Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 oktober 2009, nr. DL/A/162364, houdende regels voor aanvullende bekostiging voor de versterking van de salarismix van docenten in het middelbaar beroepsonderwijs en vbo-groen afdelingen binnen de AOC’s in de Randstadregio’s (Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregio’s)
- BWB-id
- BWBR0026565
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2023-06-09 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026565
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-versterking-van-salarismix-leraren-middelbaar-beroe
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-versterking-van-salarismix-leraren-middelbaar-beroe/2023-06-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026565&g=2023-06-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026565&z=2026-06-06&g=2023-06-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026565/2023-06-09
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/regeling-versterking-van-salarismix-leraren-middelbaar-beroe
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aanvullende bekostiging: artikel 2 aanvullende bekostiging als bedoeld in; beroepsonderwijs: artikel 1.2.1 van de wet beroepsonderwijs en educatie als bedoeld in; bezoldigingsschaal: salarisschaal volgens welke een docent of instructeur wordt bezoldigd; BRP: basisregistratie personen; Convenant Leerkracht van Nederland: tripartiete afspraken tussen de Minister en de sociale partners voor de sector Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie vastgelegd op 10 december 2008 (Stcrt. 2009, 42); deeltijdstudent: artikel 7.2.7, vijfde lid, van de wet student die een beroepsopleiding volgt als bedoeld in, zoals dit luidde op 31 juli 2014; docent: artikel 4.2.1, eerste en tweede lid, van de wet docent als bedoeld in, voor zover deze een onderwijsgevende taak uitvoert; instructeur: artikel 4.2.2 van de wet personeelscategorie met onderwijsondersteunende werkzaamheden gericht op het primair proces conform; Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; personeelsgegevens: bijlage 1, onder 3, van het Uitvoeringsbesluit WEB gegevens als bedoeld in bijlage B van het Convenant Leerkracht van Nederland en, conform het op 27 augustus 2009 herziene Protocol Personeelsinformatie MBO en herziene PVE; Randstadregio’s: bijlage 1 verzameling van gemeenten als opgenomen inbij deze regeling; salarismix: verdeling van docenten in voltijdequivalenten over de bezoldigingsschalen; voltijdstudent: artikel 7.2.7, derde lid, van de wet student die een beroepsopleiding volgt als bedoeld in, zoals dit luidde op 31 juli 2014; wet: Wet educatie en beroepsonderwijs . 2022 32321 29-11-2022 21-11-2022 MBO/34859726 2022 32321 29-11-2022 21-11-2022 MBO/34859726 30-11-2022
Artikel 1a — Artikel 1a Reikwijdte#
Artikel 1a Reikwijdte artikel 2.2.3, derde en vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs Deze regeling berust mede op. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Doelomschrijving#
Artikel 2 Doelomschrijving 1 De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een instelling: a. ter versterking van de salarismix binnen de Randstadregio’s door het aandeel docenten in voltijdequivalenten in bezoldigingsschaal LC en/of LD en/of LE te verhogen; b. ter verlichting van de werkdruk in de Randstadregio’s door extra functies voor instructeurs en/of docenten te realiseren. 2 De aanvullende bekostiging wordt verstrekt op grond van de volgende overwegingen: a. Versterking van de salarismix in de Randstadregio’s maakt deel uit van de afspraken in het Convenant Leerkracht van Nederland van 10 december 2008. b. artikel 2, eerste lid onder a artikel 2, eerste lid onder b In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat 75% van de aanvullende bekostiging verstrekt op grond van deze regeling ingezet zal worden voor de verhoging van het aandeel docenten in voltijdequivalenten in hogere bezoldigingsschalen, conform de doelomschrijving in. De resterende 25% van de aanvullende bekostiging verstrekt op grond van deze regeling zal worden ingezet voor extra functies voor instructeurs en/of docenten, conform de doelomschrijving in. c. In het Convenant Leerkracht van Nederland is vastgelegd dat de aanvullende convenantmiddelen aan het begin van schooljaar 2012−2013 beschikbaar komen als de sector de tussendoelen in 2011 heeft bereikt, welke voortvloeien uit de prestatieafspraken voor de salarismix in het middelbaar beroepsonderwijs die voor 2014 zijn vastgelegd. d. In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat in het kader van de monitoring van de convenantmiddelen per instelling jaarlijks wordt bekeken of de convenantmiddelen volledig aan de omschreven doelen zijn besteed. e. Tevens is in het convenant een stabiele verhouding tussen docenten en ondersteunend personeel afgesproken. f. artikel 2, tweede lid onder c Indien de sector in 2011 de tussendoelen als bedoeld inniet heeft gerealiseerd, dan worden de aanvullende middelen voor de in het eerste lid van dit artikel genoemde doelen op instellingsniveau afgestemd op de op dat moment gerealiseerde salarismix. 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 22-12-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Eisen aanvullende bekostiging#
