Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 mei 2009, nr. BJZ2009034163, houdende regels met betrekking tot subsidies op het gebied van maatschappelijke initiatieven die bijdragen aan nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling (Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu 2009)
- BWB-id
- BWBR0025911
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2010-02-18 t/m 2011-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025911
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/subsidieregeling-maatschappelijke-organisaties-en-milieu-200
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/subsidieregeling-maatschappelijke-organisaties-en-milieu-200/2010-02-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025911&g=2010-02-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025911&z=2026-06-06&g=2010-02-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025911/2010-02-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/subsidieregeling-maatschappelijke-organisaties-en-milieu-200
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. besluit: Besluit milieusubsidies ; c. project: samenstel van activiteiten met een eenmalig karakter; d. internationale milieusamenwerking: samenwerking op milieubeleidsterrein in internationale context; e. maatschappelijke organisatie: rechtspersoon zonder winstoogmerk, niet zijnde een overheidsorganisatie, met een doelstelling die zich richt op maatschappelijke behoeften en vraagstukken. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister kan ter ondersteuning van maatschappelijk initiatief subsidie verlenen aan een maatschappelijke organisatie voor een project, indien dat naar zijn oordeel voldoende bijdraagt aan nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een project heeft een maximale looptijd van drie aaneengesloten jaren. 2 De minister kan, indien dat naar zijn oordeel in het belang van milieu en duurzame ontwikkeling geboden is, subsidie verlenen voor een project met een langere looptijd dan genoemd in het eerste lid. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als subsidiabele kosten worden aangemerkt: a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de aanvrager na de indiening van de subsidieaanvraag gemaakte en betaalde kosten: 1. loonkosten berekend op basis van: i. het brutoloon volgens kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, tot ten hoogste het op de website www.agentschapnl.nl/smom en in de aanvraagformulieren bekendgemaakte maximale uurtarief. Er wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1500; of ii. het forfaitair uurtarief van € 50 voor inhoudelijk betrokken medewerkers, inclusief een opslag voor algemene kosten; 2. aanschafkosten van uitsluitend ten behoeve van het project te gebruiken apparatuur, materialen en hulpmiddelen; 3. een evenredig deel van de aanschafkosten van niet uitsluitend ten behoeve van het project te gebruiken apparatuur, materialen en hulpmiddelen berekend op basis van offertes of historische aanschafprijzen, een lineaire afschrijving over een levensduur van 5 jaar en de duur van het gebruik voor het project; 4. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten; 5. reis- en verblijfkosten, alsmede kosten van deelneming aan symposia; 6. artikel 13 artikelen 13 14 van het besluit kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de evaluatie, bedoeld in, en de verstrekking van gegevens, bedoeld in deen; b. een opslag per vrijwilliger ter compensatie van de hiervoor gemaakte overheadkosten, indien het project voor meer dan 50% door vrijwilligers wordt uitgevoerd en de loonkosten van de overige medewerkers overeenkomstig onderdeel a, onder 1°, sub i, berekend worden; c. een opslag voor algemene kosten ter grootte van 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°, sub i. 2 Van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, worden kosten uitgezonderd die zijn gemaakt en betaald ten behoeve van een gerechtelijke procedure. 3 Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen. 4 Indien werkzaamheden ten behoeve van het project worden uitbesteed aan een onderneming die in organisatorisch, financieel of personeel opzicht verbonden is met de aanvrager of aan een onderneming die een inhoudelijk belang heeft bij de resultaten van het project, wordt een door die onderneming in de kosten doorberekende winstopslag niet tot de subsidiabele kosten gerekend. 5 artikel 11, tweede lid, onder c, van het besluit De kosten die zijn opgevoerd in de, inbedoelde, begroting hebben een herleidbare relatie met de beschrijving van de uit te voeren activiteiten. 6 De minister kan, indien dat naar zijn oordeel in het belang van nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling geboden is, bepalen dat kosten die niet in het eerste lid worden genoemd subsidiabel zijn. 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 18-02-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 7 artikel 2 De aanvragen worden, met inachtneming van, gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de inbedoelde doelstelling. 