Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 april 2009, nr. HO&S/116459, houdende regels ter verlening van subsidie ten behoeve van het bevorderen van het leren ondernemen (Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen)
- BWB-id
- BWBR0025709
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2014-01-23 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025709
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-onderwijs-netwerk-ondernemen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-onderwijs-netwerk-ondernemen/2014-01-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025709&g=2014-01-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025709&z=2026-06-06&g=2014-01-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025709/2014-01-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-onderwijs-netwerk-ondernemen
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities 1 In deze regeling wordt verstaan onder een onderwijsinstelling: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs een basisschool als bedoeld in, bekostigd uit de openbare kas; b. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in, bekostigd uit de openbare kas; c. artikel 1 van de Wet op de expertisecentra een school of instelling voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in, bekostigd uit de openbare kas; d. artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1.3.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld inen een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld invoor zover het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs, bekostigd uit de openbare kas; e. artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel b1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 12.3.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 12.3.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijsinstelling een instelling als bedoeld inmet uitzondering van een agrarisch opleidingscentrum voor zover het betreft het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs, de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in, de instituten, genoemd inof de hogescholen, genoemd in; f. artikel 1.2, onderdeel a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in, doch uitsluitend voor zover het gaat om het aanbieden en verzorgen van lerarenopleidingen voor het primair en voortgezet onderwijs. 2 In deze regeling wordt voorts verstaan onder: a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. een samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband bestaande uit minimaal vier deelnemers, waarvan tenminste twee onderwijsinstellingen en tenminste een ondernemer, die blijkens schriftelijke stukken samenwerken in het kader van een project; c. een project: artikelen 7, derde lid artikel 24a, tweede lid een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het leren ondernemen volgens de doelstellingen, bedoeld in de, en; d. bevoegd gezag: artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs het bevoegd gezag, zoals bedoeld in,,en; e. ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt; f. de adviescommissie: artikel 2 de Adviescommissie Onderwijs Netwerk Ondernemen, als bedoeld in; g. AgentschapNL: AgentschapNL, het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 3 In deze regeling wordt voorts verstaan onder: a. de aanvrager, en b. artikel 7, tweede lid de subsidieontvanger: de penvoerder, als bedoeld in. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 2 — Artikel 2 Adviescommissie Onderwijs Netwerk Ondernemen#
Artikel 2 Adviescommissie Onderwijs Netwerk Ondernemen 1 artikelen 15, derde lid 24e, vijfde lid Er is een onafhankelijke adviescommissie, genaamd de Adviescommissie Onderwijs Netwerk Ondernemen, die tot taak heeft de minister te adviseren omtrent de beoordeling van aanvragen, op basis van door de minister vastgestelde criteria, zoals omschreven in de, en. 2 De minister benoemt bij afzonderlijke regeling de leden van de adviescommissie. De adviescommissie bestaat uit minimaal drie en maximaal zeven leden. 3 De voorzitter en de leden worden benoemd voor een periode van een jaar. 4 De periode, bedoeld in het derde lid, kan telkens met een jaar worden verlengd. 5 De benoeming van de voorzitter of een lid kan worden ingetrokken indien: a. daar door de desbetreffende persoon om verzocht is; b. het functioneren van de voorzitter of het lid daartoe aanleiding geeft; c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van de voorzitter of het lid niet gewaarborgd is. 6 Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een lid kan de minister een andere voorzitter of een ander lid benoemen. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 3 — Artikel 3 Integriteit#
Artikel 3 Integriteit Een lid van de adviescommissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij de subsidieverlening. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Informatieplicht#
Artikel 4 Informatieplicht 1 De minister kan een deskundige aanwijzen die het recht heeft de vergaderingen van de adviescommissie bij te wonen. 2 De adviescommissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 5 — Artikel 5 Werkwijze#
Artikel 5 Werkwijze 1 De adviescommissie stelt, op voordracht van AgentschapNL, haar eigen werkwijze vast. 2 In het secretariaat van de adviescommissie wordt door AgentschapNL voorzien. 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 02-07-2010 De
tekst zoals deze gold voor
2 juli 2010 blijft van toepassing op de afwikkeling van alle
verplichtingen die, op grond van de Regeling Onderwijs Netwerk
Ondernemen, voor datzelfde moment zijn
ontstaan.
