Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 september 2009 nr. VSV/152265, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor plusvoorzieningen voor overbelaste jongeren (Tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren)
- BWB-id
- BWBR0026422
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2010-05-26 t/m 2012-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026422
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-subsidieregeling-plusvoorzieningen-overbelaste-jo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-subsidieregeling-plusvoorzieningen-overbelaste-jo/2010-05-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026422&g=2010-05-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026422&z=2026-06-06&g=2010-05-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026422/2010-05-26
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-subsidieregeling-plusvoorzieningen-overbelaste-jo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten ; c. RMC-contactgemeente: artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs contactgemeente als bedoeld inen; d. RMC-regio: artikel 29 van de uitvoeringsregeling regio als bedoeld in; e. onderwijsinstelling: artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs regionaal opleidingencentrum als bedoeld in, vakinstelling als bedoeld in, agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in, alsmede school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van een school voor praktijkonderwijs, als bedoeld in; f. convenant: per RMC-regio tussen 1 december 2007 en 31 juli 2008 tussen de minister, de RMC-contactgemeente en onderwijsinstellingen gesloten convenant inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de schooljaren 2007–2008 tot en met 2010–2011; g. schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar; h. leerling: artikel 7 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB artikel 7.2.2, eerste lid onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 2.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB de leerling van het derde of het vierde leerjaar van het voorbereidend beroepsonderwijs die voor bekostiging wordt meegeteld op grond vanofof de deelnemer aan een opleiding, bedoeld indie voor bekostiging wordt meegeteld op grond van; i. armoedeprobleemcumulatiegebied: gebied als bedoeld in de armoedemonitor 2005 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek; j. apc-leerling: leerling die woonachtig is in een postcodegebied dat valt in een armoedeprobleemcumulatiegebied; k. plusvoorziening: een voorziening ten behoeve van de onderwijsinstellingen in een RMC-regio, die bestaat uit een gecombineerd programma van onderwijs leidend naar het behalen van een startkwalificatie, zorg, hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding, dat wordt aangeboden aan jongeren van 12 tot 23 jaar, die zodanig ernstige problemen ondervinden op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren dat zij de onderwijsinstelling zonder diploma dreigen te verlaten; l. contactschool: artikel 18 van de uitvoeringsregeling een contactschool als bedoeld in, dan wel een andere door de RMC-contactgemeente aan de minister vóór 1 oktober 2009 voorgestelde contactschool; m. beheerskosten: kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het optreden als contactschool. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 2 — Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten De minister kan voor de schooljaren 2009–2010 en 2010–2011 aan het bevoegd gezag van een contactschool subsidie verstrekken voor het opzetten en verder ontwikkelen van een of meer plusvoorzieningen. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieplafond#
Artikel 3 Subsidieplafond Het subsidieplafond bedraagt € 59.500.000. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Berekening subsidiebedrag#
