11h, eerste lid, van het besluit artikelen 17 tot en met 21 Degene die de stortplaats exploiteert, draagt er zorg voor dat ter uitvoering vanovereenkomstig het bepaalde in dewordt gehandeld. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 besluit Het gemiddelde per parameter wordt bepaald en getoetst aan de ingevolge hetvan toepassing zijnde grenswaarden over: a. alle beschikbare analyseresultaten van de afvalstroom indien nog niet eerder een gemiddelde is bepaald; b. de laatste vijf analyseresultaten van de afvalstroom indien al eerder een gemiddelde is bepaald. 2 Indien het analyseresultaat kleiner is dan de bepalingsgrens, wordt voor dat analyseresultaat ten behoeve van het berekenen van het gemiddelde uitgegaan van een rekenwaarde die als volgt is berekend: rekenwaarde = 0,7 * bepalingsgrens, waarbij rekenwaarde: waarde die gebruikt kan worden voor het berekenen van het gemiddelde. 3 besluit Het gemiddelde van een of meerdere parameters van de ingevolge hetvan toepassing zijnde grenswaarden mag niet worden overschreden. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Na ontvangst van de analyseresultaten wordt per parameter terstond de k-waarde als volgt bepaald: waarbij k: k-waarde; bijlage bij het besluit grenswaarde: logaritme (10-log) van de grenswaarde als bedoeld in het voor de betreffende stortplaats van toepassing zijnde onderdeel van de; gem x: gemiddelde voor de logaritmisch getransformeerde (10-log) analyseresultaten; s: standaarddeviatie voor de logaritmisch getransformeerde (10-log) analyseresultaten. 2 Aan de hand van de k-waarden worden de kritische parameters bepaald. Een parameter is kritisch als de k-waarde lager is dan of gelijk is aan de waarde waarvoor in de tabel geen monsterneming hoeft plaats te vinden, corresponderend met het aantal analyseresultaten. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Indien de laatste vijf analyseresultaten aan elkaar gelijk zijn, is de k-waarde: a. hoger dan 3,40 indien de analyseresultaten gelijk zijn aan de bepalingsgrens; b. gelijk aan de eerder vastgestelde k-waarde indien de analyseresultaten hoger zijn dan de bepalingsgrens. 2 Indien alle analyseresultaten aan elkaar gelijk en hoger dan de bepalingsgrens zijn en niet eerder een k-waarde is bepaald, wordt er vanuit gegaan dat de k-waarde is gelegen binnen de marge die correspondeert met een monsternemingsfrequentie van 1 op de 10 vrachten voor het betreffende aantal analyseresultaten. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De monsternemingsfrequentie van de afvalstroom wordt bepaald door de parameter die op basis van de tabel in de categorie met de hoogste frequentie valt. Tabel Bepaling monsternemingsfrequentie en schaalgrootte van het verzamelmonster aan de hand van de k-waarde k-waarde op basis van 5 < analyseresultaten ≤ 10 Monsternemingsfrequentie Schaalgrootte en verzamelmonster > 3,40 Geen monsterneming Geen toetsing 2,75 tot en met 3,40 1 op 10 vrachten 100 vrachten 1,47 tot en met 2,74 1 op 6 vrachten 60 vrachten 0,69 tot en met 1,46 1 op 2 vrachten 20 vrachten < 0,69 Elke vracht 10 vrachten k-waarde op basis van 10 < analyseresultaten ≤ 15 Monsternemingsfrequentie Schaalgrootte en verzamelmonster > 2,57 Geen monsterneming Geen toetsing 2,08 tot en met 2,57 1 op 10 vrachten 100 vrachten 1,08 tot en met 2,07 1 op 6 vrachten 60 vrachten 0,44 tot en met 1,07 1 op 2 vrachten 20 vrachten < 0,44 Elke vracht 10 vrachten k-waarde op basis van 15 < analyseresultaten ≤ 20 Monsternemingsfrequentie Schaalgrootte en verzamelmonster > 2,33 Geen monsterneming Geen toetsing 1,88 tot en met 2,33 1 op 10 vrachten 100 vrachten 0,95 tot en met 1,87 1 op 6 vrachten 60 vrachten 0,35 tot en met 0,94 1 op 2 vrachten 20 vrachten < 0,35 Elke vracht 10 vrachten k-waarde op basis van 20 < analyseresultaten ≤ 25 Monsternemingsfrequentie Schaalgrootte en verzamelmonster > 2,21 Geen monsterneming Geen toetsing 1,77 tot en met 2,21 1 op 10 vrachten 100 vrachten 0,88 tot en met 1,76 1 op 6 vrachten 60 vrachten 0,30 tot en met 0,87 1 op 2 vrachten 20 vrachten < 0,30 Elke vracht 10 vrachten k-waarde op basis van > 25 analyseresultaten Monsternemingsfrequentie Schaalgrootte en verzamelmonster > 2,13 Geen monsterneming Geen toetsing 1,71 tot en met 2,13 1 op 10 vrachten 100 vrachten 0,84 tot