Artikel 3 Eisen aanvullende bekostiging De aanvullende bekostiging wordt slechts verstrekt aan het bevoegd gezag van een instelling indien: a. op 1/10/2007 minimaal 20% van het ongewogen totaal aantal studenten van de instelling volgens de BRP woonachtig in de Randstadregio’s is; en b. artikel 1 onder s de instelling de verplichte personeelsgegevens, bedoeld in, tijdig, volledig en rechtstreeks aan het Ministerie van OCW heeft geleverd. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 3a — Artikel 3a Fusie van instellingen#
Artikel 3a Fusie van instellingen 1 artikel 5, vijfde lid Bij een institutionele fusie van instellingen vormt de som van het aantal gewogen studenten, bedoeld in de formule in, voor ieder bij de fusie betrokken instelling afzonderlijk, de basis voor de toekenning aan die gefuseerde instelling. 2 De berekening, bedoeld in het eerste lid, leidt in geen geval tot een lagere toekenning van de aanvullende bekostiging dan vastgesteld vóór de fusie. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 3b — Artikel 3b Beëindiging verzorgen van beroepsopleidingen#
Artikel 3b Beëindiging verzorgen van beroepsopleidingen 1 artikel 7.1.2, tweede lid, van de wet artikel 5, vijfde lid Bij de beëindiging van het verzorgen van beroepsopleidingen, bedoeld indoor een instelling vormt het aantal studenten, bedoeld in de formule in, van de betreffende instelling de basis voor de toekenning aan één of meerdere instellingen. 2 Indien er meerdere instellingen betrokken zijn bij de overname van de beroepsopleidingen, bedoeld in het eerste lid, treedt de minister in overleg. 3 artikel 5, vijfde lid Bij de beëindiging van het verzorgen van beroepsopleidingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, vormt het aantal studenten, bedoeld in het deel van de formule (DDRi * 0,3 + VDRi *1), bedoeld in, de basis voor de toekenning aan de overnemende instelling(en). 4 Bij beschikking bepaalt de minister welk deel van het aantal studenten voor de berekening van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt toegekend aan de betrokken instellingen. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Bedragen#
Artikel 4 Bedragen artikel 3 Voor de instellingen die voldoen aan de vereisten, bedoeld in, is voor het kalenderjaar 2023 een totaalbedrag van € 55.279.000,– voor aanvullende bekostiging beschikbaar. 2023 16201 08-06-2023 23-05-2023 MBO/38455115 2023 16201 08-06-2023 23-05-2023 MBO/38455115 09-06-2023 01-01-2023
Artikel 4c — Artikel 4c Bedragen 2017#
Artikel 4c Bedragen 2017 Vervallen 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 4d — Artikel 4d Bedragen 2018#
Artikel 4d Bedragen 2018 Vervallen 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 4e — Artikel 4e Bedragen 2019#
Artikel 4e Bedragen 2019 Vervallen 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 4f — Artikel 4f Bedragen 2020#
Artikel 4f Bedragen 2020 Vervallen 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-02-2022
Artikel 4g — Artikel 4g Bedragen 2021#
Artikel 4g Bedragen 2021 Vervallen 2022 17977 11-07-2022 29-06-2022 MBO/33128048 2022 17977 11-07-2022 29-06-2022 MBO/33128048 12-07-2022 01-01-2022
Artikel 4h — Artikel 4h Bedragen 2022#
Artikel 4h Bedragen 2022 Vervallen 2022 17977 11-07-2022 29-06-2022 MBO/33128048 2022 17977 11-07-2022 29-06-2022 MBO/33128048 12-07-2022 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5 Berekening aanvullende bekostiging#
Artikel 5 Berekening aanvullende bekostiging 1 artikel 3 De aanvullende bekostiging wordt over de daarvoor in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen, bedoeld in, verdeeld naar rato van het aantal studenten van een in aanmerking komend bevoegd gezag dat volgens de BRP woonachtig is binnen de Randstadregio’s op het totaal aantal volgens de BRP in de Randstadregio’s woonachtige studenten van alle in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen. Voor het bepalen van deze studentenaantallen vormt de teldatum van 1/10/2007 het uitgangspunt. 