Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 januari 2009, nr. WJZ/97230 (8237), tot aanvulling van eigen inkomsten van cultuurinstellingen (Tijdelijke regeling aanvulling eigen inkomsten cultuurinstellingen)
- BWB-id
- BWBR0025390
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2010-11-17 t/m 2017-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025390
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-regeling-aanvulling-eigen-inkomsten-cultuurinstel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-regeling-aanvulling-eigen-inkomsten-cultuurinstel/2010-11-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025390&g=2010-11-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025390&z=2026-06-06&g=2010-11-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025390/2010-11-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-regeling-aanvulling-eigen-inkomsten-cultuurinstel
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. Regeling op het specifiek cultuurbeleid Regeling:, c. handboek: bijlage bij de regeling Handboek verantwoording cultuursubsidies instellingen 2009–2012 , te weten het, en d. instelling: artikel 4a 4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid instelling als bedoeld inenmet uitzondering van: a. artikelen 9k 9m 9n van de Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen instellingen als bedoeld in de,enzoals die luiden op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid, b. bijlage instellingen die zijn opgenomen in debij deze regeling, en c. Mandaatbesluit FCP instellingen waarvan het beheer door middel van hetis overgedragen aan de stichting Fonds voor cultuurparticipatie. 2010 6444 28-04-2010 16-04-2010 WJZ/204802(8258) 2010 6444 28-04-2010 16-04-2010 WJZ/204802(8258) 01-07-2010
Artikel 1a — Artikel 1a Grondslag#
Artikel 1a Grondslag artikel 4 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid Deze regeling berust op. 2010 6444 28-04-2010 16-04-2010 WJZ/204802(8258) 2010 6444 28-04-2010 16-04-2010 WJZ/204802(8258) 01-07-2010
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte#
Artikel 2 Reikwijdte 1 De minister kan aan instellingen waaraan over de jaren 2009, 2010, 2011 en 2012 een vierjaarlijkse subsidie is verleend subsidie verlenen in aansluiting op de eigen inkomsten van die instellingen. 2 De subsidie wordt verleend met het doel om instellingen te stimuleren de omvang van de eigen inkomsten te vergroten. 3 artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid In 2013 komen uitsluitend voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking instellingen waaraan over 2013 door de minister of door een fonds als bedoeld in, subsidie, anders dan een projectsubsidie, wordt verleend. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 2a — Artikel 2a Te late indiening verantwoordingsbescheiden over 2009#
Artikel 2a Te late indiening verantwoordingsbescheiden over 2009 Vervallen 2010 17924 16-11-2010 26-10-2010 WJZ/237280(8298) 2010 17924 16-11-2010 26-10-2010 WJZ/237280(8298) 17-11-2010
Artikel 2b — Artikel 2b Te late indiening verantwoordingsbescheiden over 2010–2012#
Artikel 2b Te late indiening verantwoordingsbescheiden over 2010–2012 Vervallen 2010 17924 16-11-2010 26-10-2010 WJZ/237280(8298) 2010 17924 16-11-2010 26-10-2010 WJZ/237280(8298) 17-11-2010
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieplafond#
Artikel 3 Subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is voor het jaar 2010 een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar en voor de jaren 2011, 2012 en 2013 een bedrag van € 0 beschikbaar. 2010 17924 16-11-2010 26-10-2010 WJZ/237280(8298) 2010 17924 16-11-2010 26-10-2010 WJZ/237280(8298) 17-11-2010
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 4 Hoogte subsidiebedrag 1 De subsidie per subsidieontvanger is het bedrag dat overeenkomt met de extra eigen inkomsten die de instelling in onderscheidenlijk 2009, 2010, 2011 en 2012 heeft verworven ten opzichte van de gemiddelde eigen inkomsten in de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008. 2 Voor de berekening van de gemiddelde eigen inkomsten in de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 wordt het jaar met de hoogste eigen inkomsten en het jaar met de laagste eigen inkomsten buiten beschouwing gelaten, en wordt uitgegaan van het gemiddelde van de overige jaren. 3 De subsidie wordt jaarlijks in 2010, 2011, 2012 en 2013 verstrekt als aanvulling op de vierjaarlijkse subsidie. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 5 — Artikel 5 Berekening eigen inkomsten#