en met 1,70 1 op 6 vrachten 60 vrachten 0,26 tot en met 0,83 1 op 2 vrachten 20 vrachten < 0,26 Elke vracht 10 vrachten 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het gezamenlijk analyseren van afvalstromen is toegestaan indien: a. op basis van kennis over de aard en het proces waarbij de afvalstromen vrijkomen: 1°. het aannemelijk is dat deze afvalstromen overeenkomen en 2°. het aannemelijk is dat de overeenkomsten in de tijd gehandhaafd blijven, b. voor de afzonderlijke afvalstromen de kritische parameters dezelfde zijn en c. voor de afzonderlijke afvalstromen elk van de parameters met eenzelfde frequentie of met één categorie hogere of lagere frequentie moeten worden bemonsterd. 2 artikel 18, eerste lid In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt de k-waarde bepaald overeenkomstig, waarbij gebruik wordt gemaakt van alle beschikbare analyseresultaten. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 11h, eerste lid, van het besluit artikelen 23 tot en met 29 Degene die de monsterneming, bedoeld in, uitvoert, handelt overeenkomstig de. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Een vracht wordt bemonsterd indien: a. dit de eerste vracht is nadat een verzamelmonster voor analyse is overgedragen, of b. de voorgaande vracht de laatste vracht is van de partijen waarvoor door de ontdoener analyseresultaten bijgevoegd moeten zijn. 2 artikel 20 De daarop volgende vrachten worden bemonsterd met een overeenkomstigbepaalde frequentie. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De deeltjesgrootte van de te bemonsteren vracht wordt geschat, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen: a. percentage (v/v) van de deeltjes dat kleiner is dan of gelijk is aan 20 mm; b. percentage (v/v) van de deeltjes dat groter is dan 20 mm en kleiner is dan of gelijk is aan 40 mm, en c. percentage (v/v) van de deeltjes dat groter is dan 40 mm. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 5 De monsterneming wordt uitgevoerd overeenkomstig, met uitzondering van de daarin opgenomen verplichting met betrekking tot het gebruik van meetlint, piketten en machinale boor, de artikelen 6.1.1, 6.1.2, 6.1.3, 6.1.4, 6.2.3, 6.2.4, 6.2.6, met uitzondering van het daarin bepaalde met betrekking tot de wijze van controleren van het aantal grepen, 6.2.8, 6.2.9 en 6.2.10, met uitzondering van de daarin vermelde termijn voor monsteroverdracht, van het VKB-protocol 1004, met dien verstande dat van de te bemonsteren vracht vijf grepen worden genomen, waarbij de greepgrootte: a. 3 circa 220 cmbedraagt voor afvalstoffen waarvan 95 procent (v/v) of meer van de deeltjes kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 20 mm; b. 3 circa 1.700 cmbedraagt voor andere afvalstoffen dan bedoeld onder a, waarvan 95 procent (v/v) of meer van de deeltjes kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 40 mm; c. 3 circa 220 cmbedraagt voor andere afvalstoffen dan bedoeld onder a en b, waarvan minder dan 80 procent (v/v) van de deeltjes groter is dan 40 mm. 2 De monsterneming wordt voor afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, op een probabilistische wijze uitgevoerd. De monsterneming voor afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt uitsluitend uitgevoerd op de deeltjes die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 40 mm en zo veel mogelijk op een probabilistische wijze. 3 Een vracht wordt niet bemonsterd indien deze bestaat uit afvalstoffen waarvan 80 procent (v/v) of meer van de deeltjes groter zijn dan 40 mm. 4 Indien een vracht niet wordt bemonsterd, wordt de eerstvolgende vracht voor monsterneming geselecteerd. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Voor de bepaling van het zuurbindend vermogen worden ten minste vijf grepen van een vracht genomen. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De monsters worden bewaard gedurende ten hoogste één jaar. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Indien de monsterneming in eigen beheer wordt uitgevoerd, zorgt degene die de stortplaats exploiteert er door middel van organisatorische maatregelen op aantoonbare, transparante en controleerbare wijze voor dat de monsterneming uitsluitend wordt verricht door een onderdeel van de organisatie dat, of een persoon die: a. geen financieel belang heeft bij de uitkomst van de monsterneming, b. onder een andere bestuurlijke verantwoordelijkheid valt dan degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de afvalstof, en c. onder de directe aansturing van een andere leidinggevende valt dan degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de afvalstof. 