Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 juli 2009, nr. HO&S/Prog/139873, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor het verzorgen van postinitiële masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs (Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijs)
- BWB-id
- BWBR0026214
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2011-10-13 t/m 2018-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026214
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/subsidieregeling-postiniti-le-masteropleidingen-hoger-beroep
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/subsidieregeling-postiniti-le-masteropleidingen-hoger-beroep/2011-10-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026214&g=2011-10-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026214&z=2026-06-06&g=2011-10-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026214/2011-10-13
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/subsidieregeling-postiniti-le-masteropleidingen-hoger-beroep
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ; b. uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit WHW 2008 ; c. hoger beroepsonderwijs: artikel 1.1, onder d van de wet hoger beroepsonderwijs als bedoeld in; d. hogeschool: artikel 1.8 artikel 6.9 van de wet hogeschool als bedoeld inrespectievelijk; e. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs en het onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; f. NVAO: artikel 5a.2 van de wet Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie als bedoeld in; g. hbo-master: artikel 7.3b, onderdeel b, van de wet postinitiële masteropleiding als bedoeld in; h. student: artikel 1.1, onderdeel r, van het uitvoeringsbesluit persoon als bedoeld in; i. studiepunt: artikel 7.4, eerste lid, van de wet een studiepunt als bedoeld in; j. graad: artikel 7.10a, eerste of tweede lid, van de wet een blijkens het CRIHO verleende graad Bachelor of graad Master, bedoeld in, die is verleend aan een persoon. 2010 12621 11-08-2010 04-08-2010 HO&S/CBV/215273 2010 12621 11-08-2010 04-08-2010 HO&S/CBV/215273 01-01-2011
Artikel 2 — Artikel 2 Doelomschrijving#
Artikel 2 Doelomschrijving De Minister verstrekt subsidie met als doel: a. artikel 6, onder d een impuls te geven aan hbo-masters voor prioritaire terreinen, genoemd in; b. het beroepsgerichte karakter van het hoger beroepsonderwijs te versterken en de professionaliteit en kwaliteit te vergroten van werknemers op het niveau van het hoger beroepsonderwijs; c. een bijdrage te leveren aan een Leven Lang Leren in het hoger beroepsonderwijs; en d. de nationale en internationale aantrekkingskracht en de kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs te vergroten. 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieaanvrager#
Artikel 3 Subsidieaanvrager 1 Subsidie wordt verleend aan het instellingsbestuur van een hogeschool. 2 artikel 6 Voor subsidie komt uitsluitend in aanmerking een hbo-master die voldoet aan de criteria, bedoeld in. 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond#
Artikel 4 Subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in 2010 € 10.452.000,– beschikbaar. 2011 18446 12-10-2011 29-09-2011 WJZ/313008(4910) 2011 18446 12-10-2011 29-09-2011 WJZ/313008(4910) 13-10-2011
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieaanvraag#
Artikel 5 Subsidieaanvraag Vervallen 2011 18446 12-10-2011 29-09-2011 WJZ/313008(4910) 2011 18446 12-10-2011 29-09-2011 WJZ/313008(4910) 13-10-2011
Artikel 6 — Artikel 6 Beoordelingscriteria#
