Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 september 2008, nr. TRCJZ/2007/3190, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de visserij (Uitvoeringsregeling visserij)
- BWB-id
- BWBR0024539
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024539
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/uitvoeringsregeling-visserij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/uitvoeringsregeling-visserij/2026-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024539&g=2026-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024539&z=2026-06-06&g=2026-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024539/2026-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2009/uitvoeringsregeling-visserij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; b. artikel 1, vierde lid, onder a, van de wet visserijzone: in(Stb. 312) bedoelde zone; c. artikel 1 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 zeegebied: als zodanig in(Stb. 176) aangewezen wateren; d. artikel 2 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 kustwateren: als zodanig inaangewezen wateren; e. artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de wet binnenwateren: wateren als bedoeld in; f. riviervisserij: visserij die op de Westerschelde ten oosten van de lijn van de coördinaten 51°26.57’ NB en 003°33.07’ OL naar de coördinaten 51°24.25’ NB en 003°31.17’ OL wordt uitgeoefend; g. rapen: vergaren, niet zijnde het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van schelpdieren; h. handmatig: met de hand, zonder gebruikmaking van enig hulpmiddel, dan wel louter met gebruikmaking van een riek of een spade; i. merkje: door of vanwege de Minister verstrekt, bij een vergunning behorend merkteken; j. verordening: verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad; k. producentenorganisatie: organisatie als bedoeld in artikel 14 van de verordening; l. aangeslotene: aangeslotene bij een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer; m. grote fuik: aalfuik die met behulp van stokken of palen wordt uitgezet en verbonden is aan schutwant, al dan niet deeluitmakend van een fuikregel; n. schietfuik binnenvisserij: aalfuik die door een vleugel met een tweede aalfuik wordt verbonden, welke beide fuiken paarsgewijs worden uitgezet; o. bordennet: vistuig dat bestaat uit één net dat bij het vissen wordt opengehouden door twee aan het net verbonden visborden; p. handzeef: zeef met een lengte en breedte van ten minste 80 centimeter respectievelijk 60 centimeter, in de lengterichting voorzien van gladde draadvormige spijlen, die op gelijke hoogte en met een onderlinge afstand van ten minste 7 millimeter zijn aangebracht; q. artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij functionaris: functionaris als bedoeld in; r. visvak: in een tussen de Staat der Nederlanden en de huurder gesloten overeenkomst tot verhuur van het visrecht nader aangeduid visgebied, waarin op grond van deze overeenkomst met een aalfuik, staand want, hoekwant, aalkistje, ankerkuil of enig ander vast vistuig mag worden gevist; s. staatswateren: wateren waarvan de Staat der Nederlanden de eigendom heeft van de grond eronder; t. artikel 1, tweede en derde lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 IJsselmeer: IJsselmeer zoals afgebakend in; u. garnaal: noordzeegarnaal (Crangon crangon). v. spieringdrijfnet: ieder een- of meerwandig wargaren, dat bij gebruik door de stroom wordt voortbewogen, met een maaswijdte van 45 mm of minder; w. recreatieve visserij: het vissen met vaste vistuigen, waarbij de vangst uitsluitend bestemd is voor eigen gebruik; x. mosselzaadinvanginstallatie: al dan niet drijvend, aan de bodem verankerd of bevestigd vistuig, bestaande uit verbindingsmateriaal waaraan met het oogmerk om periodiek mosselzaad te oogsten invangsubstraat is bevestigd waaraan mossellarven zich kunnen hechten; y. artikel 36 vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie: vergunning als bedoeld invoor het vissen met een mosselzaadinvanginstallatie; z. mosselperceel: perceel dat zich bevindt in een kustwater en dat bestemd is voor het kweken van mosselen; aa. Visserijwet 1963 wet:; bb. Verordening (EG) nr. 1224/2009 vistuig van het type staand want: kieuwnetten en warnetten als bedoeld in bijlage XI van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering vanvan de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PbEU 2011, L 112); cc. haven: het water dat begrensd wordt door havendammen en de uiteinden van deze dammen. De grens tussen het open water en de haven wordt gevormd door de lijn tussen de uiteinden van de havendammen; dd. effectieve visduur: de periode tussen het in het water brengen van een vistuig en het lichten daarvan; ee. overlevingsbun: opvangbak, ten minste een meter hoog, bestemd voor het ter verhoging van de overlevingskans van bijvangst in de aal- of schubvisvisserij, opvangen en automatisch sorteren van de bijvangst door middel van waterwervelingen, waarna terugvoer van de bijvangst plaatsvindt middels wateruitstroom door een in het water stekende afvoer; ff. coördinaten: coördinaten, uitgedrukt in lengte en breedte volgens het World Geodetic System 84 (WGS84), in graden en minuten; gg. artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening vangstmogelijkheden: verordening vangstmogelijkheden als bedoeld in; hh. kubbe: fuik met maximaal vijf hoepels, zonder vleugels of schutwant, die wordt opengehouden door hoepels van maximaal 60 centimeter en twee horizontaal geplaatste stokken met een inkeling in één uiteinde of aan beide uiteinden; ii. blackbox-systeem: een systeem dat voldoet aan NTA 8390:2025. 2026 11041 31-03-2026 27-03-2026 WJZ/26823197 2026 11041 31-03-2026 27-03-2026 WJZ/26823197 01-04-2026
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Deze regeling berust op: a. artikelen 1, tweede lid, onderdelen a en b 2c, eerste lid 3a 17, eerste en derde lid 24 van de wet de,,,, en; b. artikelen 3 4 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 de,en, en c. artikelen 1, eerste lid, onderdeel g, tweede en derde lid 6, vierde lid 7a 8 10a 10b 11 12 13 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 de,,,,,,,en. 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet bijlage 1 Als vissen, onderscheidenlijk schaal- en schelpdieren als bedoeld in, worden aangewezen de in deopgenomen soorten. 2009 14682 01-10-2009 18-09-2009 32124 2009 14682 01-10-2009 18-09-2009 32124 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 18-10-2012 01-10-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2c, eerste lid, van de wet Als middelen, bedoeld in, waarmee het verboden is vis te bedwelmen, te verwonden of te doden, worden aangewezen: a. kokkelbonen; b. tjoekvisje; c. ongebluste kalk; d. dynamiet, en e. andere vergiftigende, bedwelmende en ontplofbare stoffen. 2009 14682 01-10-2009 18-09-2009 32124 2009 14682 01-10-2009 18-09-2009 32124 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 paragraaf 5 van de wet Als water waarvoor de bepalingen vanbetreffende de huur en verhuur van visrecht niet gelden, wordt aangewezen: het Grevelingenmeer. 2009 14682 01-10-2009 18-09-2009 32124 2009 14682 01-10-2009 18-09-2009 32124 01-01-2010
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 2014 32824 14-11-2014 11-11-2014 WJZ/14171099 2014 32824 14-11-2014 11-11-2014 WJZ/14171099 15-11-2014
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963 De afmeting, bedoeld in, bedraagt: • 20 centimeter voor bot; • 22 centimeter voor baars; • 30 centimeter voor kopvoorn; • 25 centimeter voor zeelt; • 28 centimeter voor aal; • 30 centimeter voor barbeel; • 42 centimeter voor snoekbaars; • 45 centimeter voor snoek; • 20 centimeter voor rivierprik. 2023 9339 31-03-2023 29-03-2023 WJZ/26292727 2023 9339 31-03-2023 29-03-2023 WJZ/26292727 01-04-2023
Artikel 5c — Artikel 5c#
Artikel 5c 1 artikel 2a, tweede lid, van de Visserijwet 1963 Het tijdvak, bedoeld in, is: • 1 januari tot en met 31 december: beekforel, Deense houting, elft, houting, fint, kwabaal, meerval, serpeling, sneep, vlagzalm, zalm, zeeforel en zeeprik; • 1 maart tot en met 31 mei: snoek; • 1 maart tot en met 30 april en 1 november tot en met 31 januari: rivierprik; • 1 april tot en met 31 mei: baars, barbeel, kopvoorn, snoekbaars en winde. 2 artikel 2a, tweede lid, van de Visserijwet 1963 Het tijdvak, bedoeld in, is voor zeebaars de periode van 1 januari tot en met 31 december, met uitzondering van de periode waarin het vangen van zeebaars is toegestaan op grond van artikel 10, derde lid, eerste alinea, of vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden. 2023 35804 29-12-2023 21-12-2023 WJZ/41350256 2023 35804 29-12-2023 21-12-2023 WJZ/41350256 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 18-10-2012 01-10-2012
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Degene die vissen van de vissoorten alver, baars, barbeel, beekforel, blankvoorn, bot, brasem, giebel, graskarper, karper, kolblei, kopvoorn, kroeskarper, pos, rietvoorn, riviergrondel, rivierprik, roofblei, snoek, snoekbaars, spiering, winde, witvingrondel, zeelt, niet inheemse rivierkreeft en Chinese wolhandkrab aanvoert, degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf deze vissoorten afneemt en degene die bemiddeling verleent bij het veilen van deze vissoorten als bedoeld in, zijn verplicht dagelijks een administratie bij te houden van de overdracht en de opslag van deze vissoorten. 2 Degene die bemiddeling verleent bij het veilen van de vissoorten, genoemd in het eerste lid, is verplicht er voor zorg te dragen dat op bij de op de veiling aanwezige vissoorten de naam van de aanvoerder is vermeld alsmede de herkomst van de vissoorten. 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikel 7, eerste lid In het geval een aanvoerder van aal als bedoeld in, deze soort onder zich houdt, blijkt uit de administratie, bedoeld in: a. de hoeveelheid; b. de plaats van opslag; c. de datum van aanvoer en de datum van verkoop; d. de herkomst, en e. de naam van de afnemer. 2 artikel 7a van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikel 7, eerste lid In het geval een aanvoerder van vis meer dan 5 kilogram, die in overeenstemming metis gevangen, onder zich houdt, als bedoeld in, moet uit de administratie, bedoeld in, blijken: a. de vissoort; b. de hoeveelheid per vissoort; c. de plaats van opslag; d. de datum van aanvoer van de vissoorten en de datum van verkoop; e. de herkomst van de vissoort, en f. de naam van de afnemer. 