2 Bij de berekening van de omvang van de aanvullende bekostiging voor een in aanmerking komend bevoegd gezag wordt bij de in de Randstadregio’s woonachtige studenten onderscheid gemaakt naar voltijd- en deeltijd studenten, waarbij voltijdstudenten met factor 1 en deeltijdstudenten met factor 0,3 gewogen worden. 3 artikel 3 Indien een bevoegd gezag dat voor wat betreft de studenten voldoet aan het gestelde inin totaal minder dan 5.000 studenten heeft, dan tellen alle bij die instelling ingeschreven studenten, ongeacht woonplaats, mee bij de berekening van de omvang van de aanvullende bekostiging. 4 artikel 3 De aanvullende bekostiging van een op grond vanin aanmerking komend bevoegd gezag wordt berekend op grond van de volgende formule: Xi= A1 * (DDRi * 0,3 + VDRi * 1) / DRT De definitie van de verschillende componenten uit deze formule is als volgt: i = een in aanmerking komend bevoegd gezag van een instelling, waarbij geldt dat als het bevoegd gezag minder dan 5000 studenten heeft, alle bij die instelling ingeschreven studenten, ongeacht woonplaats, meetellen bij de berekening van Xi; Xi = de aanvullende bekostiging voor een individuele instelling; A1 = het totaalbedrag voor de aanvullende bekostiging van deze regeling; DDRi= de op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige deeltijdstudenten ingeschreven bij instelling i; VDRi = de op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige voltijdstudenten ingeschreven bij instelling i; DRT= alle op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige studenten gewogen naar deeltijdfactor van alle in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen inclusief de buiten de Randstadregio’s woonachtige studenten van de in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen met minder dan 5000 ingeschreven studenten. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 18469 22-07-2022 05-07-2022 MBO/33246616 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 6 — Artikel 6 Betaling#
Artikel 6 Betaling In de maand januari maakt de minister de hoogte van de aanvullende bekostiging bekend. Na de bekendmaking vindt de uitbetaling plaats volgens het gebruikelijke betaalritme van de reguliere bekostiging. 2021 35925 22-07-2021 08-07-2021 MBO/28232269 2021 35925 22-07-2021 08-07-2021 MBO/28232269 23-07-2021
Artikel 6a — Artikel 6a Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 6a Begrotingsvoorwaarde Vervallen 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 22-12-2017
Artikel 7 — Artikel 7 Verantwoording#
Artikel 7 Verantwoording 1 Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de aanvullende bekostiging worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2 De aanvullende bekostiging wordt direct vastgesteld. 3 De verantwoording van de aanvullende bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving en in model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. 4 Het bevoegd gezag toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor aanvullende bekostiging is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de aanvullende bekostiging. 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 22-12-2017
Artikel 8 — Artikel 8 Onderzoek#
Artikel 8 Onderzoek Er zal onderzoek worden gedaan naar het bereikte effect dan wel het bereikte resultaat van deze aanvullende bekostiging. 2009 16391 30-10-2009 16-10-2009 DL/A/162364 2009 16391 30-10-2009 16-10-2009 DL/A/162364 31-10-2009 01-01-2009
Artikel 9 — Artikel 9 Informatieplicht#
Artikel 9 Informatieplicht Het bevoegd gezag werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid. 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 22-12-2017
Artikel 9a — Artikel 9a Overgangsbepaling voor het vbo van voormalige agrarische opleidingscentra#
Artikel 9a Overgangsbepaling voor het vbo van voormalige agrarische opleidingscentra 1 artikel 2 artikel 12.2.4 van de wet Voor de berekening van de aanvullende bekostiging bedoeld invoor scholen voor vbo die van rechtswege zijn ontstaan na de omzetting van agrarische opleidingscentra op grond van, wordt voor wat betreft het kalenderjaar waarin die omzetting plaatsvindt, gebruik gemaakt van de berekeningswijze op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 juli van dat kalenderjaar. 2 artikel 2 van de Regeling versterking functiemix vo-leraren in de Randstadregio’s De aanvullende personele bekostiging op grond vanvoor de scholen voor vbo bedoeld in het eerste lid, vindt voor het eerst toepassing over het kalenderjaar volgend op die omzetting. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2009. 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 2017 73335 21-12-2017 13-12-2017 MBO/1262790 22-12-2017
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregio’s. 2009 16391 30-10-2009 16-10-2009 DL/A/162364 2009 16391 30-10-2009 16-10-2009 DL/A/162364 31-10-2009 01-01-2009