2 Degene die de monsters neemt, beschikt over een getuigschrift ten bewijze van een gevolgde opleiding inzake monsterneming van afvalstoffen, dan wel over een getuigschrift dat is vastgesteld of aangewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, dat een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met het eerstbedoelde getuigschrift wordt nagestreefd. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de monsterneming niet in eigen beheer wordt uitgevoerd. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Een verzamelmonster wordt in ieder geval voor analyse overgedragen indien: een jaar is verstreken sinds: a. tien vrachten zijn bemonsterd, b. de massa waarvoor het verzamelmonster representatief is 4.000.000 kg overschrijdt, of 1°. het voorgaande verzamelmonster ter analyse is overgedragen aan een persoon of instelling als bedoeld in het tweede lid of 2°. het tijdstip van de eerst bemonsterde vracht indien sprake is van monsterneming in het kader van het eerste verzamelmonster. 2 artikel 11h, derde lid, van het besluit Het verzamelmonster wordt voor analyse overgedragen aan een persoon of instelling die voldoet aan het bepaalde in. De overdracht geschiedt overeenkomstig NEN 5861. 3 Bij de overdracht wordt aangegeven dat in het eluaat de volgende parameters worden bepaald: a. artikel 18, tweede lid in geval van een verzamelmonster dat nog niet het tiende opeenvolgende verzamelmonster is: de overeenkomstig, bepaalde kritische parameters; b. bijlage bij het besluit bij elk tiende verzamelmonster: alle parameters waarvoor in degrenswaarden zijn opgenomen; c. artikel 21 voor elke afvalstroom, of indien toepassing is gegeven aan, voor de desbetreffende afvalstromen: het zuurbindend vermogen (ZBV) tot een neutrale pH van een vracht, waarbij tevens wordt aangegeven dat die parameter één keer per jaar moet worden bepaald. 4 artikel 21 artikel 20 Een parameter wordt ook geanalyseerd indien deze parameter niet meer kritisch is. Analyse van deze parameter vindt niet meer plaats als vijf keer achtereenvolgens wordt vastgesteld dat de k-waarde voor de parameter hoger is dan 3,40 of, indien toepassing is gegeven aan, de k-waarde voor de parameter zo hoog is dat deze niet meer kritisch is ingevolge de tabel behorende bij. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 11h, eerste lid, van het besluit De analyse van monsters, bedoeld in, wordt uitgevoerd overeenkomstig AP04-A, AP04-V, AP04-SB, AP04-U en AP04-E en door een laboratorium dat voor het betrokken accreditatieprogramma geaccrediteerd is. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Degene die de stortplaats exploiteert, draagt er zorg voor dat een heranalyse van monsters wordt uitgevoerd indien het laatste analyseresultaat lager is dan het gemiddelde over de daaraan voorafgaande vijf analyseresultaten verminderd met vijf keer de standaarddeviatie. 2 De noodzaak tot heranalyse wordt vastgesteld op basis van een vergelijking van het laatst verkregen analyseresultaat met het gemiddelde van de vijf voorafgaande analyseresultaten. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Degene die de stortplaats exploiteert, registreert voor zover van toepassing: a. artikel 23 de bemonsterde vrachten, bedoeld in; b. artikel 24 de geschatte deeltjesgrootte, bedoeld in, van de bemonsterde vrachten; c. artikel 17 de laatste vijf analyseresultaten per geanalyseerde parameter en het gemiddelde daarvan, bedoeld in; d. artikel 18 19 21, tweede lid de k-waarde van de geanalyseerde parameters, bedoeld in,of; e. artikel 18, tweede lid de kritische parameters, bedoeld in; f. artikel 20 de monsternemingsfrequentie, bedoeld in; g. de reden van overdracht van het verzamelmonster; h. artikel 29, derde lid de te analyseren parameters, bedoeld in; i. artikel 31 de reden van een heranalyse als bedoeld in; j. de verschillende afvalstromen waaruit het verzamelmonster is samengesteld. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a 1 artikel 32b, eerste en tweede lid Alleen metallisch kwik dat voldoet aan de eisen, genoemd in, wordt geaccepteerd op stortplaatsen. 2 artikel 32c Alleen vaten die voldoen aan de eisen, genoemd in, worden geaccepteerd. 3 De vaten worden vóór de opslag visueel onderzocht door of namens degene die de stortplaats exploiteert. 4 Beschadigde, lekkende of gecorrodeerde vaten worden niet geaccepteerd. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 32b — Artikel 32b#
