Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 1 april 2010, nr. PO/FenV/193500, houdende vaststelling van de bedragen lumpsumbekostiging primair onderwijs voor het schooljaar 2010–2011 en het vaststellen van het vermenigvuldigingsbedrag ten behoeve van het toekennen van de specifieke uitkering aan gemeenten bestemd voor het bestrijden van onderwijsachterstanden en het vaststellen van de bedragen leerlinggebonden budget in het voortgezet onderwijs schooljaar 2010–2011 (Regeling bekostiging personeel PO 2010–2011 en aanpassing bedragen leerlinggebonden budget VO 2010–2011)
- BWB-id
- BWBR0027500
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2010-12-10 t/m 2011-09-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027500
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-bekostiging-personeel-po-2010-2011-en-aanpassing-be
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-bekostiging-personeel-po-2010-2011-en-aanpassing-be/2010-12-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027500&g=2010-12-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027500&z=2026-06-06&g=2010-12-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027500/2010-12-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-bekostiging-personeel-po-2010-2011-en-aanpassing-be
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. WPO: Wet op het primair onderwijs ; b. WEC: Wet op de expertisecentra ; c. basisschool: artikel 1 van de WPO basisschool als bedoeld in; d. speciale school voor basisonderwijs: artikel 1 van de WPO speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in; e. school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: artikel 1 van de WEC school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld inniet zijnde een instelling; f. schoolgewicht: artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO het schoolgewicht, bedoeld in; g. cumi-leerling: artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld inen; h. instelling: artikel 8, eerste lid, tweede volzin, van de WEC instelling als bedoeld in; i. REC: artikel 28b van de WEC Regionaal expertisecentrum als bedoeld in; j. formatiebasisbedrag: artikel 22, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO artikel 31, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WEC het bedrag, bedoeld inen; k. formatieleeftijdsbedrag: artikel 22, onderdeel b, van het Besluit Bekostiging WPO artikel 31, onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC het bedrag, bedoeld inen; l. samenvoeging van scholen: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WEC per 1 augustus gerealiseerde samenvoeging van twee of meer gelijksoortige scholen als bedoeld inen; m. vestiging: artikel 1 van de WPO een hoofd- of nevenvestiging van een basisschool als bedoeld in. n. ambulante begeleide leerling: artikel 8a, derde lid, onder b, van de WEC artikel 70a van de WPO artikel 77a van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 7.2.2, eerste lid, a en b van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs artikel 28c van de WEC een leerling bedoeld indan wel een leerling als bedoeld indan wel een leerling als bedoeld indan wel een leerling,die een opleiding volgt als bedoeld inen voor wie op basis vaneen leerlinggebonden budget beschikbaar is. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 2 — Artikel 2 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen#
Artikel 2 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen 1 artikel 120, zesde lid, van de WPO De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2009 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,14 jaar b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 56.962,45 c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 71.375,59 2 artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, is voor basisscholen: a. formatiebasisbedrag: € 27.344,06 b. formatieleeftijdsbedrag: € 737,88 3 artikel 120, eerste lid, van de WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld inbedraagt voor: Bedrag per leerling Verhogingsbedrag a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar: € 1.626,97 € 43,90 en voor b. leerlingen vanaf 8 jaar: € 1.132,04 € 30,55 4 Ten opzichte van het schooljaar 2009–2010 bedraagt de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van basisscholen 1,381% en van de schoolleiding van basisscholen bedraagt deze ontwikkeling 2,640%. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 3 — Artikel 3 Vaststelling aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen en bestrijding onderwijsachterstanden#
Artikel 3 Vaststelling aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen en bestrijding onderwijsachterstanden Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel: Artikel Basisbedrag Leeftijdsbedrag 23, eerste lid (zeer kleine scholen) , € 91.352,49 € 1.986,89 24, tweede lid, onderdeel a (kleine scholen voet) , € 58.811,60 € 1.587,03 24, tweede lid, onderdeel b (kleine scholen verminderingsbedrag) , € 407,43 € 10,99 28, eerste lid (schoolgewicht boa) , € 1.375,41 € 37,12 28a, tweede lid (gewichtleerlingen in impulsgebied) , € 1.666,00 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 4 — Artikel 4 Vaststelling aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en groei#
Artikel 4 Vaststelling aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en groei Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in de eerste kolom genoemde artikelen van het, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel: Artikel Bedrag 3a, vierde lid (aanvang bekostiging) , € 11.895,93 29, vierde lid (groei) , € 2.774,08 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 5 — Artikel 5 Vaststelling bekostiging zorgvoorzieningen en bedragen bij overdracht#
Artikel 5 Vaststelling bekostiging zorgvoorzieningen en bedragen bij overdracht Besluit bekostiging WPO Het bedrag per leerling verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde bedrag, bedoeld in de eerste kolom genoemde artikelen van het, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel: Artikel Bedrag 31, eerste lid (zorgvoorzieningen) , € 146,77 31, tweede lid (extra zorgvoorz. swv zonder sbao) , € 4.050,24 32, eerste lid (overdracht bij toename) , € 2.799,25 32, tweede lid 33, eerste volzin (overdracht en overgang naar ander swv) , en € 4.000,69 33, tweede volzin (overgang naar ander swv na 1 oktober) € 6.799,94 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 6 — Artikel 6 Vaststelling aanvullende bekostiging schoolleiding#
Artikel 6 Vaststelling aanvullende bekostiging schoolleiding artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO Het bedrag, bedoeld in, is voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 97 € 17.723,14 en voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat hoger is dan 97 leerlingen € 32.136,28. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 7 — Artikel 7 Vaststelling bedragen personele bekostiging LGF#
