Regeling houdende regels met betrekking tot een erkenning voor en een keuringsbevoegdheid tot het uitvoeren van een algemene periodieke keuring (Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK)
- BWB-id
- BWBR0025735
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025735
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-erkenning-en-keuringsbevoegdheid-apk
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-erkenning-en-keuringsbevoegdheid-apk/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025735&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025735&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025735/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-erkenning-en-keuringsbevoegdheid-apk
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: adviespunt: in het kader van een keuring geconstateerd te verwachten gebrek; afkeurpunt: in het kader van een keuring geconstateerd gebrek; anonieme keuring: artikel 86a van de wet keuring als bedoeld in; bevoegdheidspas: artikel 85a van de wet pas als bedoeld in; boekwerk ‘Regelgeving APK’: editie van het boekwerk ‘Regelgeving Algemene Periodieke Keuring’ of de via de website van de Dienst Wegverkeer bekendgemaakte ‘Regelgeving Algemene Periodieke Keuring’ die door de Dienst Wegverkeer is vastgesteld en geldig is op het moment van de keuring; erkenning APK: artikel 83 van de wet een erkenning om keuringsrapporten af te geven voor motorrijtuigen en aanhangwagens, als bedoeld in; erkenninghouder: artikel 83 van de wet houder van een erkenning als bedoeld in; exameninstantie: artikel 85a, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 door de Minister aangewezen instantie als bedoeld in; kalibreren: verrichten van handelingen die nodig zijn voor het bepalen van de waarden van de afwijking van een meetmiddel ten opzichte van een overeengekomen standaard, alsmede justeren indien de afwijking groter is dan is toegestaan; keuring: artikel 75 van de wet periodieke keuring als bedoeld in; keuringseisen: Regeling voertuigen op de desbetreffende voertuigcategorie toepasselijke permanente eisen in de; keuringsinstelling: artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen keuringsinstelling als bedoeld in; keuringsplaats: artikel 83 van de wet een perceel of enkele kadastraal aangrenzende percelen waarop een erkenninghouder als bedoeld inde keuring verricht en waarbij de keuringsruimte kan bestaan uit één of meer besloten ruimten gelegen in één gebouw, dan wel in verscheidene belendende of nagenoeg belendende gebouwen, bedoeld om deel uit te maken van een keuringsplaats; keurmeester: artikel 85a van de wet degene aan wie de bevoegdheid is verleend voertuigen aan een keuring te onderwerpen als bedoeld in; onderzoeksgerechtigde: artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen erkende onderneming of instelling als bedoeld in; reparatiepunt: in het kader van een keuring gerepareerd gebrek; reparatieadviespunt: bijlage 1 in het kader van een keuring geconstateerd gebrek ten aanzien van de controlepunten opgenomen in; resultaat van de keuring: goedkeuring dan wel afkeuring, alsmede eventuele adviespunten, reparatieadviespunten, reparatiepunten, afkeurpunten en opmerkingen inzake de uitvoering van de keuring. steekproef: artikel 86 van de wet de steekproefsgewijze herkeuring als bedoeld in; Verordening (EU) 2017/1151: Verordening (EU) 2017/1151 Verordening (EG) nr. 715/2007 Richtlijn 2007/46/EG Verordening (EG) nr. 692/2008 Verordening (EU) nr. 1230/2012 Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling vanvan het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging vanvan het Europees Parlement en de Raad,van de Commissie envan de Commissie en tot intrekking vanvan de Commissie (PbEU 2017, L 175); Verordening (EU) 2019/631: Verordening (EU) 2019/631 Verordeningen (EG) nr. 443/2009 nr. 510/2011 2 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van CO-emmissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, en tot intrekking vanen (EU)(PbEU 2019, L 111); Verordening (EU) 2021/392: Verordening (EU) 2021/392 Verordening (EU) 2019/631 Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 1017/2010 (EU) nr. 293/2012 (EU) 2017/1153 2 van de Commissie van 4 maart 2021 betreffende de monitoring en rapportering van gegevens met betrekking tot de CO-emissies van personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstigvan het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van de,,van de Commissie (PbEU 2021, L 77); voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen: Verordening (EU) 2019/631 Verordening (EU) 2017/1151 nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, van, die met ingang van 1 januari 2021 zijn geregistreerd en die zijn uitgerust met boordinstrumenten voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik overeenkomstig artikel 4 bis van; werkelijke gegevens: Uitvoeringsverordening (EU) 2021/392 de gegevens, als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van; wet: Wegenverkeerswet 1994 . 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De aanvraag van een erkenning wordt met inachtneming van de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde voorschriften ingediend bij de Dienst Wegverkeer. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Een erkenning APK kan worden verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon voor één of meer in Nederland gevestigde keuringsplaatsen. 2 hoofdstuk 3 Een erkenning APK kan op aanvraag worden verleend indien wordt voldaan aan de ingestelde erkenningseisen. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien de aanvrager van een erkenning APK exploitant is van een keurings- of onderhoudsdienst voor het eigen wagenpark, kan de erkenning op verzoek van de aanvrager worden beperkt tot dat eigen wagenpark. 2 Indien de erkenning wordt verleend voor het eigen wagenpark en een andere rechtspersoon of andere rechtspersonen in een zodanig verband tot de erkenninghouder staan dat er sprake is van één economische eenheid, kunnen alle voertuigen van de desbetreffende economische eenheid worden beschouwd als voertuigen van het eigen wagenpark. 3 Indien de erkenning wordt verleend voor het eigen wagenpark en een andere rechtspersoon of andere rechtspersonen in een zodanig verband tot de erkenninghouder staat of staan dat er sprake is van één economische eenheid, doet de exploitant onder opgave van de naam en het adres van die rechtspersoon of rechtspersonen, terstond na de verlening van de erkenning schriftelijk opgave hiervan aan de Dienst Wegverkeer. Het verband moet ten genoege van de Dienst Wegverkeer worden aangetoond door middel van een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel of een accountantsverklaring. 