Artikel 6 — Artikel 6 Vergoeding#
Artikel 6 Vergoeding 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De voorzitter en de andere leden van de adviescommissie ontvangen een vaste vergoeding per jaar. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de andere leden is het maximum van schaal 16 van. De arbeidsduurfactor is gebaseerd op 72 werkuren per jaar. 2 Reisbesluit binnenland Reisbesluit buitenland De voorzitter en de andere leden van de adviescommissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van heten het. Deze vergoeding wordt door het secretariaat van de adviescommissie afgehandeld. 2010 15906 13-10-2010 28-09-2010 HO&S/236924 2010 15906 13-10-2010 28-09-2010 HO&S/236924 14-10-2010
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieaanvrager en de te subsidiëren activiteiten#
Artikel 7 Subsidieaanvrager en de te subsidiëren activiteiten 1 De minister verstrekt op aanvraag projectsubsidie aan een samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoert. 2 De subsidie wordt verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die bij de indiening van de aanvraag door de deelnemers gezamenlijk als penvoerder is aangewezen. De penvoerder is in ieder geval een onderwijsinstelling. Heeft de penvoerder zelf geen rechtspersoonlijkheid, dan wordt de subsidie betaald aan het bevoegd gezag van de penvoerder. Is er geen bevoegd gezag dan dienen de deelnemers in de aanvraag gezamenlijk aan te geven aan welke rechtspersoon de subsidie kan worden betaald. 3 De subsidie wordt verleend aan projecten die tot doel hebben: a. het ondersteunen van de deelnemende onderwijsinstellingen bij het effectief vormgeven en verankeren van het leren ondernemen in de eigen instellingen; en b. het structureel ondersteunen van kennisopbouw en -uitwisseling over het leren ondernemen in het onderwijsnetwerk ondernemen; en c. het stimuleren dat andere onderwijsinstellingen en partijen in de regio actief worden in het leren ondernemen. 4 Geen subsidie wordt verstrekt: a. indien reeds subsidie is verstrekt aan een penvoerder voor eenzelfde samenwerkingsverband; b. voor projectkosten die zijn gemaakt voor de datum van indiening van de aanvraag. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 8 — Artikel 8 Hoogte subsidie#
Artikel 8 Hoogte subsidie De subsidie voor een project bedraagt maximaal 75% van de projectkosten met een maximum van € 150.000. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidiabele kosten#
Artikel 9 Subsidiabele kosten 1 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten: a. personele kosten van de deelnemers uit het samenwerkingsverband op basis van een vast uurtarief van € 50; b. materiaalkosten; c. aan derden verschuldigde kosten; 2 De in het eerste lid onder b en c genoemde kosten bedragen tezamen niet meer dan 25% van de totale subsidiabele kosten. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 10 — Artikel 10 Cumulatie en begrotingsvoorwaarde#
Artikel 10 Cumulatie en begrotingsvoorwaarde 1 Kosten die op grond van enige andere regeling vanwege het Rijk reeds bekostigd of gesubsidieerd worden, zijn niet subsidiabel. 2 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 11 24e In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de met inachtneming van deenverleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 11 — Artikel 11 Aanvraagperioden en subsidieplafond#