Artikel 4 Berekening subsidiebedrag 1 artikel 3 Het bedrag van de subsidie voor een contactschool voor de schooljaren 2009–2010 en 2010–2011 is een voor de betreffende RMC-regio evenredig gedeelte van het bedrag, genoemd in, en wordt berekend naar rato van het aandeel van de onderwijsinstellingen in de RMC-regio in het landelijke totaal van apc-leerlingen die op 1 oktober 2007 zijn ingeschreven aan een onderwijsinstelling en die op die datum de leeftijd van 22 jaar nog niet hebben bereikt. 2 artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB artikel 5, eerste lid, onder b, van het Besluit gebruik persoonsgebonden nummers WVO Bij de berekening van het aantal leerlingen maakt de minister gebruik van de gegevens, bedoeld inen. 3 Indien het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan de minister het niet verleende bedrag geheel of gedeeltelijk verdelen over alle aanvragers volgens de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 5 — Artikel 5 Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 5 Begrotingsvoorwaarde artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de met inachtneming vanverleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieontvangers en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 6 — Artikel 6 Indiening aanvraag, beslissing en betaling#
Artikel 6 Indiening aanvraag, beslissing en betaling 1 Het bevoegd gezag van de contactschool dient de subsidieaanvraag voor de schooljaren 2009–2010 en 2010–2011 op een zodanig tijdstip in dat deze uiterlijk op 15 oktober 2009 is ontvangen door de minister. Aanvragen die na deze datum worden ontvangen, worden afgewezen. 2 bijlage A Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door inzending van een volledig ingevuld formulier dat alsbij deze regeling is opgenomen. 3 De minister beslist uiterlijk in november 2009 op de aanvragen, bedoeld in het eerste lid. 4 De bevoorschotting vindt verspreid over het schooljaar plaats en wordt in het besluit tot subsidieverlening bekend gemaakt. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 7 — Artikel 7 Bestedingswijze#
Artikel 7 Bestedingswijze 1 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. 2 De subsidie wordt vóór 1 januari 2012 besteed. 3 De beheerskosten bedragen niet meer dan: a. € 5.000, indien het subsidiebedrag lager is dan € 100.000; b. € 10.000, indien het subsidiebedrag hoger is dan of gelijk is aan € 100.000 maar lager is dan € 500.000; c. € 15.000, indien het subsidiebedrag hoger is dan of gelijk is aan € 500.000 maar lager is dan € 1.000.000; of d. € 20.000, indien het subsidiebedrag hoger is dan of gelijk is aan € 1.000.000. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 8 — Artikel 8 Inrichtingswijze#
Artikel 8 Inrichtingswijze 1 De plusvoorziening wordt zodanig ingericht dat de leerlingen voor wie de plusvoorziening is bedoeld, hiervan optimaal kunnen profiteren. 2 De inrichting van de plusvoorziening is gericht op continuïteit van de voorziening na afloop van het schooljaar 2010–2011. 3 Het plan van aanpak voor de plusvoorziening wordt afgestemd met en ter instemming voorgelegd aan de RMC-contactgemeente. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 9 — Artikel 9 Samenwerkingsovereenkomst#
Artikel 9 Samenwerkingsovereenkomst 1 De subsidieontvanger zorgt ervoor, dat de onderwijsinstellingen in een RMC-regio die een convenant hebben gesloten, ten behoeve van het opzetten en verder ontwikkelen van een of meer plusvoorzieningen voor de desbetreffende RMC-regio met elkaar samenwerken op basis van een samenwerkingsovereenkomst. 2 In de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval geregeld: a. welke onderwijsinstellingen in de RMC-regio aan de plusvoorziening voor de betreffende RMC-regio deelnemen; b. welke onderwijsinstelling optreedt als contactschool; c. welk deel van de subsidie voor de plusvoorziening is bestemd voor beheerskosten van de contactschool; en d. hoe de subsidie voor het overige wordt besteed en verantwoord. 3 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat een onderwijsinstelling die geen convenant heeft ondertekend, maar wel aan de plusvoorziening voor de betreffende regio wenst deel te nemen, in de gelegenheid wordt gesteld samen te werken op de wijze bedoeld in het eerste lid. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 9a — Artikel 9a Samenwerking tussen RMC-regio’s#