4 Gezamenlijk gebruik van een keuringsplaats door meerdere erkenninghouders is niet toegestaan. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt aangevraagd, is in deze keuringsplaats tenminste één keurmeester werkzaam die bevoegd is de voertuigen aan een keuring te onderwerpen. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De keuringsruimte is overdekt, behoorlijk af te sluiten, goed verlicht en voorzien van een vlakke vloer en verwarming. 2 De keuringsruimte heeft zodanige afmetingen en is zodanig ingericht dat de voertuigen die behoren tot de groep waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt aangevraagd, in deze ruimte zodanig kunnen worden opgesteld dat zij van alle zijden goed toegankelijk zijn. 3 In de keuringsruimte: a. bestemd voor het keuren van motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met een elektrische ontsteking en motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met een compressie-ontsteking die is voorzien van een roetfilter, is een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd; b. bestemd voor het keuren van motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die niet is voorzien van een roetfilter, is een voorziening aanwezig die bestaat uit: 1°. een afzuigventilator met voldoende capaciteit voor de te keuren voertuigen; 2°. een afvoersysteem dat voorkomt dat uitlaatgassen in de werkplaats terecht kunnen komen; 3°. een systeem dat ervoor zorgt dat de uitlaatgassen die door de roetmeter gaan eveneens worden afgevoerd, en 4°. afvoerkanalen die bovenstaande onderdelen met elkaar verbinden waardoor de uitlaatgassen direct naar buiten worden afgevoerd. 4 In afwijking van het derde lid, onderdeel b, is in de keuringsruimte die uitsluitend is bestemd voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd. 5 In de keuringsruimte kan de administratie van de keuringen behoorlijk worden uitgevoerd. 6 In de keuringsruimte is een voorziening aanwezig, geschikt voor het gebruik van datacommunicatie ten behoeve van het raadplegen van het kentekenregister, het afmelden van voertuigen en het bewaren van steekproefcontrolerapporten. Deze voorziening bestaat uit een computer of terminal met een modem, geschikt voor de toegangsstructuur van door de Dienst Wegverkeer geaccepteerde netwerken. Tevens is een voorziening aanwezig, geschikt voor aansluiting op de datacommunicatie, ten behoeve van het afdrukken van keuringsrapporten. 2022 16212 21-06-2022 16-06-2022 IENW/BSK-2022/133898 2022 16212 21-06-2022 16-06-2022 IENW/BSK-2022/133898 01-01-2023
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 In de keuringsruimte is een doelmatige inspectieput of hefinrichting aanwezig die geschikt is voor de groep voertuigen waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt aangevraagd en die is voorzien van een doelmatige verlichting. Wanneer niet duidelijk blijkt wat het draagvermogen van een hefinrichting is, wordt hiervoor door de fabrikant of een onafhankelijk instituut een verklaring overgelegd. Het draagvermogen wordt zichtbaar op de hefinrichting aangebracht. 2 De inspectieput en de hefinrichting zijn zodanig uitgevoerd dat de keurmeester in staat is de onderkant van een voertuig nagenoeg over de hele lengte rechtopstaand te inspecteren, hetgeen betekent dat wanneer de erkenning wordt aangevraagd voor: a. voertuigen waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3500 kg, de hefinrichting een hefhoogte heeft van ten minste 1,35 m; b. voertuigen waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3500 kg, de inspectieput een diepte heeft van ten minste 1,35 m; c. voertuigen waarvan de toegestane maximummassa niet meer bedraagt dan 3500 kg, de hefinrichting een hefhoogte heeft van ten minste 1,65 m; d. voertuigen waarvan de toegestane maximummassa niet meer bedraagt dan 3500 kg, de inspectieput een diepte heeft van ten minste 1,55 m. 3 De hefinrichting kan ten minste vier wielen van het voertuig ondersteunen. Een met steunpoten gecombineerde hefinrichting voldoet niet aan deze eis. 4 De hefinrichting moet deugdelijk zijn en in een goede staat van onderhoud verkeren. 5 In geval van een aanvraag van een erkenning voor de keuring van motorrijtuigen is ten behoeve van de controle van de afstelling van dimlichten en mistvoorlichten een aangewezen plaats aanwezig, waarbij het volgende van toepassing is: a. de locatie waar de afstelling van de lichten gecontroleerd wordt, moet duidelijk gemarkeerd zijn in de keuringsruimte. Deze locatie moe t voldoen aan de volgende voorschriften: 1°. een horizontale vlakke vloer van voldoende afmetingen waarop gelijktijdig zowel het te keuren voertuig als het koplamptestapparaat kan worden geplaatst; of 2°. een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop gelijktijdig het koplamptestapparaat en het te keuren voertuig kan worden geplaatst; of 3°. een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop het te keuren voertuig kan worden geplaatst met voor de hefinrichting een horizontale vlakke vloer of rails. De vloer of de rails moeten zich in hetzelfde horizontale vlak als de hefinrichting bevinden. De rails moeten zich haaks op de rijplaten van de hefinrichting bevinden. b. Indien het koplamptestapparaat ontworpen is voor uitsluitend gebruik op rails moeten deze rails aanwezig zijn en zich in hetzelfde horizontale vlak als de vloer of hefinrichting bevinden. 6 In afwijking van het eerste lid, eerste zin, hoeft geen inspectieput of hefinrichting aanwezig te zijn in de keuringsruimte die uitsluitend wordt gebruikt voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers. Indien een inspectieput of hefinrichting aanwezig is, zijn het eerste tot en met derde en vijfde lid van toepassing. 2020 64644 21-12-2020 15-12-2020 IENW/BSK-2020/240562 2020 64644 21-12-2020 15-12-2020 IENW/BSK-2020/240562 01-01-2022
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a bijlage VIII bij de Regeling voertuigen De keuringsruimte voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers is geschikt voor de controle van de afstelling van de dimlichten, bedoeld in artikel 113 van. 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 05-01-2021 01-01-2021