Artikel 7 Vaststelling bedragen personele bekostiging LGF artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van basisscholen vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld inrespectievelijk het her te besteden basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, is per onderwijssoort weergegeven in onderstaande tabel. Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: Bedrag Her te besteden bedrag a. Dove kinderen € 12.412,12 € 11.074,15 b. Slechthorende kinderen € 6.043,72 € 4.925,18 c. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 6.043,72 € 4.925,18 d. Lichamelijk gehandicapte kinderen € 6.043,72 € 4.253,29 e. Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 6.043,72 € 4.253,29 f. Zeer moeilijk lerende kinderen € 6.043,72 € 4.253,29 g. cluster 4 € 6.043,72 € 4.253,29 h. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: Doof en zeer moeilijk lerend € 12.412,12 € 4.925,18 Doof en blind € 12.412,12 € 4.925,18 Slechthorend en zeer moeilijk lerend € 12.412,12 € 4.925,18 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 12.412,12 € 4.253,29 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 8 — Artikel 8 Vaststelling bedragen bekostiging materiële instandhouding LGF#
Artikel 8 Vaststelling bedragen bekostiging materiële instandhouding LGF artikel 17, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO De bedragen, bedoeld in, worden volgens de onderstaande tabel vastgesteld. Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: Bedrag Her te besteden bedrag a. Dove kinderen € 1.075 € 1.389 b. Slechthorende kinderen € 959 € 511 c. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 959 € 511 d. Lichamelijk gehandicapte kinderen € 960 € 491 e. Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 959 € 442 f. Zeer moeilijk lerende kinderen € 905 € 295 g. cluster 4 € 959 € 442 h. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: Doof en zeer moeilijk lerend € 959 € 511 Doof en blind € 959 € 511 Slechthorend en zeer moeilijk lerend € 959 € 511 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 959 € 442 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 9 — Artikel 9 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 9 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 129 van de WPO De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘basisbedrag + A + B’, waarin: basisbedrag = € 8.059,32 A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 341,63 B = het schoolgewicht, vermenigvuldigd met € 262,07 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 11.142,56 minus (het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 76,85). 3 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 4.937. 4 artikel 121 van de WPO Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Vaststelling bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden#
Artikel 10 Vaststelling bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden 1 artikel B16b artikel C11, eerste en tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in, enis € 56.962,45. 2 artikel B16g van het Besluit trekkende bevolking De aanvullende bekostiging voor schoolleiding, bedoeld inbedraagt € 17.723,14 per school. 3 artikel B16l van het Besluit trekkende bevolking Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld inbedraagt € 24.450,19 per school. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 11 — Artikel 11 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen#
Artikel 11 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen 1 artikel 120, zesde lid, van de WPO De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2009 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,2 jaar b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 61.930,25 c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 77.122,34 2 artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, is voor speciale scholen voor basisonderwijs: a. formatiebasisbedrag: € 26.533,52 b. formatieleeftijdsbedrag: € 859,14 3 artikel 120, eerste lid, van de WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld inbedraagt: a. € 1.199,32 en b. € 38,83 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs bedraagt 1,381% en van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs bedraagt deze ontwikkeling 2,640%. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Vaststelling bedragen zorgvoorzieningen#
Artikel 12 Vaststelling bedragen zorgvoorzieningen artikel 120, vierde lid, van de WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld inis: a. bedrag per leerling: € 1.714,07 b. verhogingsbedrag: € 55,50 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding#
Artikel 13 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding artikel 28, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in, is: a. basisbedrag: € 1.063,99 b. leeftijdsbedrag: € 34,45 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 14 — Artikel 14 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding#
Artikel 14 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding 1 artikel 3a, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van speciale scholen voor basisonderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in, is € 12.853,72. 2 artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO Het bedrag, bedoeld in, is voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 99 € 18.383,09 en voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat hoger is dan 99 leerlingen € 33.575,18. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 15 — Artikel 15 Vaststelling bedragen personele bekostiging LGF#
Artikel 15 Vaststelling bedragen personele bekostiging LGF artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van basisscholen vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld inrespectievelijk het her te besteden basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, is per onderwijssoort weergegeven in onderstaande tabel. Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: Bedrag Her te besteden bedrag a. Dove kinderen € 8.413,35 € 11.074,15 b. Slechthorende kinderen € 2.044,95 € 4.925,18 c. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 2.044,95 € 4.925,18 d. Lichamelijk gehandicapte kinderen € 2.044,95 € 4.253,29 e. Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 2.044,95 € 4.253,29 f. Zeer moeilijk lerende kinderen € 2.044,95 € 4.253,29 g. cluster 4 € 2.044,95 € 4.253,29 h. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: Doof en zeer moeilijk lerend € 8.413,35 € 4.925,18 Doof en blind € 8.413,35 € 4.925,18 Slechthorend en zeer moeilijk lerend € 8.413,35 € 4.925,18 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 8.413,35 € 4.253,29 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 16 — Artikel 16 Vaststelling bedragen bekostiging materiële instandhouding LGF#
Artikel 16 Vaststelling bedragen bekostiging materiële instandhouding LGF artikel 17, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO De bedragen, bedoeld in, worden volgens de onderstaande tabel vastgesteld. Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: Bedrag Her te besteden bedrag a. Dove kinderen € 866 € 1.389 b. Slechthorende kinderen € 750 € 511 c. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 750 € 511 d. Lichamelijk gehandicapte kinderen € 751 € 491 e. Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 750 € 442 f. Zeer moeilijk lerende kinderen € 696 € 295 g. cluster 4 € 750 € 442 h. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: Doof en zeer moeilijk lerend € 750 € 511 Doof en blind € 750 € 511 Slechthorend en zeer moeilijk lerend € 750 € 511 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 750 € 442 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 17 — Artikel 17 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 17 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 129 van de WPO De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld invoor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘basisbedrag + A+B’, waarin: basisbedrag = € 11.351,95 A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 544,66 B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 159,06 2 artikel 121 van de WPO Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 18 — Artikel 18 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen (voortgezet) speciaal onderwijs#