Artikel 11 Aanvraagperioden en subsidieplafond 1 artikel 7 artikel 15, eerste lid Bij ministeriële regeling worden de perioden vastgesteld, na afloop waarvan de aanvragen om subsidie op grond vandie in die periode zijn ontvangen en niet reeds op grond van, moeten worden afgewezen, worden behandeld. 2 artikel 7 Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op grond vanop de in een periode als bedoeld in het eerste lid ontvangen aanvragen. 3 De periode, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 2009 vastgesteld op 20 april 2009 tot en met 15 juni 2009. 4 artikel 7 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond vanontvangen in de in het derde lid genoemde periode, wordt vastgesteld op: € 4.000.000. 5 De periode, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 2010 vastgesteld op 1 augustus 2010 tot en met 1 oktober 2010. 6 artikel 7 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond vanontvangen in de in het vijfde lid genoemde periode, wordt vastgesteld op € 7.250.000. 2010 17392 08-11-2010 13-10-2010 242481 2010 17392 08-11-2010 13-10-2010 242481 09-11-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Aanvraagformulier#
Artikel 12 Aanvraagformulier 1 bijlage 1 De aanvraag om subsidie wordt ingediend door een onderwijsinstelling met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorendeen gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken. 2 De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van: a. een activiteitenplan, conform bijlage a van het aanvraagformulier; b. een begroting van de kosten, uitgesplitst per deelnemer van het samenwerkingsverband, conform bijlage b van het aanvraagformulier. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 13 — Artikel 13 Elektronische aanvraag#
Artikel 13 Elektronische aanvraag AgentschapNL draagt zorg voor de mogelijkheid om aanvragen elektronisch in te dienen. 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 02-07-2010 De
tekst zoals deze gold voor
2 juli 2010 blijft van toepassing op de afwikkeling van alle
verplichtingen die, op grond van de Regeling Onderwijs Netwerk
Ondernemen, voor datzelfde moment zijn
ontstaan.
Artikel 14 — Artikel 14 Behandeltermijn van aanvragen#
Artikel 14 Behandeltermijn van aanvragen 1 artikel 11, derde lid Binnen 22 weken na de laatste dag van de krachtens, vastgestelde periode beslist de minister op de in die periode ontvangen aanvragen om subsidie. 2 De minister kan, gehoord de adviescommissie, de toegekende subsidie lager vaststellen dan op grond van de begroting bij de aanvraag is aangevraagd. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Criteria bij de toekenning van subsidie#
Artikel 15 Criteria bij de toekenning van subsidie 1 De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien die aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden waaraan een aanvraag op grond van deze regeling moet voldoen. 2 De minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van het eerste lid afwijzend is beslist, het advies in van de adviescommissie. 3 De minister beslist daarbij, geadviseerd door de adviescommissie, afwijzend op een aanvraag indien hij van oordeel is dat een aanvraag op één of meer van de vijf rankingscriteria, bedoeld in het vierde lid, kennelijk onvoldoende bijdraagt. 4 De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate: a. het meer bijdraagt aan versterking van ondernemend gedrag op alle niveaus van de onderwijsinstellingen; b. het meer bijdraagt aan verankering van het leren ondernemen binnen de onderwijsinstellingen; c. het meer bijdraagt aan structurele samenwerking op het leren ondernemen tussen onderwijsinstellingen, ondernemers en andere deelnemers in het netwerk; d. het meer bijdraagt aan profilering van (de doelstellingen van) het samenwerkingsverband in de regio; e. het samenwerkingsverband meer divers is samengesteld. 5 Voor de rangschikking wegen de in het vierde lid genoemde criteria ieder even zwaar. 6 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking, waarbij de aanvragen als bedoeld in het derde lid altijd buiten beschouwing blijven. 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 02-07-2010 De
tekst zoals deze gold voor
2 juli 2010 blijft van toepassing op de afwikkeling van alle
verplichtingen die, op grond van de Regeling Onderwijs Netwerk
Ondernemen, voor datzelfde moment zijn
ontstaan.