3 artikel 7, eerste lid In het geval de vissoorten, bedoeld in het eerste en tweede lid, zonder bemiddeling van een veiling of visafslag worden verkocht, moet uit de administratie, bedoeld in, van de afnemer blijken: a. de vissoort; b. per vissoort de hoeveelheid; c. de datum van aanvoer van de vissoorten en de datum van verkoop; d. de naam van de aanvoerder en diens woonadres, en e. de herkomst van de vissoort. 4 artikel 7, eerste lid In het geval de vissoorten, bedoeld in het eerste en tweede lid, via de bemiddeling van een veiling ter verkoop worden aangeboden, moet uit de administratie, bedoeld in, van degene die deze bemiddeling verleent, blijken: a. de vissoort; b. per vissoort de hoeveelheid; c. de naam van de aanvoerder; d. de naam van de afnemer; e. de datum van aanvoer van de vissoort en de datum van verkoop, en f. de herkomst van de vissoort. 2014 30139 20-10-2014 16-10-2014 WJZ/14139180 2014 30139 20-10-2014 16-10-2014 WJZ/14139180 21-10-2014 01-06-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8 Alle bewijsstukken of bescheiden waarin de gegevens, bedoeld in, zijn vastgelegd, moeten vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging tot het tijdstip waarop drie kalenderjaren zijn verlopen, worden bewaard. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 7, eerste lid De verplichting om een administratie bij te houden als bedoeld in, is niet van toepassing op: a. artikel 3 van de Alcoholwet inrichtingen waarvoor een vergunning ingevolgeis vereist, b. ondernemingen waarin de detailhandel wordt uitgeoefend voor zover het de uitoefening van detailhandel betreft, c. ondernemingen waarin het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafetaria-, het lunchroom- of het partycateringbedrijf wordt uitgeoefend dan wel anderszins verstrekking van logies, gepaard gaande met dienstverlening of de verstrekking van maaltijden, spijzen of dranken voor verbruik ter plaatse, als bedrijf plaats heeft. 2021 30032 16-06-2021 08-06-2021 2353779-1007921-WJZ 2021 30032 16-06-2021 08-06-2021 2353779-1007921-WJZ 01-07-2021
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 32a, eerste lid Een visser die gebruik maakt van de vistuigen, genoemd in, met uitzondering van onderdeel h, doet wekelijks uiterlijk op dinsdag om 24.00 uur opgave aan de Minister van zijn aalvangsten en zijn visserij-inspanning in de voorafgaande week. Uit deze opgave blijkt: a. de naam van de visser; b. de hoeveelheid aal in kilogram, onderscheiden naar het soort vistuig, bedoeld in onderdeel d, waarmee het is gevangen; c. de herkomst van de aal; d. het aantal en het soort vistuigen waarmee de visser in de betreffende week op aal heeft gevist. 2 De opgave geschiedt op een door de Minister beschikbaar te stellen format. 3 artikel 32a, eerste lid In afwijking van het eerste lid kan een visser die in een bepaalde periode geen gebruik maakt van de vistuigen genoemd in, hiervan voorafgaand aan die periode opgave doen. 4 artikel 104, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij Van de verplichting uit het eerste lid zijn uitgezonderd diegenen, die op grond vanalle aalvangsten registreren. 2015 12733 04-05-2015 30-04-2015 WJZ/15032842 2015 12733 04-05-2015 30-04-2015 WJZ/15032842 01-06-2015
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 Een visser die gebruik maakt van het staand net, grote fuik of de zegen, doet ten aanzien van de vissoorten baars, blankvoorn, bot, brasem en snoekbaars op verzoek van de Minister opgave van: a. de naam van de vergunninghouder; b. per aanlandingsdatum: 1°. de hoeveelheid aangelande vis in kilogram, onderscheiden naar het soort vis en naar het soort vistuig, waarmee het is gevangen; 2°. de herkomst van de vis; 3°. het aantal en het soort vistuigen waarmee de vergunninghouder in de betreffende periode de baars, blankvoorn, bot, brasem of snoekbaars heeft gevangen; 4°. bij het staand net de lengte en de effectieve hoogte van dat vistuig; 5°. de maaswijdte van het vistuig, of, wanneer bij het staand net meerdere maaswijdtes of effectieve hoogtes van het net zijn toegepast, de totale lengte per onderscheiden maaswijdte, respectievelijk effectieve hoogte van het net; 6°. de totale effectieve visduur van het soort vistuig, waarmee de vis is gevangen. 2 De visser registreert de gegevens, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk binnen 24 uren na de aanlandingsdatum. 3 De opgave geschiedt uiterlijk twee weken nadat het verzoek, bedoeld in het eerste lid, is gedaan, en op een door de Minister beschikbaar te stellen format. 2016 29973 06-06-2016 02-06-2016 WJZ/16069148 2016 29973 06-06-2016 02-06-2016 WJZ/16069148 07-06-2016
Artikel 10c — Artikel 10c#
Artikel 10c 1 De eigenaar van een vaartuig schaft een blackbox-systeem aan indien zijn vaartuig: a. een lengte heeft van meer dan 9 meter; b. wordt gebruikt om te vissen met demersale sleepnetten met een maaswijdte van 16 tot en met 31 millimeter; en c. wordt gebruikt om in de kustwateren, het zeegebied of de visserijzone tot 3 zeemijl vanaf de Nederlandse kustlijn te vissen. 2 Degene die vist met een vaartuig als bedoeld in het eerste lid heeft uiterlijk met ingang van 1 september 2026 een werkend blackbox-systeem aan boord geïnstalleerd. 3 De eigenaar van of degene die vist met een vaartuig als bedoeld in het eerste lid toont op verzoek van de Minister aan dat dit systeem voldoet aan NTA 8390:2025. Dit doen zij met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld model. 4 Visserijwet 1963 artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet De Minister gebruikt de gegevens die het blackbox-systeem genereert en registreert, het e-mailadres van degene die vist met een vaartuig als bedoeld in het eerste lid en het externe kenteken van een vaartuig als bedoeld in het eerste lid, voor het toezicht op en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens deof. 5 paragraaf 3.7 van de Regeling Europese EZK- en LNV- subsidies 2021 De Minister gebruikt de gegevens, genoemd in het vierde lid, ook in het kader van de vaststelling van de subsidie bedoeld in. 6 Degene die vist met een vaartuig als bedoeld in het eerste lid, verstrekt de gegevens, genoemd in het vierde lid, aan de Minister door deze te laten verzenden naar een door de Minister te bepalen centrale server. 7 De gegevens, genoemd in het vierde lid, worden tien jaar bewaard door de Minister. 8 artikel 2.26.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies Het eerste tot en met derde en zesde lid zijn niet van toepassing op degene die subsidie heeft aangevraagd of verkregen voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten als bedoeld in. 9 Met een blackbox-systeem als bedoeld in deze regeling worden gelijkgesteld systemen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met NTA 8390:2025 wordt nagestreefd. In dat geval is het derde lid van overeenkomstige toepassing. 2026 11041 31-03-2026 27-03-2026 WJZ/26823197 2026 11041 31-03-2026 27-03-2026 WJZ/26823197 01-04-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 bijlage 3 Het is verboden te vissen in het gebied, genoemd in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a bijlage 3b Het is verboden te vissen in het gebied, bedoeld in, met uitzondering van het vissen met de volgende vistuigen: a. hengel; b. zegen, mits deze niet aan de zeebodem is verankerd, de onderpees niet meer weegt dan 18 kg per 100 m, en het uitgezette net, vertrekkend vanaf één zijde, zodanig in een langs het net varende hulpboot weer wordt binnengehaald, dat het nog niet binnengehaalde deel zoveel mogelijk in de oorspronkelijk uitgezette positie blijft. 2021 26898 01-06-2021 28-05-2021 WJZ/21081523 2021 26898 01-06-2021 28-05-2021 WJZ/21081523 02-06-2021
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het is verboden te vissen in het zeegebied en de kustwateren met een aalfuik, staand want, hoekwant, aalkistje, ankerkuil of enig ander vast vistuig, niet zijnde een vistuig, bestemd voor het vangen van schelpdieren. 2 Het is verboden in de kustwateren te vissen met een zegen. 2011 13462 22-07-2011 14-07-2011 220593 2011 13462 22-07-2011 14-07-2011 220593 23-07-2011
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a Het recreatief gebruik van vistuig van het type staand want in de visserijzone is verboden. 2012 13781 06-07-2012 27-06-2012 268070 2012 13781 06-07-2012 27-06-2012 268070 07-07-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het is verboden te vissen met: a. sleepnetten al dan niet met wekkerkettingen in de Oosterschelde ten oosten van de Oosterscheldekering, en b. bijlagen 3a 5 sleepnetten met wekkerkettingen in de gebieden, genoemd in deen. 2016 62642 17-11-2016 15-11-2016 WJZ/16161912 2016 62642 17-11-2016 15-11-2016 WJZ/16161912 18-11-2016 01-04-2016
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Het is verboden in het zeegebied en de kustwateren te vissen met: a. de harpoen, de elger, de aalschaar, of enig ander vistuig, hetwelk geëigend is de vis te verwonden, met uitzondering van het hoekwant, de reep, de dobber, de zetangel of fleur, de hengel of spieringtuig, en b. een visnet waarvan het netwerk van metaalgaas is vervaardigd, met uitzondering van de kreeftenkorf en enig ander net, bestemd of mede bestemd tot het vangen van schaal- en schelpdieren, zeesterren en zee- of koraalmos. 2 artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 Het is verboden in de kustwateren, genoemd in, te vissen met een kuilnet waarvan de maaswijdte kleiner is dan 17 mm. 3 artikel 2, derde tot en met zevende lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 Het is verboden in de kustwateren, genoemd in, met de hierna genoemde vistuigen te vissen, indien de maaswijdte kleiner is dan het aantal millimeters, vermeld achter het desbetreffende vistuig: a. de ankerkuil 13 mm; b. het staande ansjovisnet, de fuik van een ansjovisweer 15 mm; c. het kuilnet 17 mm; d. de zegen 20 mm; e. het spieringdrijfnet 25 mm, en f. het schutnet, het staande botnet, de fuik aan een botweer 80 mm. 4 Het is verboden in de kustwateren te vissen met een vistuig, waarvoor een minimummaaswijdte is vastgesteld, indien met betrekking tot dat vistuig enige handeling is verricht of enig middel is aangewend, waardoor het ontsnappen van vis kan worden bemoeilijkt of belet. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 70, eerste lid Het is verboden de visserij uit te oefenen met een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen groter is dan het motorvermogen dat staat vermeld op de ten behoeve van dat vissersvaartuig verleende vergunning als bedoeld in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 Het is verboden te vissen met mechanische vistuigen, geschikt voor het vangen van kokkels in de kustwateren, bedoeld in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Het is verboden te vissen met enig vistuig, geschikt voor het vangen van schelpdieren, in: a. bijlage 4 de gebieden, genoemd in; b. artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee de territoriale zee van Nederland, bedoeld in; c. het zeegebied, en d. de kustwateren. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het is verboden schaal- en schelpdieren te rapen in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren tussen één uur na zonsondergang en één uur vóór zonsopgang. 2 bijlage 3 Het is verboden schelpdieren te rapen in het gebied, genoemd in. 3 bijlage 5 Het is verboden schelpdieren te rapen in het gebied, genoemd in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Het is verboden schelpdieren uit te zaaien of uit te zetten in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 bijlage 6 Het is verboden te vissen met vistuigen, geschikt voor het vangen van garnalen in het gebied, genoemd in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a bijlage 6a Het is verboden te vissen met vistuigen geschikt voor het vangen van garnalen in de gebieden, genoemd in. 2022 18634 19-07-2022 11-07-2022 WJZ/22059660 2022 18634 19-07-2022 11-07-2022 WJZ/22059660 01-10-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Het is verboden te vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren met uitzondering van de Westerschelde. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Het is verboden om van vrijdag 12.00 uur tot de daaropvolgende zondag 24.00 uur buiten de haven te zijn met een vaartuig dat enig vistuig aan boord heeft geschikt voor het vangen van garnalen. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikelen 11 tot en met 22 Het is verboden op of in de nabijheid van enig water, behorend tot de visserijzone, het zeegebied of de kustwateren, een vistuig voorhanden te hebben, indien en voor zover het gebruik van dat vistuig in dat water ingevolge het bepaalde in deverboden is. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 Aal gevangen met een hengel of peur in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren wordt onmiddellijk levend in hetzelfde water teruggezet. 2 Het is verboden aal voorhanden te hebben bij de uitoefening van de visserij, bedoeld in het eerste lid. 2009 13978 17-09-2009 15-09-2009 1646 2009 13978 17-09-2009 15-09-2009 1646 01-11-2009
Artikel 23b — Artikel 23b#
Artikel 23b 1 bijlage 15 Het is verboden te vissen in de wateren, genoemd in, met de volgende vistuigen: a. aaldogger; b. aalfuik; c. aalhoekwant; d. aalkistje; e. aalzegen; f. ankerkuil; g. electrovisapparaat; h. peur; i. visfuik; j. kreeftenkorf; j. sleepnet; k. enig ander vistuig, niet zijnde een hengel, dat in hoofdzaak gebruikt wordt of bestemd is voor de vangst van aal of Chinese wolhandkrab. 2 bijlage 15 Het is verboden aal en Chinese wolhandkrab voorhanden te hebben in of in de onmiddellijke nabijheid van de gebieden, genoemd in. 3 Het is verboden om Chinese wolhandkrab voorhanden of in voorraad te hebben in of in de onmiddellijke nabijheid van de Maasvlakte 2. Chinese wolhandkrab gevangen in de Maasvlakte 2, ten westen van de lijn in de Yangtzehaven lopend over de punten met de coördinaten: wordt onmiddellijk in hetzelfde water teruggezet. – 51°58.411’ NB en 4°0.926’ OL – 51°58.663’ NB en 4°1.287’ OL, 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 bijlage 2 Als wateren waarin het ingevolge, is verboden te vissen tussen twee uur na zonsondergang en één uur vóór zonsopgang worden aangewezen de inopgenomen wateren. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 bijlage 7 Als water waarin het verboden is te vissen met de hengel in de periode van 1 april tot en met 31 mei, wordt aangewezen de inopgenomen wateren. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Als water, waarin het verboden is te vissen met enig vistuig wordt aangewezen: de Geul, bovenstrooms van de grens tussen de gemeenten Valkenburg en Meerssen en haar zijbeken, de Voerenbeek en de Noorbeek met dien verstande, dat het van 1 april tot en met 30 september toegestaan is te vissen met de hengel, voor zover deze niet is geaasd met worm of nabootsing daarvan. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 18-10-2012 01-10-2012
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Het uitzetten van graskarpers is verboden in: a. beken en rivieren; b. artikel 2.43, eerste lid of tweede lid, van de Omgevingswet wateren die geheel dan wel ten dele zijn gelegen in gebieden als bedoeld in; c. artikel 2.4 van de Omgevingswet wateren die geheel dan wel ten dele zijn gelegen op percelen waaraan de functie natuur is toebedeeld in een omgevingsplan als bedoeld in, en d. overige wateren. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a Het is verboden de volgende rivierkreeften in de binnenwateren uit te zetten: a. Australische roodklauwkreeft; b. Californische rivierkreeft; c. Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft; d. Gestreepte Amerikaanse rivierkreeft; e. Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft; f. Marmerkreeft; g. Rode Amerikaanse rivierkreeft; h. Steenkreeft; i. Turkse rivierkreeft. 2023 9339 31-03-2023 29-03-2023 WJZ/26292727 2023 9339 31-03-2023 29-03-2023 WJZ/26292727 01-04-2023
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b 1 bijlage 16 Het is verboden te vissen in de wateren, genoemd in, met de volgende vistuigen: a. aaldogger b. aalfuik c. aalhoekwant d. aalkistje e. aalzegen f. ankerkuil g. electrovisapparaat h. peur i. visfuik j. de kreeftenkorf 2 bijlage 16 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het gehele gebied binnen de winterdijken van de wateren, genoemd in, en voor alle havens, plassen, killen, gaten, putten, strangen, kreken, kanalen, beken en rivierarmen die in directe open verbinding staan met de wateren, genoemd in bijlage 16, tot aan de eerste waterkering gerekend vanaf die wateren. 3 bijlage 16 Het is verboden aal en Chinese wolhandkrab voorhanden of in voorraad te hebben op of in de onmiddellijke nabijheid van de wateren, genoemd in, met uitzondering van: a. de haven van Urk; b. het gebied binnen de begrenzing van de betonning van de vaargeul naar Urk tot aan de lijn lopende over het groene en rode licht van de haveningang van Urk en de lijn van het groene licht van de haveningang naar het coördinaat 52°39.179' NB en 005°36.108' OL en de lijn lopend van dit coördinaat tot de groene betonning van de vaargeul. 4 Het is verboden om Chinese wolhandkrab voorhanden of in voorraad te hebben in of in de onmiddellijke nabijheid van het Krammer Volkerak. Chinese wolhandkrab gevangen in het gedeelte van het Krammer Volkerak gelegen ten westen van de lijn lopend over de punten met de coördinaten: tot aan de ingang van het Schelde-Rijnkanaal, lopend over de punten met de coördinaten: wordt onmiddellijk in hetzelfde water teruggezet. − 51°38.294’ NB en 004°16.465’ OL − 51°39.287’ NB en 004°16.446’ OL − 51°38.064’ NB en 004°14.076’ OL − 51°38.023’ NB en 004°14.560’ OL 5 artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Van het verbod, bedoeld in, wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van de vistuigen, genoemd in het eerste lid, in de wateren, genoemd in het derde lid, onderdelen a en b. 2025 35014 21-10-2025 10-10-2025 WJZ/99279903 2025 35014 21-10-2025 10-10-2025 WJZ/99279903 22-10-2025
Artikel 28c — Artikel 28c#
Artikel 28c 1 Het is verboden met enig vistuig te vissen in de rivieren de Neder-Rijn, de Maas, de Lek en de Overijsselsche Vecht: a. binnen een afstand van 75 m stroomafwaarts van een stuw; b. in een bij een stuw aangebrachte vispassage; c. binnen een straal van 25 m voor de bovenmond van een bij een stuw aangebrachte vispassage. 2 Het verbod geldt niet gedurende de tijden dat de stuw buiten werking is gesteld. 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 18-10-2012 01-10-2012
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Het is verboden te vissen in het IJsselmeer met: a. de grote fuik in de periode van 1 januari tot en met 30 april; b. het staand net in de periode van 16 maart tot en met 30 juni; c. de zegen in de periode van 16 maart tot en met 31 oktober; d. de schietfuik binnenvisserij in de periode van 1 oktober tot en met 30 april; e. het aalhoekwant in de periode van 1 november tot en met 11 april; f. het aalkistje in de periode van 1 november tot en met 11 april; en g. de aaskuil in de periode van 1 november tot en met 11 april. 2 Het is verboden te vissen in het IJsselmeer met het staand net, het aalhoekwant of het aalkistje van vrijdagmiddag 16.00 uur tot de daaropvolgende maandagmorgen 8.00 uur. 3 Het is verboden te vissen in het IJsselmeer met de aaskuil van donderdag zonsondergang tot de daaropvolgende maandag 8.00 uur en voorts dagelijks van zonsondergang tot de daaropvolgende morgen 8.00 uur. 4 Het is buiten de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, eveneens verboden met de zegen te vissen in het IJsselmeer op acht of meer, of ingeval van een overdracht als bedoeld in artikel 75, zesde lid, of 75a, een veelvoud van het aantal dagen, waarop het toegestaan is om met de zegen te vissen. 5 Het is verboden met de zegen te vissen in het IJsselmeer op een dag waarvoor door de vergunninghouder niet ten minste twee werkdagen daarvoor melding is gedaan aan de minister. 6 artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Voor zover nodig vanuit het oogpunt van visstandbeheer, kan de minister in de vergunning, bedoeld in, het aantal dagen waarop het is toegestaan om met de zegen te vissen, bedoeld in het vierde lid, voor dat visseizoen reduceren. In dat geval is het, in afwijking van het vierde lid, eveneens verboden om buiten de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, met de zegen te vissen in het IJsselmeer op meer dagen dan het aantal dagen waarop het overeenkomstig de vergunning toegestaan is met de zegen te vissen. 2021 42205 08-10-2021 05-10-2021 WJZ/21234104 2021 42205 08-10-2021 05-10-2021 WJZ/21234104 09-10-2021
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 bijlage 8 Het is verboden te vissen met de schietfuik binnenvisserij in de gebieden in het IJsselmeer, genoemd in. 2 bijlage 8 Het is verboden te vissen met de schietfuik binnenvisserij in het IJsselmeer in andere gebieden dan die genoemd inzonder hierbij gebruik te maken van een naar behoren werkende overlevingsbun. 2015 31298 21-09-2015 16-09-2015 WJZ/15125922 2015 31298 21-09-2015 16-09-2015 WJZ/15125922 22-09-2015