Artikel 9a Samenwerking tussen RMC-regio’s 1 Onderwijsinstellingen in een RMC-regio kunnen voor wat betreft het opzetten en verder ontwikkelen van een plusvoorziening besluiten samen te werken met onderwijsinstellingen in een andere RMC-regio. 2 artikel 4 Indien als gevolg van de samenwerking, bedoeld in het eerste lid, subsidiebedragen worden besteed in de andere RMC-regio dan de RMC-regio die op grond vanaanspraak maakt op de subsidie, geschiedt dit slechts onder de volgende voorwaarden: a. de samenwerking wordt geregeld in de samenwerkingsovereenkomsten van de samenwerkende onderwijsinstellingen in de RMC-regio’s; b. de samenwerkende RMC-regio’s hebben dezelfde contactschool; c. de contactschool verantwoordt de besteding van de middelen per RMC-regio afzonderlijk in de jaarverslaggeving; d. de contactgemeenten van de RMC-regio’s stemmen in met de samenwerking tussen de RMC-regio’s en met de besteding van het subsidiebedrag in de betreffende RMC-regio; e. artikel 10 elke regio dient afzonderlijk een plan van aanpak in, bedoeld in; en f. in het plan van aanpak wordt tevens de hoogte van het subsidiebedrag aangegeven dat wordt besteed op grond van de samenwerking, bedoeld in het eerste lid. 2010 7670 25-05-2010 27-04-2010 BVE/Stelsel/2010/205529 2010 7670 25-05-2010 27-04-2010 BVE/Stelsel/2010/205529 26-05-2010 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Inhoudelijke verantwoording#
Artikel 10 Inhoudelijke verantwoording 1 artikel 9 Uiterlijk op 1 maart 2010 dient de subsidieontvanger bij de minister een plan van aanpak in, waarin een omschrijving wordt gegeven van de plusvoorziening die in de RMC-regio wordt opgezet dan wel verder ontwikkeld en waaruit de instemming van de RMC-contactgemeente met het plan blijkt. Het plan van aanpak gaat vergezeld van de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in. 2 Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, omvat tenminste de volgende onderdelen: a. naam en contactgegevens van de contactschool en de contactgemeente en de naam van de RMC-regio; b. de specifieke doelstelling van de desbetreffende plusvoorziening in kwalitatieve en kwantitatieve zin; c. een omschrijving van de doelgroep van de desbetreffende plusvoorziening, in het bijzonder de aard van de problematiek waarmee zij te maken heeft, de omvang en de onderwijsachtergrond van deze doelgroep; d. een omschrijving van het gecombineerde aanbod, in de zin van onderwijs, zorg- en hulpverlening en eventueel arbeidstoeleiding, dat deze doelgroep wordt aangeboden in algemene zin; e. de partijen waarmee wordt samengewerkt in de plusvoorziening; f. de planning en de begroting van de desbetreffende plusvoorziening; g. de wijze waarop monitoring en evaluatie van de desbetreffende plusvoorziening wordt vormgegeven; h. een stappenplan voor de structurele voortzetting van de desbetreffende plusvoorziening na 2011. 3 Uiterlijk op 1 september 2010 dient de subsidieontvanger bij de minister een tussenrapportage in waarin de stand van zaken van de uitvoering van de plusvoorziening wordt beschreven. 4 Uiterlijk op 1 juli 2012 dient de subsidieontvanger bij de minister een eindrapportage in, waarin een beschrijving wordt gegeven van de resultaten van de plusvoorziening en de wijze waarop in de continuïteit van de plusvoorziening wordt voorzien. 5 bijlagen B C De rapportages, bedoeld in het derde en vierde lid, worden ingericht volgens het format dat daartoe alsenbij deze regeling is opgenomen. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 11 — Artikel 11 Financiële verantwoording#
Artikel 11 Financiële verantwoording Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de, met model G, behorende bij de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving, van de contactschool. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 12 — Artikel 12 Meldingsplicht#
Artikel 12 Meldingsplicht De contactschool doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 13 — Artikel 13 Intrekking en terugvordering#
Artikel 13 Intrekking en terugvordering 1 artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 10 eerste en tweede lid Onverminderdwordt de subsidieverlening ingetrokken, indien de betrokken RMC-contactgemeente niet heeft ingestemd met het plan van aanpak, bedoeld in. 2 artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt de subsidieverlening ingetrokken, indien het plan van aanpak niet kan leiden tot het doel dat met deze regeling wordt beoogd. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren. 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 2009 14040 22-09-2009 10-09-2009 VSV/152265 23-09-2009