Artikel 18 Vaststelling gemiddelde leeftijd en bedragen (voortgezet) speciaal onderwijs 1 artikel 117, veertiende lid, van de WEC De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2009 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,68 jaar b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 59.989,98 c. genormeerde gemiddelde personeelslasten oop: € 36.149,73 d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 77.215,03 2 artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid: a. formatiebasisbedrag: € 21.102,82 b. formatieleeftijdsbedrag: € 955,93 3 artikel 117, eerste lid, van de WEC Het bedrag per leerling respectievelijk het vermenigvuldigingsbedrag, bedoeld in, is onderverdeeld naar onderwijssoort en leeftijd van leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel. Onderwijssoort Bedrag per leerling Vermenigvuldigingsbedrag SO jonger dan 8 jaar SO 8 jaar en ouder VSO SO jonger dan 8 jaar SO 8 jaar en ouder VSO a. Dove kinderen € 11.722,75 € 6.387,02 € 6.400,14 € 204,66 € 202,37 € 212,79 b. Slechthorende kinderen € 8.389,46 € 4.885,32 € 6.617,29 € 112,13 € 110,60 € 191,19 c. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 8.161,71 € 4.657,57 n.v.t. € 112,13 € 110,60 n.v.t. f. Lichamelijk gehandicapte kinderen € 10.759,69 € 10.759,69 € 11.353,24 € 112,90 € 112,90 € 193,00 e h. 1Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 9.745,47 € 4.956,20 € 5.940,13 € 99,70 € 97,60 € 175,41 e h. 2Langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap € 7.208,72 € 4.734,56 € 5.510,59 € 121,69 € 120,64 € 177,90 j. Zeer moeilijk lerende kinderen € 5.524,76 € 5.524,76 € 6.071,79 € 104,20 € 104,20 € 157,63 k. Zeer moeilijk opvoedbare kinderen € 7.208,72 € 4.734,56 € 5.510,59 € 121,69 € 120,64 € 177,90 m. Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut € 7.208,72 € 4.734,56 € 5.510,59 € 121,69 € 120,64 € 177,90 n. Meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: (doof en zmlk) a + j € 15.960,31 € 12.313,08 € 10.629,40 € 384,67 € 383,04 € 382,75 doof en blind) a + blind ( € 21.065,64 € 15.729,90 € 15.729,90 € 576,14 € 573,84 € 573,84 (sh en zmlk) b + j € 10.450,67 € 7.782,80 € 7.287,92 € 191,09 € 189,94 € 194,05 (lg en zmlk) f + j € 14.413,08 € 14.413,08 € 14.805,90 € 178,66 € 178,66 € 197,11 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs bedraagt 1,381%. Voor het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen bedraagt deze ontwikkeling 0,918% en van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs bedraagt deze ontwikkeling 2,640%. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 19 — Artikel 19 Vaststelling vast bedrag per school en aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden#
Artikel 19 Vaststelling vast bedrag per school en aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden Besluit bekostiging WEC Bij aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen van het, genoemd in de eerste kolom, behoren de bedragen, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom: Artikel Basisbedrag Leeftijdsbedrag 32, eerste lid (vast bedrag per school) , € 24.762,05 € 1.121,69 41, eerste lid (cumi-leerling oab) , € 812,46 € 36,80 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 20 — Artikel 20 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding#
Artikel 20 Vaststelling bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding 1 artikel 3a van het Besluit bekostiging WEC Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in, is € 12.869,17. 2 artikel 35, van het Besluit bekostiging WEC Het bedrag, bedoeld in, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel aantal leerlingen SO of VSO SOVSO MG SO of VSO MG SOVSO 1 tot en met 49 € 20.414,05 € 20.414,05 € 37.639,10 € 37.639,10 50 of meer € 37.639,10 € 54.864,15 € 37.639,10 € 54.864,15 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 21 — Artikel 21 Vaststelling aanvullende bekostiging voor ambulante begeleiding in verband met terugplaatsing#
Artikel 21 Vaststelling aanvullende bekostiging voor ambulante begeleiding in verband met terugplaatsing artikel 39, van het Besluit bekostiging WEC Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in, is per onderwijssoort en afhankelijk van terugplaatsing naar basisonderwijs of overige onderwijssectoren, weergegeven in onderstaande tabel. Onderwijssoort Terugplaatsing naar basisonderwijs art. 7.2.2., eerste lid onder a en b van de WEB Terugplaatsing naar voortgezet onderwijs of opleiding als bedoeld in Basisbedrag Leeftijdsbedrag Basisbedrag Leeftijdsbedrag a. Dove kinderen € 3.992,65 € 180,86 € 1.840,17 € 83,36 b. Slechthorende kinderen € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 c. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 f. Lichamelijk gehandicapte kinderen € 1.795,85 € 81,35 € 1.840,17 € 83,36 h. 1e Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 h. 2e Langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 j. Zeer moeilijk lerende kinderen € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 k. Zeer moeilijk opvoedbare kinderen € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 m. Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 n. Meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: (doof en zmlk) a + j € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 doof en blind) a + blind ( € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 (sh en zmlk) b + j € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 (lg en zmlk) f + j € 1.795,85 € 81,35 € 1.202,86 € 54,49 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 22 — Artikel 22 Aanvullende bekostiging voor preventieve ambulante begeleiding#
Artikel 22 Aanvullende bekostiging voor preventieve ambulante begeleiding 1 artikel 8a, derde lid, onderdeel a, van de WEC Bevoegde gezagsorganen van scholen voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet onderwijs ontvangen aanvullende bekostiging voor preventieve ambulante begeleiding als bedoeld in, die bestaat uit een basisbedrag, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal leerlingen van de school op de teldatum. 2 Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, is onderverdeeld naar speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, alsmede naar onderwijssoort, weergegeven in onderstaande tabel Onderwijssoort SO VSO Basisbedrag Leeftijdsbedrag Basisbedrag Leeftijdsbedrag a. Dove kinderen n.v.t. n.v.t. € 257,45 € 11,66 b. Slechthorende kinderen € 240,57 € 10,90 n.v.t. n.v.t. c. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 242,68 € 10,99 n.v.t. n.v.t. f. Lichamelijk gehandicapte kinderen € 1.042,48 € 47,22 € 225,80 € 10,23 e h. 1Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 10,55 € 0,48 n.v.t. n.v.t. e h. 2Langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap € 63,31 € 2,87 € 107,62 € 4,88 j. Zeer moeilijk lerende kinderen € 25,32 € 1,15 n.v.t. n.v.t. k. Zeer moeilijk opvoedbare kinderen € 63,31 € 2,87 € 107,62 € 4,88 m. Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut € 63,31 € 2,87 € 107,62 € 4,88 n. Meervoudig gehandicapte kinderen n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 23 — Artikel 23 Vergoeding regionaal expertisecentrum#