Artikel 16 — Artikel 16 Mandaat AgentschapNL en afhandeling bezwaarschriften#
Artikel 16 Mandaat AgentschapNL en afhandeling bezwaarschriften 1 Aan de algemeen directeur van AgentschapNL te Den Haag wordt mandaat verleend om namens de minister alle noodzakelijke besluiten te nemen met betrekking tot de behandeling van aanvragen in het kader van de uitvoering van deze regeling. De algemeen directeur van AgentschapNL kan ondermandaat verlenen aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen. 2 Regeling behandeling bezwaarschriften OCW Bezwaarschriften ingediend naar aanleiding van besluiten op grond van deze regeling worden behandeld conform de. 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 02-07-2010
Artikel 17 — Artikel 17 Bewaarplicht#
Artikel 17 Bewaarplicht De aanvrager bewaart de boeken en bescheiden en informatie of andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling gedurende ten minste vijf jaar na datum waarop de vaststelling van de subsidie heeft plaatsgevonden. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 18 — Artikel 18 Informatieplicht#
Artikel 18 Informatieplicht 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de evaluatie van de subsidieregeling en de ontwikkeling van het beleid. 2 Indien er tussentijds bijzondere omstandigheden optreden, die de voortgang van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan AgentschapNL. 3 De subsidieontvanger is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidieregeling verlangen. De subsidieontvanger geeft desgewenst deze ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage. 4 De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan communicatieactiviteiten gericht op het presenteren van het samenwerkingsverband en het verspreiden van de (tussentijdse) projectresultaten aan overige belanghebbenden. 5 De minister kan aan de subsidieverlening voorts verdere nadere voorschriften verbinden. Deze voorschriften worden opgenomen in de beschikking. 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 02-07-2010 De
tekst zoals deze gold voor
2 juli 2010 blijft van toepassing op de afwikkeling van alle
verplichtingen die, op grond van de Regeling Onderwijs Netwerk
Ondernemen, voor datzelfde moment zijn
ontstaan.
Artikel 19 — Artikel 19 Verantwoording en voortgangsverslag#
Artikel 19 Verantwoording en voortgangsverslag 1 artikel 21 De subsidie wordt uiterlijk binnen twee jaren en zes maanden na aanvang van het project, zoals bedoeld in, besteed. De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het in deze regeling omschreven doel en zoals deze zijn omschreven in het activiteitenplan bij de aanvraag. Zij kan ook worden aangewend voor andere activiteiten waarvoor aan de betrokken scholen en instellingen bekostiging wordt verstrekt. Tenzij de minister besluit tot gehele of gedeeltelijke terugvordering omdat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet zijn verricht of niet is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt geen terugvordering van niet-bestede middelen plaats. 2 Over de uitgevoerde projectactiviteiten wordt verantwoording afgelegd door middel van een inhoudelijk eindverslag, waarin tevens is opgenomen een prestatieverklaring, over de activiteiten waarvoor subsidie is gevraagd. Dit eindverslag met de prestatieverklaring wordt overlegd bij de aanvraag tot subsidievaststelling. Daarnaast geldt voor de in het eerste lid bedoelde bekostigde scholen en instellingen dat de verklaring van de accountant bij de reguliere jaarrekening tevens een oordeel omvat over de rechtmatige besteding van de subsidie. 3 bijlage 2 Naast de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving brengt de subsidieontvanger een jaar na aanvang van het project schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het project. Het verslag wordt neergelegd in het formulier dat is opgenomen alsbij deze regeling en bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee behaalde resultaten. De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het activiteitenplan en bevat, voor zover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie. Voor het opstellen en versturen van het voortgangsverslag heeft de subsidieontvanger 8 weken de tijd, te rekenen vanaf het moment dat het in de eerste volzin bedoelde jaar is geëindigd. 4 Het in het vorige lid bedoelde verslag wordt gezonden aan AgentschapNL. 5 Naar aanleiding van het in het derde lid genoemde verslag, kan de minister besluiten om de subsidiëring van het vervolg van het project geheel of gedeeltelijk te beëindigen. 6 paragraaf 6a De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op een subsidieverlening als bedoeld in. 7 paragraaf 6a bijlage 5 Het voortgangsverslag, bedoeld in het derde lid, wordt ingeval van een subsidieverlening als bedoeld iningediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 20 — Artikel 20 Uitvoering overeenkomstig projectplan#
Artikel 20 Uitvoering overeenkomstig projectplan 1 De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het op het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, doch uiterlijk binnen een tijdvak van twee en een half jaar na aanvang van het project. 2 De minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 21 — Artikel 21 Aanvang project#
Artikel 21 Aanvang project De subsidieontvanger begint met het project uiterlijk zes maanden na de subsidieverlening. 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 2010 10269 01-07-2010 22-06-2010 VO/214069 02-07-2010 De
tekst zoals deze gold voor
2 juli 2010 blijft van toepassing op de afwikkeling van alle
verplichtingen die, op grond van de Regeling Onderwijs Netwerk
Ondernemen, voor datzelfde moment zijn
ontstaan.
