Besluit van de Minister van Justitie d.d. 3 december 2009, nr. 5629537/Justis/09, strekkende tot aanwijzing van de medewerkers verkeershandhaving van de regionale politiekorpsen tot buitengewoon opsporingsambtenaar
- BWB-id
- BWBR0026822
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2010-05-26 t/m 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026822
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh/2010-05-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026822&g=2010-05-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026822&z=2026-06-06&g=2010-05-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026822/2010-05-26
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: De personen werkzaam als medewerker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionaal politiekorps. 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1 bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld. 2010 7808 25-05-2010 18-05-2010 5653130/Justis/10 2010 7808 25-05-2010 18-05-2010 5653130/Justis/10 26-05-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Per regionaal politiekorps kunnen maximaal 30 personen worden beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar. 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De persoon werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent, die op grond van dit besluit is beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar, is tevens bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in. 2 De persoon werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent, die op grond van dit besluit is beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar, kan gedurende de uitoefening van zijn dienst gebruik maken van handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en mij goedgekeurd merk en type. Hij wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien. 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen. 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De teamleider Verkeer van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie brengt jaarlijks, doch uiterlijk op 1 april, over het voorafgaande jaar verslag uit aan mij en vermeldt hierin in ieder geval: a. de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten; c. artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 het aantal gevallen waarin gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in; d. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat daadwerkelijk is uitgerust met handboeien en het aantal gevallen waarin daarvan gebruik is gemaakt; e. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door mij goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd. 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 3 december 2009, nr. 5629537/Justis/09, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit. 2010 7808 25-05-2010 18-05-2010 5653130/Justis/10 2010 7808 25-05-2010 18-05-2010 5653130/Justis/10 26-05-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 en vervalt met ingang van 1 januari 2011. 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 01-01-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2009. 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 2009 19142 15-12-2009 03-12-2009 5629537/Justis/09 01-01-2010