Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 24 maart 2009, nr. TRCJZ/2009/840, houdende maatregelen voor de instandhouding van zeevisbestanden (Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij)
- BWB-id
- BWBR0025587
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2011-03-10 t/m 2011-07-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025587
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-instandhoudingsmaatregelen-zeevisserij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-instandhoudingsmaatregelen-zeevisserij/2011-03-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025587&g=2011-03-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025587&z=2026-06-06&g=2011-03-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025587/2011-03-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-instandhoudingsmaatregelen-zeevisserij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. aanverwante vissoort: artikel 11, tweede lid vissoort als genoemd in; b. beheersperiode: periode genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de verordening inzake vangstmogelijkheden; c. contingent: artikelen 24 25 in kilogrammen uitgedrukte in het kalenderjaar in een vangstgebied te vangen hoeveelheid van een vissoort in levend gewicht, vermeerderd, onderscheidenlijk verminderd, met eventueel op grond van deofvoor het kalenderjaar in gebruik gekregen, onderscheidenlijk in gebruik gegeven, hoeveelheden van de desbetreffende vissoort, die per vissersvaartuig ten hoogste mag worden aangeland; d. deelgebied, sector of deelsector: zeegebied als omschreven in artikel 4 van de verordening inzake vangstmogelijkheden; e. gereglementeerd geografisch gebied: de gebieden, bedoeld in artikel 3 van verordening nr. 1342/2008; f. gereglementeerd vistuig: de vistuigen behorend tot de categorieën, bedoeld in bijlage I van verordening nr. 1342/2008; g. groep: artikel 13, tweede lid groep als bedoeld in; h. groepscontingent: artikel 13 artikelen 24 25 groepscontingent als bedoeld in, vermeerderd, onderscheidenlijk verminderd, met eventueel op grond van deenvoor het kalenderjaar in gebruik gekregen, onderscheidenlijk in gebruik gegeven, hoeveelheden van de desbetreffende vissoort; i. individueel aandeel: contingent van een vissoort dat een ondernemer heeft ingebracht in een groepscontingent, vermeerderd met door hem gekochte en in gebruik gekregen hoeveelheden van die vissoort en verminderd met door hem verkochte en in gebruik gegeven hoeveelheden van die vissoort, waarover hij als deelnemer aan een groepscontingent in een kalenderjaar kan beschikken; j. inspanningsgroep: een inspanningsgroep als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 1342/2008; k. minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; l. ondernemer: artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 degene te wiens naam het vissersvaartuig in het visserijregister, bedoeld in, is geregistreerd; m. producentenorganisatie: producentenorganisatie als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (PbEG L 17); n. vangstgebied: bijlage 4 de sectoren of deelgebieden, genoemd in; o. verordening inzake vangstmogelijkheden: Verordening (EU) Nr. 57/2011 van de Raad van de Europese Unie van 18 januari 2011 tot vaststelling, voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn; p. verordening nr. 1224/2009: Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU L 343); q. verordening nr. 850/98: Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van de Europese Unie van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (Pb EG L 125); r. verordening nr. 1162/2001: Verordening (EG) nr. 1162/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het heekbestand in ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in ICES-sectoren VIIIa, b, d, e en van daarmee samenhangende bepalingen inzake de controle op de activiteiten van vissersvaartuigen (PbEG L 159); s. verordening nr. 494/2002: Verordening (EG) nr. 494/2002 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2002 tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het heekbestand in de ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in de ICES-sectoren VIIIa, b, d, e (PbEG L 77); t. verordening nr. 2371/2002: Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (Pb EG L 358); u. verordening nr. 1005/2008: Verordening nr. 1005/2008/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PbEU L 286); v. verordening nr. 1342/2008: Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van de Europese Unie van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 (PbEU L 348); w. visserij-inspanning: inspanning zoals berekend in artikel 4 van verordening nr. 1342/2008; x. vistuig van het type staandwant: kieuwnetten en warrelnetten als bedoeld in bijlage I, tabel 3, van verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot (PbEU L 5). 2 Voor de toepassing van deze regeling vindt het aanlanden van vis plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen. 2011 4033 09-03-2011 01-03-2011 187194 2011 4033 09-03-2011 01-03-2011 187194 10-03-2011
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 108 van verordening nr. 1224/2009 vastgestelde maatregelen. 2 Het is verboden in strijd te handelen met een krachtens artikel 36 van verordening nr. 1005/2008 vastgestelde noodmaatregel. 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 02-03-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlagen 1 2 3 Het is verboden met een vissersvaartuig de visserij uit te oefenen op de vissoorten genoemd in de,enin de bij die vissoorten genoemde wateren en om deze soorten aan boord te hebben en aan te voeren. 2 Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft de vangst door: a. bijlage 2 de gezamenlijke Nederlandse vissers van de hoeveelheid per vissoort, per deelgebied of sector en voor de periode vermeld in; b. bijlage 3 de gezamenlijke vissers van de lidstaten van de Europese Unie van de hoeveelheid per vissoort, per deelgebied of sector en voor de periode vermeld in, en c. bijlage 1 2 3 vissersvaartuigen die de vlag voeren van, of geregistreerd zijn in een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie, in de gebieden vermeld in,en, mits de visserij wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel 35 van de verordening inzake vangstmogelijkheden. 3 bijlage 2 3 De minister kan de vrijstellingen bedoeld in het tweede lid intrekken dan wel de inengenoemde hoeveelheden wijzigen, voor zover hij dit noodzakelijk acht voor de nakoming van communautaire verplichtingen. 4 De minister maakt het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het tweede lid bedoelde hoeveelheden zijn opgevist. Dit tijdstip kan per vissoort verschillen. 5 De minister kan wijzigingen aanbrengen in de hoeveelheden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, voor zover hij dit noodzakelijk acht voor de nakoming van communautaire verplichtingen. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De door de gezamenlijke Nederlandse vissers aangevoerde hoeveelheden vis worden in mindering gebracht op het desbetreffende quotum, respectievelijk het desbetreffende Gemeenschapsaandeel, bedoeld in bijlage 3 en 4, met uitzondering van: a. artikel 2, eerste lid de vangsten, waarvoor ontheffing is verleend van het verbod, bedoeld in, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover deze het in artikel 33, zesde lid, van verordening nr. 1224/2009 genoemde percentage van de hoeveelheid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, niet te boven gaan, of b. artikel 2, eerste lid dat deel van de vangsten, waarvoor ontheffing is verleend van het verbod, bedoeld in, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening inzake vangstmogelijkheden, voor zover wordt voldaan aan het tweede lid van dat artikel. 2 Indien een Nederlandse visser op één dag meerdere malen een hoeveelheid van 50 kg of minder van dezelfde vissoort aanvoert, wordt de totale hoeveelheid die de visser op die dag van die vissoort aanvoert in mindering gebracht op: tenzij die totale hoeveelheid 50 kg of minder bedraagt. a. artikel 2, tweede lid, onderdeel a het quotum voor de desbetreffende vissoort, bedoeld in, en in voorkomend geval op zijn contingent, of b. artikel 2, tweede lid, onderdeel b het desbetreffende Gemeenschapsaandeel, bedoeld; 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 verordening nr. 2371/2002 bijlage 4 De minister kan een deel van de vangstmogelijkheden die voor een kalenderjaar ingevolge artikel 20, eerste lid, vanop de vissoorten en de gebieden, bedoeld in, aan Nederland zijn toegewezen, reserveren ten behoeve van: a. het ruilen van vangstmogelijkheden met andere lidstaten als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van verordening nr. 2371/2002; b. verlagingen van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden, bedoeld in de artikelen 37, tweede lid, 88, eerste lid, 105, 106 en 107, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009, en c. artikel 5 van de Regeling visvergunning artikelen 2 tot en met 4 10 tot en met 10b van de Regeling technische maatregelen 2000 artikelen 10 18 19 toewijzing aan een ondernemer, respectievelijk aan een groep dan wel producentenorganisatie, waarvan is vastgesteld dat met het vissersvaartuig van de ondernemer of met de vissersvaartuigen van de ondernemers die bij de desbetreffende groep dan wel producentenorganisatie zijn aangesloten in een nader te bepalen periode de visserij is uitgeoefend overeenkomstig, deenen met de,envan onderhavige regeling. 