Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 februari 2010, kenmerk HO&S/2010/188926 houdende regels voor de verstrekking van subsidie ter versterking van de landelijke en regionale kennisfunctie van hogescholen (Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen)
- BWB-id
- BWBR0027331
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2014-06-26 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027331
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-bevordering-kennisfunctie-hogescholen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-bevordering-kennisfunctie-hogescholen/2014-06-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027331&g=2014-06-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027331&z=2026-06-06&g=2014-06-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027331/2014-06-26
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-bevordering-kennisfunctie-hogescholen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. hogeschool: artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een bekostigde instelling voor hoger beroepsonderwijs als bedoeld in. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 2 — Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten De minister kan voor de periode van 1 mei 2010 tot en met uiterlijk 31 mei 2014 subsidie verlenen voor het in financiële zin of anderzins stimuleren van: a. kennisuitwisseling tussen hogescholen en het midden- en kleinbedrijf en tussen hogescholen en de publieke sector; b. kennisuitwisseling tussen hogescholen en buitenlandse kennisinstellingen en buitenlandse bedrijven; en c. praktijkgericht onderzoek bij hogescholen. 2014 17514 25-06-2014 06-06-2014 598670 2014 17514 25-06-2014 06-06-2014 598670 26-06-2014 01-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidiebedrag#
Artikel 3 Subsidiebedrag artikel 2 De subsidie bedraagt voor de periode, genoemd in, ten hoogste € 66.941.000,–. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 4 — Artikel 4 Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 4 Begrotingsvoorwaarde artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, wordt het verleende subsidiebedrag verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieaanvraag#
Artikel 5 Subsidieaanvraag 1 De subsidieaanvraag wordt voor 1 april 2010 ingediend bij: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap t.a.v. de directie Hoger Onderwijs & Studiefinanciering IPC 2250 Postbus 16375 2500 BJ Den Haag 2 De subsidieaanvraag omvat een meerjarenactiviteitenplan, een meerjarenraming en een activiteitenplan voor het jaar 2010. 3 De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een afschrift van de geldende statuten van de subsidieaanvrager. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 6 — Artikel 6 Meerjarenactiviteitenplan#
Artikel 6 Meerjarenactiviteitenplan Het meerjarenactiviteitenplan bevat in elk geval: a. een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de jaren waarin deze plaatsvinden; b. artikel 2 een beschrijving van de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de subsidieontvanger financiële steun verleent aan de activiteiten, bedoeld in; c. een overzicht van de aan de activiteiten gerelateerde doelstellingen, prestatie-indicatoren en streefwaarden; en d. artikel 15, vierde lid een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten en resultaten in verband met de verplichting, bedoeld in, onafhankelijk worden gemonitord en geëvalueerd. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 7 — Artikel 7 Meerjarenraming#
Artikel 7 Meerjarenraming De meerjarenraming biedt inzicht in de inkomsten en uitgaven in de onderscheiden jaren die de aanvrager in verband met de te subsidiëren activiteiten voorziet. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 8 — Artikel 8 Jaarlijks activiteitenplan#
Artikel 8 Jaarlijks activiteitenplan 1 De subsidieontvanger zendt voor 1 november 2010, 2011 en 2012 een activiteitenplan voor het daaropvolgende jaar ter instemming aan de minister. 2 artikel 2, onder a, b en c Het activiteitenplan bevat in ieder geval de verdeling van het beschikbare budget over de activiteiten, bedoeld in. 3 De beslissing omtrent instemming, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 1 januari van het desbetreffende jaar genomen. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidieverlening; criteria#