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 In de keuringsruimte is de volgende apparatuur aanwezig: a. een doelmatige krik die voldoende draagvermogen heeft om van de voertuigen van de groep waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt aangevraagd, de wielen van de voorste as gelijktijdig en de wielen van de achterste as afzonderlijk op zodanige wijze te kunnen heffen, dat deze vrij kunnen draaien; b. een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind; c. een meetband met een minimale nauwkeurigheidsklasse III van ten minste 12,00 m, indien de erkenning wordt aangevraagd voor voertuigen waarvan de toegestane maximummassa niet meer bedraagt dan 3500 kg. Indien het een erkenning betreft voor voertuigen waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3.500 kg of voor landbouw- of bosbouwtrekkers is de meetband ten minste 20,00 m. Bij erkenningen met een beperking voor de voertuiglengte heeft de meetband tenminste dezelfde lengte als de toegestane voertuiglengte; d. een doelmatige schuifmaat die is voorzien van een meetstift voor dieptemeting; e. basisgereedschap voor de controle op het vastzitten van nagels en bouten en andere verbindingen, te weten een set steek- en ringsleutels, schroevendraaiers en een hamer, alsmede een bolkophamertje voor de controle op corrosie; f. een doelmatige bandenspanningsmeter en een doelmatige bandenpomp; g. hulpmiddelen om speling in voertuigonderdelen zichtbaar te maken, zoals een bandijzer, wielbewegingsapparaat of een koevoet; h. artikel 13 een rollenremtestbank of platenremtestbank, die voldoet aan de ingestelde eisen. Indien een erkenning wordt aangevraagd voor landbouw- of bosbouwtrekkers is een rollenrembanktest of een zelfregistrerende remvertragingsmeter aanwezig. Indien een erkenning wordt aangevraagd voor voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg is in elk geval een rollenremtestbank aanwezig. Het draagvermogen van een rollenremtestbank of platenremtestbank is voldoende voor de groep voertuigen waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt aangevraagd; i. een doelmatige bandenprofieldieptemeter, met verende meetstift en een meetnauwkeurigheid van 0,1 mm. 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 05-01-2021 01-01-2021
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 11 artikel 13 Naast de ingenoemde apparatuur is, afhankelijk van de groep voertuigen waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt aangevraagd, tevens de volgende apparatuur aanwezig die voldoet aan de ingestelde eisen: a. in geval van een aanvraag voor een erkenning voor motorrijtuigen, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: 1° een koplamptestapparaat; 2° een pedaalkrachtmeter; deze is niet verplicht in geval van een vóór 1 maart 2000 afgegeven erkenning voor het eigen wagenpark en in geval van een erkenning die uitsluitend geldt voor het keuren van voertuigen die zijn voorzien van een druklucht-remsysteem; 3° een universele toerenteller; 4° een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden; b. in geval van een aanvraag voor een erkenning voor voertuigen waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3500 kg: 1°. twee manometers met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in drukluchtremsystemen en in gasveersystemen kan worden gemeten; 2°. een stalen rei met een lengte van ten minste 0,90 m; 3°. een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden; 4°. Een apparaat om LPG-, CNG- of LNG-lekkages op te sporen; 5°. Een inrichting om de wielophanging te controleren zonder de as op te tillen (spelingsdetector); c. in geval van een aanvraag voor een erkenning voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die niet is voorzien van een roetfilter, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een roetmeter en olietemperatuurmeter; d. in geval van een aanvraag voor een erkenning voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die is voorzien van een roetfilter, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een deeltjesteller; e. in geval van een aanvraag voor een erkenning voor motorrijtuigen die zijn voorzien van een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een uitlaatgastester met lambda-bepaling; f. in geval van een aanvraag voor een erkenning voor landbouw- en bosbouwtrekkers: 1°. de apparatuur genoemd in onderdeel a, onder 1° en 2°; 2°. de apparatuur genoemd in onderdeel b, onder 1°, 2° en 5°; 3°. een hydraulische manometer met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor hydraulische aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in hydraulische remsystemen kan worden gemeten; g. in geval van een aanvraag voor een erkenning voor motorrijtuigen waarvan de toegestane maximummassa niet meer bedraagt dan 3500 kg: een uitleesapparaat ten behoeve van het uitlezen van het emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem; h. in geval van een aanvraag voor een erkenning voor motorrijtuigen waarvan de toegestane maximummassa niet meer bedraagt dan 3.500 kg: een apparaat om verbinding te maken met de elektronische voertuiginterface, ten behoeve van het uitlezen van de werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer. 2023 31557 22-11-2023 09-11-2023 IENW/BSK-2023/323787 2023 31557 22-11-2023 09-11-2023 IENW/BSK-2023/323787 01-01-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Ten aanzien van roetmeters, deeltjestellers, manometers, pedaalkrachtmeters, rollenremtestbanken, platenremtestbanken, remvertragingsmeters en uitlaatgastesters met lambda-bepaling, beschikt de aanvrager van een erkenning over: a. artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen artikel 8.1.4, onder b, van de Regeling voertuigen een geldig certificaat van eerste keuring als bedoeld indan wel, in geval van uitlaatgasters met lambda-bepaling, de documenten als bedoeld in; of b. artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen artikel 8.1.4, onder b, van de Regeling voertuigen een geldig certificaat van herkeuring als bedoeld indan wel, in geval van uitlaatgasters met lambda-bepaling, een geldig certificaat van herkeuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen indien de documenten als bedoeld inlanger dan twaalf maanden geleden zijn afgegeven. 2 Het certificaat van eerste keuring en het certificaat van herkeuring zijn afgegeven door een keuringsinstelling dan wel een onderzoeksgerechtigde. 3 artikel 8.3.6 van de Regeling voertuigen Ten aanzien van de in het eerste lid genoemde meetmiddelen beschikt de aanvrager van een erkenning over een handleiding in de Nederlandse taal als bedoeld in. 4 8.4.110 van de Regeling voertuigen Een koplamptestapparaat voldoet aan artikelen is voorzien van een handleiding in de Nederlandse taal, waarin ten minste vermeld is een procedure voor het gebruik van het koplamptestapparaat. 5 artikel 8, derde lid, onderdeel a De in, bedoelde afzuiginstallatie ten behoeve van de roetmeting is voorzien van een goedkeuring, afgegeven door een keuringsinstelling. 6 artikelen 8.4.15 8.4.16 van de Regeling voertuigen Een niet in de roetmeter geïntegreerde toerenteller voldoet aanenen is voorzien van: a. een CE-markering met een aanvullende metrologische markering, en b. een handleiding in de Nederlandse taal, waarin tenminste vermeld is een procedure voor het gebruik van de toerenteller. 