Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Defensie van 3 september 2010, nr. 3095255, tot gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht
- BWB-id
- BWBR0028229
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028229
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-gebruik-van-het-regeringsvliegtuig-en-luchtvaartuige
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-gebruik-van-het-regeringsvliegtuig-en-luchtvaartuige/2019-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028229&g=2019-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028229&z=2026-06-06&g=2019-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028229/2019-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-gebruik-van-het-regeringsvliegtuig-en-luchtvaartuige
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: vluchtcoördinator: een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan te wijzen ambtenaar; regeringsvliegtuig: het vliegtuig met de registratie PH-GOV; aanvrager: artikel 6, derde of vierde lid de indiener van de aanvraag bedoeld in. 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 01-05-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het gebruik van het regeringsvliegtuig is beperkt tot vluchten ten behoeve van: a. de Koning en echtgenoot of echtgenote; b. prinses Beatrix, waar doelmatigheid, veiligheid of privacy dit met zich brengen; c. andere leden van het koninklijk huis indien zij de Koning vertegenwoordigen; d. de Minister-President, ministers en staatssecretarissen ter uitoefening van hun functie; e. door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat te bepalen doeleinden. 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 01-05-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Voor vluchten ten behoeve van de inbedoelde personen en doeleinden kan de Minister van Defensie toestemming verlenen tot het beschikbaar stellen van luchtvaartuigen van de krijgsmacht, indien: a. de aard, de bestemming of doelmatigheid van de vlucht, het gebruik van andere luchtvaartuigen dan het regeringsvliegtuig noodzakelijk of gewenst maakt; en b. hieraan geen redenen van operationele of technische aard in de weg staan. 2010 14126 13-09-2010 03-09-2010 3095255 2010 14126 13-09-2010 03-09-2010 3095255 14-09-2010 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 2 3 Indien de in deenbedoelde luchtvaartuigen niet beschikbaar of geschikt zijn gebleken, kan de vluchtcoördinator in overleg met de aanvrager een luchtvaartuig huren op commerciële basis. 2 Aan de luchtvaartmaatschappij waarvan een dergelijk luchtvaartuig wordt betrokken kunnen kwaliteitseisen worden gesteld. 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 07-01-2014 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De prioriteitstelling bij een samenloop van aanvragen voor vluchten met het regeringsvliegtuig geschiedt met inachtneming van deze volgorde: a. de Koning en echtgenoot of echtgenote; b. de Minister-President, ministers en staatssecretarissen wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient; c. prinses Beatrix, waar doelmatigheid, veiligheid of privacy dit met zich brengen; d. andere leden van het koninklijk huis indien zij de Koning vertegenwoordigen; e. de vermoedelijke opvolger van de Koning wanneer de vlucht onderdeel is van een reis uit oriënterend oogpunt in het licht van zijn toekomstige functie; f. leden van het koninklijk huis, behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote, wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient; g. overige vluchten. 2 Dit artikel is, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel g, van overeenkomstige toepassing op het gebruik van luchtvaartuigen van de krijgsmacht in het kader van dit besluit. 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 07-01-2014 01-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een aanvraag voor een vlucht wordt schriftelijk bij de vluchtcoördinator ingediend. 2 Indien de aanvraag voor een vlucht in spoedeisende gevallen telefonisch is ingediend, dient deze schriftelijk te worden bevestigd. 3 artikel 5, eerste lid, onder a, c, d en e De aanvraag voor een vlucht als bedoeld in, wordt ingediend door de Dienst Koninklijk Huis, met uitzondering van vluchten ten behoeve van staatsbezoeken waarvoor de aanvraag wordt ingediend door de Minister van Buitenlandse Zaken. 4 artikel 5, eerste lid, onder b en f De aanvraag voor een vlucht als bedoeld in, wordt ingediend door de minister die het, gezien het door de reis gediende belang, als eerst verantwoordelijke aangaat. 5 artikel 5, eerste lid, onder b en f Indien een aanvraag wordt ingediend voor een vlucht als bedoeld in, wordt op het aanvraagformulier door of vanwege de aanvrager tenminste vermeld welk belang met de reis wordt gediend. 6 artikel 3 Indien sprake is van een situatie als bedoeld in, zendt de vluchtcoördinator na overleg met betrokkenen de aanvraag door aan de Minister van Defensie. De vluchtcoördinator verstrekt daarbij aan de Minister van Defensie de door deze verlangde gegevens. 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 07-01-2014 01-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De aanvrager van de vlucht vermeldt op het aanvraagformulier wie als passagier met de desbetreffende vlucht mee kan reizen. 2 Op grond van redenen van operationele of technische aard kan de Minister van Defensie bepalen dat voor vluchten met luchtvaartuigen van de krijgsmacht geen gebruik kan worden gemaakt van de in het eerste lid bedoelde beslissingsbevoegdheid van de aanvrager. 3 Aan personen die meereizen kunnen security-eisen worden gesteld. 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 07-01-2014 01-01-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 2 3 4 Onverminderd het bepaalde in de,enkunnen de Koning en echtgenoot of echtgenote onbeperkt gebruik maken van de in de genoemde artikelen bedoelde luchtvaartuigen. 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 2014 188 06-01-2014 20-12-2013 IENM/BSK-2013/304193 07-01-2014 01-01-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 artikel 5, eerste lid, onder c, d en e De kosten behorende bij de inbedoelde vluchten ten behoeve van de Koning en echtgenoot of echtgenote, alsmede de inbedoelde vluchten ten behoeve van prinses Beatrix, andere leden van het koninklijk huis indien zij de Koning vertegenwoordigen en ten behoeve van de vermoedelijke opvolger van de Koning, komen ten laste van de begroting De Koning, met uitzondering van vluchten ten behoeve van staatsbezoeken, waarvan de kosten ten laste komen van de begroting van de Minister van Buitenlandse Zaken. 2 artikel 5, eerste lid, onder f artikel 6, vierde lid De kosten van de inbedoelde vluchten ten behoeve van leden van het koninklijk huis, behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote, waarvan het doel een openbaar belang dient, alsmede de in artikel 5, eerste lid, onder b bedoelde vluchten ten behoeve van de minister-president, ministers en staatssecretarissen wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient, komen indien een luchtvaartuig wordt ingehuurd op commerciële basis of gebruik wordt gemaakt van een luchtvaartuig van de krijgsmacht ten laste van de begroting van de minister die ingevolge, de aanvraag voor een vlucht heeft ingediend. In gevallen waarin het regeringsvliegtuig wordt ingezet, komen de kosten daarvan ten laste van de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, met uitzondering van die vluchten waarvoor de aanvraag door het ministerie van Defensie is ingediend. 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 01-05-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 In bijzondere omstandigheden kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, dan wel de Minister van Defensie indien het luchtvaartuigen van de krijgsmacht betreft, na overleg met de Minister-President, een van dit besluit afwijkend besluit nemen. 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 01-05-2019
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 01-05-2019
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 01-05-2019
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 2019 22214 30-04-2019 26-04-2019 IENW/BSK-2019/87092 01-05-2019
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht. 2010 14126 13-09-2010 03-09-2010 3095255 2010 14126 13-09-2010 03-09-2010 3095255 14-09-2010 01-01-2010