Besluit van de Minister van Economische Zaken van 8 december 2009, nr. WJZ 9181658, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Economische Zaken 2010 (Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2010)
- BWB-id
- BWBR0026856
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2010-09-01 t/m 2011-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026856
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez-2010
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez-2010/2010-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026856&g=2010-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026856&z=2026-06-06&g=2010-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026856/2010-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez-2010
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Economische Zaken; b. de hoofden van dienst: 1°. de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen; 2°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Markten; 3°. de directeur-generaal van Ondernemen en Innovatie; 4°. de directeur van de Auditdienst; 5°. de directeur Bedrijfsvoering; 6°. de directeur Communicatie; 7°. de directeur Financieel-Economische Zaken; 8°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken; 9°. de Consumentenautoriteit; 10°. de directeur van PIANOo; 11°. de directeur van het Centraal Planbureau; 12°. de inspecteur-generaal der mijnen; 13°. de algemeen directeur Agentschap NL; 14°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom; c. P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget; d. BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 ; e. ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement . 2010 13084 24-08-2010 16-08-2010 WJZ/10118048 2010 13084 24-08-2010 16-08-2010 WJZ/10118048 01-09-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 bijlage De organisatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het in dit besluit ten aanzien van de minister bepaalde is van overeenkomstige toepassing voor de Staatssecretaris van Economische Zaken. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op: a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet; b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet. 2 Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval: a. beslissingen die belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kunnen hebben; b. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister; c. beslissingen waaruit belangrijke financiële consequenties voor het rijk voortvloeien, behoudens voor zover een beslissing een rechtstreeks gevolg is van de bestaande aard en omvang van de regeringsbemoeienis op economisch gebied; d. het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels; e. delegatie van bevoegdheden; f. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal is genomen; g. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal. 3 Voorts heeft mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor: a. de Koningin en het Kabinet der Koningin; b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges; c. een minister of een staatssecretaris; d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft door het Bureau Economische Zaken gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges, met uitzondering van het Adviescollege toetsing administratieve lasten; h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij of krachtens dit besluit verleend mandaat, volmacht en machtiging heeft geen betrekking op: a. het beslissen op een bezwaarschrift door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen en b. aangelegenheden waarbij de gemandateerde belanghebbende is. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor: a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499); b. het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de secretaris-generaal door de minister of een hoofd van dienst moeten worden vastgesteld; c. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst; d. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst: 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld; e. Wet openbaarheid van bestuur artikel 4, tweede lid, onderdeel a aangelegenheden op het gebied van de, voor zover niet vallend onder, of behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; f. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst; g. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst. 2 Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, behoren in ieder geval: a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten, voorzover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst; b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten; c. het vaststellen van interne circulaires; d. de P&O-aangelegenheden van het Bureau Bestuursraad, de directie Algemene Economische Politiek en het Bureau Europa; e. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden; f. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst; g. bijlage B van het BBRA besluiten ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger vangeldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende: 1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen; 2°. het benoemen in en ontslaan uit kwetsbare functies; 3°. artikel 34 van het ARAR het verlenen van buitengewoon verlof op basis van; 4°. artikel 57 van het ARAR het opdragen van een andere functie op basis van; 5°. artikel 58 van het ARAR het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van; 6°. artikel 81 van het ARAR het opleggen van disciplinaire straffen op grond van;. 7°. artikel 91 van het ARAR het schorsen van een ambtenaar op basis van; 8°. artikel 92 van het ARAR het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van. 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 01-03-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst. 2 Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming en het ontslag van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Aan de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming en het ontslag van leden van het Nationaal Contact Punt (NCP) voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Aan de directeur-generaal van Energie, Telecom en Markten wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. Mijnbouwwet Mijnbouwbesluit Mijnbouwregeling artikel 14, onderdelen a tot en met c de, heten de, met uitzondering van het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen waarvoor in, mandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de inspecteur-generaal der mijnen; b. benoeming, schorsing en ontslag van de leden van de Mijnraad; c. benoeming, schorsing en ontslag van de Technische commissie bodembeweging; d. benoeming en ontslag van de leden van de Raad van Toezicht van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland; e. benoeming en ontslag van de bestuursleden van de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieprodukten; f. benoeming en ontslag van de leden van de Beoordelingscommissie Small Business Innovation Research programma, voor zover het een oproep betreft op zijn werkterrein. 