Regeling van de Minister van Financiën tot vaststelling voor 2009 van de maatstaven, bedragen, bandbreedtes, verdeelsleutels en tarieven Besluit bekostiging financieel toezicht
- BWB-id
- BWBR0026187
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2011-08-31 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026187
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-vaststelling-maatstaven-bedragen-bandbreedtes-en-ve
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-vaststelling-maatstaven-bedragen-bandbreedtes-en-ve/2011-08-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026187&g=2011-08-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026187&z=2026-06-06&g=2011-08-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026187/2011-08-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-vaststelling-maatstaven-bedragen-bandbreedtes-en-ve
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wet op het financieel toezicht ; b. besluit: Besluit bekostiging financieel toezicht . 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 11, eerste lid, van het besluit artikel 7 van het besluit Ter bepaling van de door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen tarieven, bedoeld in, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, bedoeld in, de volgende maatstaven vastgesteld: a. artikel 3:57 van de wet clearinginstellingen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; b. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; c. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; d. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; e. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; f. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; g. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; h. artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; i. artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van het besluit artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet zorgverzekeraars als bedoeld in: aantal verzekerden als bedoeld in; j. artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van het besluit verzekeraars als bedoeld in: het bruto premie-inkomen; k. artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 1°, van het besluit beheerders als bedoeld in: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; l. artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van het besluit beheerders als bedoeld in: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; m. artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het besluit beleggingsmaatschappijen als bedoeld in: het balanstotaal; n. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit beleggingsondernemingen als bedoeld in: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd; o. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit artikel 1:1 van de wet beleggingsondernemingen als bedoeld in: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld inen het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 11, eerste lid, van het besluit artikel 8, van het besluit Ter bepaling van de door de Autoriteit Financiële Markten in rekening te brengen tarieven, bedoeld in, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen, bedoeld in, de volgende maatstaven vastgesteld: a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het besluit clearinginstellingen en kredietinstellingen als bedoeld in: het aantal transacties afgewikkeld tussen de clearinginstelling of kredietinstelling en het clearinghuis dat door het clearinghuis aan de clearinginstelling onderscheidenlijk kredietinstelling in rekening wordt gebracht; b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit artikel 3:57 van de wet kredietinstellingen als bedoeld in: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond vanworden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden; c. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit verzekeraars als bedoeld in: het bruto premie-inkomen in Nederland; d. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit verzekeraars als bedoeld in: het bruto premie-inkomen in Nederland; e. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit beheerders en beleggingsmaatschappijen als bedoeld in: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd; f. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van het besluit artikel 1:1 van de wet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen als bedoeld in: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld inen het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling; g. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, van het besluit beleggingsondernemingen als bedoeld in: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen is belast met het verrichten van transacties in financiële instrumenten; h. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 4°, van het besluit beleggingsondernemingen als bedoeld in: het aantal directe toezichturen; i. artikel 11 van de Vrijstellingsregeling Wft artikel 1:1 van de wet beleggingsondernemingen als bedoeld in: het aantal werknemers en andere personen die zich onder verantwoordelijkheid van de beleggingsonderneming direct of indirect bezighouden met het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld in, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd; j. artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet artikel 1:1 van de wet financiële ondernemingen als bedoeld indie beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten als bedoeld in: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen; k. artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit marktexploitanten als bedoeld in: het aantal directe toezichturen; l. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid, van de wet artikel 2:96, van de wet uitgevende instellingen als bedoeld in, niet zijnde beleggingsmaatschappijen waarvan de aandelen of andere daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsmaatschappij, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland waarvoor een vergunning als bedoeld in, is verleend of een multilaterale handelsfaciliteit waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft als bedoeld in, of waarvoor met haar instemming verzocht is om toelating van die financiële instrumenten tot de handel op een dergelijke markt: de gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van 2009; m. artikel 8, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, van het besluit aanbieders van krediet als bedoeld in: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet; n. artikel 8, eerste lid, onderdeel l, onder 2°, van het besluit aanbieders van beleggingsobjecten als bedoeld in: ingelegde gelden; o. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, onder 1° en 2°, van het besluit adviseurs en bemiddelaars als bedoeld in: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 11, derde lid, van het besluit Het minimumbedrag, bedoeld in, wordt, voor zover het door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen kosten betreft, vastgesteld op: a. € 31.500 voor clearinginstellingen; b. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in; c. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in; d. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in; e. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het besluit € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in; f. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van het besluit € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in; g. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, van het besluit € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in; h. € 25.000 voor kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen; i. artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van het besluit € 681 voor zorgverzekeraars als bedoeld in; j. artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van het besluit € 681 voor verzekeraars als bedoeld in; k. artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 1° en 2°, van het besluit € 2.800 voor beheerders bedoeld in; l. artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het besluit € 2.800 voor beleggingsmaatschappijen als bedoeld in; m. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit € 600 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; n. artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit € 1.200 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 11, derde lid, van het besluit Het minimumbedrag, bedoeld inwordt, voor zover het door de Autoriteit Financiële Markten in rekening te brengen kosten betreft, vastgesteld op: a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het besluit € 3.750 voor clearinginstellingen en kredietinstellingen als bedoeld in, die het bedrijf van clearinginstelling uitsluitend voor de eigen organisatie uitoefenen; b. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het besluit € 7.500 voor overige clearinginstellingen en kredietinstellingen als bedoeld in; c. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit € 3.700 voor kredietinstellingen als bedoeld in; d. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit € 900 voor schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in; e. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van het besluit € 0 voor andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in; f. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit € 1000 voor levensverzekeraars als bedoeld in; g. artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 4°, van het besluit € 0 voor andere levensverzekeraars als bedoeld in; h. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit € 3.800 voor beheerders als bedoeld in; i. artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, van het besluit € 0 voor beheerders als bedoeld in; j. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8° en 9° van het besluit € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; k. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, van het besluit € 1.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; l. artikel 11 van de Vrijstellingsregeling Wft € 1.350 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in; m. artikel 2:97, eerste lid, onderdelen a of b, van de wet € 6.182 voor in Nederland gevestigde financiële ondernemingen die ingevolge, beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten; n. artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 1° tot en met 3°, van het besluit € 0 voor marktexploitanten als bedoeld in; o. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit € 1.500 voor uitgevende instellingen als bedoeld in; p. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2° van het besluit € 745 voor uitgevende instellingen als bedoeld in, voor zover het beleggingsmaatschappijen betreft; q. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid € 0 voor uitgevende instellingen als bedoeld indie geen beleggingsmaatschappij zijn, waarvan de aandelen of daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in, of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; r. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid, van de wet € 0 voor uitgevende instellingen als bedoeld indie geen instelling zijn als bedoeld onder p of q waarvan de verhandelbare obligaties of een ander verhandelbaar schuldinstrument of een ander financieel instrument is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld inof waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; s. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit € 110 voor uitgevende instellingen als bedoeld in, voor zover het beleggingsmaatschappijen betreft; t. artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit artikel 5:26, eerste lid, van de wet artikel 2:96, van de wet € 110 voor uitgevende instellingen als bedoeld in, waarvan aandelen of financiële instrumenten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van hun aandelen, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland waarvoor een vergunning als bedoeld in, is verleend of een multilaterale handelsfaciliteit waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft als bedoeld in, of waarvoor met hun instemming verzocht is om toelating van die financiële instrumenten tot de handel op een dergelijke markt; u. artikel 8, eerste lid, onderdeel j, van het besluit € 0 voor pensioenfondsen als bedoeld in; v. artikel 8, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, van het besluit € 900 voor aanbieders van krediet als bedoeld in; w. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten; x. artikel 8, eerste lid, onderdeel l, van het besluit artikel 8, eerste lid, onderdelen b, onderdeel 1° en 3° van het besluit € 0 voor aanbieders van een financieel product als bedoeld in, die tevens kredietinstelling zijn als bedoeld in; y. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, onder 1°, van het besluit € 925 voor adviseurs en bemiddelaars als bedoeld indie op 1 juli 2009 deelnemer zijn van de Stichting Financiële Dienstverlening of adviseurs en bemiddelaars waarvan de vergunning in 2009 vóór 1 juli is komen te vervallen maar tot dat tijdstip nog deelnemer waren van de Stichting Financiële Dienstverlening of adviseurs en bemiddelaars waaraan ná 1 juli 2009 een vergunning door de AFM is of wordt verleend en waarbij de aanvraag via de Stichting Financiële Dienstverlening heeft plaatsgevonden; z. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, van het besluit € 1.350 voor overige adviseurs en bemiddelaars als bedoeld in; aa. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, van het besluit artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met k, van het besluit € 0 voor adviseurs en bemiddelaars als bedoeld in, die tevens een financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in; bb. artikel 8, eerste lid, onderdeel m, van het besluit artikel 8, eerste lid, onderdeel l, van het besluit € 0 voor adviseurs en bemiddelaars als bedoeld in, die tevens aanbieder zijn van een financieel product als bedoeld in; 2011 15613 30-08-2011 23-08-2011 FM/2011/9477M 2011 15613 30-08-2011 23-08-2011 FM/2011/9477M 31-08-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 11, eerste lid, van het besluit artikel 11, derde lid, van het besluit De tarieven en bandbreedtes, bedoeld in, en de bedragen, bedoeld inworden vastgesteld zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien aan een financiële onderneming in het jaar 2008 op grond van de wet een aanwijzing is gegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, kan de toezichthouder aan deze financiële onderneming een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de in verband daarmee werkelijk gemaakte kosten die uitstijgen boven de kosten die onder normale omstandigheden voor het toezicht op die financiële onderneming zouden zijn gemaakt. 2 Een bedrag dat door de toezichthouder op grond van het eerste lid in rekening is gebracht en door de desbetreffende financiële onderneming is betaald, wordt onverwijld terugbetaald indien het besluit tot het geven van de aanwijzing of tot het opleggen van de last onder dwangsom is ingetrokken of na beroep is vernietigd. 3 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt op zodanige wijze gespecificeerd dat daaruit blijkt dat het gebaseerd is op de werkelijk gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Twee of meer aanbieders van beleggingsobjecten die gedurende het gehele jaar, in steeds dezelfde samenstelling, gezamenlijk aanbiedingen doen aan consumenten, of deze aanbiedingen aan consumenten gezamenlijk beheren, worden voor wat betreft deze regeling aangemerkt als één aanbieder. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3° artikel 8, eerste lid, onderdeel g onder 2° van het besluit artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet artikel 6 artikelen 4 5 Indien de heffing die verschuldigd zou zijn door een in Nederland gevestigde beleggingsonderneming als bedoeld inofof door een financiële onderneming als bedoeld in, berekend op basis van de in oktober 2008 aan de representatieve vertegenwoordiging van de onder toezicht staande ondernemingen ter consultatie voorgelegde heffingsmaatstaven en tarieven, hoger is dan de heffing die verschuldigd zou zijn door de desbetreffende onderneming, berekend op basis van de in april 2008 aan de representatieve vertegenwoordiging van de onder toezicht staande ondernemingen ter consultatie voorgelegde heffingsmaatstaven, brengt de toezichthouder aan de desbetreffende onderneming de helft van het verschil in mindering op de heffing ingevolge, zo nodig in afwijking van deen. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 8, eerste lid, onderdeel m, onder 1°, van het besluit Er wordt een bedrag van € 300 in mindering gebracht op de totale heffing voor adviseurs en bemiddelaars als bedoeld inwaarvan de feitelijk leidinggevenden op 1 juli 2009 elk afzonderlijk deelnemer zijn van het Dutch Securities Institute voor adviseurs en bemiddelaars waarvan de vergunning in 2009 vóór 1 juli is komen te vervallen maar waarvan de feitelijk leidinggevenden tot dat tijdstip nog afzonderlijk deelnemer waren van het Dutch Securities Institute en voor adviseurs en bemiddelaars waaraan ná 1 juli 2009 een vergunning door de AFM is of wordt verleend en waarvan de feitelijk leidinggevenden op het tijdstip de vergunningverlening elk afzonderlijk deelnemer waren of zijn van het Dutch Securities Institute. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 2009 11341 29-07-2009 09-07-2009 BR FM/2009/1521 M 31-07-2009
Artikel 5#
artikel 5, onderdeel p