2 Voor de vangst van het deel van de vangstmogelijkheden dat is gereserveerd op grond van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt, na aftrek van de geruilde hoeveelheden en de verlagingen, uiterlijk 1 juni van een kalenderjaar vrijstelling verleend. 3 artikel 2, tweede lid, onderdeel a Het deel van de vangstmogelijkheden dat wordt gereserveerd op grond van het eerste lid, onderdeel c, bedraagt ten hoogste 10% van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden op de vissoorten in de gebieden, bedoeld in. 4 artikel 2, tweede lid Voor de vangst van het deel van de vangstmogelijkheden dat is gereserveerd op grond van het eerste lid, onderdeel c, wordt aan ondernemers of groepen als bedoeld in dat onderdeel uiterlijk 1 juni van een kalenderjaar vrijstelling als bedoeld in, verleend. De minister stelt de criteria vast die worden gehanteerd bij de verlening van die vrijstelling. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage 1 tot en met 3 Het is verboden met andere vaartuigen dan vissersvaartuigen de visserij met trawlnetten, staande netten, Deense zegennetten of soortgelijke netten uit te oefenen op de vissoorten genoemd in dein de bij die vissoorten genoemde wateren alsmede dergelijke netten aan boord te hebben van een ander vaartuig dan een vissersvaartuig. 2 artikel 1, onderdelen c en d, van de Uitvoeringsregeling visserij In afwijking van het eerste lid is het toegestaan staande netten aan boord te hebben in het zeegebied en de kustwateren, bedoeld in. 3 Een scheepswerf is, indien die daartoe melding doet aan de minister, vrijgesteld van het in het eerste lid gestelde verbod, voor zover het betreft de uitoefening van de visserij door een vaartuig: a. Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 dat in aanbouw is op die scheepswerf en nog niet is afgeleverd en niet is geregistreerd overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens heten b. waarmee in het kader van een proefvaart de visserij wordt uitgeoefend om de werking van bij dat vaartuig behorende trawlnetten, Deense zegennetten of soortgelijke netten alsmede staande netten te beproeven. 4 Het is verboden één of meer boomkorren aan boord te hebben van een vissersvaartuig waarmee ingevolge deze regeling geen tong of schol in het vangstgebied mag worden opgevist, aan boord gehouden dan wel aangeland. 5 artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling technische maatregelen 2000 Het vierde lid is niet van toepassing op de visserij met een vissersvaartuig waarvoor een vergunning voor de garnalenvisserij als bedoeld inis verleend en evenmin op de visserij met een vissersvaartuig waarmee de spieringvisserij, bedoeld in, wordt uitgeoefend. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Het is verboden om anders dan met een vissersvaartuig in de visserijzone te vissen met: a. een vistuig van het type staandwant; b. artikel 1, onderdeel e, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 een aalfuik als bedoeld in; c. artikel 1, onderdeel f, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 een ankerkuil als bedoeld in; d. artikel 1, onderdeel g, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 een aalkistje als bedoeld in; e. artikel 1, onderdeel h, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 een aalhoekwant als bedoeld in; of f. enig ander vast vistuig. 2009 19964 24-12-2009 09-12-2009 86306 19964 24-12-2009 2009 19964 24-12-2009 09-12-2009 86306 01-01-2011 Ook gepubliceerd in Stcrt. 2009/19689, gerectificeerd in Stcrt. 2010/19964 van 24 februari 2010 en 18 maart 2010.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963 Het is verboden vis van de soorten die zijn aangewezen krachtenste verhandelen indien de vis niet is gevangen met een vissersvaartuig. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Met ingang van de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 36, tweede lid, van verordening nr. 1224/2009 vastgestelde datum, is het verboden in de visserijzone met een vissersvaartuig dat de vlag voert van, of geregistreerd is in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, de visserij uit te oefenen op de vissoorten waarvoor voornoemde vaststelling geldt en die soorten aan boord te houden, over te laden en in Nederland aan te voeren. 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 02-03-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het is verboden diepgevroren vis in verpakkingen aan te landen, tenzij op de verpakking de in de verpakking aanwezige vis per vissoort is vermeld volgens de codes, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de Lid-Staten (PbEG L 276). 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 5 6 van de Regeling technische maatregelen 2000 Het is uitsluitend toegestaan haring die is gevangen in de ICES-deelgebieden III, IV en VIId, aan boord te houden of aan te voeren, indien de vangsten voldoen aan artikel 2, van verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie (Pb EG L 191), en zijn gevangen overeenkomstig deen. 2 De vangst van: a. heek wordt slechts dan aan boord gehouden of aangevoerd als de hoeveelheid heek aan boord niet meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord; b. schelvis wordt slechts dan aan boord gehouden of aangevoerd als de hoeveelheid schelvis aan boord niet meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord. 3 Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis aan te landen. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, 37, aanhef en onderdelen 3 tot en met 6, 9 en 10, 38, aanhef en onderdelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 7, 39, eerste lid, 40, tweede lid, en 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008. 2 Indien een vissersvaartuig van een derde land is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, is het voor dat vissersvaartuig verboden om zonder door een ambtenaar van de AID verleende toestemming als bedoeld in artikel 37, onderdeel 7, van die verordening, de bemanning te vervangen. 3 Het is een vissersvaartuig dat is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, verboden de Nederlandse vlag te voeren. 4 Het is een vissersvaartuig dat de Nederlandse vlag voert verboden charterovereenkomsten te sluiten met derde landen die zijn opgenomen op de lijst van niet-meewerkende derde landen, bedoeld in artikel 33 van verordening nr. 1005/2008. 5 Waarnemingsverslagen als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, worden ingediend bij de minister. 2009 20350 31-12-2009 22-12-2009 4242 2009 20350 31-12-2009 22-12-2009 4242 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 bijlage 4 Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort als bedoeld inin het voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen dan wel een vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien: a. voor dat vissersvaartuig geen recht op een contingent van de desbetreffende vissoort bestaat, en b. artikel 12, eerste lid het document, bedoeld in, niet aan boord aanwezig is. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a artikel 10 Indien ontheffing wordt verleend van, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij, geschiedt dit in overeenstemming met artikel 7 van de verordening inzake vangstmogelijkheden. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 bijlage 4 bijlage 4 Een ondernemer heeft voor de duur van het kalenderjaar recht op een contingent van een vissoort als bedoeld in, indien hij op 31 december van het voorafgaande jaar om 24.00 uur voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent van die vissoort had, tot een invermeld percentage van het in het voorafgaande jaar geldende contingent. 2 Een ondernemer heeft slechts recht op een contingent van een aanverwante vissoort, indien hij ook recht heeft op een contingent van de volgende bij de desbetreffende aanverwante vissoort genoemde vissoort: a. bij tong: schol; b. bij schol: tong; c. bij kabeljauw: wijting; d. bij wijting: kabeljauw. 3 artikel 20 Bij de vaststelling van een contingent voor het kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het voorafgaande jaar is verlaagd ingevolge, niet meegerekend. 4 De minister wijzigt het in het eerste lid genoemde percentage voor een vissoort indien ten gevolge van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen de voor de gezamenlijke Nederlandse vissers beschikbare hoeveelheid van die vissoort wordt verlaagd. 