Artikel 5 Berekening eigen inkomsten 1 Eigen inkomsten in de zin van deze regeling zijn de volgende baten: a. publieksinkomsten, b. inkomsten uit het VSBfonds, c. andere eigen inkomsten, niet zijnde publiekinkomsten of inkomsten uit het VSBfonds, te weten: 1. directe opbrengsten te weten sponsorinkomsten en overige inkomsten : 2. indirecte opbrengsten, en 3. overige subsidies/bijdragen voor zover het betreft bijdragen uit private middelen. 2 Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten als bedoeld in het handboek: a. subsidies die zijn verstrekt vanwege het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, een provincie of een gemeente, b. overige subsidies/bijdragen voor zover het betreft subsidies uit publieke middelen, c. rentebaten, en d. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap. 3 Voor de berekening van de extra eigen inkomsten wordt eerst de groei per onderdeel als bedoeld in het eerste lid berekend. Op basis daarvan worden de totale extra eigen inkomsten berekend. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 6 — Artikel 6 Jaarrekening basis voor subsidie#
Artikel 6 Jaarrekening basis voor subsidie 1 De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de jaarrekening van de instelling. 2 artikel 4, tweede lid Indien aan een instelling geen vierjaarlijkse subsidie is verstrekt over de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008, zendt de instelling de jaarrekeningen over die jaren voor 1 mei 2009 aan de minister. Indien een instelling slechts gedurende een aantal van die jaren bestond, zendt de instelling de jaarrekeningen over de betreffende jaren. Indien een instelling gedurende minder dan drie van die jaren bestond, blijft, buiten toepassing. 3 De subsidieontvanger verschaft zo nodig nadere inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het berekenen van de gemiddelde eigen inkomsten in de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidie bij overschrijden subsidieplafond#
Artikel 7 Subsidie bij overschrijden subsidieplafond Wanneer het subsidieplafond wordt overschreden wordt aan een instelling niet meer subsidie verstrekt dan € 500.000, met dien verstande dat: a. indien dit ertoe leidt dat het subsidieplafond niet wordt bereikt, dit maximumbedrag per instelling wordt verhoogd tot een zodanig bedrag dat daardoor het subsidieplafond wordt bereikt, en b. indien dit ertoe leidt dat het subsidieplafond wordt overschreden, alle te verstrekken subsidiebedragen naar rato worden verlaagd. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidie bij niet vervullen begrotingsvoorwaarde#
Artikel 8 Subsidie bij niet vervullen begrotingsvoorwaarde artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de met inachtneming vante verstrekken subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal instellingen dat voor subsidie in aanmerking komt en van de hoogte van de subsidiebedragen. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 9 — Artikel 9 Besteding subsidie#
Artikel 9 Besteding subsidie artikel 2.16 van de Regeling De subsidie wordt onverminderdaangewend voor de activiteiten van de instelling waarvoor vierjaarlijkse subsidie is verstrekt. 2010 6444 28-04-2010 16-04-2010 WJZ/204802(8258) 2010 6444 28-04-2010 16-04-2010 WJZ/204802(8258) 01-07-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording en controle#
Artikel 10 Verantwoording en controle De verklaring van de accountant van de jaarrekening van de instelling omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 11 — Artikel 11 Subsidievoorschotten#
Artikel 11 Subsidievoorschotten De minister betaalt de subsidie in 2010, 2011, 2012 en 2013 als voorschot. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 12 — Artikel 12 Subsidievaststelling#
Artikel 12 Subsidievaststelling De subsidie over 2009, 2010 en 2011, die wordt verleend in 2010, 2011 en 2012, wordt vastgesteld bij de vaststelling van de vierjaarlijkse subsidie die is verleend over de periode 2009–2012. De minister kan de subsidie die in 2013 wordt verleend over 2012, in 2014 vaststellen. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 13 — Artikel 13 Lager vaststellen in dringende gevallen#
Artikel 13 Lager vaststellen in dringende gevallen artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdkan de subsidie lager worden vastgesteld indien de subsidieontvanger activiteiten heeft verricht die het karakter hebben van oneigenlijk gebruik van deze regeling. 2010 17924 16-11-2010 26-10-2010 WJZ/237280(8298) 2010 17924 16-11-2010 26-10-2010 WJZ/237280(8298) 17-11-2010
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling aanvulling eigen inkomsten cultuurinstellingen. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding en expiratie#
Artikel 15 Inwerkingtreding en expiratie 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2009. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2018. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97230(8237) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 1#
artikel 1