Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 april 2009, nr. DL/B/119493, houdende een tegemoetkoming in de kosten voor een beperkt aantal opleidingsscholen (Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen)
- BWB-id
- BWBR0025839
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2018-07-27 t/m 2019-07-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025839
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-tegemoetkoming-kosten-opleidingsscholen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-tegemoetkoming-kosten-opleidingsscholen/2018-07-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025839&g=2018-07-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025839&z=2026-06-06&g=2018-07-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025839/2018-07-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-tegemoetkoming-kosten-opleidingsscholen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. school: artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1.1.1, onderdeel b van de Wet educatie en beroepsonderwijs uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in,, dan wel een instelling als bedoeld in, c. po: Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra het primair onderwijs, zoals bedoeld in deen de, d. vo: Wet op het voortgezet onderwijs het voortgezet onderwijs, zoals bedoeld in de; e. bve: Wet educatie en beroepsonderwijs het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie, zoals bedoeld in de, f. hoger onderwijs: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs, zoals bedoeld in de(WHW), g. lerarenopleiding: WHW op basis van debekostigde bachelor- of masteropleiding tot leraar po, leraar vo/bve, of leraar vho, h. opleidingsschool: partnerschap tussen één of meer scholen voor po, vo of bve en één of meer lerarenopleidingen die in gezamenlijkheid toekomstige leraren voor een groot gedeelte van hun tijd op de werkplek opleiden, i. academische opleidingsschool: subsidieregeling ‘Dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische school 2005–2008’ opleidingsschool die het opleiden van leraren verbindt met het in het kader van die opleiding verrichten (voor een belangrijk deel door de leraar in opleiding) van praktijkgericht onderzoek en het bevorderen van schoolontwikkeling en innovatie en die bovendien op 1 maart 2009 deelnemer is aan het ‘overbruggingsjaar opleiden in de school 2008–2009’ als vervolg op de, j. student: artikel 2, tweede lid degene die hoger onderwijs volgt, niet zijnde extraneus, waarvan de opleiding voldoet aan het gestelde in, k. NVAO: artikel 5a.2 van de WHW Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, het accreditatieorgaan hoger onderwijs, bedoeld in, l. schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend, m. studiepunt: artikel 7.4, eerste lid, van de WHW studiepunt in de zin van, n. aspirant-opleidingsschool: artikel 2a opleidingsschool zoals bedoeld in. 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 01-09-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten 1 De Minister kan subsidie per schooljaar verstrekken voor een tegemoetkoming in de kosten van een opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool voor de begeleidingskosten van de studenten die hun opleiding voor een groot gedeelte op de werkplek volgen. Hiermee kunnen scholen een opleidingsinfrastructuur in de school inrichten en in stand houden en kosten dekken die gemoeid zijn met de feitelijke begeleiding van de studenten. 2 In aanvulling op het eerste lid, wordt met studenten die hun opleiding voor een groot gedeelte op de werkplek volgen, bedoeld: a. studenten van een lerarenopleiding in het hoger beroepsonderwijs (bachelor- of masteropleiding), die minimaal 40% van het curriculum in de praktijk volgen, b. artikel 5.2a, onderdeel b, van de Wet studiefinanciering 2000 studenten van een eenjarig programma van een hbo-lerarenopleiding op grond van(kopopleiding) die minimaal 50% (= 30 studiepunten) van het curriculum in de praktijk volgen, c. studenten van een universitaire lerarenopleiding (masteropleiding) van 60 studiepunten, die minimaal 40% van het curriculum in de praktijk volgen, d. studenten van een universitaire lerarenopleiding (masteropleiding) van 120 studiepunten die mede voorbereidt op de bevoegdheid voor het geven van onderwijs in het voorbereidend hoger onderwijs, die minimaal 25% (= 30 studiepunten) van het curriculum in de praktijk volgen, e. studenten van een universitaire bacheloropleiding die een educatieve minor volgen die gericht is op het behalen van een bevoegdheid voor de theoretische leerweg in het vmbo en de eerste drie leerjaren havo en vwo die bovendien minimaal 15 studiepunten van het curriculum in de praktijk volgen, f. studenten die op basis van een geschiktheidsverklaring als leraar zijn benoemd of aangesteld (zij-instromers), of g. studenten die zijn benoemd of aangesteld als leraar en tegelijkertijd een lerarenopleiding volgen met als doel om een hogere of andere bevoegdheid te behalen. 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 27-07-2018