5 artikel 2, tweede lid Tenzij de vrijstelling, bedoeld in, is ingetrokken, kan de minister ten behoeve van een ondernemer die zijn contingent van een vissoort nog niet heeft overschreden, het in het eerste lid genoemde percentage wijzigen indien: a. de voor de gezamenlijke Nederlandse vissers beschikbare hoeveelheid van die vissoort daartoe ruimte biedt, of b. ten gevolge van een ruil van quota als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van verordening nr. 2371/2002 wijziging optreedt in de voor de gezamenlijke Nederlandse vissers beschikbare hoeveelheid van die vissoort. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11, eerste lid De minister reikt aan de ondernemer, bedoeld in, een document uit voor het contingent van een vissoort voor het kalenderjaar, dat onder meer de volgende gegevens bevat: a. de naam van de ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig, waarop het document betrekking heeft, staat geregistreerd, en b. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a. 2 Indien na ontbinding van een samenwerkingsverband dat een vissersvaartuig in exploitatie heeft, één of meer van de deelnemers van dit samenwerkingsverband de exploitatie van dat vissersvaartuig voortzetten, wordt na melding daartoe door alle deelnemers van het samenwerkingsverband de tenaamstelling van het document, bedoeld in het eerste lid, gewijzigd. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 20 De minister kent een nieuw groepscontingent van een vissoort toe gelijk aan de som van de gezamenlijke ingebrachte contingenten van die vissoort voor zover deze niet reeds zijn opgevist en aangeland en verminderd met de hoeveelheden, bedoeld in, en met inachtneming van deze paragraaf, indien: a. de ondernemers de voor hun vissersvaartuigen toegekende contingenten van een vissoort voor het kalenderjaar ten behoeve van de vorming van een nieuw groepscontingent van die vissoort samenvoegen en b. de minister vóór 1 februari van het kalenderjaar het daartoe strekkende verzoek heeft ontvangen. 2 Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts voor een groep: dan wel voor een producentenorganisatie. a. die bestaat uit ten minste 15 ondernemers die lid zijn van één dezelfde producentenorganisatie; b. die rechtspersoonlijkheid bezit, en c. die onder leiding staat van een voorzitter wiens benoeming door het Productschap Vis moet zijn goedgekeurd, 3 Een ondernemer kan slechts deelnemen aan een groepscontingent indien: a. hij alle geldende, en gedurende het kalenderjaar eventueel te verwerven, contingenten van de desbetreffende vissoort in de groep dan wel producentenorganisatie inbrengt; b. artikel 11, tweede lid – voorzover het een aanverwante vissoort betreft – hij alle voor hem geldende, en gedurende het kalenderjaar eventueel nog te verwerven contingenten van de in, bij die aanverwante vissoort genoemde vissoort in de groep dan wel producentenorganisatie inbrengt, en c. artikel 20 de voor het kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen geldende contingenten van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort als gevolg van de korting overeenkomstigniet zijn vastgesteld op nul. 4 De ondernemer die in het kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen recht heeft op contingenten van verschillende vissoorten, kan slechts met zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen aan één van de groepscontingenten deelnemen. 5 Indien een ondernemer die deelneemt aan een groepscontingent, gedurende het kalenderjaar een contingent van de vissoort waarvan contingenten zijn ingebracht in dat groepscontingent, verwerft, wordt dat contingent toegevoegd aan dat groepscontingent, tenzij dat groepscontingent of – in voorkomend geval – het groepscontingent van de desbetreffende aanverwante vissoort volledig is opgevist. 6 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt door de groep dan wel producentenorganisatie ingediend waarbij de volgende bescheiden worden overgelegd: a. een visplan; b. de statuten van de groep dan wel producentenorganisatie waarin in ieder geval is bepaald dat de leden van de groep dan wel producentenorganisatie alle aan te voeren vis via bemiddeling van visafslagen moeten verhandelen en dat bij niet-naleving van de door de groep dan wel producentenorganisatie opgestelde bepalingen een sanctiesysteem zal worden toegepast en op welke wijze de geïnde boetes door de groep dan wel producentenorganisatie zullen worden besteed; c. het huishoudelijk reglement van de groep dan wel producentenorganisatie, en d. een ondertekende verklaring van alle leden van de groep dan wel producentenorganisatie waaruit blijkt dat zij de voor het kalenderjaar toegekende contingenten aan de groep dan wel producentenorganisatie in beheer hebben gegeven. 7 In het visplan, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, moet ten minste worden aangegeven: a. de spreiding van de aanvoer van het beschikbare groepscontingent; b. welke maatregelen genomen zijn of zullen worden genomen om de visserij-inspanning van de deelnemers aan het groepscontingent af te stemmen op de desbetreffende groepscontingenten. 8 Een groepscontingent als bedoeld in het eerste lid staat op naam van de groep dan wel producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen waarvan de contingenten aan de groep dan wel producentenorganisatie in beheer zijn gegeven. 9 De minister willigt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, niet in indien: a. de bescheiden, bedoeld in het zesde lid, niet zijn overgelegd, of b. naar zijn oordeel de naleving van deze regeling en van de afspraken die binnen de groep dan wel producentenorganisatie zijn gemaakt, onvoldoende is verzekerd. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Het groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie is verplicht om: a. een visplan op te stellen en toe te zien op de naleving daarvan; b. erop toe te zien dat de leden van de groep dan wel producentenorganisatie het groepscontingent niet overschrijden; c. de visserij op de desbetreffende vissoort te verbieden indien het groepscontingent is opgevist; d. in geval van overschrijding van het individueel aandeel of van het groepscontingent sanctiemaatregelen toe te passen; e. huur- en verhuurtransacties te registreren en te administreren; f. een deugdelijke administratie te voeren waaruit te allen tijde de omvang van het groepscontingent blijkt, alsmede welke hoeveelheden van de desbetreffende vissoort per vissersvaartuig, per deelgebied of sector zijn aangeland; g. elke wijziging van de statuten en huishoudelijke reglementen van de groep dan wel producentenorganisatie onverwijld aan de minister over te leggen; h. de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te allen tijde inzage te verlenen in de gegevens, bedoeld in onderdelen e en f; i. op verzoek de minister een kopie te verstrekken van de gegevens, bedoeld in onderdeel h, en j. artikel 36, eerste lid de door het groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie ontvangen gegevens ingevolge, na ontvangst onverwijld door te sturen aan de minister. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De ten behoeve van een groepscontingent samengevoegde contingenten van een vissoort kunnen gedurende een kalenderjaar niet aan het groepscontingent worden onttrokken. 2 In afwijking van het eerste lid kan een ondernemer één of meer van zijn tot een groepscontingent samengevoegde contingenten van een vissoort, of een gedeelte daarvan, aan het groepscontingent onttrekken, mits: a. hij daarvan melding doet aan de minister; b. de melding, bedoeld in onderdeel a, vergezeld gaat van een schriftelijke verklaring van het groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie dat het desbetreffende groepscontingent beheert, dat het met de onttrekking instemt, en c. het groepscontingent van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort, op het moment van ontvangst van de melding nog niet geheel is opgevist. 3 Indien aan de vereisten van het tweede lid is voldaan, worden de te onttrekken contingenten van een vissoort verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten zijn gerealiseerd. 4 De onttrekking vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer en aan de groep dan wel producentenorganisatie, dat de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is ontvangen. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De minister kan op verzoek van het desbetreffende groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie een deelnemer aan een groepscontingent van verdere deelname uitsluiten indien de deelnemer de binnen de groep dan wel producentenorganisatie geldende regels niet naleeft. 2 artikel 11, eerste lid De uitgesloten deelnemer, bedoeld in het eerste lid, heeft voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent van de desbetreffende vissoort en – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort- dat gelijk is aan het op grond van de, geldende contingent van die vissoort, onderscheidenlijk van die aanverwante vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 15, tweede lid artikel 16, tweede lid artikel 14, onderdeel h Bij de onttrekking van contingenten, bedoeld in, alsmede bij de toekenning van een contingent, bedoeld in, gaat de minister bij de berekening van het desbetreffende contingent uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in, behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij dat contingent. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het is verboden: a. met een vissersvaartuig op een grotere hoeveelheid van een vissoort in het voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen, dan wel een grotere hoeveelheid van een vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, dan overeenkomt met het voor dat vissersvaartuig voor dat gebied geldende recht op een contingent van de desbetreffende vissoort; b. indien voor meer dan één visservaartuig van één ondernemer contingenten van een vissoort gelden, op de desbetreffende vissoort met één van deze vissersvaartuigen in het vangstgebied te vissen, dan wel die vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien de som van de voor de vissersvaartuigen van die ondernemer, op dat gebied betrekking hebbende, geldende contingenten van die vissoort is opgevist; c. met een vissersvaartuig waarvan het geldende contingent van een vissoort met andere contingenten van die vissoort is samengevoegd tot een groepscontingent, in het voor die vissoort aangewezen vangstgebied op de desbetreffende vissoort te vissen, dan wel die vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het groepscontingent is opgevist. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het is verboden tong, onderscheidenlijk schol, uit het vangstgebied aan te landen met, of aan boord te houden van, een ander vaartuig dan waarmee op die vissoort is gevist. 2 Het is verboden met een vissersvaartuig: a. op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het voor dat vissersvaartuig geldende contingent schol is opgevist; b. op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het voor dat vissersvaartuig geldende contingent wijting is opgevist. 3 Het is verboden, indien voor meer dan één vissersvaartuig van één ondernemer: a. contingenten tong en schol gelden, met één van deze vissersvaartuigen op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien de som van de voor de vissersvaartuigen van die ondernemer geldende contingenten schol is opgevist; b. contingenten kabeljauw en wijting gelden, met één van deze vissersvaartuigen op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien de som van de voor de vissersvaartuigen van die ondernemer geldende contingenten wijting is opgevist. 4 Het is verboden met een vissersvaartuig waarvan: a. de geldende contingenten tong en schol met andere contingenten van die vissoorten zijn samengevoegd tot een groepscontingent, op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het groepscontingent schol is opgevist; b. de geldende contingenten kabeljauw en wijting met andere contingenten van die vissoorten zijn samengevoegd tot een groepscontingent, op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het groepscontingent wijting is opgevist. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Indien de ondernemer het voor het kalenderjaar geldende contingent van een vissoort overschrijdt, wordt het voor het jaar volgend op het kalenderjaar geldende contingent van die vissoort overeenkomstig gekort. 2 Indien de hoeveelheid van een vissoort waarmee het voor het kalenderjaar geldende contingent van die vissoort wordt overschreden, groter is dan de omvang van het voor het jaar volgend op het kalenderjaar geldende contingent van die vissoort, wordt het voor de jaren na laatstbedoeld jaar geldende contingent van die vissoort overeenkomstig gekort. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de ondernemer in het kalenderjaar de som van de voor zijn vissersvaartuigen geldende contingenten overschrijdt. 4 Indien het voor het kalenderjaar gevormde groepscontingent van een vissoort wordt overschreden, wordt de hoeveelheid van de desbetreffende vissoort waarmee het groepscontingent is overschreden, op de voor het op het kalenderjaar volgende jaar geldende contingenten van die vissoort van die deelnemers in mindering gebracht die in het kalenderjaar hun individueel aandeel van die vissoort in dat groepscontingent hebben overschreden. 5 Indien de hoeveelheid van die vissoort waarmee het individueel aandeel in het groepscontingent in het kalenderjaar wordt overschreden groter is dan de omvang van het voor op het kalenderjaar volgende jaar geldende contingent van die vissoort, wordt het voor de jaren na laatstbedoeld jaar geldende contingent van die vissoort overeenkomstig gekort. 6 In afwijking van het eerste tot en met het vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van: a. artikel 11, eerste lid het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van, geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht, of b. artikel 11, eerste lid het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van, geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 11, eerste lid In afwijking van, kan een ondernemer die meer dan één vissersvaartuig in eigendom heeft waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier voor deze vissersvaartuigen verdelen. 2 De verdeling, bedoeld in het eerste lid, is slechts toegestaan, indien: a. artikel 11, tweede lid – voor zover het contingenten van een aanverwante vissoort betreft – voor de betrokken vissersvaartuigen zowel een contingent van de desbetreffende aanverwante vissoort als een contingent van de in de, bij die aanverwante vissoort genoemde vissoort geldt; b. artikel 20 de contingenten van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort van de betrokken vissersvaartuigen nog niet volledig zijn opgevist, dan wel niet als gevolg van de korting overeenkomstigzijn vastgesteld op nul op het moment van ontvangst van het verzoek; c. artikel 2, tweede lid de vrijstelling, bedoeld in, nog niet is ingetrokken, en d. de ondernemer de minister daarvan melding doet. 3 De andere verdeling wordt slechts toegepast na kennisgeving van de minister aan de ondernemer dat de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, is ontvangen. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers. 2 artikel 12 Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk overdraagt, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in. 3 artikel 11, tweede lid Een geheel contingent van een aanverwante vissoort kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor reeds een contingent van die vissoort en van de in, bij die vissoort genoemde aanverwante vissoort geldt. 4 Een gedeeltelijk contingent kabeljauw kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor reeds contingenten kabeljauw en wijting gelden. 5 Een gedeeltelijk contingent van een andere vissoort dan genoemd in het vierde lid kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor reeds een contingent van dezelfde vissoort geldt. 6 artikel 11, tweede lid Een geheel contingent van een aanverwante vissoort kan slechts worden overgedragen tegelijkertijd met de gehele overdracht van het contingent van de desbetreffende ondernemer van de in, bij de desbetreffende aanverwante vissoort genoemde vissoort, met dien verstande dat de minister op verzoek van die ondernemer kan toestaan het verzoek tot overdracht van laatstbedoelde vissoort voor een door hem vast te stellen periode aan te houden. 7 Indien ten behoeve van de ondernemer een pandrecht op het contingent van de desbetreffende vissoort is verleend, gaat een melding als bedoeld in het tweede lid vergezeld van een verklaring dat de pandhouder met de overdracht instemt. 8 De instemming, bedoeld in het zevende lid, is slechts vereist indien de pandhouder de minister door middel van een afschrift van de akte van verpanding in kennis heeft gesteld van het gevestigde pandrecht. 9 artikel 20 De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam een contingent van dezelfde vissoort geldt, gelijk aan het eerder voor de ondernemer die overdraagt, geldende contingent van die vissoort, en dat voor het lopende jaar dat contingent is verminderd met het eventueel reeds opgeviste deel daarvan en de hoeveelheden, bedoeld in. 10 Indien de ondernemer aan wie de kennisgeving, bedoeld in het negende lid, is gericht, meer dan één vissersvaartuig heeft aangewezen, geeft hij voor elk van deze vissersvaartuigen aan op welk deel van het desbetreffende contingent of van de desbetreffende contingenten de overdracht betrekking heeft. 