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 bijlage 9 Het is verboden te vissen met de aaskuil in de gebieden in het IJsselmeer, genoemd in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a Het is verboden om te vissen met de zegen in de havens van het IJsselmeer. 2014 32824 14-11-2014 11-11-2014 WJZ/14171099 2014 32824 14-11-2014 11-11-2014 WJZ/14171099 15-11-2014
Artikel 31b — Artikel 31b#
Artikel 31b Het is verboden bij het vissen met de zegen in de gebieden in het IJsselmeer om meerdere zegennetten aan elkaar te binden. 2014 32824 14-11-2014 11-11-2014 WJZ/14171099 2014 32824 14-11-2014 11-11-2014 WJZ/14171099 15-11-2014
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikelen 29 tot en met 31 Onverminderd het bepaalde in de, is het verboden te vissen in het IJsselmeer gedurende een door de Minister te bepalen periode, met alle vistuigen behalve de hengel en de peur. 2 De periode waarin het verboden is te vissen op grond van het vorige lid, wordt jaarlijks vastgesteld en bekendgemaakt in de Staatscourant. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a 1 artikel 13, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij Onverminderd, zijn de zeevisserij en de kustvisserij verboden in de periode van 1 september tot en met 28 februari, of in een schrikkeljaar tot en met 29 februari, en is de binnenvisserij verboden in de periode van 1 september tot en met 30 november met de volgende vistuigen: a. artikel 1, onderdeel i, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 aaldogger als bedoeld in; b. artikel 1, onderdeel e, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 aalfuik als bedoeld in; c. artikel 1, onderdeel h, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 aalhoekwant als bedoeld in; d. artikel 1, onderdeel g, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 aalkistje als bedoeld in; e. artikel 1, onderdeel k, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 aalzegen als bedoeld in; f. artikel 1, onderdeel f, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 ankerkuil als bedoeld in; g. artikel 1, onderdeel p, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 electrovisapparaat als bedoeld in; h. artikel 1, vijfde lid, van de wet peur als bedoeld in; i. artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 visfuik als bedoeld in; j. kubbe; of k. enig ander vistuig, niet zijnde een hengel, dat in hoofdzaak gebruikt wordt of bestemd is voor de vangst van aal. 2 Het is verboden om in de perioden, genoemd in het eerste lid, een vistuig als genoemd in het eerste lid, voorhanden te hebben op of in de nabijheid van de Nederlandse wateren waarvoor het verbod, genoemd in het eerste lid, geldt. 3 Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en in het tweede lid, wordt vrijstelling verleend voor de zee- en kustvisserij met een drijvend of in de waterkolom zwevend vistuig bestaande uit een lange lijn met daaraan aan zijlijntjes bevestigde enkeltandige haken, waarvan de kortste afstand tussen de punt en de steel ten minste 10 mm bedraagt, die de zeebodem niet raken. 2025 27155 25-08-2025 22-08-2025 WJZ/82927539 2025 27155 25-08-2025 22-08-2025 WJZ/82927539 26-08-2025
Artikel 32b — Artikel 32b#
Artikel 32b 1 artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de wet artikel 32a, eerste lid Aal, gevangen in de visserijzone, het zeegebied, de kustwateren of de wateren, bedoeld in, in de perioden, genoemd in, met een vistuig dat niet genoemd is in artikel 32a, eerste lid, wordt onmiddellijk na het lichten van het vistuig levend in hetzelfde water teruggezet. 2 artikel 32a, eerste lid artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de wet Het is verboden in de perioden, genoemd in, op of nabij het zeegebied, de kustwateren, de visserijzone en de wateren, bedoeld in, aal voorhanden te hebben. 2025 27155 25-08-2025 22-08-2025 WJZ/82927539 2025 27155 25-08-2025 22-08-2025 WJZ/82927539 26-08-2025
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 6d, tweede lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 artikel 11 12, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Bij het verlenen van vrijstellingen of ontheffingen alsmede bij het daaraan verbinden van voorschriften en het verlenen onder beperkingen, als bedoeld in, en deen, wordt mede rekening gehouden met de belangen van de natuurbescherming. 2 Aan vrijstellingen, ontheffingen en vergunningen als bedoeld in onderhavige regeling, kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend. Zij kunnen worden ingetrokken. 3 Niet naleven van beperkingen of voorschriften als bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als handelen zonder vrijstelling, ontheffing of vergunning als bedoeld in het tweede lid. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 33 bijlage 3 Een vrijstelling als bedoeld in, wordt niet verleend voor het rapen van schelpdieren in het gebied, genoemd in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 33 Een vergunning als bedoeld in, wordt niet verleend voor: a. bijlage 3 het vissen in het gebied, genoemd in; b. bijlagen 3 3a 5 het vissen met vistuigen geschikt voor het vangen van schelpdieren in de gebieden, genoemd in de,en, en c. bijlagen 3a 6 6a het vissen met vistuigen, geschikt voor het vangen van garnalen in de gebieden, genoemd in de,en. 2 bijlage 5a In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan wel een vergunning worden verleend voor het zonder mechanische hulpmiddelen vissen op kokkels in de gebieden, genoemd in. 2022 18634 19-07-2022 11-07-2022 WJZ/22059660 2022 18634 19-07-2022 11-07-2022 WJZ/22059660 01-10-2022
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a artikelen 23b 28b De Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde in deenvoor het verrichten van onderzoek. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. De ontheffing kan worden geschorst of ingetrokken. 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikelen 12 17, onderdelen b, c en d 19 21 32a, eerste en tweede lid 32b, tweede lid De in de,,,,, en, gestelde verboden, gelden niet voor degene, die is voorzien van een vergunning van de Minister. 2 artikel 12 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor de visserij in het zeegebied en de kustwateren met een vistuig als genoemd in, wordt na 31 december 2010 niet verleend voor de recreatieve visserij. 3 artikel 32a, eerste lid Een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor het gebruik van de vistuigen, genoemd in, wordt enkel verleend indien de vangst van aal met de desbetreffende vistuigen aantoonbaar beperkt is. 2025 27155 25-08-2025 22-08-2025 WJZ/82927539 2025 27155 25-08-2025 22-08-2025 WJZ/82927539 26-08-2025
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 23 Het verbod, bedoeld in, geldt niet indien het vistuig zodanig is verpakt of in zodanige toestand is, dat dadelijk gebruik daarvan niet mogelijk is. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 6c, eerste lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 Van het bepaalde inwordt vrijstelling verleend: a. voor het uitoefenen van de visserij met de boomkor met vaartuigen, andere dan vissersvaartuigen met een lengte over alles kleiner dan 8 meter, in de visserijzone, het zeegebied en de Westerschelde, alsmede voor het in deze wateren aan boord van zodanige vaartuigen aanwezig hebben van een boomkor, en b. voor het uitoefenen van de riviervisserij met de boomkor met vaartuigen met een lengte over alles kleiner dan 20 meter en met een motorvermogen van ten hoogste 221 kW waarmee uitsluitend de riviervisserij wordt uitgeoefend, alsmede voor het aan boord van zodanige vaartuigen aanwezig hebben van een boomkor. 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt slechts verleend voor vaartuigen met één boomkor met een maximale breedte van 150 centimeter, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven of verlengd. 3 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt slechts verleend: a. aan ondernemers te wiens naam het vaartuig in de Officiële lijst der Belgische Vissersvaartuigen, bedoeld in het Ministeriële besluit van 21 februari 1934, is geregistreerd, en b. voor vaartuigen: 1°. met ten hoogste twee boomkorren waarvan de individuele lengte niet meer bedraagt dan 4.5 meter, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven en verlengd; 2°. ten behoeve waarvan aan de ondernemer, bedoeld in onderdeel a, een akte van consent is afgegeven door het Waterschoutsambt te Antwerpen voor de visserij op de Westerschelde als bedoeld in het Reglement van 20 mei 1843 ter uitvoering van artikel 9 van het Verdrag van 19 april 1839 betreffende de uitoefening van het recht der visscherij en van den vischhandel. 4 In afwijking van het derde lid, onderdeel b, onder 1º, wordt voor de gerichte riviervisserij op garnalen de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, verleend voor vaartuigen met ten hoogste twee boomkorren waarvan de individuele lengte niet meer bedraagt dan 12 meter, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven of verlengd. 5 https://mobilit.belgium.be/nl/Resources/publicaties/scheepvaart/pub_koopvaardij_lijst_belg_schepen Vaartuigen ten aanzien waarvan de in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedoelde vrijstelling is verleend, staan vermeld op de door de bevoegde Belgische autoriteiten vastgestelde lijst van de Belgische zeeschepen onder ‘Schelde Fishing Vessels’. Deze lijst is beschikbaar via internetadres:. 2023 9339 31-03-2023 29-03-2023 WJZ/26292727 2023 9339 31-03-2023 29-03-2023 WJZ/26292727 01-04-2023
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 21 Van het bepaalde in, wordt vrijstelling verleend voor het vissen in de visserijzone en het zeegebied: a. met vaartuigen met een lengte over alles kleiner dan 8 meter, voor zover het betreft de visserij met een boomkor, en b. met vaartuigen met een lengte over alles kleiner dan 10 meter, voor zover het betreft de visserij met een bordennet. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 79, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij Vanwordt vrijstelling verleend voor vaartuigen, andere dan vissersvaartuigen: a. met een lengte over alles kleiner dan 8 meter, voor zover het betreft het verbod om een boomkor aan boord te hebben in de visserijzone, het zeegebied en de Westerschelde, en b. met een lengte over alles kleiner dan 10 meter, voor zover het betreft het verbod om een bordennet aan boord te hebben in de visserijzone, het zeegebied en de Westerschelde. 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 2011 13453 22-07-2011 14-07-2011 218837 23-07-2011