Artikel 9 Subsidieverlening; criteria 1 Subsidie wordt slechts aan één aanvrager verleend. 2 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderden onverminderd het vierde, tot en met zesde lid worden subsidieaanvragen die op of na 1 april 2010 worden ingediend, afgewezen. 3 De beschikking tot verlening impliceert instemming met het activiteitenplan voor het jaar 2010. 4 Subsidie wordt uitsluitend verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waarvan de statutaire doelstelling past binnen de doelstellingen van de subsidieverlening. 5 De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op de tijdig ingediende aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan het stimuleren van praktijkgericht onderzoek bij hogescholen en de kennisuitwisseling tussen hogescholen en het midden- en kleinbedrijf, tussen hogescholen en de publieke sector en tussen hogescholen en buitenlandse kennisinstellingen en buitenlandse bedrijven. 6 Bij zijn beslissing houdt de minister rekening met: a. artikel 2 de mate waarin de aanvrager in staat moet worden geacht alle activiteiten, bedoeld in, uit te voeren; b. artikel 2 de mate waarin de aanvrager in staat moet worden geacht de activiteiten, bedoeld in, in samenhang uit te voeren; en c. de mate waarin de aanvrager in het verleden aantoonbaar op projectbasis heeft samengewerkt met hogescholen, midden- en kleinbedrijf en publieke sector. 7 De minister beslist vóór 1 mei 2010. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Overleg#
Artikel 10 Overleg De subsidieontvanger werkt desgevraagd mee aan overleg over een ingediend activiteitenplan. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 11 — Artikel 11 Tijdelijkheid subsidie#
Artikel 11 Tijdelijkheid subsidie De subsidieontvanger houdt bij de bedrijfsvoering rekening met de tijdelijkheid van de subsidieverlening. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Bestedingsvoorschriften#
Artikel 12 Bestedingsvoorschriften 1 De subsidie wordt besteed overeenkomstig de activiteitenplannen, voor zover de minister daarmee heeft ingestemd. 2 Tenminste acht procent van de verleende subsidie wordt besteed aan de kennisuitwisseling tussen hogescholen en buitenlandse kennisinstellingen en buitenlandse bedrijven. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Administratieplicht#
Artikel 13 Administratieplicht 1 De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. 2 De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden na afloop van de gesubsidieerde activiteiten gedurende zeven jaren bewaard. 3 artikel 17 van de Wet overige OCW-subsidies De subsidieontvanger geeft aan door of namens de minister aangewezen ambtenaren op verzoek inzage in de inbedoelde administratie en verstrekt alle inlichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om een juist inzicht te verkrijgen in de besteding van de subsidie. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 14 — Artikel 14 Jaarlijkse verantwoording#
Artikel 14 Jaarlijkse verantwoording 1 De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 juli een verslag aan de minister. Het verslag bevat een overzicht van de activiteiten die in het voorafgaande jaar zijn uitgevoerd. 2 Het verslag gaat vergezeld van een jaarrekening waarmee inzicht wordt gegeven in de wijze waarop de subsidie is besteed. De jaarrekening over het laatste jaar van de gesubsidieerde periode geeft eveneens inzicht in het niet bestede deel van de subsidiemiddelen. 3 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De jaarrekening, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in, waarin deze verklaart dat de in de jaarrekening opgenomen bedragen juist en volledig zijn. 4 artikel 6, onder b De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger. In dit oordeel wordt ook aangegeven of de financiële steun is verleend op de wijze en onder de voorwaarden als bedoeld in. 5 De accountant richt zijn onderzoek in overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol. 2010 7670 25-05-2010 27-04-2010 BVE/Stelsel/2010/205529 2010 7670 25-05-2010 27-04-2010 BVE/Stelsel/2010/205529 26-05-2010 01-01-2010
Artikel 15 — Artikel 15 Informatie- en meldingsplichten#