11 De kennisgeving, bedoeld in het negende lid, vindt voor het lopende jaar slechts plaats: a. voor zover aan een ondernemer wordt overgedragen ten behoeve van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen waarvoor een contingent van dezelfde vissoort met – in voorkomend geval – een contingent van de desbetreffende aanverwante vissoort geldt, indien het voor dat jaar aan de ondernemer aan wie wordt overgedragen, geldende contingent van die vissoort of van die aanverwante vissoort nog niet geheel is opgevist, op het moment van ontvangst van de melding, bedoeld in het tweede lid; b. artikel 20 voor zover niet aan een ondernemer wordt overdragen ten behoeve van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen waarvoor het geldende contingent van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort als gevolg van de korting overeenkomstigis vastgesteld op nul; c. artikel 2, tweede lid indien de minister de vrijstelling, bedoeld in, nog niet heeft ingetrokken, en d. – voor zover het de overdracht van een contingent haring, makreel, tong, blauwe wijting, grote zilvervis of schol betreft – aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor geen contingent van dezelfde vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort geldt, indien in het kalenderjaar met dat vissersvaartuig geen hoeveelheden van die vissoort of van die aanverwante vissoort zijn aangeland. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De minister kan voor een door hem vast te stellen periode: a. het contingent van een vissoort ten behoeve van een nader door de ondernemer aan te wijzen vissersvaartuig of vissersvaartuigen aanhouden, of b. artikel 22 artikel 22, negende lid op verzoek van de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort op grond vanwordt overgedragen, de kennisgeving van het contingent, bedoeld in, ten behoeve van een door de ondernemer aan te wijzen vissersvaartuig of vissersvaartuigen, aanhouden. 2 Indien de ondernemer overeenkomstig het eerste lid meer dan één vissersvaartuig heeft aangewezen, geeft hij voor elk van deze vaartuigen aan, voor welk deel van het aangehouden contingent hij de toekenning wenst. 3 De toekenning van een contingent van een vissoort, bedoeld in het tweede lid, kan alleen betrekking hebben op vissersvaartuigen waarvoor reeds een contingent van dezelfde of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort geldt. 4 artikel 11, tweede lid De toekenning van een aangehouden contingent van een aanverwante vissoort kan alleen betrekking hebben op vissersvaartuigen waarvoor reeds een contingent van die vissoort en van de in, bij die vissoort genoemde aanverwante vissoort geldt. 5 De toekenning van een contingent tijdens de door de minister vastgestelde periode van aanhouding kan slechts plaatsvinden: a. voorzover de ondernemer één of meer vissersvaartuigen heeft aangewezen waarvoor een contingent van dezelfde vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort geldt, en het contingent van die vissoort of van die aanverwante vissoort nog niet geheel is opgevist op het moment van ontvangst van het verzoek tot toekenning; b. artikel 2, tweede lid indien de minister de vrijstelling, bedoeld in, nog niet heeft ingetrokken; c. artikel 20 indien het contingent van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort niet als gevolg van de korting overeenkomstigis vastgesteld op nul, en d. voorzover het een contingent haring, makreel, tong, blauwe wijting, grote zilvervis of schol betreft – indien de ondernemer een vissersvaartuig heeft aangewezen waarvoor geen contingent van de desbetreffende vissoort met – in voorkomend geval – een contingent van de desbetreffende aanverwante vissoort geldt en in het kalenderjaar met dat vissersvaartuig geen hoeveelheden van die vissoort of van die aanverwante vissoort zijn aangeland. 6 Indien de ondernemer binnen de door de minister vastgestelde periode van aanhouding geen vissersvaartuig of vissersvaartuigen heeft aangewezen ten behoeve waarvan een contingent kan worden toegekend, vervalt na afloop van deze periode de toekenning van het contingent. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23 Een ondernemer kan toestaan dat het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolgeis aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk wordt opgevist, aan boord gehouden en aangeland door: a. een met name genoemde ondernemer met één of meer vissersvaartuigen van wie het contingent van dezelfde vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort op het moment van ontvangst van het verzoek nog niet geheel is opgevist, of b. ondernemers die hun contingent van de desbetreffende vissoort hebben ingebracht in een groepscontingent, indien het groepscontingent van die vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort op het moment van ontvangst van het verzoek nog niet geheel is opgevist. 2 Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing indien: a. de ondernemer daarvan melding doet aan de minister; b. artikel 20 de toestemming, bedoeld in het eerste lid, geen betrekking heeft op een vissersvaartuig of vissersvaartuigen waarvan het toegekende contingent van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort als gevolg van de korting overeenkomstigis vastgesteld op nul, en c. artikel 2, tweede lid de vrijstelling, bedoeld in, niet is ingetrokken. 3 Onverminderd het eerste lid dient op het moment van de melding de periode waarvoor de kennisgeving van de toekenning van een contingent van een vissoort is aangehouden, ten minste gelijk te zijn aan de periode waarvoor het contingent van de desbetreffende vissoort waarvan de kennisgeving van de toekenning is aangehouden, geheel of gedeeltelijk in gebruik wordt gegeven. 4 De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is ontvangen. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie dat een groepscontingent van een vissoort beheert, kan een gedeelte van dit groepscontingent van die vissoort voegen bij een ander groepscontingent van die vissoort, indien het groepscontingent van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort, beheerd door een groepsbestuur aan wie in gebruik wordt gegeven, nog niet geheel is opgevist. 2 artikel 20 Een groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie kan toestaan dat een gedeelte van het groepscontingent van een vissoort in het kalenderjaar wordt opgevist, aan boord gehouden en aangeland door een of meer met name genoemde ondernemers met een vissersvaartuig dat niet deelneemt aan een groepscontingent en waarvoor het geldende contingent van die vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort, nog niet geheel is opgevist, indien de toestemming betrekking heeft op de ingebruikgeving aan een ondernemer of ondernemers, aan wie de voor het kalenderjaar voor hun vissersvaartuig of vissersvaartuigen geldende contingent van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort niet als gevolg van de korting overeenkomstigis vastgesteld op nul. 3 artikel 27, tweede lid Een groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie kan toestaan dat een gedeelte van de op grond van, ingebrachte hoeveelheden makreel wordt opgevist, aan boord gehouden en aangeland door deelnemers aan een ander groepscontingent. 4 Het eerste tot en met derde lid zijn slechts van toepassing, indien: a. artikel 2, tweede lid de minister de vrijstelling, bedoeld in, nog niet heeft ingetrokken, en b. het bestuur van de samenvoeging, bedoeld in het eerste lid, of de toestemming, bedoeld in het tweede of derde lid, melding heeft gedaan aan de minister. 5 De ingebruikgeving, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de betreffende groep of producentenorganisatie, dat de overeenkomstige melding, bedoeld in het tweede, vierde of zesde lid, is ontvangen. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Het is toegestaan: a. bijlage 5 artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij per kalendermaand niet meer dan de ingenoemde hoeveelheden kabeljauw of wijting uit het daarbij genoemde vangstgebied aan boord te hebben van of aan te landen met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent kabeljauw of wijting, maar wel enig ander contingent geldt of waaraan een vergunning voor het vangen van garnalen overeenkomstigis verleend; b. artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij bijlage 5 kabeljauw of wijting uit het vangstgebied aan boord te hebben van of aan te landen met een vissersvaartuig, behorende tot de groep van vissersvaartuigen waarvoor geen contingent geldt en waarvoor geen vergunning is verleend voor het vangen van garnalen ingevolge, indien die vissersvaartuigen in een kalenderjaar gezamenlijk ten hoogste de ingenoemde hoeveelheden kabeljauw of wijting hebben opgevist. 2 In afwijking van het eerste lid, is het verboden voor een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend: a. in het kalenderjaar meer kabeljauw of wijting aan te landen dan de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar voor dat vaartuig toegestane hoeveelheden kabeljauw of wijting, of b. kabeljauw of wijting aan boord te hebben nadat de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar voor dat vaartuig toegestane hoeveelheden kabeljauw of wijting is aangeland. 3 De ondernemer die met een vissersvaartuig waarvoor geen contingenten kabeljauw en wijting gelden, deelneemt aan een groepscontingent, wordt geacht de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden kabeljauw of wijting in de groep dan wel producentenorganisatie te hebben ingebracht. 4 Het is verboden met vissersvaartuigen die aan een groepscontingent deelnemen en waarvoor geen contingenten kabeljauw of wijting gelden, een grotere hoeveelheid kabeljauw of wijting aan boord te houden of aan te landen dan de som van de op grond van het derde lid in een groep dan wel producentenorganisatie ingebrachte hoeveelheden kabeljauw of wijting. 