Artikel 23 Vergoeding regionaal expertisecentrum artikel 56a, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC De vergoeding voor een regionaal expertisecentrum en de bedragen per school en per leerling, bedoeld inworden aangepast tot respectievelijk € 31.944 en € 10.688 per school en € 181 per leerling. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 24 — Artikel 24 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 24 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 124 van de Wet op de expertisecentra De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘A+B+C’, waarin: A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met de bedragen in de tabel genoemd het tweede lid B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 124,61 C = het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 174,79. 2 De onder A genoemde bedragen zijn afhankelijk van de onderwijssoort. Onderwijssoort SO VSO a. Dove kinderen € 1.062,74 € 1.062,74 b. Slechthorende kinderen € 799,68 € 900,90 c. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 782,81 n.v.t. f. Lichamelijk gehandicapte kinderen € 927,77 € 1.028,98 e h. 1Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 782,81 € 884,04 e h. 2Langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap € 799,68 € 884,04 j. Zeer moeilijk lerende kinderen € 782,81 € 799,68 k. Zeer moeilijk opvoedbare kinderen € 799,68 € 884,04 m. Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut € 799,68 € 884,04 n. Meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: (doof en zmlk) a + j € 1.500,17 € 1.500,17 doof en blind) a + blind ( € 1.977,07 € 1.977,07 (sh en zmlk) b + j € 1.012,14 € 1.028,98 (lg en zmlk) f + j € 1.140,20 € 1.157,06 3 artikel 118 van de WEC Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 25 — Artikel 25 Vaststelling bedragen#
Artikel 25 Vaststelling bedragen 1 artikel 117, tiende lid, van de WEC Het bedrag per leerling respectievelijk het vermenigvuldigingsbedrag, bedoeld inis a. € 1.152,21 en b. € 52,19 2 artikel 117, vierde lid, van de WEC Het bedrag, bedoeld inis per instelling weergegeven in onderstaande tabel. (Bedrag per instelling visueel gehandicapte leerlingen) Instelling Bedrag Visio Onderwijsinstellingen Noord 25GP € 2.150.936,92 Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen 25GR € 6.540.422,21 Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtzienden en Blinden 25HD € 3.979.789,32 Onderwijsinstelling Sensis 25HE € 8.253.419,12 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 26 — Artikel 26 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 26 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid voor instellingen, bestaat uit het in onderstaande tabel opgenomen bedrag per instelling. (Bedrag per instelling visueel gehandicapte leerlingen) Instelling Bedrag Visio Onderwijsinstellingen Noord 25GP € 83.226,40 Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen 25GR € 303.070,65 Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtzienden en Blinden 25HD € 194.027,50 Onderwijsinstelling Sensis 25HE € 377.858,89 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 27 — Artikel 27 Aanwezigheid schipperskinderen#
Artikel 27 Aanwezigheid schipperskinderen 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april 2011 wordt bezocht door 3 of meer kinderen in de eerste 4 verblijfsjaren op een reguliere basisschool en die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 3 ingeschreven schipperskinderen de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen die worden gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend. Aantal schipperskinderen Bedrag personeel Bedrag MI 3 tot en met 6 € 12.412,12 € 373,40 7 tot en met 10 € 18.455,83 € 560,19 11 tot en met 14 € 24.505,25 € 746,80 15 tot en met 18 € 30.548,96 € 933,59 En vervolgens telkens in een bandbreedte van 4 leerlingen, te beginnen vanaf 19 leerlingen, te verhogen met € 6.043,72 € 186,79 3 De aanvraag voor de bijzondere bekostiging en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier nummer DUO 60102, te downloaden via www.ocwduo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. de datum waarop de kinderen zijn of worden toegelaten tot de school; c. het totaal aantal schipperskinderen dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; d. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; e. de school of scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort met vermelding van het aantal verblijfsjaren. 4 Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door DUO een afschrift gezonden aan de Inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert. 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 6 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 7 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april 2011. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 28 — Artikel 28 Aanwezigheid zigeunerkinderen.#
Artikel 28 Aanwezigheid zigeunerkinderen. 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april 2011 wordt bezocht door 4 of meer leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De aanvraag voor de bijzondere bekostiging en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier nummer DUO 60102, te downloaden via www.ocwduo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en de Sinti en hun leerlinggewicht(en) dat op het telformulier van 1 oktober 2009 is opgegeven; c. het totaal aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; d. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; 3 Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door DUO een afschrift gezonden aan de Inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert. 4 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 5 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 6 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april 2011. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 29 — Artikel 29 Aanwezigheid van leerlingen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden#
