Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 juni 2009, nr. IVV/I/2009/13367, houdende regels omtrent tenuitvoerlegging van bestuurlijke boeten en terugvordering van onverschuldigde betalingen op grond van een aantal socialezekerheidswetten (Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen)
- BWB-id
- BWBR0026017
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026017
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-tenuitvoerlegging-bestuurlijke-boeten-en-terugvorde
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-tenuitvoerlegging-bestuurlijke-boeten-en-terugvorde/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026017&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026017&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026017/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-tenuitvoerlegging-bestuurlijke-boeten-en-terugvorde
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. AKW: Algemene Kinderbijslagwet ; b. Anw: Algemene nabestaandenwet ; c. AOW: Algemene Ouderdomswet ; d. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen IOW:; e. TW: Toeslagenwet ; f. WW: Werkloosheidswet ; g. WAZO: Wet arbeid en zorg ; h. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ; i. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ; j. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ; k. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ; l. ZW: Ziektewet ; m. schuldenaar: degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd of van wie een bedrag wordt teruggevorderd; n. werkgever: de schuldenaar die tevens werkgever of eigenrisicodrager is; o. bestuurlijke boete: artikelen 17a van de AKW 39 van de Anw 17c van de AOW 21 van de IOW 14a van de TW 27a van de WW 3:16 3:27 van de WAZO 2:69 3:40 van de Wajong 48 van de WAZ 29a van de WAO 91 van de Wet WIA artikelen 38, vierde lid 38a, zevende lid 45a, eerste lid 63c van de ZW een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid van de,,,,,,en,en,,,, en in de,,, en; p. vordering: a. artikelen 24 van de AKW 53 van de Anw 24 van de AOW 34 van de IOW 20 van de TW 36 van de WW 3:16 3:27 van de WAZO 2:59 3:56 van de Wajong 63 van de WAZ 57 van de WAO 77 van de Wet WIA 33 van de ZW het bedrag dat wordt teruggevorderd op grond van de,,,,,,en,of,,,, of; ; b. het bedrag dat als bestuurlijke boete is opgelegd; c. artikelen 71, tweede lid 75a, vierde lid 75b, zevende lid 75f, eerste lid, van de WAO 72, tweede lid 84, derde en vierde lid, onderdeel a, van de Wet WIA 39a, eerste lid 63a, derde, vierde of vijfde lid, van de ZW het bedrag dat het UWV op de werkgever verhaalt op grond van de,,,,,,, ofof d. artikel 77 van de Wet WIA het bedrag van een aan een werkgever verstrekt re-integratie-instrument dat wordt teruggevorderd op grond van; q. aflossingscapaciteit: artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het deel van het inkomen van de schuldenaar dat met inachtneming van de beslagvrije voet, bedoeld in de, kan worden aangewend voor betaling of verrekening van de vordering; r. vermogen: vermogensrechten, onroerende en roerende zaken, waarover de schuldenaar beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, waarbij niet als vermogen in aanmerking wordt genomen: a. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht artikel 475da, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldmiddelen als bedoeld invoor zover het de bedragen genoemd inniet overtreft; b. roerende zaken die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van de persoon en het gezamenlijk huishouden, noodzakelijk zijn voor de huisraad, dan wel voor beroepswerkzaamheden waarmee in levensonderhoud wordt voorzien, waarvan de dagwaarde per zaak € 1.200,00 of minder bedraagt; en c. artikel 50, eerste lid, van de Participatiewet artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de Participatiewet het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, als bedoeld in, voor zover dit minder bedraagt dan het bedrag, bedoeld in; s. UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; t. SVB: hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Sociale verzekeringsbank, genoemd in. 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 1a — Artikel 1a Grondslag#
Artikel 1a Grondslag artikelen 17c 24b van de AKW 41 55 van de Anw 17e 24b van de AOW 21 22 24 37 van de IOW 14a 20b van de TW 27a 36b van de WW 2:61 2:69 3:40 3:58 van de Wajong 48 65 van de WAZ 29a 57b van de WAO 79 91 van de Wet WIA 33b 45a van de ZW Deze regeling berust op deen,en,en,,,en,en,en,,,en,en,en,enenen. 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Bevoegdheid verrekening met werkgever#
Artikel 2 Bevoegdheid verrekening met werkgever artikel 1, onderdelen a tot en met l Het UWV is, naast de in, genoemde wetten opgenomen bevoegdheden tot verrekening van vorderingen op werknemers, tevens bevoegd tot verrekening van een vordering op de werkgever met een aan de werkgever te betalen bedrag. 2009 18184 30-11-2009 23-11-2009 IVV/I/2009/25857 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Standaardregeling voor uitstel van betaling#