5 bijlage 5 Indien kabeljauw of wijting wordt aangeland in gefileerde of op enige andere wijze bewerkte toestand, met uitzondering van gestripte toestand, dan geldt telkens de helft van de in degenoemde hoeveelheden kilogram. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Het is verboden: a. bijlage 5 artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij per kalendermaand meer dan de ingenoemde hoeveelheid makreel uit sector IIa en deelgebied IV aan boord te hebben of aan te landen met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel, doch wel enig ander contingent geldt, of waaraan een vergunning is verleend voor het vangen van garnalen overeenkomstig; b. artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij bijlage 5 makreel uit de sector of het deelgebied, als bedoeld in onderdeel a, aan boord te hebben van of aan te landen met een vissersvaartuig, behorende tot de groep vissersvaartuigen waarvoor geen contingent geldt en waarvoor geen vergunning is verleend voor het vangen van garnalen ingevolge, indien die vissersvaartuigen in een kalenderjaar reeds gezamenlijk de ingenoemde hoeveelheid makreel hebben opgevist. 2 De ondernemer die met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel geldt, deelneemt aan een groepscontingent, wordt geacht de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden makreel in de groep dan wel producentenorganisatie te hebben ingebracht. 3 Het is verboden met vissersvaartuigen die aan een groepscontingent deelnemen en waarvoor geen contingent makreel geldt, een grotere hoeveelheid makreel uit sector IIa en deelgebied IV aan boord te houden of aan te landen dan de som van de op grond van het tweede lid in een groep dan wel producentenorganisatie ingebrachte hoeveelheid makreel. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 bijlage 5 Het is voor de vissersvaartuigen waaraan geen contingent horsmakreel voor de EG-wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId tezamen is toegewezen, toegestaan om per kalenderjaar gezamenlijk de ingenoemde hoeveelheid horsmakreel uit die gebieden tezamen aan boord te hebben of aan te landen. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 27, eerste lid, onderdeel b artikel 28, eerste lid, onderdeel b Kabeljauw, wijting of makreel, gevangen door vaartuigen als bedoeld in, of, mag slechts dan worden aangeland als de hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel niet meer bedraagt dan 20% van het gewicht van de totale vangst aan boord. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Indien twee of meer vissersvaartuigen, waarvoor contingenten haring, betrekking hebbend op hetzelfde vangstgebied, kabeljauw en wijting, of makreel gelden, de visserij in span uitoefenen, wordt elk van de betrokken vissersvaartuigen geacht een evenredig deel van de totale door deze vissersvaartuigen aangelande hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of vissoorten te hebben aangeland. 2 Alle tot het span te rekenen vissersvaartuigen als bedoeld in het eerste lid moeten in dezelfde haven aanlanden en gezamenlijk uitlossen. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikelen 13, eerste lid 21, eerste lid artikel 22, tweede lid 23, eerste lid 24, eerste lid 25, eerste tot en met derde lid Indien het een contingent haring betreft, kan het bepaalde in de,,, voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht,,, en, slechts worden toegepast, indien het betrekking heeft op één en hetzelfde vangstgebied. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikelen 2, zesde lid 5, derde lid 12, tweede lid 15, tweede lid 21, tweede lid 24, vierde lid 25, tweede lid Een melding als bedoeld in de,,,,,, en, wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier. 2 artikel 13, eerste lid artikel 16, eerste lid artikel 20, zesde lid artikel 22, tweede lid 23, eerste lid Een verzoek als bedoeld in,,,, en, wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier. 3 artikel 21, eerste lid artikel 23, eerste lid Een melding als bedoeld in de, alsmede – indien het een contingent haring of makreel betreft – een melding als bedoeld in, wordt vóór 1 december van het kalenderjaar ingediend. 4 artikel 25, eerste en derde lid Een melding als bedoeld in, wordt ingediend voor 15 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waar de melding op van toepassing is. 5 artikel 25, tweede lid artikel 20, zesde lid artikel 24, eerste lid Een melding als bedoeld in, en een verzoek als bedoeld in, alsmede – indien het een contingent van een andere vissoort dan genoemd in het derde lid betreft – een melding als bedoeld in, wordt vóór 1 maart van het kalenderjaar ingediend. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte over alles van ten minste 10 meter de visserij uit te oefenen in de gereglementeerde geografische gebieden met gereglementeerde typen vistuig en die typen vistuig aan boord te houden. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig, indien: a. de minister ten aanzien van het vissersvaartuig voor de beheersperiode een speciaal visdocument heeft afgegeven als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening nr. 1342/2008, ten aanzien van het desbetreffende gereglementeerde geografisch gebied en categorie vistuig, voor zover wordt gehandeld in overeenstemming met de aan dat speciaal visdocument verbonden voorschriften; b. bijlage 6 de voor de beheersperiode dan wel, voor zover het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, de voor het desbetreffende gedeelte van de beheersperiode toegestane visserij-inspanning per gereglementeerd geografisch gebied en vistuigcategorie, vermeld in, nog niet is opgebruikt; c. artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 het vissersvaartuig behoort tot de vlootsegmenten MFL1 of MFL2 en is geregistreerd in het visserijregister, bedoeld in; en d. voor zover het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, het vissersvaartuig in tijdvakken van twee aaneengesloten weken telkens ten hoogste tien kalenderdagen in een gereglementeerde geografisch gebied aanwezig is. 3 De minister geeft het speciale visdocument, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, slechts af ten aanzien van een vaartuig: a. voor een gereglementeerd gebied en een gereglementeerd vistuig, indien dat vaartuig in de kalenderjaren 2006 tot en met 2008 heeft gevist in dat gereglementeerde geografische gebied met dat gereglementeerd vistuig; b. ten aanzien waarvan op 1 januari 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op visserij in de gereglementeerde geografische gebieden en met de gereglementeerde typen vistuigen; c. dat dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een speciaal visdocument als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bestond op grond van het tweede en derde lid, onderdeel a of b, en de houder van dat document afstand heeft gedaan van dat recht ten gunste van de aanvrager van het speciale visdocument en het motorvermogen van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen, of d. dat dient ter vervanging van een vissersvaartuig dat voldoet aan het bepaalde in onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen. 4 De minister maakt het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde hoeveelheden visserij-inspanning voor de beheersperiode of, indien het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, het desbetreffende gedeelte van de beheersperiode zijn opgebruikt. 5 De minister kan weigeren een speciaal visdocument af te geven of een speciaal visdocument intrekken indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van communautaire verplichtingen. De minister kan aan een speciaal visdocument voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen. 6 artikel 11, tweede lid De minister geeft een speciaal visdocument als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ten aanzien van de gereglementeerde vistuigen BT1 en BT2 slechts af voor een vissersvaartuig waarvoor een recht op contingenten tong en schol geldt op grond van. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 bijlage 6 De door de gezamenlijke Nederlandse vissers gebruikte hoeveelheden visserij-inspanning worden in mindering gebracht op de hoeveelheden visserij-inspanning, vermeld in, waarbij de hoeveelheid per vaartuig wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 26, tweede tot en met vierde lid, artikel 27, tweede en derde lid, en artikel 29, tweede en derde lid, van verordening nr. 1224/2009, met uitzondering van de visserij-inspanning, waarvoor ontheffing is verleend van het verbod, bedoeld in artikel 33, eerste lid, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover deze het in artikel 33, negende lid, van verordening nr. 1224/2009 genoemde percentage van de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde hoeveelheden visserij-inspanning voor de beheersperiode of, indien het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, het desbetreffende gedeelte van de beheersperiode niet te boven gaan. 2 artikel 2, tweede lid, onderdeel b De minister gebruikt de hoeveelheden visserij-inspanning die ingevolge punt 3 van bijlage IIa van de verordening inzake vangstmogelijkheden aan Nederland zijn toegewezen, maar die niet op grond van, beschikbaar zijn gesteld, ten behoeve van: a. het uitwisselen van visserij-inspanning met andere lidstaten, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening nr. 1342/2008; b. het overdragen visserij-inspanning tussen inspanningsgroepen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van verordening nr. 1342/2008, of c. toewijzing aan ondernemers waarvan is vastgesteld dat met het vissersvaartuig van de ondernemer tijdens de beheersperiode de visserij is uitgeoefend met gebruikmaking van vistuig dat selectiever is dan de bestaande wettelijke verplichtingen. 3 artikel 33, tweede lid, onderdeel a Het deel van de visserij-inspanning dat is gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdelen b en c, wordt, na aftrek van de overgedragen en toegewezen hoeveelheden, uiterlijk 1 juli van de beheersperiode beschikbaar gesteld aan vaartuigen ten behoeve waarvan een speciaal visdocument als bedoeld in, is verleend. 4 De minister stelt de criteria vast die worden gehanteerd voor het toewijzen van de visserij-inspanning als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 33, eerste lid artikel 33, vierde lid Het verbod, bedoeld in, is tijdens de beheersperiode na de bekendmaking, bedoeld in, niet van toepassing op een vissersvaartuig indien de minister ten behoeve van dat vaartuig een aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning heeft toegekend en de aan dat vaartuig toegekende hoeveelheid visserij-inspanning nog niet is opgebruikt. 2 De minister kent de aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, slechts toe ten aanzien van een vissersvaartuig, indien: a. artikel 33, tweede lid, onderdeel a ten behoeve van dat vaartuig reeds voor die beheersperiode een speciaal visdocument als bedoeld in, is verleend; b. met dat vissersvaartuig gedurende de gehele beheersperiode de visserij wordt uitgeoefend overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, b of c, van verordening nr. 1342/2008; c. de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger daartoe voor 15 maart een verzoek op een daartoe bestemd formulier heeft ingediend bij de minister en d. het vissersvaartuig behoort tot een inspanningsgroep als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van verordening nr. 1342/2008. 3 De minister kan bij de toekenning van de visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, aanvullende eisen stellen, waaronder medewerking aan frequentere controles in de zin van artikel 13, derde lid, van verordening nr. 1342/2008. 4 verordening 1342/2008 De minister kent de aanvullende hoeveelheden visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, toe ten aanzien van de het gereglementeerde gebied en de gereglementeerde categorie vistuig waarvoor het speciale visdocument was toegekend voor die beheersperiode en houdt bij de vaststelling van de hoeveelheden visserij-inspanning rekening met het bepaalde in artikel 13, vierde lid, van. 5 De minister reikt bij de toekenning van een aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning voor de beheersperiode aan de ondernemer een document voor de desbetreffende visserij-inspanning uit. 6 De aan een vissersvaartuig toegekende aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning is niet overdraagbaar. 7 De minister kan de toekenning, bedoeld in het eerste lid, weigeren of intrekken indien: a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden van het tweede lid, onderdeel b, en derde lid of b. hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van communautaire verplichtingen. 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 02-03-2010
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De kennisgeving, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009, wordt gedaan aan de Directeur Agroketens en Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Indien een ondernemer deelneemt aan een groep of een producentenorganisatie wordt de kennisgeving aan het bestuur van de groep onderscheidenlijk aan het bestuur van de producentenorganisatie gedaan. 2 De kennisgeving bevat ten minste de volgende gegevens: a. naam van de ondernemer; b. lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig; c. de gereglementeerde typen vistuig die zullen worden gebruikt; d. het gereglementeerd gebied waar zal worden gevist. 3 artikel 33, tweede lid, onderdeel a Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen denkt te gaan gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in het in, bedoelde speciaal visdocument dat betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van dat visdocument aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009. 4 De gegevens die worden vermeld in het voor de beheersperiode af te geven speciaal visdocument worden gebaseerd op de meest recente kennisgeving. 5 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 27 van verordening nr. 1224/2009. 6 Ter verkrijging van de toestemming, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van verordening nr. 1224/2009, meldt de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger het voornemen tot het gebruik van meer dan één soort vistuig tijdens de visreis onmiddellijk voorafgaand aan de visreis aan de Directeur Agroketens en Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 7 artikel 19a van de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij In afwijking van het zesde lid wordt, ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger de in het zesde lid bedoelde gegevens onmiddellijk voorafgaand aan de visreis op grond vanelektronisch heeft verstrekt, de ontvangst van die gegevens door de Algemene Inspectiedienst aangemerkt als toestemming als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van verordening nr. 1224/2009. 8 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 14, vijfde en zesde lid, en artikel 28, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 33, eerste lid Het verbod, bedoeld in, tot het aan boord houden van de gereglementeerde typen vistuig in de gereglementeerde geografische gebieden, is niet van toepassing in het geval, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009. 2 artikel 12, derde lid, van de Regeling technische maatregelen 2000 De aanvraag tot verkrijging van een speciaal visdocument als bedoeld in, wordt beschouwd als een melding als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009. 3 Een vissersvaartuig mag andere dan met de visserij verband houdende activiteiten ontplooien in de gereglementeerde geografische gebieden zonder dat de daarmee gemoeide tijd wordt aangemerkt als een kalenderdag, mits wordt voldaan aan artikel 29, tweede lid, van verordening nr. 1224/2009. Een melding als bedoeld in dat onderdeel wordt schriftelijk gedaan aan de minister. De melding bevat ten minste de volgende gegevens: a. naam van de ondernemer; b. lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig en c. de aard, datum van aanvang en duur van de activiteiten. 4 bijlage 6 Indien een vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen omdat zich een noodsituatie als bedoeld in artikel 29, derde lid, van verordening nr. 1224/2009 heeft voorgedaan, wordt het aantal dagen waarop het vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen, niet in mindering gebracht op de betreffende hoeveelheid visserij-inspanning, bedoeld in, indien de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger binnen een maand nadat de noodsituatie zich heeft voorgedaan schriftelijk bij de minister daarvan melding heeft gemaakt en de melding wordt gestaafd door bewijsstukken. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a 1 Het is verboden om in de visserijzone met een Nederlands vissersvaartuig met een lengte van over alles van minder dan 10 meter de visserij uit te oefenen met een vistuig van het type staandwant. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig indien: a. artikel 2, eerste lid, van de Regeling visvergunning in de visvergunning, bedoeld invermeld is dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen met een vistuig van het type staandwant; en b. de totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant voor vissersvaartuigen met een lengte van over alles van minder dan 10 meter voor het betreffende kalenderjaar nog niet is opgebruikt. 3 De totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt 188.159 kW dagen per kalenderjaar. 