Artikel 2a — Artikel 2a Aspirant-opleidingsschool#
Artikel 2a Aspirant-opleidingsschool 1 Een aspirant-opleidingsschool is een opleidingsschool: a. die minder dan vier schooljaren subsidie heeft ontvangen in het kader van deze regeling; of b. artikel 13, eerste lid, onderdeel a aan wie de subsidie is geweigerd op grond vanen die na een nieuwe aanvraag minder dan vier schooljaren subsidie heeft ontvangen in het kader van deze regeling. 2 Bij de aanvraag voor een aspirant-opleidingsschool dient de aanvrager een samenwerkingsovereenkomst en een ontwikkelplan in. 3 artikel 13, eerste lid In afwijking vanwordt de subsidie voor een aspirant-opleidingsschool niet geweigerd op grond van onderdelen a en b van dat lid. 4 Een aspirant-opleidingsschool is een opleidingsschool in het po, vo of mbo als minimaal 75% van de opleidingsplaatsen binnen de opleidingsschool zich op scholen in de betreffende onderwijssector bevindt. 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 27-07-2018
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieontvanger#
Artikel 3 Subsidieontvanger 1 Subsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de statutaire doelstelling past binnen het doel van de subsidieverlening. 2 Vanuit de opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool zal één partner optreden als penvoerder van de opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool. 3 De subsidieontvanger is de penvoerder, bedoeld in het tweede lid. 4 Wijzigingen in het penvoerderschap moeten uiterlijk 1 mei gemeld worden aan de Minister en treden in werking per 1 augustus volgend op de datum waarop de wijziging aan de Minister is doorgeven. 2017 29944 31-05-2017 08-05-2017 HO&S/1130225 2017 29944 31-05-2017 08-05-2017 HO&S/1130225 01-07-2017
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond#
Artikel 4 Subsidieplafond 1 Op grond van deze regeling is per kalenderjaar totaal een bedrag van € 25.200.000 beschikbaar voor: a. subsidieverlening aan opleidingsscholen en; b. subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen gedurende het derde en vierde schooljaar van de subsidieperiode. 2 In aanvulling op het eerste lid zijn in de kalenderjaren 2017 tot en met 2019 de volgende bedragen beschikbaar voor de subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen in de eerste twee schooljaren van de subsidieperiode: a. een bedrag van € 2.100.000 per kalenderjaar voor aspirant-opleidingsscholen in het vo; b. bijlage 5 een bedrag van € 500.000 per kalenderjaar voor de subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen waarin een hogeschool deelneemt die een opleiding tot leraar basisonderwijs verzorgt die nog niet deelneemt in een opleidingsschool zoals genoemd in; c. een bedrag van € 750.000 per kalenderjaar voor de subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen in het mbo. 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 27-07-2018
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidiebedrag#
Artikel 5 Subsidiebedrag 1 bijlage 2 De hoogte van de subsidie per subsidieontvanger wordt bepaald aan de hand van het aantal studenten op de opleidingsschool in het verstreken schooljaar, zoals inis aangegeven. 2 artikel 2 De subsidie wordt verleend als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan de inomschreven activiteiten. Zij kan ook worden aangewend voor andere bekostigde activiteiten van de aanvrager. 3 In afwijking van het eerste lid, bedraagt de subsidie aan een aspirant-opleidingsschool de eerste twee schooljaren € 250.000 per schooljaar. 4 In afwijking van het eerste en derde lid, bedraagt de subsidie aan een aspirant-opleidingsschool in het vo in de eerste twee schooljaren € 300.000 per schooljaar. 2017 29944 31-05-2017 08-05-2017 HO&S/1130225 2017 29944 31-05-2017 08-05-2017 HO&S/1130225 01-07-2017
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidieaanvraag#
Artikel 6 Subsidieaanvraag artikel 3, tweede lid Subsidie wordt op aanvraag van de penvoerder, bedoeld in, verleend. 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 15-05-2009
Artikel 7 — Artikel 7 Vereisten subsidieaanvraag#
Artikel 7 Vereisten subsidieaanvraag 1 De aanvraag voor subsidie voor een aspirant-opleidingsschool wordt ingediend met het formulier Aanvraagformulier tegemoetkoming kosten aspirant-opleidingsscholen dat beschikbaar is op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs. 2 artikel 11, vijfde lid De aanvraag bedoeld in, wordt ingediend met behulp van het formulier Opgave aantal studenten voor tegemoetkoming kosten opleidingsscholen dat door de Dienst Uitvoering Onderwijs aan de opleidingsscholen ter beschikking wordt gesteld. 2017 29944 31-05-2017 08-05-2017 HO&S/1130225 2017 29944 31-05-2017 08-05-2017 HO&S/1130225 01-07-2017