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikelen 39 40 artikel 38, tweede lid De vrijstellingen, bedoeld in deen, worden slechts verleend voor vaartuigen met één boomkor als bedoeld in, of met één bordennet waarvan de hoogte van de visborden niet meer bedraagt dan 70 centimeter en waarvan de lengte van de bovenpees, inclusief stroppen en kabels, niet meer bedraagt dan 225 centimeter, gemeten vanaf de achterzijde van het ene tot de achterzijde van het andere bord. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 38, eerste lid, aanhef en onder a artikel 39 artikel 40 Aan de vrijstellingen, bedoeld in,en, worden de volgende voorschriften verbonden: a. vangsten van vissoorten genoemd in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026 gevangen in de bij die vissoorten genoemde wateren, dienen onmiddellijk na het ophalen ervan in hetzelfde water te worden teruggezet; b. indien de visserij op garnalen wordt uitgeoefend, dient de vangst direct na aan boord te zijn gehaald, te worden gesorteerd met behulp van een handzeef, en c. het is verplicht een handzeef aan boord te hebben van het vaartuig waarmee de garnalenvisserij wordt uitgeoefend. 2 artikel 38, eerste lid, aanhef en onder b Aan de vrijstelling, bedoeld in, worden de volgende voorschriften verbonden: a. Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 (EG) nr. 1224/2009 nr. 2013/1380 nr. 2016/1139 2018/973 2019/472 2019/1022 (EG) nr. 894/97 (EG) nr. 850/98 (EG) nr. 2549/2000 (EG) nr. 254/2002 (EG) nr. 812/2004 (EG) nr. 2187/2005 Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van deenvan de Raad en de Verordeningen (EU), (EU), (EU), (EU)en (EU)van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen,,,,envan de Raad (PbEU 2019, L198) wordt, met uitzondering van artikel 15, eerste lid, in samenhang met bijlage V, deel C, punt 2, bij de uitoefening van de visserij in acht genomen; b. Uitvoeringsregeling zeevisserij aanlandingen in Nederlandse havens vinden slechts overeenkomstig deplaats, en c. bij aanlanding in een Nederlandse haven is de ondernemer verplicht onverwijld maar uiterlijk binnen een half uur na aanlanding per vissoort opgave van de vangsthoeveelheden te doen. 3 artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisseri De opgave, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, vindt plaats door middel van het indienen van het logboek, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de controleverordening, bedoeld inj. 4 artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij Het indienen van het logboek, bedoeld in het derde lid, vindt plaats door overhandiging aan een functionaris of aan een ambtenaar van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit of deponering van het formulier in een opgavebus als bedoeld in. 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 2025 45335 30-12-2025 23-12-2025 WJZ/102888623 31-12-2025
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikelen 13, onderdeel a 21 artikel 36 Van het verbod in de, en, voor wat betreft de Oosterschelde ten oosten van de Oosterscheldekering, is degene die op 15 april 2007 in het bezit was van een vergunning als bedoeld in, vrijgesteld onder de voorwaarden dat: a. eidragende zeekreeften, pas verschaalde zeekreeften en zeekreeften die zijn gevangen tussen 15 juli en de laatste donderdag van maart, onmiddellijk na de vangst worden teruggezet; en b. bijgevangen ondermaatse vis dan wel ondermaatse garnalen met behulp van water automatisch naar buitenboord worden afgevoerd via een uit glad materiaal bestaande glijgoot of afvoerpijp. 2 Indien degene als bedoeld in het eerste lid, met een ander vissersvaartuig vist dan met het vaartuig waarvoor de in het eerste lid bedoelde vergunning is verleend, maakt hij hiervan twee weken van tevoren schriftelijk melding bij de Minister. 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 17 Van het bepaalde inwordt vrijstelling verleend voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van: a. mosselen en zeesterren door de visrechthebbende op de mosselpercelen gelegen in de kustwateren; b. mosselen en zeesterren door de visrechthebbende dan wel degene die daartoe toestemming heeft gekregen van de visrechthebbende op verwaterpercelen, en c. oesters door de visrechthebbende op de oesterpercelen in de Oosterschelde. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikel 19 Van het verbod inwordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het uitzetten of uitzaaien van mosselen, kokkels, oesters en Japanse oesters. 2009 47 10-03-2009 05-03-2009 TRCJZ/2009/407 2009 47 10-03-2009 05-03-2009 TRCJZ/2009/407 12-03-2009
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikel 44 De vrijstelling, bedoeld in, wordt slechts verleend voor zover de som van de totale breedte van de gebruikte mosselkorren, binnenwerks gemeten over het mes, maximaal 7,60 meter, per vissersvaartuig bedraagt. 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 artikel 46 Onverminderd het bepaalde inis het vissen van mosselen, zeesterren en oesters, met uitzondering van het vissen op verwaterpercelen, verboden: a. tussen één uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang; en b. bij een zicht van 250 meter of minder. 2023 9339 31-03-2023 29-03-2023 WJZ/26292727 2023 9339 31-03-2023 29-03-2023 WJZ/26292727 01-04-2023
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikel 18, derde lid Van het verbod in, wordt vrijstelling verleend aan: a. bijlage 5 degene die handmatig schelpdieren raapt en visrechthebbende is op de desbetreffende schelpdierpercelen, dan wel van de visrechthebbende vooraf schriftelijke toestemming heeft gekregen om handmatig schelpdieren te rapen op die percelen, gelegen in het gebied, genoemd in, en b. degene die handmatig schelpdieren raapt voor eigen gebruik, tot ten hoogste tien kilogram bruto per dag. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 artikel 21 Van het verbod, bedoeld in, is vrijgesteld degene, die anders dan met behulp van een vaartuig op garnalen vist. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikel 22 Het verbod, bedoeld in, geldt niet a. indien het vissen wordt uitgevoerd als toeristische activiteit met een daarvoor geschikt vaartuig en de vangst niet op de markt wordt gebracht, en b. voor het buiten de haven zijn met een vaartuig dat enig vistuig aan boord heeft geschikt voor het vangen van garnalen buiten de Nederlandse wateren, tijdens opeenvolgende tijdvakken van twee weken telkens ten hoogste negen etmalen. Het eerste tijdvak begint op de eerste zondag in oktober om 24.00 uur en loopt twee weken later op zondag om 24.00 uur af. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikel 12 Van het verbod inwordt vrijstelling verleend aan de rechthebbende op het visrecht in staatswateren om te vissen in een visvak met die vaste vistuigen, waarop het visrecht betrekking heeft. 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 51 Aan de vrijstelling, bedoeld in, zijn de volgende voorschriften verbonden: a. de vistuigen zijn boven het waterpeil voorzien van een bordje, waarop duidelijk leesbaar het letterteken en nummer van het vissersvaartuig is vermeld dan wel, voor zover zonder vaartuig wordt gevist, de naam en adresgegevens van de visser; b. een fuik is voorzien van een deugdelijke keerwant met een maaswijdte van 14 centimeter, aangebracht in de voorste hoepel of voorste inkeling; c. elke maas van iedere rand van het keerwant is dusdanig aan het basisnet van de fuik bevestigd, dat alle organismen in de fuik door de mazen van het keerwant heen moeten kunnen komen; d. eidragende zeekreeften die zijn gevangen in de Oosterschelde, pas verschaalde zeekreeften die zijn gevangen in de Oosterschelde en zeekreeften die zijn gevangen in de Oosterschelde tussen 15 juli en de laatste donderdag van maart, worden onmiddellijk na de vangst teruggezet; e. de vistuigen worden in spuikommen en havens minimaal 10 meter en in de overige visvakken minimaal 25 meter vanaf de scheidingslijn van 2 visvakken geplaatst, en f. indien overeenstemming is bereikt met de rechthebbende op het visrecht in het naastgelegen visvak over de afstand waarop de vistuigen vanaf de scheidingslijn tussen de visvakken worden geplaatst, worden de vistuigen, in afwijking van het bepaalde in onderdeel e, minimaal de overeengekomen afstand vanaf de scheidslijn tussen de visvakken geplaatst. 2 artikel 2, tweede tot en met het zevende lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 Onderdeel b is niet van toepassing op permanent onder water staande schietfuiken in de kustwateren, genoemd in. 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 18-10-2012 01-10-2012
Artikel 52a — Artikel 52a#
Artikel 52a 1 artikel 12 Van het verbod inwordt voor de kustwateren vrijstelling verleend voor het gebruik voor de recreatieve visserij met vistuig van het type staand want. 2 bijlage 17 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt uitsluitend voor één vistuig per persoon en geldt niet voor de gebieden bedoeld inbij deze regeling. 3 Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, zijn de volgende voorschriften verbonden: a. bijlage 18 de netlengte van het vistuig bedraagt niet meer dan 100 meter, in de gebieden, bedoeld in, en in andere gebieden niet meer dan 30 meter; b. het vistuig is voorzien van drijvers en ligt bij laag water plat op de bodem; c. degene die van de vrijstelling gebruik maakt heeft zijn voornemen hiertoe gemeld aan de gemeente binnen wiens grondgebied hij de recreatieve visserij, als bedoeld in het eerste lid, uitoefent; d. het vistuig is boven elk heersend waterpeil voorzien van een markering waarop duidelijk leesbaar het nummer, bedoeld in vijfde lid, is vermeld. 4 De melding, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, geschiedt per kalenderjaar en omvat de naam, het adres, de woonplaats en de geboortedatum van degene die voornemens is van de vrijstelling gebruik te maken. 5 De gemeente verstrekt een uniek nummer aan degene die een melding als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, doet. 2011 22268 12-12-2011 02-12-2011 242439 2011 22268 12-12-2011 02-12-2011 242439 01-01-2012
Artikel 52b — Artikel 52b#