2 Bij de bepaling van de hoogte van de toe te kennen subsidie kan een evenwichtige spreiding van het beschikbare subsidiebudget over de verschillende subsidieaanvragers, thema’s en doelgroepen een medebepalende factor zijn. 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 18-02-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 10, onderdeel a Het maximale subsidiebedrag voor een project als bedoeld in, bedraagt € 75.000. 2 artikel 10, onderdeel b Het maximale subsidiebedrag voor een project als bedoeld in, bedraagt € 125.000. 3 Bij de toepassing van het eerste en tweede lid worden de bijdragen van derden met betrekking tot de projectkosten op de subsidiabele kosten in mindering gebracht. 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 18-02-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 10 De minister stelt per kalenderjaar één of meer aanvraagperioden vast en maakt deze bekend in de Staatscourant. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden naar de projectcategorieën, bedoeld in. 2 artikel 10 De minister stelt voor een aanvraagperiode een subsidieplafond vast en maakt dit bekend in de Staatscourant. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de projectcategorieën, bedoeld in. 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 18-02-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Aanvragen tot subsidieverlening worden schriftelijk ingediend bij Agentschap NL, t.a.v. secretariaat SMOM, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht, met gebruikmaking van het aanvraagformulier, te downloaden vanaf www.agentschapnl.nl/smom onder publicaties. 2 Per kalenderjaar kan aan een subsidieaanvrager subsidie worden verleend: a. artikel 10, onderdeel a op maximaal één subsidieaanvraag voor een project als bedoeld in, of b. artikel 10, onderdeel b op maximaal drie subsidieaanvragen voor een project als bedoeld in. 3 Bij de aanvraag tot subsidieverlening toont de subsidieaanvrager aan dat is voldaan aan de volgende eisen: a. de subsidie wordt uitsluitend aangevraagd voor en heeft uitsluitend betrekking op niet-economische activiteiten; b. de subsidieaanvrager ontplooit geen economische activiteiten op het terrein van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; c. de subsidieaanvrager houdt voor een project een gescheiden boekhouding bij. 4 artikel 11, tweede lid, van het besluit artikel 13 Onverminderdwordt bij de aanvraag tot subsidieverlening een plan van aanpak, inclusief een voorstel ter uitvoering van de evaluatie, bedoeld in, gepresenteerd. 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 18-02-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De uitvoering van het project vangt aan na indiening van de subsidieaanvraag en uiterlijk binnen 12 maanden na de subsidieverlening. 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 2010 2160 17-02-2010 10-02-2010 BJZ2010003291 18-02-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Voor een projectsubsidie komt uitsluitend in aanmerking een project dat: a. gericht is op internationale milieusamenwerking met in het bijzonder als doel: 1. het vinden van mogelijke oplossingen gericht op: i. het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of ii. het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen; 2. het stimuleren van activiteiten ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties; of b. artikel 2 anderszins gericht is op de inbedoelde doelstelling. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Een project komt niet in aanmerking voor subsidie, indien het naar het oordeel van de minister valt binnen de reikwijdte van: a. Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken de; b. Regeling LNV-subsidies Regeling draagvlak natuur de, onderdeel. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De minister betrekt bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een project ten minste de volgende aspecten: a. de mate van innovatie; b. de oplossingsgerichtheid; c. de betrokkenheid van burgers, lokale organisaties en andere maatschappelijke actoren; d. de doelmatigheid; e. de mate van voorbeeldwerking; f. de efficiëntie; g. de slaagkans van het project. 2 artikel 10, onderdeel a artikel 10, onderdeel a, onder 1° en 2° Onverminderd het eerste lid betrekt de minister bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een project als bedoeld in, met name de mate waarin het bijdraagt aan één of meer van de inbedoelde doelen. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De ontvanger van een projectsubsidie is verplicht een evaluatie uit te voeren. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu 2008 Dewordt ingetrokken. De artikelen van die regeling blijven van toepassing op de vóór de inwerkingtreding van deze regeling verleende subsidie. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu 2009. 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 2009 107 15-06-2009 25-05-2009 BJZ2009034163 17-06-2009