7 artikelen 8.4.20 8.4.21 8.4.22 van de Regeling voertuigen Een olietemperatuurmeter voldoet aan,enen is voorzien van: a. een CE-markering met een aanvullende metrologische markering, voor zover het een elektronische olietemperatuurmeter betreft, en b. een handleiding in de Nederlandse taal, waarin tenminste vermeld is een procedure voor het gebruik van de olietemperatuurmeter. 8 Een uitleesapparaat ten behoeve van het uitlezen van het emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem moet: a. over een ISO-15031-3 connector (16-polige stekker) beschikken; b. kunnen communiceren met het in het voertuig aanwezige emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem en minimaal de modus 03 ondersteunen; c. de volgende protocollen ondersteunen: – ISO 9141-2, – ISO/DIS 11519-4 PWM dan wel SAE J1850 PWM, – ISO/DIS 11519-4 VPW dan wel SAE J1850 VPW, – ISO/DIS 14230-4, en – ISO/DIS 15765-4; d. de status van de in het voertuig aanwezige waarschuwingsinrichting (MIL) kunnen weergeven; e. de status van de readiness-test kunnen weergeven; f. de aanwezige fouten in de in ISO 15031-6 vastgestelde codering kunnen weergeven; g. voorzien zijn van CE-markering; h. voorzien zijn van een handleiding in de Nederlandse taal waarin ook de ondersteunde communicatieprotocollen zijn beschreven. Indien de communicatieprotocollen niet zijn beschreven in de handleiding mogen deze zijn beschreven in een bij het uitleesapparaat behorende fabrikantenverklaring. 9 Een spelingsdetector is uitgerust met twee elektrisch bediende platen, die in tegenovergestelde richting kunnen bewegen, zowel in de lengte- als in de dwarsrichting, waarvan: 1°. de beweging door de bediener vanuit de controlepositie kan worden beheerst, 2°. de bewegingsruimte in de lengte- en in de dwarsrichting ten minste 95 mm is, 3°. bewegingssnelheid in de lengte- en in de dwarsrichting 5 tot 15 cm/s bedraagt. 10 artikel 12, onderdeel h Een apparaat om verbinding te maken met de elektronische voertuiginterface zoals bedoeld in: a. beschikt over een ISO-15031-3 connector (16-polige stekker); b. is voorzien van CE-markering; c. is voorzien van een handleiding in de Nederlandse taal; d. kan verbinding maken met het door de Dienst Wegverkeer opgegeven protocol benodigd voor de overdracht van de uitgelezen werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer. 2023 31557 22-11-2023 09-11-2023 IENW/BSK-2023/323787 2023 31557 22-11-2023 09-11-2023 IENW/BSK-2023/323787 01-01-2024
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 11 12 De apparatuur, bedoeld in deen, is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Vanaf de buitenkant van elke keuringsplaats waarvoor de erkenning geldt, is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en in de Staatscourant bekendgemaakte wijze zichtbaar dat de erkenning is verleend. Deze eis geldt niet voor keuringsplaatsen waarvan in het erkenningsbesluit is vastgelegd dat de erkenning alleen geldt voor voertuigen die behoren tot het eigen wagenpark. 2 In elke keuringsplaats waarvoor de erkenning geldt, is het door de Dienst Wegverkeer afgegeven bewijs aanwezig waaruit blijkt dat voor de keuringsplaats een erkenning is verleend en voor welke groep voertuigen de erkenning voor de keuringsplaats geldt. 3 Op verzoek van de aanvrager van een keuringsrapport wordt het in het tweede lid bedoelde bewijs ter inzage gegeven. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikelen 8 9 9a 11 12 13 14 De keuringsplaatsen blijven voortdurend voldoen aan de eisen, gesteld in de,,,,,en. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 13 Ten aanzien van roetmeters, deeltjestellers, toerentellers, olietemperatuurmeters, manometers, pedaalkrachtmeters, rollenremtestbanken, platenremtestbanken, remvertragingsmeters, uitlaatgastesters met lambda-bepaling en uitleesapparaten ten behoeve van het uitlezen van het emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem zijn steeds aanwezig de documenten en markeringen als bedoeld invan deze regeling. 2 artikel 8, derde lid, onderdeel a Ten aanzien van de in, bedoelde afzuiginstallatie ten behoeve van de roetmeting is steeds een geldig certificaat van goedkeuring aanwezig. 3 Na verwijdering van de rollenremtestbank of de platenremtestbank van zijn fundering waaraan hij was bevestigd teneinde te worden herplaatst op dezelfde plaats of een andere plaats, wordt wederom een certificaat van eerste keuring dan wel herkeuring afgegeven en is de verzegeling aan de fundering aangebracht. 4 Na verplaatsing van de nulemissie-eenheid naar een andere keuringsplaats, moet wederom een certificaat van eerste keuring, dan wel herkeuring worden afgegeven. 5 Wijzigingen ten aanzien van de in het eerste en tweede lid genoemde apparatuur en ten aanzien van de afgifte van een certificaat van herkeuring of goedkeuring worden via de datacommunicatie terstond gemeld aan de Dienst Wegverkeer. 2022 16212 21-06-2022 16-06-2022 IENW/BSK-2022/133898 2022 16212 21-06-2022 16-06-2022 IENW/BSK-2022/133898 01-01-2023
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a artikel 23k van het Besluit voertuigen artikel 8, zesde lid Aan een op grond vanbestaande verplichting wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer door middel van de voorziening, bedoeld in. 2022 16212 21-06-2022 16-06-2022 IENW/BSK-2022/133898 2022 16212 21-06-2022 16-06-2022 IENW/BSK-2022/133898 22-06-2022
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b 1 Het voertuigidentificatienummer en de werkelijke gegevens van voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen worden uitgelezen en verstrekt aan de Dienst Wegverkeer, tenzij: 1°. de eigenaar of houder van het voertuig uitdrukkelijk heeft geweigerd deze gegevens beschikbaar te stellen; of 2°. het beschikbaar stellen van deze gegevens niet mogelijk is vanwege een technische reden. 2 Het uitlezen en verstrekken van het voertuigidentificatienummer en de werkelijke gegevens vindt plaats gedurende een periode van maximaal 15 jaar en vangt aan vanaf de datum waarop de werkelijke gegevens voor het eerst aan het Europees Milieuagentschap worden gerapporteerd. 2023 31557 22-11-2023 09-11-2023 IENW/BSK-2023/323787 2023 31557 22-11-2023 09-11-2023 IENW/BSK-2023/323787 01-01-2024
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Van het steekproefcontrolerapport wordt ten minste gedurende twee jaar een afschrift bewaard. Op dit afschrift worden geen wijzigingen aangebracht. 2 Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn worden de genoemde bescheiden en de controlelijsten desgevraagd onverwijld aan een functionaris van de Dienst Wegverkeer ter inzage gegeven of ter inzage opgestuurd. 3 De erkenninghouder draagt er zorg voor dat de aan hem ten behoeve van datacommunicatie verstrekte code niet toegankelijk is voor onbevoegden. 4 Het boekwerk ‘Regelgeving APK’ alsmede de vereiste certificaten en handleidingen zijn goed geordend aanwezig. 5 artikel 86, zesde lid, van de wet De erkenninghouder vermeldt op de factuur bij afgifte van een keuringsrapport het door hem in gevolge vanaan de Dienst Wegverkeer verschuldigde tarief. 6 Foutief ingevulde of onbruikbaar geworden afdrukken van keuringsrapporten worden vernietigd. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2014
