Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 januari 2009, nr. W&B/URP/08/35772, houdende regels inzake de verstrekking van borgstellingen ter zake van kredieten aan starters vanuit een uitkering 2009 (Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2009)
- BWB-id
- BWBR0025192
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2009-01-21 t/m 2009-02-26
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025192
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-szw-borgstellingsregeling-startende-ondernemers-v
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-szw-borgstellingsregeling-startende-ondernemers-v/2009-01-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025192&g=2009-01-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025192&z=2026-06-06&g=2009-01-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025192/2009-01-21
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/tijdelijke-szw-borgstellingsregeling-startende-ondernemers-v
Artikel 1 — Artikel 1 Definitiebepalingen#
Artikel 1 Definitiebepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. uitvoeringsinstelling: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd inof het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo, Leeuwarden, Lelystad, Rotterdam of Tilburg; c. een kredietinstelling: artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht een kredietinstelling als bedoeld in; d. gemeentelijke kredietbank: artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in; e. startende ondernemer: iedere persoon van 18 tot 65 jaar die in Nederland woont en die: 1°. voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen; en 2°. Wet werk en bijstand een uitkering op grond van deontvangt, danwel een uitkering uit hoofde van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid ontvangt, danwel korter dan twee jaar geleden een uitkering op grond van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen en sindsdien actief is als ondernemer, danwel een dienstbetrekking heeft die dreigt te eindigen; f. levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep: het bedrijf of zelfstandig beroep waaruit de startende ondernemer een inkomen verwerft dat toereikend is voor de voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep en voor de voorziening in het bestaan; g. borgstellingsovereenkomst: overeenkomst tussen de minister en de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank in het kader van deze regeling. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 2 — Artikel 2 Borgstelling#
Artikel 2 Borgstelling 1 De minister verleent een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen in de vorm van een borgstelling voor een met de startende ondernemer te sluiten kredietovereenkomst, indien: a. de startende ondernemer voor een krediet voor bedrijf of zelfstandig beroep geen beroep kan doen op een geldlening bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank die, gezien haar aard en doel, passend en toereikend is voor de startende ondernemer; b. de startende ondernemer voornemens is naar het oordeel van de minister een levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep te starten; c. ingeval van gehele of gedeeltelijke voortzetting van de uitkering de uitvoeringsinstelling goedkeuring geeft aan de startende ondernemer voor het starten van een bedrijf of zelfstandig beroep; d. de aard van de activiteiten van de startende ondernemer niet indruist tegen de openbare orde, de goede zeden of het maatschappelijk belang; en e. er afspraken zijn gemaakt over begeleiding van de startende ondernemer na de start van het levensvatbaar bedrijf of het zelfstandig beroep. 2 De startende ondernemer dient binnen 35 kalenderdagen, nadat de minister een aanbod tot een borgstellingsovereenkomst heeft afgegeven, onder gebruikmaking hiervan een krediet te verwerven bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank. 3 De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan door de minister worden verlengd, indien het overschrijden van deze termijn de startende ondernemer redelijkerwijs niet te verwijten valt. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Borgstellingsovereenkomst#
Artikel 3 Borgstellingsovereenkomst 1 bijlagen 1 2 Als borgstellingsovereenkomst wordt aangemerkt een overeenkomst conform de bij deze regeling horendeen. 2 De borgstellingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, treedt in werking met ingang van de dag dat de minister deze van de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank heeft ontvangen, tegelijk met een afschrift van de kredietovereenkomst waarop de borgstelling betrekking heeft. 3 In afwijking van het tweede lid treedt een borgstellingsovereenkomst met de gemeentelijke kredietbank in werking vanaf het moment dat de minister een afwijzing voor een geldlening van een kredietinstelling heeft ontvangen van de startende ondernemer, indien de ontvangstdatum daarvan gelegen is na de dag, bedoeld in het tweede lid. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 4 — Artikel 4 Kredietovereenkomst#
Artikel 4 Kredietovereenkomst 1 artikel 2, eerste lid De borgstelling, bedoeld in, wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. het bedrag van de kredietverlening aan een startende ondernemer bedraagt maximaal € 31.500,–; b. de startende ondernemer betaalt de minister via de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank een afsluitprovisie van 4 procent van het kredietbedrag waarop de borgstelling betrekking heeft; en c. artikel 3, eerste lid de borgstellingsovereenkomst, bedoeld in, heeft een maximale looptijd van zes jaar. 2 De minister kan de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten hoogste driemaal gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 5 — Artikel 5 Maximaal beschikbare budget#
Artikel 5 Maximaal beschikbare budget artikel 2, tweede lid De minister geeft in totaal voor ten hoogste € 4.000.000,– aan aanbiedingen voor borgstellingsovereenkomsten, bedoeld in, af. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 6 — Artikel 6 Maximum aantal borgstellingsovereenkomsten#
Artikel 6 Maximum aantal borgstellingsovereenkomsten artikel 5 artikel 2, tweede lid Onverminderd het bepaalde inworden op grond van deze regeling ten hoogste 200 aanbiedingen tot een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in, door de minister afgegeven. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 7 — Artikel 7 Looptijd regeling#
Artikel 7 Looptijd regeling artikel 5, eerste lid artikel 6, eerste lid Borgstellingsovereenkomsten kunnen tot maximaal een jaar na datum inwerkingtreding van deze regeling worden gesloten, tenzij het bedrag, bedoeld in, of het aantal aanbiedingen voor een borgstellingsovereenkomst, bedoeld in, eerder is bereikt. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 8 — Artikel 8 Algemene Regeling SZW-subsidies#
Artikel 8 Algemene Regeling SZW-subsidies artikelen 5 tot en met 16 18 van de Algemene Regeling SZW-subsidies Deenzijn niet van toepassing op deze regeling. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 9 — Artikel 9 Verleende borgstellingen/aangegane borgstellingsovereenkomsten#
Artikel 9 Verleende borgstellingen/aangegane borgstellingsovereenkomsten 1 artikel 2, eerste lid artikel 2, eerste lid Een borgstelling die voldoet aan, en die is verleend in de periode van 1 juli 2008 tot en met de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze regeling, wordt aangemerkt als een borgstelling als bedoeld in. 2 artikel 3, eerste lid artikel 3, eerste lid Een borgstellingsovereenkomst die voldoet aan, en die is gesloten in de periode van 1 juli 2008 tot en met de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze regeling, wordt aangemerkt als een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 juli 2008 en vervalt met ingang van 1 april 2009. 2 Deze regeling, zoals die geldt op 31 maart 2009, blijft van toepassing op afwikkeling van de verplichtingen van de Minister verbonden aan de verlening van voorwaardelijke aanspraken op financiële middelen in de vorm van borgstellingen op grond van deze regeling die zijn aangegaan voor deze datum. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2008. 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 2009 11 19-01-2009 08-01-2009 W&B/URP/08/35772 21-01-2009 01-07-2008