Artikel 52b 1 artikel 12a Van het verbod, bedoeld inwordt, voor het grondgebied van de gemeenten, genoemd in bijlage 19, vrijstelling verleend voor het gebruik voor de recreatieve visserij van een vistuig per persoon van het type staand want, mits: a. het een vistuig betreft 1°. met een maaswijdte van ten minste 105 millimeter, gestrekt gemeten; 2°. dat niet uit meerdere lagen netten bestaat; 3°. dat bestaat uit enkeldradig of tot één draad gewonden garen; 4°. met een lengte van ten hoogste 50 meter, gemeten langs de bovenpees van het net, en 5°. met een hoogte van ten hoogste 110 centimeter, gestrekt gemeten. b. het net wordt verankerd aan de bodem, waarbij de bovenpees ten hoogste 65 centimeter boven de bodem aan de verankering wordt bevestigd; c. het net wordt geplaatst tussen de hoog- en de laagwaterlijn; d. het vistuig ten minste eenmaal per etmaal wordt geïnspecteerd en degene die vist bij de gemeente waar de visserij plaatsvindt in voorkomend geval opgave doet van de aantallen gevangen bruinvis en de plaats waar deze zijn gevangen. 2 artikel 52a, onderdelen c en d Op de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, zijn de voorwaarden bedoeld in, van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 52a, vierde en vijfde lid , zijn van overeenkomstige toepassing. 2012 13781 06-07-2012 27-06-2012 268070 2012 13781 06-07-2012 27-06-2012 268070 07-07-2012
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 artikel 2, eerste lid artikel 5, eerste lid, van het Reglement voor de Binnenvisserij 1985 Van het bepaalde inenwordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het vissen met de oesterkor in het Grevelingenmeer. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Van het bepaalde inwordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het vissen met de hengel, geaasd met enig kunstaas, in het Oostvoornsemeer. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 7a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing op de visrechthebbende en de houder van een schriftelijk toestemming, die: a. beschikt over minimaal 250 hectare viswater en daarmee inkomsten uit de visserij genereert van minimaal € 8.500,– bruto per jaar; b. zich daartoe heeft gemeld bij de Minister; c. de melding, bedoeld in onderdeel b, vergezeld heeft doen gaan van een assurance-rapport van een register-accountant of een accountant-administratieconsulent waaruit blijkt dat in het kalenderjaar voorafgaande aan de melding is voldaan aan het criterium, bedoeld in onderdeel a, en d. voorts telkens éénmaal in de vier jaar, te rekenen vanaf de melding, bedoeld in onderdeel b, de Minister een rapport heeft doen toekomen als bedoeld in onderdeel c, waaruit blijkt dat in het kalenderjaar voorafgaande aan de toezending van het assurance-rapport nog steeds is voldaan aan het criterium, bedoeld in onderdeel a. 2 artikel 7a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing op het vissen in een binnen een afgesloten erf gelegen viswater, dat geen voor het doorlaten van vis geschikte verbinding met andere wateren bezit, alsmede op het vissen in een viskwekerij. 3 artikelen 12 36 Bij de bepaling van het areaal, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt mede begrepen het oppervlak aan viswater waarvoor vergunning is verleend ingevolge deen, met uitzondering van het viswater waarvoor vergunning is verleend voor recreatief vissen voor uitsluitend eigen gebruik met maximaal twee fuiken of met beperkte lengte hoekwant tot maximaal 200 meter, of met beperkte lengte staand want tot maximaal 150 meter. 4 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, kan een rapport als bedoeld in die onderdelen gezamenlijk voor ten minste tien verschillende meldingen worden ingediend, indien uit dat rapport blijkt dat ten aanzien van ten minste 25% van degenen waarop de aanvraag ziet door de accountant bij wijze van steekproef is vastgesteld dat aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is voldaan. 5 Het aantal personen waarvan op grond van het vierde lid bij wijze van steekproef de gegevens wordt gecontroleerd, wordt, in voorkomend geval, afgerond op het naaste hele getal. 2015 18860 03-07-2015 30-06-2015 WJZ/14156864 2015 18860 03-07-2015 30-06-2015 WJZ/14156864 04-07-2015
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 7a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing op de visrechthebbende en de houder van een schriftelijk toestemming, die: a. beschikt over minimaal 250 hectare viswater; b. zich daartoe heeft gemeld bij de Minister; c. de melding, bedoeld in onderdeel b, vergezeld heeft doen gaan van: 1°. artikel 55, eerste lid, onderdeel a een bedrijfsplan, waaruit een perspectief kan worden afgeleid om binnen twee jaren na de melding te voldoen aan het inkomstencriterium, bedoeld in, en 2°. artikel 55, eerste lid, onderdeel c artikel 55, eerste lid, onderdeel a een assurance-rapport als bedoeld in, waaruit blijkt dat op het tijdstip van de melding is voldaan aan het areaalcriterium, bedoeld in, en d. gedurende een periode van twee jaren voorafgaande aan de melding, bedoeld in onderdeel b, niet heeft gevist op basis van de in het eerste lid bedoelde vrijstelling. 2 artikel 7a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling van het inbedoelde verbod, geldt gedurende een periode van twee jaren, te rekenen vanaf de melding, bedoeld in onderdeel b. 3 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, onder 2˚, kan een rapport als bedoeld in dat onderdeel gezamenlijk voor ten minste tien verschillende meldingen worden ingediend, indien uit dat rapport blijkt dat ten aanzien van ten minste 25% van degenen waarop de aanvraag ziet door de accountant bij wijze van steekproef is vastgesteld dat aan het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is voldaan. 4 Het aantal personen waarvan op grond van het vierde lid bij wijze van steekproef de gegevens wordt gecontroleerd, wordt, in voorkomend geval, afgerond op het naaste hele getal. 2015 18860 03-07-2015 30-06-2015 WJZ/14156864 2015 18860 03-07-2015 30-06-2015 WJZ/14156864 04-07-2015
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikel 7a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikelen 55, eerste lid 56, eerste lid Van het verbod, bedoeld in, is vrijgesteld degene die de visrechthebbende of de houder van de schriftelijke toestemming, bedoeld in de, en, behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend. 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 18-10-2012 01-10-2012
Artikel 57a — Artikel 57a#
Artikel 57a 1 Artikel 55, eerste lid artikel 56, eerste en tweede lid 57 , en de vrijstellingen, bedoeld in, en, gelden onder de voorwaarden dat: a. eidragende zeekreeften, pas verschaalde zeekreeften en zeekreeften die zijn gevangen tussen 15 juli en de laatste donderdag van maart, onmiddellijk na de vangst in het water worden teruggezet; b. artikelen 55, eerste lid 56, eerste lid door of vanwege de visrechthebbende of de houder van de schriftelijke toestemming, bedoeld in de, en, op de wateren waarvoor de vrijstelling geldt, het aantal natuurlijke personen dat daadwerkelijk of feitelijk vist, gemiddeld niet meer bedraagt dan één persoon per 83 hectare viswater, en c. hij aan de Minister opgave heeft gedaan van de namen van de personen, bedoeld in onderdeel b. 2 Opgave van personen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geldt per kwartaal en wordt gedaan uiterlijk op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober voor het daaropvolgende kwartaal. De opgave kan tussentijds niet worden gewijzigd. 3 In afwijking van het tweede lid, kan de Minister in bijzondere gevallen tussentijdse wijziging van de opgave toestaan, indien dat naar zijn oordeel aangewezen is om onevenredig nadeel te voorkomen. 2015 18860 03-07-2015 30-06-2015 WJZ/14156864 2015 18860 03-07-2015 30-06-2015 WJZ/14156864 01-01-2017
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 artikelen 55, eerste lid 56, eerste lid Werknemers die vissen in dienst van de visrechthebbende of de houder van een schriftelijke toestemming, bedoeld in de, en, hebben het bewijs van dit dienstverband bij de uitvoering van de visserij bij zich. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikelen 55, eerste lid, onderdeel b 56, eerste lid, onderdeel b artikel 55, eerste lid, onderdeel c De Minister bevestigt binnen drie weken de ontvangst van de melding, bedoeld in de, en, en de ontvangst van het assurance-rapport, bedoeld in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 55 , eerste lid, onderdeel b artikel 55, eerste lid, onderdeel a Indien degene die zich heeft gemeld op grond van, niet meer voldoet aan het criterium, bedoeld in, doet hij hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de Minister. 2 artikel 55, eerste lid Indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, kan de Minister besluiten dat de vrijstelling, bedoeld in, niet geldt gedurende een periode van maximaal 2 jaar, te rekenen vanaf de datum van dit besluit. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 60a — Artikel 60a#
Artikel 60a artikel 1 2 van het Reglement minimummaten en gesloten tijd 1985 artikel 7a van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikel 28b artikel 32a Vanen, van, en vanenis degene vrijgesteld die ten gevolge van plotselinge vissterfte, of van de dreiging daarvan, gebruik maakt van de vistuigen, bedoeld in artikel 7a van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, mits de vis, die met dat gebruik wordt verkregen, onverwijld wordt uitgezet in een nabij gelegen water waar een dergelijke dreiging zich niet voordoet. 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikel 2, aanhef en onderdeel a, van het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 Van het bepaalde inen van het bepaalde in, voor zover het betreft de vissoorten baars, snoek, en snoekbaars wordt jaarlijks vrijstelling verleend vanaf de laatste zaterdag in mei tot en met 31 mei. 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op het vissen in het IJsselmeer. 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 18-10-2012 01-10-2012
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 28, onderdeel d In afwijking van het verbod van, is het uitzetten van graskarpers toegestaan indien: a. de eigenaar van het water waarin de graskarper wordt uitgezet hiermee instemt, en b. het uitzetten van de graskarper plaatsvindt in een water dat: 1°. niet in enige open verbinding staat met andere wateren dan wel; 2°. van andere wateren is gescheiden door een hekwerk, bestaande uit een spijlenhek met een onderlinge afstand tussen de spijlen van ten hoogste 3 cm of een gaashek, gegalvaniseerd en gelast met vierkante mazen van ten hoogste 2,5 cm. 2 Het hekwerk, bedoeld in het eerste lid, moet: a. in bodem en talud zijn ingegraven; b. voorzien zijn van een springflap van circa 50 cm schuin omhoog geplaatst onder een hoek van circa 45 graden in de richting van het water waarin de graskarper wordt uitgezet; c. met inbegrip van de in onderdeel b, bedoelde springflap bij de hoogste waterstand ten minste 50 cm boven water uitsteken, en d. aanwezig blijven en in deugdelijke staat te worden gehouden zolang de graskarper in het water dat met het hekwerk wordt afgesloten, aanwezig is. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 2012 20987 17-10-2012 09-10-2012 12329894 18-10-2012 01-10-2012