Artikel 29 Aanwezigheid van leerlingen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden 1 artikel 2, tweede lid, van de Regeling vaststelling van de compensatieregeling bij de gewichtenregeling voor het schooljaar 2010–2011 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder schoolgewicht mede verstaan: schoolgewicht zoals dat is vastgesteld op basis van teldatum 1 oktober 2009, aangevuld met de compensatiehoeveelheid schoolgewicht, bedoeld invan 27 februari 2010, kenmerk PO/OO 184944. 2 Het bevoegd gezag van een basisschool waar ontvangt op aanvraag die voor 1 oktober 2010 is ontvangen, bijzondere bekostiging. a. Besluit trekkende bevolking WPO leerlingen zijn ingeschreven die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend of leerlingen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden als bedoeld in het, waarvoor als gevolg van de wijziging van de gewichtenregeling een lager gewicht is vastgesteld dan het geval zou zijn geweest indien de gewichtenregeling was toegepast, zoals deze luidde voor 1 augustus 2006, en b. het schoolgewicht daardoor lager is vastgesteld, 3 De aanvraag voor de bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier, nummer DUO 60102, te downloaden via www.ocwduo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal leerlingen op 1 oktober 2009 waarvoor het gewicht 0,4 zou zijn vastgesteld, indien dit van toepassing was gebleven, onder vermelding van het gewicht dat daadwerkelijk voor deze leerlingen is vastgesteld; c. het aantal leerlingen op 1 oktober 2009 waarvoor het gewicht 0,7 zou zijn vastgesteld, indien dit van toepassing was gebleven, onder vermelding van het gewicht dat daadwerkelijk voor deze leerlingen is vastgesteld. 4 Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door DUO een afschrift gezonden aan de Inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert. 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 30 — Artikel 30 Leerlingen afkomstig uit ‘Blijf van mijn lijf huizen’#
Artikel 30 Leerlingen afkomstig uit ‘Blijf van mijn lijf huizen’ 1 Het bevoegd gezag van een basisschool, waar gedurende een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste 10 leerlingen uit een ‘Blijf van mijn lijf huis’ zijn ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier nummer DUO 60102, te downloaden via www.ocwduo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. een overzicht van het aantal ‘Blijf van mijn lijf huis’ leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht met de data van in- en uitschrijving; c. de ingangsdatum en de einddatum van de door het bevoegd gezag gekozen periode van maximaal 12 maanden, bedoeld in onderdeel b. 3 Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door DUO een afschrift gezonden aan de Inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert. 4 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 5 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 31 — Artikel 31 Toename aantal asielzoekerskinderen#
Artikel 31 Toename aantal asielzoekerskinderen 1 artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoekerskind: vreemdeling die in het bezit is van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld inen deze heeft verkregen op grond van, onderscheidenlijk een vreemdeling van wie tenminste één van de ouders of voogden in het bezit is van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet, en die ingeschreven staat op een school en deze geregeld bezoekt. 2 Het bevoegd gezag van een basisschool waarbij vóór 1 juli 2011 sprake is van een toename met minimaal 10 ingeschreven asielzoekerskinderen ten opzichte van het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op de datum van de laatste toekenning op basis van dit artikel in het schooljaar 2010–2011, dan wel bij gebreke daarvan, op 1 oktober 2009, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 3 De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier, nummer DUO 60102, te downloaden via www.ocwduo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op 1 oktober 2009; c. de datum waarop het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen met minimaal 10 is toegenomen, zoals bedoeld in het tweede lid. Indien deze toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2010–2011, dan dient dit tevens te worden vermeld; d. het aantal ingeschreven asielzoekerskinderen op de datum van de toename. 4 Van de aanvraag, wordt door DUO een afschrift gezonden aan de Inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert. 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 6 Indien de toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2010–2011 en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van 1 augustus 2010. Indien de toename op een later tijdstip plaatsvindt en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum, waarop de toename heeft plaatsgevonden. 7 De bekostiging bedraagt per extra ingeschreven asielzoekerskind € 1.270,26 voor personeel en € 38,30 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 32 — Artikel 32 Eerste opvang vreemdelingen#
Artikel 32 Eerste opvang vreemdelingen 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. vreemdeling: artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en die door de Minister van Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland; b. school: Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra bekostigde school als bedoeld in deof een bekostigde school of instelling als bedoeld in de. 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan: leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, en die op grond van het EG-verdrag in Nederland verblijft en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland. 3 Het bevoegd gezag van een school waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor tenminste 4 vreemdelingen die korter dan 1 jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 4 De bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, heeft betrekking op een periode van vier maanden, met als peildata: Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en aanvullende bekostiging een aanvraag in die binnen vier weken na de peildatum door DUO moet zijn ontvangen. a. 1 oktober voor de periode augustus tot en met november; b. 1 februari voor de periode december tot en met maart; c. 1 juni voor de periode april tot en met juli. 5 Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 10.156. 6 De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, wordt ingediend bij DUO door middel van het formulier, nummer DUO 60102, te downloaden via www.ocwduo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal vreemdelingen op de peildatum, die korter dan 1 jaar in Nederland zijn; c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; d. in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd. 7 Van de aanvraag wordt door DUO een afschrift gezonden aan de Inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert. 8 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 9 De in het derde lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 2.540,52 voor personeel en € 76,60 voor materiële instandhouding welke bedragen worden vermenigvuldigd met 4/12. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 33 — Artikel 33 Aanwezigheid visueel gehandicapte leerlingen#
Artikel 33 Aanwezigheid visueel gehandicapte leerlingen 1 artikel 70a van de WPO Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een visueel gehandicapte leerling is ingeschreven die begeleiding ontvangt van een instelling voor visueel gehandicapte kinderen en waarvoor geen leerlinggebonden budget beschikbaar is als bedoeld in, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend door middel van formulier nummer DUO 60102, te downloaden via www.ocwduo.nl. Het aanvraagformulier gaat vergezeld van een verklaring van ambulante begeleiding die is ingevuld door de instelling voor visueel gehandicapten die de ambulante begeleiding verzorgt. 3 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per leerling de in de tabel opgenomen bedragen die worden gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend. Soort handicap Bijzondere bekostiging voor personeel Aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding Blinde leerling € 12.412,12 € 1.209,56 Slechtziende leerling € 6.043,72 € 1.022,95 4 Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door DUO een afschrift gezonden aan de Inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert. 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 6 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 34 — Artikel 34 Schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen#