Artikel 6 Beoordelingscriteria De hbo-master waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend, moet voldoen aan de volgende criteria: a. De hbo-master beschikt over een van de onderstaande kwaliteitsoordelen van de NVAO: 1°. artikel 5a.9 van de wet een positief besluit omtrent accreditatie als bedoeld indat niet van een eerdere datum is dan 1 januari 2007, of 2°. artikel 5a.11 van de wet een positief besluit toets nieuwe opleiding als bedoeld indat niet van een eerdere datum is dan 1 januari 2007. b. Er is vraag naar de hbo-master: 1°. deze vraag is kwantitatief significant, 2°. deze vraag is voldoende duurzaam, zowel op het moment van de aanvraag van de subsidie als in de toekomst, en 3°. de beroepspraktijk steunt de totstandkoming van de hbo-master. c. De betreffende beroepspraktijk kan op het moment van de subsidieaanvraag nog niet zelf in de financiering voorzien maar de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de hbo-master binnen een termijn van maximaal 6 jaar zonder overheidsfinanciering verzorgd kan worden, d. Het betreft een hbo-master op een of meer prioritaire terreinen, namelijk Creative industries, Grotestedenproblematiek, Plattelandsvernieuwing, Zorg, Technologie (waaronder ook zorgtechnologie), Logistiek en Bouw, e. De inhoud van de hbo-master wordt mede vormgegeven vanuit een aan de desbetreffende hbo-master gerelateerde onderzoekseenheid van de hogeschool: de hbo-master is of wordt gerelateerd aan het aandachtsgebied van een of meer lectoraten van de betreffende hogeschool, f. De hbo-master levert een bijdrage in het kader van het Leven Lang Leren voor studenten met werkervaring. Dit komt tot uitdrukking in de vormgeving van de hbo-master en in de eisen voor toelating tot de opleiding, g. De studielast van de hbo-master bedraagt 60 studiepunten of een lichte overschrijding daarvan. 2010 4950 31-03-2010 24-03-2010 HO&S/BS/197015 2010 4950 31-03-2010 24-03-2010 HO&S/BS/197015 01-04-2010
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieverlening#
Artikel 7 Subsidieverlening 1 artikel 6 artikel 9 De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. De aanvragen worden beoordeeld naar de mate van kwaliteit waarin zij voldoen aan de criteria zoals gesteld in. De Minister kan de commissie, genoemd in, vragen de subsidieaanvragen te rangschikken naar de mate waarin voldaan is aan de criteria van artikel 6 en de verdeling van de aanvragen over de prioritaire gebieden, instellingen en regio’s. 2 De Minister verleent subsidie voor 6 jaar. Hij bepaalt jaarlijks de hoogte van het subsidiebedrag. 3 Het subsidiebedrag bedraagt 100% in het eerste en tweede jaar, 75% in het derde, 50% in het vierde en vijfde jaar en 25% in het zesde jaar van het bedrag, als bedoeld in het vierde lid. 4 Het subsidiebedrag is gelijk aan de som van de volgende onderdelen: a. artikel 4.7, derde lid, van het uitvoeringsbesluit het studentgebonden bedrag, bedoeld in, zoals bepaald bij de vaststelling van de voorlopige rijksbijdrage uiterlijk in oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, b. artikel 4.10, tweede lid van het uitvoeringsbesluit de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding, bedoeld in, en c. het aantal door de accountant gevalideerde 1° studenten op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt dat niet eerder bij de bepaling van het subsidiebedrag is betrokken, en 2° graden aan studenten verleend in de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt. 2010 12621 11-08-2010 04-08-2010 HO&S/CBV/215273 2010 14879 24-09-2010 14-09-2010 HO&S/CBV/233197 2010 12621 11-08-2010 04-08-2010 HO&S/CBV/215273 01-01-2011
Artikel 8 — Artikel 8 Berekening bedrag bevoorschotting#
Artikel 8 Berekening bedrag bevoorschotting 1 artikel 7, vierde lid In afwijking van het bepaalde in, wordt voor het eerste subsidiejaar een voorschot op de te verlenen subsidie verstrekt. Bij de berekening van dit voorschot wordt uitgegaan van artikel 7, vierde lid, behoudens onderdeel c. In plaats daarvan wordt uitgegaan van het geschatte aantal studenten, bedoeld in artikel vijf, vijfde lid, onderdeel b. 2 In het tweede jaar wordt het voorschot zoals bepaald onder lid 1 van dit artikel verrekend met het subsidiebedrag dat is vastgesteld op basis van het door de accountant gevalideerde werkelijke aantal studenten van het eerste subsidiejaar. 2010 4950 31-03-2010 24-03-2010 HO&S/BS/197015 2010 4950 31-03-2010 24-03-2010 HO&S/BS/197015 01-04-2010
Artikel 9 — Artikel 9 Advisering en besluit#