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 6 Indien zich wijzigingen voordoen in de samenstelling van de economische eenheid als bedoeld inworden deze door de erkenninghouder schriftelijk aan de Dienst Wegverkeer gemeld. 2 Indien zich een wijziging voordoet van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de rechtsvorm, zijn zowel de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de erkenning oorspronkelijk was verleend, als degene die de bedrijfsvoering voortzet, verplicht de Dienst Wegverkeer hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis te stellen. 3 artikel 37 Indien als gevolg van een wijziging als bedoeld in het voorgaande lid de bedrijfsvoering van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de rechtsvorm waaraan een erkenning APK, is verleend, wordt voortgezet door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, worden de toegekende bonus- en strafpunten van het systeem als bedoeld inbeschouwd als te zijn toegekend aan deze natuurlijke persoon of rechtspersoon. 4 Indien als gevolg van een wijziging als bedoeld in het tweede lid de bedrijfsvoering van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de rechtsvorm waaraan een erkenning APK is verleend, wordt voortgezet door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, worden de opgelegde sancties beschouwd als te zijn toegekend aan deze natuurlijke persoon of rechtspersoon. 5 artikel 87, tweede lid, van de wet Wijziging en uitbreiding van een erkenning is niet mogelijk indien de erkenning op grond vanis ingetrokken. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Als exameninstantie wordt aangewezen de Stichting VAM (IBKI) te Nieuwegein. 2012 25316 18-12-2012 05-12-2012 IENM/BSK-2012/240952 2012 25316 18-12-2012 05-12-2012 IENM/BSK-2012/240952 01-01-2013
Artikel 19b — Artikel 19b#
Artikel 19b De exameninstantie voldoet aan de volgende eisen: a. de exameninstantie is onafhankelijk en onpartijdig en neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden het examenreglement in acht; b. de exameninstantie neemt afdoende maatregelen om fraude, voor, tijdens en na het examen te voorkomen. 2012 25316 18-12-2012 05-12-2012 IENM/BSK-2012/240952 2012 25316 18-12-2012 05-12-2012 IENM/BSK-2012/240952 01-01-2013
Artikel 19c — Artikel 19c#
Artikel 19c 1 De exameninstantie is belast met: a. het afnemen van het examen voor het diploma keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen; b. het afnemen van het examen voor het diploma keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen; c. het afnemen van het examen voor het diploma keurmeester periodieke keuring landbouw- en bosbouwtrekkers; d. het afnemen van het examen ter verlenging van de bevoegdheid tot keuren van zware (bedrijfs)voertuigen; e. het afnemen van het examen ter verlenging van de bevoegdheid tot keuren van lichte voertuigen; f. het afnemen van het examen ter verlenging van de bevoegdheid tot keuren van landbouw- en bosbouwtrekkers; g. artikelen 44 tot en met 46 het afnemen van het examen ter verlenging van de bevoegdheid in de gevallen genoemd in de; h. de vaststelling van de tarieven voor de activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met g. 2 De exameninstantie is verder met betrekking tot het organiseren en afnemen van de examens, bedoeld in het eerste lid, belast met: a. het geven van voorlichting en bekendheid aan het examen; b. het vaststellen van de examendatum, het tijdstip en de plaats; c. het toezenden van de uitnodiging voor de deelname aan het examen; d. het factureren van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, aan een deelnemer, en e. het registreren van individuele en algemene resultaten van de examens als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met g. 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 05-01-2021 01-01-2021
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De bevoegdheid voertuigen met een toegestane maximummassa hoger dan 3.500 kg, voertuigen met een toegestane maximummassa niet hoger dan 3.500 kg of landbouw- en bosbouwtrekkers aan een keuring te onderwerpen kan worden verleend aan een natuurlijk persoon die in het bezit is van een, mede door een door de Dienst Wegverkeer aangewezen gecommitteerde ondertekend, diploma keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen, diploma keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen respectievelijk diploma keurmeester periodieke keuring landbouw- en bosbouwtrekkers dat is afgegeven door de Stichting VAM, nadat het examen met goed gevolg bij deze instelling is afgelegd. 2 De Dienst Wegverkeer bepaalt aan welke voorwaarden wordt voldaan alvorens deelgenomen kan worden aan het examen keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen, het examen keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen of het examen keurmeester periodieke keuring landbouw- en bosbouwtrekkers. Deze voorwaarden worden in de Staatscourant bekendgemaakt. 3 Het examen wordt afgenomen overeenkomstig een door de Stichting VAM vastgesteld en door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd reglement. 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 05-01-2021 01-01-2021 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Ten bewijze van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen wordt aan de keurmeester een bevoegdheidspas overeenkomstig een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model verstrekt. Op de bevoegdheidspas worden ten minste het pasnummer, het diplomanummer en de groep van voertuigen genoemd waarvoor de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen geldt alsmede de geldigheidsduur van de pas. 2 artikel 30 Ten behoeve van het afmelden van een voertuig als bedoeld indoor middel van datacommunicatie, wordt aan de keurmeester een pincode verstrekt. Deze pincode is strikt persoonlijk. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikelen 44 tot en met 46 artikel 20 Nadat de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen is verleend, wordt onverminderd het bepaalde in het derde lid en in dedoor de keurmeester iedere twee jaar een toets bij de ingenoemde instelling afgelegd. 2 De toets wordt afgenomen overeenkomstig een door de in het eerste lid bedoelde instelling vastgesteld en een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd reglement. 3 Afhankelijk van het resultaat van de toets bedoeld in het eerste lid, wordt de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen met twee jaar verlengd of niet verlengd. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-01-2015