4 Een vermelding van een vistuig van het type staandwant op een visvergunning als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geschiedt slechts ten aanzien van een vaartuig: a. waarmee tussen 1 januari 2006 en 24 augustus 2009 blijkens de logboekgegevens gevist is met een vistuig van het type staandwant; b. waarvoor op 24 augustus 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de visserij met een vistuig van het type staandwant; of c. indien: i. het vaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een vermelding van een vistuig van het type staandwant op de visvergunning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, al bestond op grond van onderdeel a of b van dit lid; ii. de houder van de vergunning met de vermelding van een vistuig van het type staandwant afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding ten gunste van de aanvrager; en iii. het motorvermogen van het vissersvaartuig waarvoor de vermelding wordt gevraagd niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen. 5 De kapitein of diens vertegenwoordiger meldt voordat het vaartuig de haven verlaat aan de Directeur Agroketens en Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wanneer een vissersvaartuig als bedoeld in het tweede lid, buitengaats gaat: a. zonder gebruik te maken van een vistuig van het type staandwant; of b. als gedurende de visreis naast een vistuig van het type staandwant ook een ander vistuig zal worden gebruikt. 6 Wanneer een melding als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, niet is gedaan voor het vaartuig buitengaats gaat, wordt de volledige door dat vissersvaartuig gedurende de visreis verrichte inspanning in mindering gebracht op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant. 7 Indien een vissersvaartuig als bedoeld in het tweede lid, geen melding als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, heeft gedaan, maar niet kon vissen met vistuig van het type staandwant omdat het noodhulp bood aan een ander vaartuig of een gewonde persoon voor spoedeisende medische zorg vervoerde, wordt de door dat vissersvaartuig verrichte inspanning niet op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant in mindering gebracht. 8 De Minister maakt in de Staatscourant het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het derde lid bedoelde visserij-inspanning voor een kalenderjaar is opgebruikt. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 37b — Artikel 37b#
Artikel 37b Het is verboden om in de visserijzone per Nederlands vissersvaartuig op hetzelfde moment meer dan 25 kilometer vistuig van het type staandwant in het water te hebben uitstaan of aan boord te hebben, ongeacht de lengte van het desbetreffende vissersvaartuig. 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 02-03-2010
Artikel 37c — Artikel 37c#
Artikel 37c 1 artikel 2, vierde lid artikel 33, vierde lid Het is verboden te vissen, vanaf de datum, bedoeld in de mededeling, bedoeld in, of. 2 artikel 2, vierde lid artikel 33, vierde lid Het is verboden vis aan boord te houden, over te laden, te verplaatsen, aan te landen of vangstaangiften in te dienen, na de door de minister vast te stellen datum, bedoeld in de mededeling, bedoeld in, of. 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 2010 3036 01-03-2010 22-02-2010 104624 02-03-2010 Voorheen art. 37a.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Het is verboden: tenzij dit vistuig is geborgen overeenkomstig artikel 47 van verordening nr. 1224/2009. a. in de gebieden, genoemd in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1162/2001 sleepnetten met een maaswijdte van 70 mm tot 90 mm aan boord te houden of te gebruiken; b. in de gebieden, genoemd in artikel 5, eerste lid, van verordening nr. 1162/2001 bodemtrawls als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van die verordening aan boord te houden of te gebruiken; 2 Het eerste lid is niet van toepassing: a. op vissersvaartuigen waar een waarnemer als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van verordening nr. 1162/2001 aan boord is gedurende de gehele visreis, of b. indien met het desbetreffende vissersvaartuig na 20 juni 2001 vijf visreizen in het geval van visserij in gebieden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en tien visreizen in het geval van visserij in gebieden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn gemaakt met een waarnemer aan boord. 3 De in het vorige lid bedoelde waarnemer handelt overeenkomst artikel 6, vierde lid, van verordening nr. 1162/2001. 4 De kapitein van een vissersvaartuig die voornemens is de visserij uit te oefenen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, met het in dat artikellid genoemde vistuig: a. meldt zich ten minste twee werkdagen voor aanvang van de visreis bij de Directeur Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ten behoeve van het toewijzen van een waarnemer als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en b. handelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, vijfde lid, van verordening nr. 1162/2001. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Het is verboden heek gemengd of gecombineerd met andere mariene organismen aan boord van een vissersvaartuig te houden. 2 De kapitein van een vissersvaartuig die heek aan boord houdt, handelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, tweede lid, en 11 van verordening nr. 1162/2001. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Het is verboden in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1162/2001, heek aan boord te houden van een vissersvaartuig waarop een sleepnet met een maaswijdte van 55 tot 99 mm aan boord wordt gehouden of wordt gebruikt indien de hoeveelheid heek meer dan 20% uitmaakt van de totale hoeveelheid mariene organismen aan boord, tenzij het een vissersvaartuig betreft met een lengte over alles van minder dan 12 meter, dat binnen 24 uur terugkeert naar de laatste haven waaruit het is vertrokken. 2 Het is verboden: tenzij dit vistuig is geborgen overeenkomstig artikel 47 van verordening nr. 1224/2009. a. een kuil of een tunnel van een sleepnet als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening, met uitzondering van ICES-deelgebieden V en VI; b. bodemsleepnetten als bedoeld in artikel 3, onderdelen b, c en d, van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening; c. boomkorren als bedoeld in artikel 4 van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening; d. sleepnetten met een maaswijdte tussen 55 en 99 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a en b, van verordening nr. 1162/2001; e. staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 120 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1162/2001; f. staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 100 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van verordening nr. 1162/2001; 3 Het tweede lid, onderdeel d, is niet van toepassing, indien in overeenstemming met artikel 6 van verordening nr. 494/2002 wordt gehandeld. 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 2010 21422 28-12-2010 23-12-2010 174069 01-01-2011
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Wijzigt de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Wijzigt de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Wijzigt de Regeling technische maatregelen 2000. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 10, eerste lid, van de Regeling contingentering zeevis artikel 11, eerste lid Een ondernemer die een contingent voor een vissoort heeft toegekend gekregen voor 2009 op grond van, wordt voor 2009 geacht een recht op dat contingent te hebben als bedoeld in, van deze regeling. 2 artikel 16, eerste lid, van de Regeling contingentering zeevis artikel 13, eerste lid Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van, geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in, van deze regeling. 3 artikel 14 de Regeling contingentering zeevis artikel 23 Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van, geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld invan deze regeling. 4 artikel 25, eerste lid, van de Regeling contingentering zeevis artikel 12, eerste lid Een document, uitgereikt voor een kalenderjaar op grond van, wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in, van deze regeling. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De volgende regelingen worden ingetrokken: a. Regeling contingentering zeevis ; b. Regeling vangstbeperking ; c. Regeling visserij-inspanning herstelplannen ; d. regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 juni 2001 de, TRCJZ/2001/8750. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2009. 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij. 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 2009 62 31-03-2009 24-03-2009 TRCJZ/2009/840 01-07-2009
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel a
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel b
Artikel 11#
artikel 11, eerste lid
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid, onderdeel n
Artikel 11#
artikel 11, eerste lid
Artikel 26#
artikelen 26
Artikel 27#
27
Artikel 28#
28
Artikel 26#
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a
Artikel 26#
Artikel 26, eerste lid, onderdeel b
Artikel 27#
Artikel 27, eerste lid, onderdeel a
Artikel 27#
Artikel 27, eerste lid, onderdeel b
Artikel 28#
Artikel 28
Artikel 33#
artikel 33, tweede lid, onderdeel b