Artikel 22 — Artikel 22 Voorschotten#
Artikel 22 Voorschotten 1 Er wordt ambtshalve een voorschot verstrekt bij de subsidieverlening van 40% van de toegekende subsidie. 2 artikel 19, derde lid artikel 19, vijfde lid Het tweede voorschot wordt verstrekt, nadat het voortgangsrapport bedoeld in, positief wordt beoordeeld. Het tweede voorschot bedraagt 40% van de toegekende subsidie, tenzij toepassing wordt gegeven aan. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 23 — Artikel 23 Aanvraag vaststelling#
Artikel 23 Aanvraag vaststelling 1 Uiterlijk dertien weken na afloop van het project dient de subsidieontvanger een aanvraag om vaststelling in. 2 bijlage 3 bijlage 6 paragraaf 6a De aanvraag wordt ingediend bij AgentschapNL met een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen inbij deze regeling of inbij deze regeling in geval van een subsidieverlening als bedoeld inen gaat vergezeld van een inhoudelijk eindverslag. Het eindverslag bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee behaalde resultaten. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 24 — Artikel 24 Beslistermijn vaststelling#
Artikel 24 Beslistermijn vaststelling De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009
Artikel 24a — Artikel 24a Reikwijdtebepaling#
Artikel 24a Reikwijdtebepaling 1 Deze paragraaf heeft betrekking op het verlenen van subsidies in 2012. 2 De doelstelling van de subsidieverlening in 2012 is: het voor andere onderwijsinstellingen bruikbaar, overdraagbaar en gemakkelijk toepasbaar maken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot het leren ondernemen in het onderwijs alsmede de uitvoering daarvan en het verder verdiepen en versterken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken op dat terrein. 3 artikelen 1, derde lid 7 8 11 12 14 15 21 Op de subsidieverlening, bedoeld in het eerst lid, blijven de,,,,,,envan deze regeling buiten toepassing. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 24b — Artikel 24b Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 24b Te subsidiëren activiteiten De minister kan subsidie verstrekken aan een onderwijsinstelling voor activiteiten die zijn gericht op: a. het voor tenminste drie andere onderwijsinstellingen bruikbaar, overdraagbaar en gemakkelijk toepasbaar maken van door de aanvrager ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot het leren ondernemen in het onderwijs alsmede de uitvoering daarvan en b. het verder verdiepen en versterken van de eigen, aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot het leren ondernemen in het onderwijs. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 24c — Artikel 24c Aanvraagvereisten#
Artikel 24c Aanvraagvereisten 1 De subsidieaanvraag omvat een activiteitenplan en een begroting en wordt ingediend vóór 4 januari 2012. 2 artikel 24b, onderdeel a De begroting wordt vastgesteld op basis van tenminste 50% medefinanciering door de aanvrager. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de kosten van de activiteiten, bedoeld in, en de activiteiten, bedoeld in artikel 24b, onderdeel b. De kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 24b, onderdeel a, worden uitgesplitst naar de onderwijsinstellingen waarmee een overeenkomst is gesloten. 3 bijlage 4 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende. 4 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een subsidiebeschikking op grond van deze regeling, waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende tenminste 20 maanden activiteiten op het terrein van leren ondernemen in het onderwijs heeft ontplooid; b. een passage uit de schoolgids van de aanvrager voor de jaren 2009/2010, 2010/2011 en 2011/2012, waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende tenminste 20 maanden activiteiten op het terrein van leren ondernemen in het onderwijs heeft ontplooid; c. een document waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende tenminste 20 maanden heeft deelgenomen aan een ander project in het kader van het Actieprogramma Onderwijs en Ondernemen of d. andere informatie waardoor aannemelijk wordt dat de aanvrager op het terrein van het leren ondernemen in het onderwijs een uitvoeringspraktijk van tenminste 20 maanden kent. 5 De aanvraag gaat voorts vergezeld van kopieën van de getekende overeenkomsten tussen de aanvrager en de onderwijsinstellingen ten behoeve waarvan de door de aanvrager ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot het leren ondernemen in het onderwijs bruikbaar, overdraagbaar en gemakkelijk toepasbaar zullen worden gemaakt. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 24d — Artikel 24d Weigeringsgronden#