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De aanvrager van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen overlegt de volgende bescheiden: a. artikel 20 een afschrift van de in degenoemde diploma’s; b. artikel 22 indien van toepassing een afschrift van het resultaat van de toets als bedoeld in. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 wet De erkenninghouder neemt in verband met de periodieke keuring van motorrijtuigen en aanhangwagens het bij en krachtens debepaalde in acht. 2 Keuringen worden slechts verricht in een keuringsplaats waarvoor de erkenning geldt. 3 In de keuringsplaats worden slechts keuringen verricht van voertuigen waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats geldt. 4 Vervallen. 5 Het boekwerk ‘Regelgeving APK’ wordt door de erkenninghouder beschikbaar gesteld aan de keurmeester; de erkenninghouder draagt er tevens zorg voor dat de voorgeschreven boekwerken tot en met de laatste wijziging zijn bijgewerkt. 6 artikelen 25 tot en met 32 Aan een bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen worden de in deopgenomen voorschriften verbonden. 7 artikelen 15 tot en met 19 24 tot en met 33 Aan een erkenning worden de in deenopgenomen voorschriften verbonden. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a Vervallen 2018 7145 05-04-2018 03-04-2018 IENW/BSK-2018/24173 2018 7145 05-04-2018 03-04-2018 IENW/BSK-2018/24173 01-05-2018
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 wet De keurmeester neemt in verband met de periodieke keuring van motorrijtuigen en aanhangwagens het bij en krachtens debepaalde in acht. 2 De keurmeester controleert of hij de beschikking heeft over het boekwerk ‘Regelgeving APK’ voordat hij een keuring gaat verrichten. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Op verzoek van de aanvrager van een keuringsrapport wordt de bevoegdheidspas ter inzage gegeven. 2 De keurmeester draagt er zorg voor dat de aan hem ten behoeve van datacommunicatie verstrekte pincode niet toegankelijk is voor anderen. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Indien bij de erkenninghouder een keuringsrapport wordt aangevraagd, stelt deze, na overleg met de aanvrager, onverwijld het tijdstip voor de keuring vast. De keuring vindt zo spoedig mogelijk na de aanvraag plaats. 2 artikel 3.15, tweede en derde lid, van de Regeling voertuigen Er wordt geen keuring verricht dan nadat door de aanvrager het goedkeuringsdocument als bedoeld inis overgelegd, indien in het kentekenregister of op het kentekenbewijs bij bijzonderheden is vermeld ‘Taxi, zie goedkeuringsdocument’ of ’OV-auto, zie goedkeuringsdocument’. 3 Er wordt geen keuring verricht dan nadat het kentekenregister is geraadpleegd ten aanzien van: a. het voor het voertuig opgegeven kenteken; b. het identificatienummer van het ter keuring aangeboden voertuig, en c. de datum eerste toelating van het voertuig. 4 Er wordt geen keuring verricht en de aanvrager van een keuringsrapport wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen indien: a. het raadplegen van het kentekenregister niet mogelijk is door een onjuiste combinatie van het kenteken en de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer of indien de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer niet bekend zijn; b. het voertuigidentificatienummer van het voertuig niet in overeenstemming is met het kentekenregister; c. artikel 51a, vijfde lid, van de wet blijkens het kentekenregister de beperkte inschrijvingsduur van de tenaamstelling verstreken is, waardoor de tenaamstelling ingevolge, is vervallen. 5 Er wordt geen keuring verricht dan nadat door de aanvrager de voor het voertuig afgegeven kentekencard, dan wel het kentekenbewijs is overgelegd, indien het voertuig is voorzien van een kenteken bevattende de lettergroep AA, CD, CDJ dan wel de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers. 6 bijlage VIII van de Regeling voertuigen artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen In geval van een aanvraag voor een keuringsrapport voor voertuigen waarbij het om technische redenen als bedoeld in artikel 57, vijfde lid, van, niet mogelijk is het voertuig op een rollenremtestbank of platenremtestbank te remmen, dient een deugdelijke, goed functionerende remvertragingsmeter in de keuringsruimte aanwezig te zijn, waarvoor een geldig certificaat van eerste keuring of herkeuring als bedoeld inis afgegeven. 7 artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen Indien het te keuren motorrijtuig een bedrijfsauto is waarvan de toegestane maximummassa niet meer bedraagt dan 3.500 kg die is voorzien van een drukluchtremsysteem en een vangmuilkoppeling ten behoeve van een aanhangwagen dienen twee manometers met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor aanhangwagenremsystemen in de keuringsruimte aanwezig te zijn, waarmee de druk in drukluchtremsystemen en in gasveersystemen kan worden gemeten, voorzien van een geldig certificaat van eerste keuring of herkeuring als bedoeld in. 8 Indien het te keuren motorrijtuig een bedrijfsauto is waarvan de toegestane maximummassa niet meer bedraagt dan 3.500 kg die is voorzien van een drukluchtremsysteem en een schotelkoppeling ten behoeve van een aanhangwagen dienen in de keuringsruimte aanwezig te zijn: 1°. artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen twee manometers met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in drukluchtremsystemen en in gasveersystemen kan worden gemeten, voorzien van een geldig certificaat van eerste keuring of herkeuring als bedoeld in; 2°. een stalen rei met een lengte van ten minste 0,90 m; en 3°. een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2014
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikelen 7 9 9a 11 12 13 artikel 27, zesde, zevende en achtste lid hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen De keuring wordt verricht in een keuringsruimte met apparatuur die aan de in de,,,,,en indien van toepassinggestelde eisen voldoet. Van deze eis kan worden afgeweken indien volgens de wijze van keuren zoals vermeld ineen rij- of remproef buiten de keuringsruimte wordt uitgevoerd, mits de buitentemperatuur binnen het temperatuurgebied van de verplichte apparatuur ligt. 2 bijlage 1 Bij de keuring wordt het voertuig tevens gecontroleerd aan de hand van de inopgenomen reparatieadviespunten. 3 De keuring wordt verricht door een keurmeester. 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 2021 568 04-01-2021 30-12-2020 IENW/BSK-2020/143233 05-01-2021 01-01-2021