Artikel 34 Schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen 1 artikel 2, tweede lid, van de Regeling vaststelling van de compensatieregeling bij de gewichtenregeling voor het schooljaar 2010–2011 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder schoolgewicht: schoolgewicht zoals dat is vastgesteld op basis van teldatum 1 oktober 2009, aangevuld met de compensatiehoeveelheid schoolgewicht bedoeldvan 27 februari 2010, kenmerk PO/OO 184944, van een school in een samenwerkingsverband. 2 Aan het bestuur van de centrale dienst van een samenwerkingsverband dan wel, indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt, het bevoegd gezag, waarvan de som der schoolgewichten van de scholen binnen het samenwerkingsverband 75 of meer is, wordt een bedrag van € 80,11 per schoolgewicht toegekend. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 35 — Artikel 35 Groeiregeling scholen voor (V)SO met leerlingen uit een residentiële instelling, niet zijnde een justitiële jeugdinrichting of een instelling voor gesloten jeugdzorg#
Artikel 35 Groeiregeling scholen voor (V)SO met leerlingen uit een residentiële instelling, niet zijnde een justitiële jeugdinrichting of een instelling voor gesloten jeugdzorg 1 artikel 14 van het Besluit bekostiging WEC artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, waar onderwijs wordt verzorgd aan leerlingen van een residentiële instelling, niet zijnde een justitiële jeugdinrichting of een instelling voor gesloten jeugdzorg, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel vanaf 1 augustus 2010 tot 1 januari 2011, indien het aantal ingeschreven leerlingen van die school op 1 augustus 2010 met tenminste twee maal de kleinste factor N, bedoeld in de tabel indie op de school van toepassing is, is gegroeid ten opzichte van de teldatum 1 oktober 2009, dan wel, indienvan toepassing is, ten opzichte van 16 januari 2010. 2 artikel 14 van het Besluit bekostiging WEC artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC artikel 38 van het Besluit bekostiging WEC Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, waar onderwijs wordt verzorgd aan leerlingen van een residentiële instelling, niet zijnde een justitiële jeugdinrichting of een instelling voor gesloten jeugdzorg, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel vanaf 1 januari 2011 tot 1 augustus 2011, indien het aantal ingeschreven leerlingen van die school op 16 januari 2011 met tenminste twee maal de kleinste factor N, bedoeld in de tabel indie op de school van toepassing is, is gegroeid ten opzichte van de teldatum 1 oktober 2009, dan wel, indienvan toepassing is, ten opzichte van 16 januari 2010, dan wel indienvan toepassing is, ten opzichte van 1 oktober 2010. 3 artikel 14 van het Besluit bekostiging WEC artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC artikel 38 van het Besluit bekostiging WEC Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, waar onderwijs wordt verzorgd aan leerlingen van een residentiële instelling, niet zijnde een justitiële jeugdinrichting of een instelling voor gesloten jeugdzorg, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel vanaf 1 maart 2011 tot 1 augustus 2011, indien het aantal ingeschreven leerlingen van die school op 1 maart 2011 met tenminste twee maal de kleinste factor N, bedoeld in de tabel indie op de school van toepassing is, is gegroeid ten opzichte van de teldatum 1 oktober 2009, dan wel, indienvan toepassing is, ten opzichte van 16 januari 2010, dan wel, indienvan toepassing is, ten opzichte van 1 oktober 2010, dan wel, indien het tweede lid van dit artikel van toepassing is, ten opzichte van 16 januari 2011. 4 De aanvraag voor de bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, dient binnen 14 dagen na het van toepassing zijnde groeimoment te zijn ontvangen door DUO. Indien de datum, genoemd in het eerste, tweede of derde lid, valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld die op die datum stonden ingeschreven. Melding van groei is uitsluitend mogelijk door middel van een formulier dat op aanvraag door DUO wordt toegezonden. 5 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het verschil tussen: artikel 117, eerste lid, van de WEC artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC de berekende bekostiging, bedoeld inop basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2009, dan wel, indienvan toepassing is, op basis van het aantal leerlingen op 16 januari 2010, en de berekende bekostiging, bedoeld in artikel 117, eerste lid, van de WEC op basis van het aantal leerlingen op 1 augustus 2010. De uitkomst wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend. 6 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt het verschil tussen: artikel 117, eerste lid van de WEC artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC artikel 38 van het Besluit bekostiging WEC de berekende bekostiging, bedoeld in, op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2009, dan wel, indienvan toepassing is, op basis van het aantal leerlingen op 16 januari 2010, dan wel, indien het eerste lid van dit artikel van toepassing is, op basis van het aantal leerlingen op 1 augustus 2010, dan wel, indienvan toepassing is, op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2010, en de berekende bekostiging, bedoeld in artikel 117, eerste lid van de WEC op basis van het aantal leerlingen op 16 januari 2011. De uitkomst wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend. 7 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen: artikel 117, eerste lid van de WEC artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC artikel 38 van het Besluit bekostiging WEC de berekende bekostiging, bedoeld in, op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2009, dan wel, indienvan toepassing is, op basis van het aantal leerlingen op 16 januari 2010, dan wel, indien het eerste lid van dit artikel van toepassing is, op basis van het aantal leerlingen op 1 augustus 2010, dan wel, indienvan toepassing is, op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2010, dan wel, indien het tweede lid van dit artikel van toepassing is, op basis van het aantal leerlingen op 16 januari 2011, en artikel 117, eerste lid van de WEC de berekende bekostiging, bedoeld inop basis van het aantal leerlingen op 1 maart 2011. De uitkomst wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend. 8 Voor de toepassing van dit artikel worden leerlingen op vestigingen van scholen waaraan justitiële jeugdinrichtingen dan wel instellingen voor gesloten jeugdzorg zijn verbonden, buiten beschouwing gelaten. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 36 — Artikel 36 Justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdzorg verbonden aan scholen voor Cluster 4#