Artikel 7a — Artikel 7a Samenwerkingsovereenkomst en ontwikkelplan aspirant-opleidingsscholen#
Artikel 7a Samenwerkingsovereenkomst en ontwikkelplan aspirant-opleidingsscholen 1 artikel 2a, tweede lid De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in, bevat de afspraken tussen de deelnemende partijen in de aspirant-opleidingsschool en bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de gezamenlijke visie op het opleiden van studenten; b. de inzet van middelen die beide partijen hierbij inbrengen; en c. artikel 3, tweede lid de partner die zal optreden als penvoerder, bedoeld in. 2 artikel 2a, tweede lid bijlage 3 bijlage 1 Het ontwikkelplan, bedoeld in, is opgesteld aan de hand van de criteria inbij deze regeling en bevat een beschrijving van de mate waarin de aspirant-opleidingsschool reeds voldoet aan de kaders gesteld in onderdeel 1 vanbij deze regeling en welke activiteiten worden uitgevoerd om een jaar voor het einde van de subsidieperiode volledig aan deze kaders te voldoen. 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 01-09-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Termijn indiening aanvraag#
Artikel 8 Termijn indiening aanvraag 1 De aanvraag voor een aspirant-opleidingsschool wordt ingediend vóór 1 september 2017. 2 artikel 11, vijfde lid De aanvraag bedoeld in, wordt ingediend vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarin het in artikel 11, eerste lid, genoemde tijdvak afloopt. 2017 29944 31-05-2017 08-05-2017 HO&S/1130225 2017 29944 31-05-2017 08-05-2017 HO&S/1130225 01-07-2017
Artikel 9 — Artikel 9 Verdeling bij overschrijding subsidieplafond#
Artikel 9 Verdeling bij overschrijding subsidieplafond 1 De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen. 2 artikel 4, eerste lid bijlage 2 De Minister verdeelt het beschikbare bedrag voor opleidingsscholen bedoeld inbij overschrijding van het subsidieplafond evenredig over de subsidieontvangers zodanig dat iedere subsidieontvanger een gelijk percentage ontvangt van het bedrag wat op grond van de tabel inaan hem zou worden verleend. 3 bijlage 4 De subsidieverlening voor aspirant-opleidingsscholen geschiedt op basis van een beoordeling van de geschiktheid van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie. De Minister hanteert hierbij de inbij deze regeling opgenomen beoordelingscriteria. 4 In hoeverre een aspirant-opleidingsschool bijdraagt aan een evenwichtige geografische spreiding over Nederland maakt deel uit van de geschiktheid. 5 artikel 4, tweede lid artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Indien het verlenen van de subsidie voor aspirant-opleidingsscholen aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond bedoeld in, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtensde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt. 2016 32525 24-06-2016 08-06-2016 HO&S/903095 2016 32525 24-06-2016 08-06-2016 HO&S/903095 01-07-2016
Artikel 10 — Artikel 10 Advies voorafgaand aan subsidieverlening#
Artikel 10 Advies voorafgaand aan subsidieverlening 1 De Minister beslist over de subsidieverlening mede op basis van het advies van de NVAO. 2 De NVAO brengt advies uit over de kwaliteit van de opleidingsschool door middel van een beoordeling van het samenwerkingsverband. 3 bijlage 1 De NVAO brengt het advies uit op basis van het toetsingskader in. 4 De NVAO brengt in afwijking van het tweede lid geen advies uit bij de aanvraag voor aspirant-opleidingsscholen en de Minister beslist in afwijking op het eerste lid niet mede op basis van een dergelijk advies. 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 01-09-2015
Artikel 11 — Artikel 11 Tijdvak subsidieverlening#
Artikel 11 Tijdvak subsidieverlening 1 Subsidie wordt telkens per schooljaar verleend gedurende een periode die duurt tot en met het schooljaar waarin de accreditatietermijn van de lerarenopleiding of lerarenopleidingen eindigt. 2 Indien meerdere lerarenopleidingen deelnemen in een opleidingsschool, wordt de subsidie verleend tot en met het einde van het schooljaar waarin de accreditatietermijn van de door de subsidieontvanger aangewezen lerarenopleiding eindigt. 3 In afwijking op het eerste lid wordt de subsidie voor aspirant-opleidingsscholen verleend voor een periode van vier schooljaren. 4 artikel 3 van de Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016 In afwijking op het eerste en derde lid wordt de subsidie voor aspirant-opleidingsscholen die met ingang van het schooljaar 2016–2017 subsidie hebben ontvangen en die subsidie hebben ontvangen op grond vanverleend voor een periode van drie schooljaren. 5 Na afloop van de periode, genoemd in het eerste lid, kan door de subsidieontvanger een nieuwe aanvraag worden ingediend. 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 27-07-2018