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Het resultaat van elke keuring wordt door de keurmeester schriftelijk vastgelegd op het keuringsrapport. 2 Voor dit keuringsrapport wordt gebruikgemaakt van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model keuringsrapport, dat bekend is gemaakt in de Staatscourant. 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Na afloop van elke keuring wordt het bepaalde in het tweede lid tot en met het vijfde lid in acht genomen alvorens het keuringsrapport af te geven aan de aanvrager. 2 Alvorens tot het afmelden van een voertuig als bedoeld in het derde lid wordt overgegaan, wordt door de keurmeester die het voertuig afmeldt aan de hand van het kentekenregister nagegaan of de keuring van dat voertuig heeft plaatsgevonden. 3 Het voertuig wordt door middel van datacommunicatie bij de Dienst Wegverkeer afgemeld onder verstrekking van de volgende gegevens: a. het pasnummer en de pincode van de keurmeester; b. het kenteken van het voertuig; c. de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het voertuigidentificatienummer, letters en leestekens buiten beschouwing gelaten; d. indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een kilometerteller, de afgelezen kilometerstand van het voertuig; e. het resultaat van de keuring; f. de bevestiging dat de in het tweede lid voorgeschreven controleverplichting is nagekomen, waarna acceptatie van de afmelding wordt weergegeven: 1°. de transactiecode en het tijdstip van de afmelding; 2°. indien het voertuig is goedgekeurd: tevens een nieuwe vervaldatum; 3°. indien het voertuig aan een steekproef moet worden onderworpen: tevens de einde wachttijd van de steekproef; g. ten aanzien van de voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen, de werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer, tenzij: 1°. de eigenaar of houder van het voertuig uitdrukkelijk heeft geweigerd deze gegevens beschikbaar te stellen; of 2°. het beschikbaar stellen van deze gegevens niet mogelijk is vanwege een technische reden. 4 Op het keuringsrapport moet schriftelijk worden vermeld: a. het pasnummer als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en het bepaalde in de onderdelen b en c; b. de afgelezen kilometerstand indien het voertuig is voorzien van een kilometerteller; c. het resultaat van de keuring; d. de transactiecode, en uitsluitend indien de schriftelijke invulling rechtstreeks plaatsvindt uit het door de Dienst Wegverkeer bijgehouden kentekenregister de tekst ‘afdruk RDW’; e. indien het voertuig is goedgekeurd de vervaldatum, waarbij de maand van de vervaldatum voluit in letters is geschreven; f. indien het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen de einde wachttijd van de steekproef; g. de naam, adresgegevens en het keuringsinstantienummer van de erkenninghouder. 5 Alvorens het keuringsrapport wordt ondertekend, wordt door de keurmeester nagegaan of het rapport volledig is ingevuld. 6 Door een keurmeester worden niet meer dan vier voertuigen per zestig minuten afgemeld. 7 Het keuringsrapport wordt onverwijld aan de aanvrager afgegeven indien het voertuig niet aan een steekproef wordt onderworpen. 8 Indien het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen, deelt de erkenninghouder dit aan de aanvrager mede en houdt de erkenninghouder het keuringsrapport onder zich voor een periode van ten hoogste negentig minuten, vanaf het tijdstip van afmelding. 2023 31557 22-11-2023 09-11-2023 IENW/BSK-2023/323787 2023 31557 22-11-2023 09-11-2023 IENW/BSK-2023/323787 01-01-2024
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Indien het voertuig blijkens mededeling van de Dienst Wegverkeer aan een steekproef wordt onderworpen, gelden de in het tweede tot en met zesde lid genoemde verplichtingen. 2 In de staat van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen, worden gedurende negentig minuten na het tijdstip van afmelding geen wijzigingen aangebracht en worden geen metingen met betrekking tot het voertuig verricht. 3 De erkenninghouder wijst de eigenaar of houder van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen er op dat deze verplicht is het voertuig voor de uitvoering van de steekproef beschikbaar te houden. 4 artikel 27, tweede lid Voorafgaande aan de steekproefherkeuring wordt het keuringsrapport door de erkenninghouder of de keurmeester aan de daartoe aangewezen functionaris van de Dienst Wegverkeer overhandigd. Door de erkenninghouder of de keurmeester wordt indien, van toepassing is, tevens het in dat artikel bedoelde goedkeuringsdocument overhandigd. 5 Aan een steekproef wordt alle medewerking verleend en de terzake door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen worden in acht genomen. Onder alle medewerking wordt in ieder geval verstaan dat: a. bij uitsluiting de keurmeester die het voertuig aan een keuring heeft onderworpen, aanwezig is vanaf het moment dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan en zelf feitelijke assistentie verleent bij het uitvoeren van de steekproef; b. het voertuig niet uit de keuringsplaats wordt verwijderd gedurende de steekproef; c. de desbetreffende ruimte en apparatuur gedurende de steekproef beschikbaar worden gesteld. 6 Indien bij de steekproef wordt vastgesteld dat het voertuig niet voldoet aan de keuringseisen, het voertuig onterecht is af- of goedgekeurd, het keuringsrapport onjuist of onvolledig is ingevuld of indien wordt geconstateerd dat de voorschriften met betrekking tot de steekproef niet in acht zijn genomen, wordt door de daartoe aangewezen functionaris van de Dienst Wegverkeer een steekproefcontrolerapport opgemaakt dat door deze wordt ondertekend alsmede door de keurmeester. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Indien de eigenaar of houder van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen met het voertuig wegrijdt, wordt dit onverwijld door de keurmeester aan de Dienst Wegverkeer gemeld. De eventuele goedkeuring wordt door de Dienst Wegverkeer ingetrokken en het voertuig kan niet meer worden afgemeld. 2 De erkenninghouder draagt er zorg voor dat de eigenaar of houder van een weggereden voertuig op de hoogte is gesteld van de verplichting om een nieuwe aanvraag van een keuringsrapport bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De Dienst Wegverkeer voert steekproefsgewijs anonieme keuringen uit door middel van het ter keuring aanbieden van een voertuig in het kader van het toezicht op de erkenning en het verrichten van keuringen. Wanneer blijkt dat: wordt terstond begonnen met een procedure tot intrekking van de erkenning en keuringsbevoegdheid. a. de keuring niet in de keuringsplaats wordt uitgevoerd; b. de keuring niet met de vereiste apparatuur wordt uitgevoerd; c. de keuring niet door een persoon die bevoegd is voertuigen aan een keuring te onderwerpen wordt uitgevoerd, of d. het resultaat van de keuring niet aan de Dienst Wegverkeer wordt gemeld; 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 86 van de wet paragraaf 2 Het inbedoelde toezicht geschiedt met inachtneming van de indaaromtrent gegeven voorschriften. 2 artikel 86a van de wet paragraaf 3 Het inbedoelde toezicht geschiedt met inachtneming van de indaaromtrent gegeven voorschriften. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Nadat een erkenning is verleend, wordt in het kader van het toezicht onderzocht of de erkenninghouder en de keuringsplaats nog voldoen aan de erkenningseisen en of de erkenningsvoorschriften worden nageleefd. 2 Het in het eerste lid bedoelde toezicht kan tevens plaatsvinden in het kader van een steekproef van het voertuig. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2014