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 4, derde lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikel 65 Van het bepaalde inwordt voor de spieringvisserij op het IJsselmeer een vrijstelling verleend voor de periode die door de Minister kan worden vastgesteld krachtens. 2 Vis van andere soorten dan spiering dient onmiddellijk nadat deze is opgehaald weer in hetzelfde water te worden teruggezet. 2017 24065 01-05-2017 25-04-2017 WJZ/17056962 2017 24065 01-05-2017 25-04-2017 WJZ/17056962 02-05-2017
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 artikel 29, eerste lid, onderdelen a en b In afwijking van het bepaalde in, is het toegestaan te vissen met de grote fuik en de schietfuik binnenvisserij ten behoeve van de vangst van spiering gedurende een periode die de Minister daartoe jaarlijks kan vaststellen, welke periode maximaal drie weken duurt en een aanvang neemt na 1 maart. 2017 24065 01-05-2017 25-04-2017 WJZ/17056962 2017 24065 01-05-2017 25-04-2017 WJZ/17056962 02-05-2017
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 artikel 30 artikel 65 Het verbod, bedoeld in, geldt niet gedurende de door de Minister krachtensvastgestelde periode. 2017 24065 01-05-2017 25-04-2017 WJZ/17056962 2017 24065 01-05-2017 25-04-2017 WJZ/17056962 02-05-2017
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 artikel 32 Van het verbod, bedoeld in, wordt vrijstelling verleend indien de Minister: a. een producentenorganisatie voor het IJsselmeer heeft erkend overeenkomstig artikel 14 van de verordening; b. heeft vastgesteld dat het aantal bij de producentenorganisatie aangesloten producenten tenminste 59% bedraagt van het totaal aantal vergunninghouders, en c. de statuten en het huishoudelijk reglement van een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer alsmede het door die organisatie opgestelde visplan voor het eerstvolgende visseizoen heeft goedgekeurd; d. en van oordeel is dat de naleving van deze regeling en van de afspraken die zijn gemaakt binnen een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer voldoende verzekerd is. 2 Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid: a. geldt slechts voor de bij de producentenorganisatie aangesloten producenten van wie de aansluiting dateert van vóór 1 januari van het jaar waarin de periode is gelegen waarop de vrijstelling betrekking heeft, en b. gaat in op het tijdstip dat door de Minister in de Staatscourant is bekend gemaakt. 3 De Minister kan de in het eerste lid bedoelde vrijstelling intrekken, indien naar zijn oordeel niet langer is voldaan aan één of meer van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde voorwaarden. 4 De Minister komt in ieder geval tot het oordeel dat niet langer aan het eerste lid, onderdeel d, is voldaan, indien het bestuur van een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer naar zijn oordeel onvoldoende zorgdraagt voor: a. de controle op de naleving van het goedgekeurde visplan; b. de controle op de naleving door de aangeslotenen van de statuten, het huishoudelijke reglement en andere binnen een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer gemaakte huishoudelijke afspraken; c. artikel 75, derde lid artikel 76, eerste lid het in voorkomende gevallen overeenkomstig deze regeling wijzigen van de vergunningen, bedoeld in, en; d. het voeren van een deugdelijke registratie en administratie van overdrachtstransacties van delen van vergunningen door aangeslotenen; e. het voeren van een deugdelijke administratie, waaruit te allen tijde blijkt: 1°. wie aangeslotene is en vanaf welk tijdstip; 2°. ten behoeve van wie een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer namens de Minister een vergunning heeft gewijzigd, alsmede de reikwijdte van die vergunningen; f. het terstond berichten aan de Minister welke aangeslotenen de erkende producentenorganisatie hebben verlaten; g. het onverwijld doorgeven aan de Minister van elke wijziging van de statuten en huishoudelijke reglementen; h. het aan de Minister te allen tijd inzage geven in de gegevens, bedoeld in de onderdelen d, e, en f, en i. het desgevraagd onverwijld verstrekken aan de Minister van een afschrift van de in de onderdelen d, e en f bedoelde gegevens. 2015 12733 04-05-2015 30-04-2015 WJZ/15032842 2015 12733 04-05-2015 30-04-2015 WJZ/15032842 01-06-2015
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 67, eerste lid, onderdeel c Goedkeuring door de Minister van een visplan als bedoeld in, kan slechts plaatsvinden indien: a. het plan vóór 1 januari van het desbetreffende jaar ter goedkeuring aan de Minister is voorgelegd; b. artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 het plan aangeeft welke maatregelen genomen worden om de ten tijde van de inwerkingtreding van deze regeling op basis vantoegestane visserij-inspanning van de aangeslotenen te reduceren, waarbij de reductie met ingang van het jaar 2007 is vastgesteld op 32%, en c. het plan aangeeft welke maatregelen genomen worden om een duurzame wijze van vissen te waarborgen. 2 In afwijking van het eerste lid kan ten genoegen van de Minister een andere datum dan 1 januari worden aangehouden mits deze zich naar het oordeel van de Minister verdraagt met het doel en de effectiviteit van het visplan. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 artikel 67, eerste lid Aan de aangeslotenen bij de Coöperatieve Producentenorganisatie Nederlandse Vissersbond-IJsselmeer U.A. wordt vrijstelling verleend als bedoeld in. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 36 Een vergunning als bedoeld in, bestemd voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen in de visserijzone, het zeegebied of de kustwateren, bevat met ingang van 1 januari 2002 de volgende gegevens: a. de naam van de vergunninghouder, en b. de lettertekens, het nummer, het motorvermogen en de tonnage van het visservaartuig ten behoeve waarvan de vergunning is verleend. 2 artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht Indien de Minister niet binnen de ingestelde termijn op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid heeft beslist en de aanvraag is in overeenstemming met het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid, is de vergunning van rechtswege verleend overeenkomstig de aanvraag. 3 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van een vissersvaartuig slechts verleend indien: a. het vissersvaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan een vergunning als bedoeld in het eerste lid is verleend en de vergunninghouder afstand heeft gedaan van zijn gehele vergunning ten gunste van de aanvrager van de vergunning en het totaal verleende aantal vergunningen als bedoeld in het eerste lid niet toeneemt; b. het motorvermogen van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen; c. artikel 87a van de Uitvoeringsregeling zeevisserij de aanvrager een meetrapport van een onderneming die is erkend op grond van, overlegt dat niet ouder is dan twee maanden en waaruit het motorvermogen blijkt van het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de vergunning is aangevraagd. 4 In afwijking van het derde lid, onderdelen a en b, kan de Minister op hun verzoek aan twee houders van vergunningen als bedoeld in het eerste lid, nieuwe vergunningen verlenen ten aanzien van hun vissersvaartuigen, onder de voorwaarde dat de som van het motorvermogen van die vaartuigen niet toeneemt. 5 De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt ingetrokken indien: a. de vergunninghouder afstand van de vergunning heeft gedaan als bedoeld in het derde lid, onderdeel a; of b. de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig ten behoeve waarvan de vergunning is verleend definitief worden stopgezet en ten aanzien van de stopzetting door de minister of door de Europese Commissie subsidie is verleend. 6 artikel 22 artikel 50 De Minister kan de vergunning, bedoeld in het eerste lid voor een periode van twee weken schorsen, indien naar het oordeel van de Minister met het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de vergunning is toegekend is gehandeld in strijd met, of met. 7 artikel 22 artikel 50 Indien binnen een jaar na afloop van de schorsing, als bedoeld in het vorige lid, naar het oordeel van de Minister nogmaals met het vaartuig in strijd met, of met, wordt gehandeld, kan de Minister de vergunning voor een periode van vier weken schorsen. 2025 22112 04-07-2025 02-07-2025 WJZ/45614553 2025 22112 04-07-2025 02-07-2025 WJZ/45614553 05-07-2025
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 2016 3773 27-01-2016 25-01-2016 WJZ/15167154 01-04-2016
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Een vergunning, als bedoeld in, wordt slechts verleend, voor zover: a. de bij de desbetreffende vergunning behorende merkjes op of aan het betrokken vistuig of de betrokken vistuigen zijn bevestigd; b. niet wordt gevist met meer of andere vistuigen dan het aantal onderscheidenlijk de soort of soorten vistuigen waarmee de betrokken ondernemer op grond van de hem verleende vergunning gerechtigd is te vissen, en c. niet wordt gevist in strijd met de nadere voorschriften zoals deze in de desbetreffende vergunning zijn opgenomen. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikel 4 van het Besluit registratie visservaartuigen 1998 Een vergunning als bedoeld in, wordt slechts verleend aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig, dat in het visserijregister, bedoeld in, staat geregistreerd. 2 artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Reglement voor de binnenvisserij 1985 De Minister verleent aan de ondernemer die op 31 mei 1996 om 24.00 uur op grond vangerechtigd was te vissen in het IJsselmeer, voor het desbetreffende vissersvaartuig een vergunning als bedoeld in van het. 3 artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 De reikwijdte van de vergunning, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld met inachtneming van de historische rechten waarover de desbetreffende ondernemer in de periode van 1 juni 1995 tot en met 31 mei 1996 op basis vankon beschikken, met een minimum van 30 merkjes. 4 Voor zover de vergunning, bedoeld in het tweede lid, betrekking heeft op het gebruik van het staand net, wordt die slechts verleend onder de beperking dat het aantal staand netten dat in een jaar mag worden ingezet ten behoeve van de schubvisvisserij ten hoogste het aantal is dat op basis van een dergelijke vergunning in de onmiddellijk aan dat jaar voorafgaande periode van zeven jaar ten hoogste als zodanig mocht worden ingezet. 5 artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht Indien de Minister niet binnen de ingestelde termijn op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid heeft beslist en de aanvraag is in overeenstemming met het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vierde lid, is de vergunning van rechtswege verleend overeenkomstig de aanvraag. 2022 17878 11-07-2022 29-06-2022 WJZ/22254038 2022 17878 11-07-2022 29-06-2022 WJZ/22254038 01-10-2022