Artikel 3 Standaardregeling voor uitstel van betaling 1 Het UWV of de SVB stelt de termijn waarvoor uitstel van betaling wordt verleend, alsmede de daaraan verbonden periodieke betalingen en verrekeningen, vast na overleg met de schuldenaar en met inachtneming van dit artikel. 2 Het UWV of de SVB verleent uitstel van betaling voor ten hoogste 36 maanden. De vordering wordt gedurende die periode in termijnen ter hoogte van de volledige aflossingscapaciteit betaald of verrekend. 3 In afwijking van het tweede lid kan het UWV of de SVB uitstel van betaling verlenen conform een voorstel van de schuldenaar indien: a. de schuldenaar uiterlijk zes weken na bekendmaking van een beschikking tot betaling van de vordering een gemotiveerd voorstel indient; en b. het voorstel inhoudt dat de gehele vordering binnen 36 maanden, eventueel door middel van periodieke betalingen of verrekeningen, wordt voldaan. 4 In afwijking van het tweede lid kan het UWV of de SVB uitstel van betaling verlenen voor ten hoogste 60 maanden waarbij de periodieke betaling of verrekening wordt gesteld op een bedrag lager dan de volledige aflossingscapaciteit indien: a. de schuldenaar met aanwending van zijn volledige aflossingscapaciteit niet in staat is de vordering binnen 36 maanden te voldoen, en; b. periodieke betaling of verrekening gedurende ten hoogste 60 maanden leidt tot ten minste dezelfde voldoening van de vordering als betaling of verrekening gedurende 36 maanden met volledige aflossingscapaciteit. 5 Indien het UWV of de SVB vaststelt dat de schuldenaar bij toepassing van het tweede of vierde lid naar verwachting de vordering niet volledig zal kunnen voldoen, kan het UWV of de SVB de schuldenaar verplichten zijn vermogen binnen een redelijke termijn aan te wenden zodanig dat de resterende vordering naar verwachting wel zal worden voldaan bij toepassing van het tweede of vierde lid. 6 Indien toepassing van dit artikel leidt tot een kennelijk onredelijk resultaat kan het UWV of de SVB afwijken van het eerste tot en met vijfde lid. 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Regeling voor uitstel van betaling bij schending inlichtingenplicht#
Artikel 4 Regeling voor uitstel van betaling bij schending inlichtingenplicht Vervallen 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Voldoening vordering tot en met € 300,–#
Artikel 5 Voldoening vordering tot en met € 300,– artikel 3 Indien de vordering op de schuldenaar niet meer bedraagt dan € 300,– stelt het UWV of de SVB, in afwijking van, de wijze waarop deze vordering moet worden voldaan vast zonder de schuldenaar in de gelegenheid te stellen een voorstel te doen met betrekking tot de wijze van voldoening van de vordering, met dien verstande dat per periode van een maand de aflossing op niet meer dan € 25,– kan worden vastgesteld. 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Uitstel van betaling op voorstel schuldenaar#
Artikel 6 Uitstel van betaling op voorstel schuldenaar Vervallen 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Voorschriften uitstel van betaling#
Artikel 7 Voorschriften uitstel van betaling Het UWV en de SVB verbinden aan een beschikking tot uitstel van betaling in ieder geval de voorschriften dat: a. de vordering gedurende de periode waarover uitstel van betaling is verleend door middel van betalingen of verrekeningen, in periodieken of ineens, wordt voldaan; en b. de beschikking tot uitstel van betaling kan worden ingetrokken of gewijzigd indien wijziging plaatsvindt in de hoogte van de inkomsten van de schuldenaar. 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Versoepeling betalingsregeling na tien jaar#
Artikel 8 Versoepeling betalingsregeling na tien jaar Vervallen 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Toerekening van betalingen#
Artikel 9 Toerekening van betalingen Tenzij de schuldenaar een andere vordering aanwijst wordt een betaling, die zou kunnen worden toegerekend aan meerdere vorderingen, eerst toegerekend aan een verschuldigde bestuurlijke boete. 2009 117 29-06-2009 23-06-2009 IVV/I/2009/13367 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Toepasselijkheid op de werkgever#
Artikel 10 Toepasselijkheid op de werkgever Artikel 3 is niet van toepassing op de werkgever. 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 10a — Artikel 10a Regeling verrekening bestuurlijke boete bij recidive#
Artikel 10a Regeling verrekening bestuurlijke boete bij recidive Vervallen 2016 67764 23-12-2016 06-12-2016 2016-0000260565 2016 67764 23-12-2016 06-12-2016 2016-0000260565 01-01-2017
Artikel 11 — Artikel 11 Overgangsrecht#
Artikel 11 Overgangsrecht Het UWV en de SVB kunnen op verzoek van de schuldenaar de regeling voor uitstel van betaling die is vastgesteld voor 1 januari 2025 herzien conform de regels geldend vanaf 1 januari 2025. 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 11a — Artikel 11a Overgangsrecht versoepeling betalingsregeling#
Artikel 11a Overgangsrecht versoepeling betalingsregeling Vervallen 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 2024 21780 05-07-2024 28-06-2024 2024-0000152267 01-01-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding#
Artikel 12 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht in werking treedt. 2009 117 29-06-2009 23-06-2009 IVV/I/2009/13367 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13 Citeertitel#
Artikel 13 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen. 2009 117 29-06-2009 23-06-2009 IVV/I/2009/13367 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.