2010 13084 24-08-2010 16-08-2010 WJZ/10118048 2010 13084 24-08-2010 16-08-2010 WJZ/10118048 01-09-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Aan de directeur-generaal van Ondernemen en Innovatie wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming en het ontslag van de leden van de Gemeenschappelijke Raadgevende Commissie en van de leden van de Beoordelingscommissie Small Business Innovation Research programma, voor zover het een oproep betreft op zijn werkterrein. 2010 13084 24-08-2010 16-08-2010 WJZ/10118048 2010 13084 24-08-2010 16-08-2010 WJZ/10118048 01-09-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman en bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, met uitzondering van: a. bezwaar- en beroepschriften inzake personeelsaangelegenheden; b. bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door een functionaris of door die functionaris aangewezen ambtenaren die mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen die besluiten. 2 artikel 1, onderdeel b, onder 9°, 13°, en 14° Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen die het werkterrein van de hoofden van dienst, genoemd in, betreffen. 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 01-03-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 hoofdstuk IV van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 artikel 1, onderdeel b, onder 9° tot en met 14° Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met, met uitzondering van besluiten die betrekking hebben op de medewerkers die vallen onder de hoofden van dienst, genoemd in. 2 artikel 12a van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 Het in het eerste lid genoemde mandaat heeft geen betrekking op het nemen van besluiten inzake verzoeken op grond van. 3 artikel 18, vierde lid Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt volmacht en machtiging verleend voor de in, genoemde aangelegenheden voor zover hij daartoe opdracht heeft gekregen van een hoofd van dienst. 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 01-03-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Aan de algemeen directeur Agentschap NL en aan de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of door hem aangewezen ambtenaren. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. artikelen 50 51, derde lid 52, derde lid 132 van de Mijnbouwwet de,, en, en; b. artikelen 22 30 35, tweede lid 51, vijfde lid 85 88, tweede lid 90 91 97 99, derde en vierde lid 101 111 112 113 van het Mijnbouwbesluit de,,,,,,,,,,,,en; c. Mijnbouwregeling artikel 1.2.1 paragraaf 1.4 artikel 12.1, tweede lid de, met uitzondering vanenen; d. artikel 18.2 van de Wet Milieubeheer ; e. artikel 119 van het Besluit Stralingsbescherming . 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 01-03-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van: a. Aanwijzingen voor de rijksdienst ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur,en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie; c. artikel 2, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ . 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Het krachtens mandaat of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken, namens deze: handtekening () naam functionaris () functie () 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De secretaris-generaal kan voor de aangelegenheden betreffende het Bureau Bestuursraad, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan het hoofd en plaatsvervangend hoofd van het Bureau Bestuursraad. 2 De secretaris-generaal kan voor de aangelegenheden betreffende de directie Algemene Economische Politiek en het Bureau Europa ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de plaatsvervangend secretaris-generaal. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan voor die aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende medewerkers. 3 De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges. 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 2010 2999 26-02-2010 17-02-2010 WJZ/10022554 01-03-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 7, eerste lid artikelen 8 tot en met 14 De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in, en voor zover van toepassing voor aangelegenheden als bedoeld in de, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatie-onderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers. 2 Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat: a. slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend aan de plaatsvervanger van het hoofd van dienst; b. aan hoofden van ondergeschikte organisatie-onderdelen en andere functionarissen slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend voor zover het betreft: 1°. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig de door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde opleidingsplannen; 2°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel; binnen het door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde jaarbudget; 3°. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel binnen het door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde jaarbudget; 4°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel; 5°. het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof; 6°. het accorderen van reisdeclaraties. 3 De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging die afwijkt van het tweede lid. 4 Een hoofd van dienst kan aan de directeur Bedrijfsvoering opdracht verlenen voor de uitvoering van zijn beslissingen ten aanzien van de volgende aangelegenheden: a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel en het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van het personeel; b. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel en het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel; c. het aangaan van overige verplichtingen op het gebied van personeel en het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het verlenen van ondermandaat en volmacht alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. 2 artikelen 17 18 Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in deenwordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Bedrijfsvoering, de directeur van de Auditdienst en de Algemene Rekenkamer. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een door de secretaris-generaal aangewezen hoofd van dienst. 2 De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal. 2 In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt: De Minister van Economische Zaken, namens deze, overeenkomstig het door de minister genomen besluit: handtekening () naam () secretaris-generaal 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2004 Hetwordt ingetrokken. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 19 artikel 20 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2004 artikel 17 artikel 18 van dit besluit Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de besluiten genomen op grond van, respectievelijkop, respectievelijk. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, het hoofd van het Bureau Bestuursraad, de hoofden van dienst en de Algemene Rekenkamer. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2010. 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 2009 19428 17-12-2009 08-12-2009 WJZ9181658 01-01-2010
Artikel 6#
artikel 6