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 Overdracht van een gehele vergunning als bedoeld in, is slechts mogelijk in het geval dat : a. ten behoeve van de ondernemer een pandrecht op een vergunning is verleend, indien een verklaring van de pandhouder is overgelegd waaruit blijkt dat deze met de overdracht instemt, en b. in het geval dat een aangeslotene is betrokken, indien een schriftelijke verklaring van een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer is overgelegd waaruit blijkt dat deze organisatie een afschrift van de desbetreffende overdrachtstransactie heeft ontvangen. 2 De instemming van de pandhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is slechts vereist indien de pandhouder de Minister door middel van een afschrift van de akte van verpanding in kennis heeft gesteld van het gevestigde pandrecht. 3 Reglement voor de binnenvisserij 1985 De overdracht vindt plaats door een gelijktijdige kennisgeving door de Minister aan de aanvrager en aan de ondernemer aan wie de vergunning van het, wordt overgedragen, dat laatstgenoemde deze vergunning is verleend. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 artikel 67, eerste lid, onderdeel c Overdracht van een deel van de vergunning, als bedoeld in, is slechts mogelijk voor zover daarin is voorzien door het goedgekeurde visplan, bedoeld in, en kan tijdelijk zijn of voor onbepaalde tijd. Een tijdelijke overdracht kan slechts betrekking hebben op een aaneengesloten periode van ten hoogste 12 maanden, gerekend vanaf 1 juli. 2 Een overdracht als bedoeld in het eerste lid, ongeacht of deze tijdelijk dan wel voor onbepaalde tijd is, is slechts mogelijk indien: a. artikel 67, eerste lid De vrijstelling, bedoeld in, van kracht is, en b. zowel degene die overdraagt als degene aan wie wordt overgedragen, aangeslotene zijn. 3 In geval van een overdracht als bedoeld in het eerste lid, wijzigt een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer namens de Minister de desbetreffende vergunningen dienovereenkomstig, op verzoek van de betrokken aangeslotenen, mits is voldaan aan het tweede lid. 4 artikel 67, eerste lid In afwijking van het eerste en het tweede lid is een overdracht van een deel van een vergunning mogelijk, indien niet is voorzien in een goedgekeurd visplan en indien de vrijstelling, bedoeld in, niet van kracht is, voor zover die overdracht ziet op het gebruik van het aalkistje, de schietfuik, de grote fuik en het staand net. 5 Een overdracht als bedoeld in het vierde lid dat op het gebruik ziet van het staand net, is slechts mogelijk, voor zover het aantal verhuurde staand netten in de periode van 1 juli tot en met 31 mei niet het aantal staand netten overschrijdt dat de verhuurder maximaal mag inzetten in deze vergunningsperiode. 6 artikel 67, eerste lid artikel 29, vierde lid In afwijking van het eerste en tweede lid, is een overdracht van een deel van een vergunning mogelijk, indien niet is voorzien in een goedgekeurd visplan en indien de vrijstelling, bedoeld in, niet van kracht is, voor zover deze overdracht ziet op het gebruik van de zegen en voor onbepaalde tijd wordt aangevraagd. Een overdracht krachtens dit lid betekent tevens een overdracht van de dagen, bedoeld in. 7 Een overdracht als bedoeld in het eerste, vierde en zesde lid, ongeacht of deze tijdelijk dan wel voor onbepaalde tijd is, is slechts mogelijk, indien daarvan uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de eerstvolgende vergunningsperiode waarvoor de overdracht geldt, een aanvraag is ingediend bij de Minister. 2016 29973 06-06-2016 02-06-2016 WJZ/16069148 2016 29973 06-06-2016 02-06-2016 WJZ/16069148 07-06-2016
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a 1 artikel 29, vierde lid Een overdracht van het aantal dagen, bedoeld in, is slechts mogelijk, voor zover het totale aantal dagen wordt overgedragen en het een tijdelijke overdracht betreft voor een aaneengesloten periode van ten hoogste 12 maanden, gerekend vanaf 1 juli. 2 Een overdracht als bedoeld in het eerste lid is slechts mogelijk, indien daarvan uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de eerstvolgende vergunningsperiode waarvoor de overdracht geldt, een aanvraag is ingediend bij de Minister. 2016 29973 06-06-2016 02-06-2016 WJZ/16069148 2016 29973 06-06-2016 02-06-2016 WJZ/16069148 07-06-2016
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 67, eerste lid, onderdeel c Een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer wijzigt namens de Minister jaarlijks, voor zover nodig, de vergunningen van de aangeslotenen, om de reductie te bereiken van de visserij-inspanning, zoals vastgesteld in het goedgekeurde visplan, bedoeld in. 2 bijlage 12 Indien met het oog op de te bereiken reductie, bedoeld in het eerste lid, een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer merkjes van aangeslotenen inneemt en op hun naam reserveert, vindt de berekening ten behoeve van de wijziging van de vergunningen, bedoeld in het eerste lid, plaats aan de hand van de omrekentabel, opgenomen inbij deze regeling. 3 artikel 67, eerste lid Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing indien de vrijstelling in, van kracht is. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2017 24065 01-05-2017 25-04-2017 WJZ/17056962 2017 24065 01-05-2017 25-04-2017 WJZ/17056962 02-05-2017
Artikel 77a — Artikel 77a#
Artikel 77a artikel 36 Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt op aanvraag door de Minister verleend aan rechthebbenden op een vergunning als bedoeld inom met een vissersvaartuig op mosselen te vissen in de Waddenzee. 2009 15245 09-10-2009 07-10-2009 61126 2009 15245 09-10-2009 07-10-2009 61126 10-10-2009
Artikel 77b — Artikel 77b#
Artikel 77b artikel 17 Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie kan op aanvraag door de Minister worden verleend aan personen die in de jaren 2003 en 2004 als pionier met een mosselzaadinvanginstallatie hebben geëxperimenteerd in de kustwateren dan wel hun rechtsopvolger en waarvoor door de Minister een ontheffing van het verbod, bedoeld in, is verleend. 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 2021 16221 30-03-2021 24-03-2021 WJZ/20288186 31-03-2021
Artikel 77c — Artikel 77c#
Artikel 77c Vervallen 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 01-04-2016
Artikel 77d — Artikel 77d#
Artikel 77d De locaties in de gebieden, waarvoor een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie kan worden verleend, worden voor een door de Minister te bepalen periode aangewezen. 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 01-04-2016
Artikel 77e — Artikel 77e#
Artikel 77e 1 artikel 77d artikel 77a De verlening van een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie op een locatie in de gebieden, bedoeld in, aan een aanvrager als bedoeld in, geschiedt op basis van een door de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur opgesteld visplan. 2 artikel 77d Het visplan, bedoeld in het eerste lid, vermeldt de afmetingen en coördinaten van elke locatie in de gebieden, bedoeld in. 3 artikel 77a Indien er voor 31 december van het kalenderjaar waarin de termijn van de vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie afloopt, geen visplan voor de aanvrager, bedoeld in, is vastgesteld, geschiedt de verlening van de vergunning door middel van loting. 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 01-04-2016
Artikel 77f — Artikel 77f#
Artikel 77f Vervallen 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 01-04-2016
Artikel 77g — Artikel 77g#
Artikel 77g Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt verleend voor een door de Minister te bepalen termijn. De vergunning kan worden verlengd met een door de Minister te bepalen termijn. 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 2016 4274 29-01-2016 27-01-2016 WJZ/15155776 01-04-2016
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 De volgende regelingen worden ingetrokken: a. Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren de(Stcrt 1977, 255); b. Regeling aanwijzing vissen, schaal- en schelpdieren de(Stcrt. 1982, 253); c. Regeling aassoorten spieringtuig de(Stcrt. 1985, 85); d. Aanwijzing verboden middelen tot bedwelming de(Stcrt. 1985, 85); e. Regeling aanwijzing wateren gesloten tijd de(Stcrt. 1985, 103); f. Regeling aanwijzing wateren verbod nachtvisserij de(Stcrt. 1985, 103); g. Uitzondering Grevelingenmeer van bepaling huur- en verhuur visrecht de(Stcrt. 1987, 80); h. Uitzet van graskarpers de(Stcrt. 1990, 104); i. Regeling IJsselmeervisserij 1993 de(Stcrt. 1993, 40); j. Regeling vervroegde opening visseizoen de(Stcrt. 1994, 71); k. Regeling visserij-inspanning IJsselmeer de(Stcrt. 1996, 101); l. Regeling maat middellijn ringetjes en gaatjes in zijwanden aalkistjes de(Stcrt. 1997, 220); m Regeling eisen aan administratie inzake zoetwatervis de(Stcrt. 2003, 4); n. Vrijstellingsregeling visserij de(Stcrt. 2006, 247). 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009. 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling visserij. 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 2008 187 26-09-2008 19-09-2008 TRCJZ/2007/3190 01-01-2009
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 24#
artikel 24
Artikel 11#
artikelen 11
Artikel 18#
18, tweede lid
Artikel 34#
34
Artikel 35#
35, eerste lid, onderdeel a en b
Artikel 13#
artikelen 13, onder b
Artikel 35#
35, eerste lid, onderdelen b en c
Artikel 11a#
artikel 11a
Artikel 11a#
artikel 11a
Artikel 17#
artikel 17, sub a
Artikel 13#
artikelen 13
Artikel 18#
18, derde lid
Artikel 35#
35, eerste lid, onderdeel b
Artikel 48#
48
Artikel 35#
artikel 35, tweede lid
Artikel 20#
artikelen 20
Artikel 35#
35, onderdeel c
Artikel 20a#
artikel 20a
Artikel 25#
artikel 25
Artikel 30#
artikel 30
Artikel 31#
artikel 31
Artikel 38#
artikel 38, vijfde lid
Artikel 76#
artikel 76, tweede lid
Artikel 77d#
artikel 77d, eerste lid
Artikel 77d#
artikel 77d, tweede lid
Artikel 77d#
artikel 77d, derde lid
Artikel 23b#
artikel 23b
Artikel 28b#
artikel 28b
Artikel 52a#
artikel 52a, tweede lid
Artikel 52a#
artikel 52a, derde lid, onderdeel a
Artikel 52b#
artikel 52b, eerste lid
Artikel 52b#
artikel 52b, eerste lid