Artikel 36 Justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdzorg verbonden aan scholen voor Cluster 4 1 Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd moet worden, dan wel is verbonden aan een instelling voor gesloten jeugdzorg, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel. 2 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per vestiging € 30.762,86 en € 461,92 per leerling van de vestiging. Het aantal leerlingen van de vestiging is gelijk aan de door de Minister van Justitie toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister voor Jeugd en Gezin toegekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft. 3 artikelen 37 38 van het Besluit bekostiging WEC Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding, indien er op de eerste van de maand door de Minister van Justitie, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, en door de Minister voor Jeugd en Gezin, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer capaciteit, uitgedrukt in leerlingen, aan de vestiging is toegekend dan het aantal leerlingen van de vestiging op grond waarvan de personele bekostiging voor het schooljaar is bepaald. Onder personele bekostiging, bedoeld in de eerste volzin, wordt mede verstaan, de aanvullende bekostiging op grond van deen, en, indien dit artikel reeds eerder is toegepast, de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel. 4 De bijzondere bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen de capaciteit, uitgedrukt in leerlingen, en het aantal leerlingen waarvoor personele bekostiging is toegekend, vermenigvuldigd met € 12.747,56 voor personeel en € 1.265,95 voor materiële instandhouding, gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 37 — Artikel 37 Zeer moeilijk lerende kinderen in de groepen drie tot en met acht van de basisschool#
Artikel 37 Zeer moeilijk lerende kinderen in de groepen drie tot en met acht van de basisschool 1 artikel 70a van de WPO Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een zeer moeilijk lerende leerling is ingeschreven waarvoor een leerlinggebonden budget beschikbaar is als bedoeld in, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding indien de leerling is geplaatst in groep 3 of hoger. 2 De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend ingediend voor een geïndiceerde zmlk-leerling die met ingang van het schooljaar vanuit groep 2 wordt geplaatst in groep 3 door middel van een per leerling volledig ingevuld formulier nummer DUO 69007, te downloaden via www.ocwduo.nl. 3 De toekenning van de bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding wordt na de eerste toekenning elk schooljaar automatisch toegekend zolang de leerling op de school staat ingeschreven. 4 Indien de leerling wordt teruggeplaatst naar groep 2 stopt de toekenning met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand van terugplaatsing. Het bevoegd gezag meldt deze terugplaatsing direct aan DUO. 5 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 6.362,71 per leerling en de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 290,00 per leerling. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 38 — Artikel 38 Bijzondere bekostiging voor opvang en begeleiding van leerlingen met autisme#
Artikel 38 Bijzondere bekostiging voor opvang en begeleiding van leerlingen met autisme artikel 18, vierde lid Regionale expertisecentra ontvangen ten behoeve van de opvang en begeleiding van leerlingen met autisme bijzondere bekostiging welke is gebaseerd op de toekenning voor het schooljaar 2006-2007 en aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel en van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 39 — Artikel 39 Vaststelling bedrag compensatieregeling van de gewichtenregeling 2010–2011#
Artikel 39 Vaststelling bedrag compensatieregeling van de gewichtenregeling 2010–2011 artikel 2, eerste lid, genoemd bij C en artikel 2, tweede lid, van de Regeling vaststelling van de compensatieregeling bij de gewichtenregeling voor het schooljaar 2010–2011 Het bedrag bedoeld invan 27 februari 2010, kenmerk PO/OO 184944, is € 3.206,32. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 39a — Artikel 39a Vaststelling bedrag voor taal en rekenen#
Artikel 39a Vaststelling bedrag voor taal en rekenen artikel 2, derde lid, van de Regeling bijzondere bekostiging taal, rekenen en opbrengstgericht werken Het bedrag per leerling bedoeld inis voor het schooljaar 2010–2011 € 15,50. 2010 9772 24-06-2010 11-06-2010 PO/FenV/214495 2010 9772 24-06-2010 11-06-2010 PO/FenV/214495 25-06-2010
Artikel 40 — Artikel 40 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging van basisscholen#
Artikel 40 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging van basisscholen 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige basisscholen, ontvangt het eerste schooljaar na de samenvoeging bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding, berekend op grond van het derde en vierde lid. 2 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede schooljaar na de samenvoeging a. de helft van de bijzondere bekostiging, berekend op grond van het derde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen, en b. de bijzondere bekostiging berekend op grond van het vierde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen. 3 De bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan X – Y, waarin: X artikelen 23 24 25 28 28a van het Besluit bekostiging WPO = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van de,,,enin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en Y artikelen 23 24 25 28 28a van het Besluit bekostiging WPO = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van de,,,enin het schooljaar na de samenvoeging. 4 De bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van de schoolleiding is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan Xs – Ys, waarin: Xs artikel 26 van het Besluit bekostiging WPO = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond vanin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en Ys artikel 26 van het Besluit bekostiging WPO = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond vanin het schooljaar na de samenvoeging. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 41 — Artikel 41 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging van speciale scholen voor basisonderwijs#
Artikel 41 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging van speciale scholen voor basisonderwijs 1 Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige speciale scholen voor basisonderwijs, ontvangt het eerste schooljaar na de samenvoeging bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van de schoolleiding berekend op grond van het derde lid. 2 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede schooljaar na de samenvoeging de bijzondere bekostiging berekend op grond van het derde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van speciale scholen voor basisonderwijs. 3 De bijzondere bekostiging voor schoolleiding is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan Xs – Ys, waarin: Xs artikel 26 van het Besluit bekostiging WPO = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond vanin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en Ys artikel 26 van het Besluit bekostiging WPO = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond vanin het schooljaar na de samenvoeging. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 42 — Artikel 42 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs#