Artikel 32b 1 Het kwikgehalte van metallisch kwik dat wordt opgeslagen is hoger dan 99,9 gewichtsprocent. 2 Het kwik bevat geen onzuiverheden die koolstofstaal of roestvrij staal kunnen corroderen. 3 Metallisch kwik wordt apart van andere afvalstoffen opgeslagen. 4 Metallisch kwik wordt gedurende een periode van ten hoogste vijf jaar opgeslagen, met dien verstande dat een tussentijdse onderbreking van de opslag niet leidt tot onderbreking van deze periode. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 32c — Artikel 32c#
Artikel 32c 1 De vaten die voor de tijdelijke opslag van metallisch kwik worden gebruikt zijn: a. corrosie- en schokbestendig en hebben geen lasverbindingen; b. gemaakt van koolstofstaal of roestvrij staal dat geschikt is voor de opslag van metallisch kwik, en c. gas- en vloeistofdicht. 2 De buitenkant van de vaten, bedoeld in het eerste lid, is bestand tegen de opslagomstandigheden. 3 Het ontwerptype van de vaten, bedoeld in het eerste lid, heeft met succes de valproef en de dichtheidsproef doorstaan, zoals omschreven in de deel 6, hoofdstukken 6.1.5.3 en 6.1.5.4, van de ‘Requirements for the Construction and testing of packagings, intermediatie bulk containers (IBC’s), large packagings, tanks and bulk containers’, als onderdeel van de ‘UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Manual of Tests and Criteria (fifth revised edition)’. 4 De vullingsgraad van de vaten, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 80 volumeprocent per vat. 5 De vaten, bedoeld in het eerste lid, dragen een duurzaam merkteken, aangebracht door ponsing, waarop het identificatienummer van het vat, het constructiemateriaal, het leeggewicht, de referentie van de fabrikant en de datum van fabricage vermeld staan. 6 artikel 32d Ieder vat dat voor de tijdelijke opslag van metallisch kwik wordt gebruikt is voorzien van een certificaat als bedoeld in, en draagt een permanent op het vat bevestigd plaatje waarop het identificatienummer van het certificaat vermeld staat. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 32d — Artikel 32d#
Artikel 32d 1 artikel 32c, zesde lid Het certificaat, bedoeld in, bevat de volgende gegevens: a. naam en adres van de afvalproducent; b. naam en adres van de voor het vullen van de vaten verantwoordelijke persoon; c. plaats en datum van het vullen van de vaten; d. hoeveelheid kwik per vat in liters; e. de zuiverheid van het kwik en, indien relevant, een beschrijving van de onzuiverheden en bijbehorend analyserapport; f. de vermelding dat de vaten uitsluitend voor het vervoer en de opslag van kwik zijn gebruikt, en g. de identificatienummers van de vaten. 2 Het certificaat bevat voldoende ruimte voor eventuele specifieke opmerkingen. 3 De certificaten worden afgegeven door de producent van de afvalstoffen of, bij het ontbreken daarvan, door de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer ervan. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 32e — Artikel 32e#
Artikel 32e 1 De vaten met daarin het metallisch kwik worden opgeslagen in een opslagvoorziening voor metallisch kwik. 2 Opslagvoorzieningen voor metallisch kwik zijn op passende wijze gecoat, zodat zij vrij zijn van scheuren en gaten en geen metallisch kwik doorlaten. 3 De capaciteit van iedere opslagvoorziening voor metallisch kwik is toereikend voor de totale opgeslagen hoeveelheid kwik in de betreffende opslagvoorziening. 4 Iedere opslagvoorziening voor metallisch kwik is zodanig ingericht dat alle vaten gemakkelijk bereikbaar zijn. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 32f — Artikel 32f#