Artikel 24d Weigeringsgronden De minister wijst de aanvraag in ieder geval af, indien: a. de aanvraag projectkosten betreft die zijn gemaakt vóór de datum van indiening van de aanvraag; b. de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt op het terrein van het leren ondernemen in het onderwijs een uitvoeringspraktijk van tenminste 20 maanden te kennen; c. het aantal betrokken onderwijsinstellingen minder is dan drie; d. de aanvrager niet heeft aangetoond de activiteiten voor tenminste 50% zelf te financieren of e. de totale kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, minder bedragen dan € 200.000. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 24e — Artikel 24e Subsidieplafond en subsidieverlening#
Artikel 24e Subsidieplafond en subsidieverlening 1 Het subsidieplafond voor 2012 bedraagt € 2.000.000. 2 De minster beslist uiterlijk op 1 april 2012 gelijktijdig op de ingediende aanvragen. 3 artikel 24d artikel 24a, tweede lid Voor zover de minister een aanvraag niet op grond vanheeft afgewezen, beslist hij op de ingediende aanvragen op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de voorgestelde activiteiten om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie, bedoeld in. 4 artikel 24d Omtrent de aanvragen waarop de minister niet met toepassing vanafwijzend beslist, wint de minister, alvorens een beslissing te nemen, het advies in van de adviescommissie. 5 De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de daarvoor in aanmerking komende aanvragen zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naarmate: a. de kennisoverdracht van de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken naar de betrokken onderwijsinstellingen naar verwachting succesvol zal zijn; b. er sprake is van goede samenwerking op het gebied van ondernemend onderwijs, tenminste blijkend uit de diversiteit van de projectdeelnemers en hun capaciteiten; c. de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken meer bijdragen aan ondernemend onderwijs in de zin van deze regeling; d. het ondernemend onderwijs binnen de betrokken onderwijsinstellingen hierdoor meer is gewaarborgd; e. het verder verdiepen en versterken van de door de aanvrager ontwikkelde uitvoeringspraktijken naar verwachting succesvol zullen plaatsvinden en f. artikel 24b, onderdeel a het accent van de activiteiten meer ligt op de activiteiten bedoeld in, dan op de activiteiten, bedoeld in artikel 24b, onderdeel b. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 24f — Artikel 24f Subsidiebedrag#
Artikel 24f Subsidiebedrag De subsidie bedraagt maximaal € 250.000. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 24g — Artikel 24g Aanvang projecten in 2012#
Artikel 24g Aanvang projecten in 2012 De subsidieontvanger begint met het project uiterlijk binnen drie maanden na de subsidieverlening. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 24h — Artikel 24h Aanvullende subsidieverplichting#
Artikel 24h Aanvullende subsidieverplichting De subsidieontvanger is verplicht bekendheid te geven aan het project, de resultaten en de algemene kennis die daaruit voortvloeien. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Regeling OCW-subsidies Deis niet van toepassing. 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 2011 18048 06-10-2011 29-09-2011 WJZ/334560(4914) 07-10-2011
Artikel 25a — Artikel 25a Inwerkingtreding#
Artikel 25a Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2016. 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 23-01-2014
Artikel 26 — Artikel 26 Citeertitel#
Artikel 26 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen. 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 2009 73 17-04-2009 09-04-2009 HO&S/116459 19-04-2009