Artikel 12 — Artikel 12 Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 12 Begrotingsvoorwaarde artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de met inachtneming vanverleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 15-05-2009
Artikel 13 — Artikel 13 Weigeringsgronden#
Artikel 13 Weigeringsgronden 1 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdkan de subsidieverlening worden geweigerd of beëindigd indien: a. de opleidingsschool niet of niet langer minimaal aan de vereiste basiskwaliteit voldoet aan de hand van het oordeel van de NVAO, b. het aantal studenten dat een opleidingsschool opleidt in de schooljaren 2009–2010 en 2010–2011 lager is dan 40 per schooljaar, in de schooljaren 2011–2012 tot en met 2017–2018 lager is dan 80 per schooljaar, hetzij vanaf het schooljaar 2018–2019 lager is dan 60 per schooljaar, c. niet of niet langer alle deelnemende scholen voor po, vo en bve, of afdelingen daarbinnen, in de opleidingsschool vallen onder het basistoezicht van de Inspectie van het Onderwijs, d. niet of niet langer alle deelnemende lerarenopleidingen in de opleidingsschool geaccrediteerd zijn door de NVAO, e. het subsidieplafond wordt overschreden. 2 artikel 14, tweede lid De subsidieverlening wordt geweigerd indien niet voldaan is aan de verplichting, bedoeld in. 3 De Minister kan voor bepaalde gevallen van het eerste lid afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard. 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 27-07-2018
Artikel 14 — Artikel 14 Informatieplicht#
Artikel 14 Informatieplicht 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de Minister te voeren beleid. 2 artikel 2, tweede lid Jaarlijks uiterlijk op 1 oktober verstrekt de subsidieontvanger de gegevens over het verstreken schooljaar die nodig zijn voor het verlenen van de subsidie voor het lopende schooljaar. Tot deze gegevens behoren in ieder geval een verantwoording van het aantal studenten bedoeld in. 3 artikel 17 van de Wet overige OCW-subsidies De subsidieontvanger geeft aan door of namens de minster aangewezen ambtenaren op verzoek inzage in de inbedoelde administratie en verstrekt alle inlichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om een juist inzicht te verkrijgen in de besteding van de subsidie. 4 De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 15-05-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Administratieve voorschriften#
Artikel 15 Administratieve voorschriften 1 De subsidieontvanger draagt zorg voor een inzichtelijke en controleerbare administratie met betrekking tot het aantal opgeleide studenten in een schooljaar. 2 De administratie is zodanig opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate rapportages. 3 De administratie biedt voldoende mogelijkheden voor een goede accountantscontrole op de juistheid van de in het eerste lid genoemde gegevens. 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 15-05-2009
Artikel 16 — Artikel 16 Verantwoording en controle#
Artikel 16 Verantwoording en controle Regeling jaarverslaggeving onderwijs artikel 14, tweede lid De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie en de rechtmatigheid van de gegevens, bedoeld in. 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 2018 41997 26-07-2018 11-07-2018 1360764 27-07-2018
Artikel 17 — Artikel 17 Ambtshalve subsidievaststelling#
Artikel 17 Ambtshalve subsidievaststelling artikel 16 De subsidie wordt vastgesteld binnen 3 maanden na ontvangst van de verantwoording, bedoeld in. 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 15-05-2009
Artikel 18 — Artikel 18 Betaling in gedeelten#
Artikel 18 Betaling in gedeelten 1 Het jaarlijkse subsidiebedrag wordt per schooljaar in twee gedeelten aan subsidieontvanger betaald. Het eerste gedeelte wordt betaald in november, het daarop volgende gedeelte in februari. 2 In afwijking van het eerste lid wordt het subsidiebedrag voor aspirant-opleidingsscholen voor de eerste twee schooljaren jaarlijks in één keer betaald in december. 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 01-09-2015
Artikel 19 — Artikel 19 Effectmeting#
Artikel 19 Effectmeting Er zal onderzoek worden gedaan naar het bereikte effect dan wel het bereikte resultaat van deze subsidie. 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 15-05-2009
Artikel 20 — Artikel 20 Vervaldatum#
Artikel 20 Vervaldatum Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat deze regeling, zoals deze luidde op 31 december 2022, van toepassing blijft op subsidies die zijn verleend vóór die datum. 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 2015 25322 19-08-2015 08-08-2015 HO&S/755642 01-09-2015
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen. 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 2009 87 13-05-2009 27-04-2009 DL/B/119493 15-05-2009
Artikel 10#
artikel 10
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 7a#
artikel 7a, tweede lid
Artikel 9#
artikel 9, derde lid
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid, onderdeel b