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 31 Onverminderd het bepaalde in, wordt in het kader van het toezicht alle medewerking aan de daartoe aangewezen functionarissen van de Dienst Wegverkeer verleend. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. het verlenen van toegang tot de keuringsplaats; b. het verstrekken van inlichtingen; c. het overleggen van bescheiden; d. het gebruik maken van de benodigde apparatuur; e. het in acht nemen van door de betreffende functionaris van de Dienst Wegverkeer aangegeven aanwijzingen. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De Dienst Wegverkeer kan in het kader van het toezicht op de erkenninghouder of de keurmeester een systeem van bonus- en strafpunten vaststellen, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2 Indien een systeem als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld, wordt aan de hand daarvan, afhankelijk van de resultaten van het uitgeoefende toezicht, beoordeeld of het toezicht wordt verminderd of verscherpt dan wel of een erkenning of een keuringsbevoegdheid wordt gewijzigd of ingetrokken. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2014
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 De in deze paragraaf bepaalde eisen zijn, voor zover niet anders bepaald, tevens van toepassing op het toezicht op mobiele keuringseenheden en de inrichtingen waar met behulp van deze mobiele keuringseenheden keuringen worden verricht. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 87, van de wet Deze paragraaf laat onverlet de bevoegdheid tot wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning als omschreven in, in andere gevallen dan die in deze paragraaf zijn beschreven. 2 artikel 87, tweede lid, van de wet Een wijziging, schorsing of intrekking van een erkenning als bedoeld in, geldt in beginsel uitsluitend voor de betrokken keuringsplaats. 3 In afwijking van het tweede lid kan de Dienst Wegverkeer, als omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat een wijziging, schorsing of intrekking alle keuringsplaatsen betreft waarvoor de erkenning geldt. 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Bij schorsing van een erkenning kan worden bepaald dat, indien niet binnen een termijn van ten hoogste 12 weken wordt aangetoond dat weer aan de erkenningseisen of erkenningsvoorschriften wordt voldaan, alsnog wijziging of intrekking van de erkenning volgt. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikelen 25 tot en met 32 Indien de in deneergelegde verplichtingen of voorschriften niet worden nageleefd, wordt terstond begonnen met een procedure voor intrekking van de erkenning. 2012 1538 27-01-2012 19-01-2012 IENM/BSK-2011/177879 2012 1538 27-01-2012 19-01-2012 IENM/BSK-2011/177879 01-04-2012
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 87 van de wet De in, bedoelde wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning kan, indien de erkenningseis of het erkenningsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het keuren van een bepaalde groep voertuigen, beperkt blijven tot het keuren van die desbetreffende groep voertuigen. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2014
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 87a van de wet De inbedoelde intrekking van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen kan, indien de keuringsbevoegdheidseis, het keuringsbevoegdheidsvoorschrift of het keuringsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het keuren van een bepaalde groep voertuigen, beperkt worden tot het keuren van die desbetreffende groep voertuigen. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Indien er sprake is van een situatie waarin aan een of meer keuringsbevoegdheidseisen, keuringsbevoegdheidsvoorschriften of keuringsvoorschriften niet wordt voldaan, terwijl die situatie op korte termijn kan worden hersteld, kan, in plaats van intrekking van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen, overgegaan worden tot schorsing van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen voor een termijn van ten hoogste twaalf weken. 2 Wordt binnen de in het eerste lid genoemde termijn niet aangetoond dat wederom aan de keuringsbevoegdheidseisen, keuringsbevoegdheidsvoorschriften of keuringsvoorschriften wordt voldaan, dan volgt alsnog intrekking van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikelen 25 tot en met 32 Indien door de keurmeester de in deneergelegde verplichtingen of voorschriften niet worden nageleefd, wordt terstond begonnen met een procedure voor intrekking van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen. 2009 76 22-04-2009 10-04-2009 CEND/HDJZ-2009/444sectorAWW 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a Vervallen 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 2014 14797 17-06-2014 13-06-2014 IENM/BSK-2014/102875 01-07-2025
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Erkenningsregeling APK Erkenningen en bevoegdheden die zijn verleend krachtens de, zoals die regeling luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling, worden gelijkgesteld met erkenningen en bevoegdheden die zijn verleend krachtens deze regeling. 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012 Voorheen art. 58. 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Besluit voertuigen artikel 30, derde lid, onderdeel e, onder 3, derde lid, onderdeel g, onder 3, vierde lid, onderdeel c, onder 2, en vierde lid, onderdeel e, onder 3 Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat hetin werking treedt, met uitzondering van, dat in werking treedt op 1 januari 2010. 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012 Voorheen art. 59. 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK. 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012 Voorheen art. 60. 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 2011 19193 28-10-2011 19-10-2011 IENM/BSK-2011/130336 01-04-2012