Artikel 42 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs 1 Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, ontvangt het eerste schooljaar na de samenvoeging bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding berekend op grond van het derde en vierde lid. 2 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede schooljaar na de samenvoeging a. de helft van de bijzondere bekostiging berekend op grond van het derde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, en b. de bijzondere bekostiging berekend op grond van het vierde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. 3 De bijzondere bekostiging voor leraren is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan X – Y, waarin: X artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond vanin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en Y artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond vanin het schooljaar na de samenvoeging. 4 De bijzondere bekostiging voor schoolleiding is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan Xs – Ys, waarin: Xs artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond vanin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en Ys artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond vanin het schooljaar na de samenvoeging. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 43 — Artikel 43 Nadere regels gewogen gemiddelde leeftijd#
Artikel 43 Nadere regels gewogen gemiddelde leeftijd 1 artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC De gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, bedoeld inen, is de betrekkingsomvang aan de desbetreffende school van elke leraar op de school, vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren op de school. Voor leraren ouder dan 50 jaar wordt voor de toepassing van de eerste volzin de leeftijd op 50 jaar vastgesteld. Indien de uitkomst van de berekening van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in de eerste volzin, lager is dan 30 wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op 30. De in de eerste volzin bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd wordt afgerond op 2 decimalen. 2 artikel 151 van Rechtspositiebesluit WPO/WEC artikel 191, onderdeel a, van dat besluit artikel 183 van de WPO artikel 169 van de WEC Onder leraar als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: elk personeelslid dat is aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 juli 2005, met uitzondering van: leraren in opleiding als bedoeld inen personeelsleden die in dienst zijn of van wie de betrekkingsomvang is uitgebreid in verband met vervanging, voor zover de kosten van deze dienstbetrekking of uitbreiding van de betrekkingsomvang ten laste komen van de inofbedoelde rechtspersoon. 3 In geval van een samenvoeging is de gewogen gemiddelde leeftijd de som van de betrekkingsomvang van elke leraar van alle bij de samenvoeging betrokken scholen vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren van alle bij de samenvoeging betrokken scholen. De tweede tot en met de laatste volzin van het eerste lid is van toepassing. 4 De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd wordt vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde leeftijd van de scholen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. 5 artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC Indien voor de mededeling van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld inen, gebruik wordt gemaakt van een geautomatiseerd systeem voor de salarisverwerking, wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op basis van de gegevens die in november voorafgaande aan die mededeling door dat systeem zijn verwerkt. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 44 — Artikel 44 Betaalritme#
Artikel 44 Betaalritme 1 Tenzij in deze regeling anders is bepaald worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. 2 artikelen 2 3 6 10, eerste en tweede lid 11 12 13 14, tweede lid 18 19 20, tweede lid 21 22 25 De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten bedoeld in de,,,,,,,,,,,,envindt plaats op grond van de volgende percentages: Augustus 6,91% September 6,91% Oktober 6,91% November 6,91% December 6,91% Januari 10,25% Februari 9,20% Maart 9,20% April 9,20% Mei 9,20% Juni 9,20% Juli 9,20% 3 artikel 39a De maandelijke betaling van de bekostigingsbedragen voor taal, rekenen en opbrengstgericht werken, bedoeld in, vindt plaats op grond van de volgende percentages: Augustus 11,666% September 11,666% Oktober 11,666% November 11,666% December 53,336% 2010 19830 09-12-2010 01-12-2010 PO/F&V/255544 2010 19830 09-12-2010 01-12-2010 PO/F&V/255544 10-12-2010
Artikel 45 — Artikel 45 Specifieke uitkering aan gemeenten, bestemd voor het bestrijden van onderwijsachterstanden#
Artikel 45 Specifieke uitkering aan gemeenten, bestemd voor het bestrijden van onderwijsachterstanden Het vermenigvuldigingsbedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, voor de periode van 1 augustus 2010 tot en met 31 december 2010 bedraagt € 1.945 per eenheid schoolgewicht. Dit bedrag wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met 5. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 46 — Artikel 46 Leerlinggebonden budget in het voortgezet onderwijs schooljaar 2010–2011#
Artikel 46 Leerlinggebonden budget in het voortgezet onderwijs schooljaar 2010–2011 1 artikel 8a, eerste lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O. De bedragen, bedoeld inworden met ingang van 1 augustus 2010 aangepast volgens de onderstaande tabel. Toelaatbaar verklaard tot (voortgezet) speciaal onderwijs aan/van: Bedrag LWOO/PRO exclusief her te besteden bedragen Bedrag Overig VO exclusief her te besteden bedragen Her te besteden bedrag Personele bekostiging Her te besteden bedrag Materiële bekostiging a. dove kinderen € 2.467,64 € 3.202,08 € 5.231,13 € 558 b. slechthorende kinderen € 1.586,34 € 3.202,08 € 3.383,43 € 216 c. lichamelijk gehandicapte kinderen € 1.615,72 € 3.202,08 € 4.517,25 € 405 d. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap € 1.586,34 € 3.202,08 € 2.921,51 € 236 e. zeer moeilijk lerende kinderen € 1.586,34 € 3.202,08 € 2.921,51 € 128 f. cluster 4 € 1.586,34 € 3.202,08 € 2.921,51 € 236 g. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: Doof en zeer moeilijk lerend € 1.586,34 € 3.202,08 € 3.383,43 € 274 Doof en blind € 1.586,34 € 3.202,08 € 3.383,43 € 274 Slechthorend en zeer moeilijk lerend € 1.586,34 € 3.202,08 € 3.383,43 € 274 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 1.586,34 € 3.202,08 € 2.921,51 € 236 2 De bedragen, genoemd in het eerste lid, in de eerste twee kolommen met bedragen, worden in de maand augustus 2011 uitbetaald. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 47 — Artikel 47 Inwerkingtreding#
Artikel 47 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling heeft betrekking op het schooljaar 2010–2011 en vervalt met ingang van 1 augustus 2020, met dien verstande dat deze van toepassing blijft voor het tijdvak waarvoor zij gelding had. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010
Artikel 48 — Artikel 48 Citeertitel#
Artikel 48 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging personeel PO 2010–2011 en aanpassing bedragen leerlinggebonden budget VO 2010–2011. 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 2010 5854 14-04-2010 01-04-2010 PO/FenV/193500 15-04-2010