Artikel 32f 1 De opslaglocatie voor metallisch kwik is voorzien van kunstmatige of natuurlijke barrières die geschikt zijn om het milieu tegen kwikemissies te beschermen. 2 De capaciteit van de barrières, genoemd in het eerste lid, is toereikend voor de totale opgeslagen hoeveelheid kwik. 3 De vloer van de opslaglocatie voor metallisch kwik is bedekt met een kwikbestendige coating. 4 De vloer van de opslaglocatie voor metallisch kwik heeft een hellend oppervlak. Er is een vergaarbekken aanwezig, waarin eventueel gelekt kwik opgevangen wordt. 5 De opslaglocatie voor metallisch kwik is uitgerust met een toereikend brandbeveiligingssysteem. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 32g — Artikel 32g#
Artikel 32g 3 Op de opslaglocatie voor metallisch kwik is een permanent meetsysteem voor kwikdamp met een gevoeligheid van ten minste 0,02 mg kwik/mgeïnstalleerd, waarbij: a de sensoren van het meetsysteem op het grondniveau en op hoofdhoogte worden opgesteld, en b het meetsysteem een visueel en akoestisch alarmmechanisme omvat en jaarlijks onderhouden wordt. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 32h — Artikel 32h#
Artikel 32h 1 De opslaglocatie voor metallisch kwik en de vaten worden ten minste eenmaal per maand visueel onderzocht door of namens degene die de stortplaats exploiteert. 2 Wanneer lekkage van kwik wordt vastgesteld, onderneemt degene die de stortplaats exploiteert onmiddellijk de nodige maatregelen om elke kwikemissie in het milieu te voorkomen en de veiligheid van de opslag van het kwik te herstellen en stelt deze het bevoegd gezag onmiddellijk van de lekkage in kennis. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 32i — Artikel 32i#
Artikel 32i Op de opslaglocatie voor metallisch kwik staan noodplannen met het oog op mogelijke optredende calamiteiten en passende beschermende uitrusting voor het hanteren van metallisch kwik ter beschikking. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 32j — Artikel 32j#
Artikel 32j 1 artikelen 32a 32b, eerste en tweede lid 32c 32d 32g 32h 32i De gegevens betreffende het bepaalde in de,,,,,enworden door middel van het bijhouden en archiveren van daartoe geschikte documenten, al dan niet in elektronische vorm, vastgelegd en ter beschikking gehouden van het bevoegd gezag. 2 De documenten genoemd in het eerste lid worden gedurende ten minste drie jaar na het einde van de tijdelijke opslag bewaard door degene die de stortplaats exploiteert. 3 artikel 10.38, eerste lid, van de Wet milieubeheer Alle documenten betreffende de afvoer van metallisch kwik na de tijdelijke opslag ervan en documenten betreffende de bestemming en voorgenomen behandeling, zoals bedoeld in, worden gedurende ten minste vijf jaar na het einde van de tijdelijke opslag bewaard. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 32k — Artikel 32k#
Artikel 32k 1 Metallisch kwik wordt na de tijdelijke opslag van een periode van maximaal vijf jaar afgevoerd naar een locatie voor permanente opslag van metallisch kwik. 2 Metallisch kwik dat in het buitenland gedurende een periode van maximaal vijf jaar opgeslagen is geweest op een tijdelijke opslaglocatie voor metallisch kwik, wordt niet geaccepteerd voor tijdelijke opslag van metallisch kwik in Nederland. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De in deze regeling opgenomen verwijzingen naar NEN-normen hebben betrekking op de laatst uitgegeven NEN-normen met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven aanvulling, onderscheidenlijk correctieblad, wordt eerst van toepassing op 1 januari van het kalenderjaar volgende op dat waarin de uitgifte heeft plaatsgevonden. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 11f, zevende lid, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen Deze regeling berust tevens op Richtlijn 2011/97/EU van de Raad van 5 december 2011 tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG met betrekking tot specifieke criteria voor opslag van metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd (PbEU 2011, L328/49) en op. 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 2013 6432 08-03-2013 07-03-2013 IENM/BSK-2013/19557 15-03-2013
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze regeling treedt in werking met ingang van 21 juli 2009. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling acceptatie afvalstoffen op stortplaatsen. 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 2009 10808 17-07-2009 09-07-2009 BJZ2009044653 21-07-2009
Artikel 10#
artikel 10