Artikel 9 Advisering en besluit 1 De Minister wint ten behoeve van de beslissing over nieuwe aanvragen advies in van de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs, ingesteld bij het Instellingsbesluit Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs. 2 bijlage De commissie toetst de aanvraag aan deze regeling. Zij maakt hierbij gebruik van een beoordelingskader, dat alsbij deze regeling wordt gevoegd. 3 artikel 5, lid 3 De commissie brengt jaarlijks vóór 1 december advies uit aan de Minister. Het advies over de aanvragen, bedoeld in, wordt uiterlijk 1 juni 2010 door de commissie aan de Minister uitgebracht. 4 artikel 5a.11 van de wet De minister beslist over nieuwe aanvragen, onder voorbehoud van een positief besluit toets nieuwe opleiding als bedoeld in, uiterlijk op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag is ingediend. Over de aanvragen die vóór 15 april 2010 zijn ingediend, beslist de Minister uiterlijk op 1 juli 2010. 2010 4950 31-03-2010 24-03-2010 HO&S/BS/197015 2010 4950 31-03-2010 24-03-2010 HO&S/BS/197015 01-04-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Begrotingsvoorbehoud#
Artikel 10 Begrotingsvoorbehoud artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander voor zover van toepassing naar rato van het aantal subsidieontvangers en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 11 — Artikel 11 Verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 11 Verplichtingen subsidieontvanger wet Vanaf het moment waarop de subsidie wordt verleend, zijn de volgende bepalingen van devan overeenkomstige toepassing: a. artikel 7.43, tweede lid , b. artikel 7.44 , en c. artikel 7.52, vijfde lid, van de wet . 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 12 — Artikel 12 Ambtshalve subsidievaststelling#
Artikel 12 Ambtshalve subsidievaststelling artikel 7, tweede lid De subsidie, bedoeld in, wordt ambtshalve vastgesteld. 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 13 — Artikel 13 Betaling#
Artikel 13 Betaling artikel 7 Het subsidiebedrag, zoals berekend in, wordt uitgekeerd in een door de Minister te bepalen kasritme. 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 14 — Artikel 14 Besteding en verantwoording#
Artikel 14 Besteding en verantwoording 1 De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het in de regeling omschreven doel. Zij kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Terugvordering van niet-bestede middelen vindt niet plaats. 2 Vier jaar na aanvang van de subsidie worden in een tussentijds verslag van de hogeschool de concrete stappen weergegeven, die al zijn gezet en in de komende jaren nog worden gezet, in overleg met de betreffende beroepspraktijk, om de hbo-master zonder subsidie aan te bieden. 3 Aan het eind van de subsidieperiode wordt een verslag van de activiteiten ingediend, waarin ook informatie wordt verschaft over de toekomst van de hbo-master. 4 artikel 3, onderdeel g, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs Voor bekostigde instellingen geldt dat de verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaglegging en de FSR-bijlage bij het jaarverslag, bedoeld in. Voor niet-bekostigde instellingen geldt dat de verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaglegging. Voor zowel bekostigde als niet-bekostigde instellingen geldt dat de verklaring van de accountant bij de jaarrekening tevens een oordeel omvat over de rechtmatige besteding van de subsidie. 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Evaluatie regeling#
Artikel 15 Evaluatie regeling Vervallen 2011 18446 12-10-2011 29-09-2011 WJZ/313008(4910) 2011 18446 12-10-2011 29-09-2011 WJZ/313008(4910) 13-10-2011
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 16a — Artikel 16a vervaldatum#
Artikel 16a vervaldatum De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2019. 2011 18446 12-10-2011 29-09-2011 WJZ/313008(4910) 2011 18446 12-10-2011 29-09-2011 WJZ/313008(4910) 13-10-2011
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijs. 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 2009 11613 03-08-2009 10-07-2009 HO&S/Prog/139873 04-08-2009
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7