Artikel 15 Informatie- en meldingsplichten 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid. 2 De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk een melding aan de minister, zodra aannemelijk is, dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. 3 artikel 6, onder c De subsidieontvanger verstrekt jaarlijks uiterlijk in de maand januari aan de minister de gegevens over het afgelopen jaar met betrekking tot de geformuleerde streefwaarden en prestatie-indicatoren, bedoeld in. 4 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de activiteiten en resultaten door een onafhankelijke partij worden gemonitord en geëvalueerd en stelt de resultaten ter beschikking aan de minister. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 16 — Artikel 16 Renteopbrengsten#
Artikel 16 Renteopbrengsten 1 artikel 2 De renteopbrengsten die de subsidieontvanger uit de verleende subsidie ontvangt, mogen door de subsidieontvanger worden aangewend voor het doel waarvoor het op grond vanis verleend. 2 De bestemming van de renteopbrengsten vereist jaarlijks de instemming van de minister. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 17 — Artikel 17 Diensten voor en door derden; administratieve lasten#
Artikel 17 Diensten voor en door derden; administratieve lasten 1 Voor de beschikbaarstelling van goederen aan derden of het verrichten van diensten voor derden, brengt de subsidieontvanger een vergoeding in rekening die tenminste kostendekkend is. 2 Indien de subsidieontvanger in het kader van de subsidieverstrekking diensten of werkzaamheden door derden wil laten uitvoeren, neemt hij daarbij de aanbestedingsregelgeving in acht. 3 De subsidieontvanger zorgt ervoor, dat de administratieve lasten voor derden zo laag mogelijk worden gehouden. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 18 — Artikel 18 Aanvraag tot subsidievaststelling; accountantsverklaring#
Artikel 18 Aanvraag tot subsidievaststelling; accountantsverklaring 1 Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na afloop van de gesubsidieerde activiteiten, doch uiterlijk 1 juli 2014, een aanvraag tot subsidievaststelling in. Daarbij legt de subsidieontvanger rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag.is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in, waarin deze verklaart dat de in het verslag opgenomen bedragen juist en volledig zijn. 3 artikel 6, onder b De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger. In dit oordeel wordt ook aangegeven of de financiële steun is verleend op de wijze en onder de voorwaarden als bedoeld in. 2010 7670 25-05-2010 27-04-2010 BVE/Stelsel/2010/205529 2010 7670 25-05-2010 27-04-2010 BVE/Stelsel/2010/205529 26-05-2010 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19 Terugbetaling teveel ontvangen subsidie#
Artikel 19 Terugbetaling teveel ontvangen subsidie 1 De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling verplicht een teveel aan ontvangen subsidie onverwijld terug te betalen, tenzij de minister tot verrekening op andere wijze heeft besloten. 2 Bij terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten wordt de subsidieontvanger aansprakelijk gesteld voor de met de terugvordering verband houdende kosten. Tevens is in dat geval de wettelijke rente verschuldigd. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 20 — Artikel 20 Voorschotten en betalingen#
Artikel 20 Voorschotten en betalingen 1 De voorschotten en betalingen vinden plaats in de jaren 2010 tot en met uiterlijk 2013. 2 De hoogte van de voorschotten wordt bepaald op basis van de jaarlijks door de subsidieontvanger aan te geven liquiditeitsbehoefte. 3 Het jaarlijkse voorschot wordt in vier gelijke delen in de maanden januari, april, juli en oktober betaald. 4 In afwijking van het derde lid wordt het voorschot voor 2010 in drie gelijke delen in mei, augustus en november betaald. 5 Bevoorschotting en betaling vinden slechts plaats onder de voorwaarde dat de minister heeft ingestemd met het desbetreffende activiteitenplan. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 21 — Artikel 21 Subsidievaststelling#
Artikel 21 Subsidievaststelling 1 Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling. 2 Niet bestede subsidiemiddelen worden na vaststelling van de subsidie teruggevorderd. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010
Artikel 22 — Artikel 22 Inwerkingtreding#
Artikel 22 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2015. 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 2014 1410 22-01-2014 10-01-2014 WJZ/483084(10323) 23-01-2014
Artikel 23 — Artikel 23 Citeertitel#
Artikel 23 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen. 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 2010 3032 01-03-2010 19-02-2010 HO&S/2010/188926 02-03-2010