Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en de Minister van Verkeer en Waterstaat, van 14 december 2009, nr. BJZ2009064879, houdende nadere regels voor het criterium ter beoordeling van de kosten van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen in relatie tot kwaliteit, aard en gebruik van geluidsgevoelige objecten en tot de doeltreffendheid van die maatregelen (Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder)
- BWB-id
- BWBR0026996
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2018-01-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026996
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-doelmatigheid-geluidmaatregelen-wet-geluidhinder
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-doelmatigheid-geluidmaatregelen-wet-geluidhinder/2018-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026996&g=2018-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026996&z=2026-06-06&g=2018-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026996/2018-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-doelmatigheid-geluidmaatregelen-wet-geluidhinder
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: bronmaatregel: Bijlage 1 geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 1 en tabel 3, onder 1, van; cluster: geluidsgevoelig object of verzameling bijeengelegen geluidsgevoelige objecten, gelegen binnen de zone van een weg of spoorweg, die een relevante verlaging van de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg zou kunnen ondervinden van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel; geluidbeperkende maatregel: Bijlage 1 maatregel of combinatie van maatregelen als bedoeld in de tabellen 1, 2 en 3 van, indien en voor zover toegepast onder de in die tabellen genoemde voorwaarden; geluidsgevoelig object: woning, ander geluidsgevoelig gebouw, woonwagenstandplaats en ligplaats voor een woonschip; geluidreductie: artikel 7 geluidreductie bepaald overeenkomstig; ligplaats voor een woonschip: ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen; maatregelpunt: rekeneenheid waarin de kosten voor het treffen van een geluidbeperkende maatregel zijn uitgedrukt; overdrachtsmaatregel: Bijlage 1 geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 2 van; reductiepunt: rekeneenheid waarin het budget van een cluster voor het treffen van geluidbeperkende maatregelen is uitgedrukt; Saneringsobject: Wet geluidhinder Interimwet stad-en-milieubenadering Spoedwet wegverbreding Tracéwet een geluidsgevoelig object waarvoor niet eerder een hogere waarde op grond van de, deof deis vastgesteld, dat is gelegen binnen de zone van een te wijzigen of verbreden hoofdweg of landelijke spoorweg op grond van deen waar de geluidsbelasting: a. vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van de hoofdweg of de landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van de woning of ander geluidsgevoelig gebouw op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de hoofdweg of binnen het tracé van de hoofdweg of de landelijke spoorweg gelegen wegen, hoger was dan 60 dB(A); b. vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van de woning of aan de rand van het geluidsgevoelige terrein op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de landelijke spoorweg of binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen, hoger was dan 65 dB(A), of c. vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van het andere geluidsgevoelige gebouw, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de landelijke spoorweg of binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen, hoger was dan 60 dB(A); situatie zonder maatregelen: situatie waarin geen geluidbeperkende maatregelen aanwezig zijn en: a. een weg een wegdek heeft met de akoestische kwaliteit van dicht asfaltbeton, dan wel het wegdek heeft dat feitelijk aanwezig is, indien dit tot een hogere geluidsbelasting leidt dan dicht asfaltbeton; b. een spoorweg een bovenbouwconstructie heeft van langgelast spoor op houten dwarsliggers, dan wel de bovenbouwconstructie heeft die feitelijk aanwezig is indien deze tot een hogere geluidsbelasting leidt dan langgelast spoor op houten dwarsliggers; woonwagenstandplaats: artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag standplaats als bedoeld in. 2014 36320 18-12-2014 10-12-2014 CZW2014-0000626454 2014 36320 18-12-2014 10-12-2014 CZW2014-0000626454 01-01-2015
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 104a, vijfde lid, van de Wet geluidhinder Deze regeling berust mede op. 2012 11807 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/13196 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 afdeling 3.2 4.3 van het Besluit geluidhinder artikel 89 van de Wet geluidhinder artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder Indien deze regeling wordt toegepast in het kader vanof, bestaat een cluster enkel uit de geluidsgevoelige objecten waarvoor een programma van maatregelen is opgesteld als bedoeld inof. 2 hoofdstuk VI, afdeling 3 7, van de Wet geluidhinder afdeling 3.2 afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder Deze regeling is van toepassing in het kader vanenenenbij de afweging omtrent het nemen van geluidbeperkende maatregelen. 2012 11807 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/13196 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Bijlage 1 Een geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 1 en tabel 2 vanis financieel doelmatig, indien het aantal maatregelpunten van de geluidbeperkende maatregel niet hoger is dan het aantal reductiepunten behorende bij het cluster waar de maatregel voor bedoeld is. 2 In afwijking van het eerste lid is een geluidbeperkende maatregel niet financieel doelmatig, indien naar het oordeel van de Minister van Infrastructuur en Milieu uit het akoestisch onderzoek blijkt dat: a. toepassing van de geluidbeperkende maatregel de grootste geluidreductie oplevert voor het cluster, b. het aantal maatregelpunten voor deze maatregel hoger is dan het aantal maatregelpunten voor een andere geluidbeperkende maatregel die een gelijke of nagenoeg gelijke geluidreductie kan realiseren, en c. in vergelijking met de andere maatregel de extra maatregelpunten niet in redelijke verhouding staan tot de extra geluidreductie die door het treffen van deze maatregel bereikt kan worden. 3 In afwijking van het eerste lid is een overdrachtsmaatregel niet financieel doelmatig indien deze maatregel een bestaande overdrachtsmaatregel zou vervangen, die: a. naar verwachting bij de start van de uitvoering niet ouder dan tien jaar zal zijn; b. niet ophoogbaar is, en c. een geluidreductie realiseert die vrijwel gelijk is aan de nieuw te treffen maatregel. 4 Bijlage 1 De financiële doelmatigheid van een maatregel als bedoeld in tabel 3 vankan worden bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van de maatregel af te wegen tegen de geluidreductie die de maatregel kan realiseren en tegen het aantal geluidsgevoelige objecten in het cluster waar de maatregel voor bedoeld is. 2012 11807 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/13196 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bijlage 1 Het aantal maatregelpunten van een geluidbeperkende maatregel wordt bepaald op grond van de in tabel 1 en tabel 2 vanopgenomen maatregelpunten per eenheid. 2 Het aantal maatregelpunten, bedoeld in het eerste lid, omvat het totaal van de maatregelpunten van bestaande en van nieuw te treffen geluidbeperkende maatregelen ten opzichte van een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen. 3 Bijlage 1 Bij het toepassen van tabel 2 vanwordt de hoogte van een geluidscherm bepaald ten opzichte van de bovenkant van het spoor of de kantstreep van de weg aan de zijde van het scherm. 2009 20367 30-12-2009 14-12-2009 BJZ2009064879 2009 20367 30-12-2009 14-12-2009 BJZ2009064879 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het aantal reductiepunten behorende bij een cluster wordt bepaald door het optellen van de reductiepunten per woning, die overeenkomstig het tweede en derde lid worden gegenereerd door alle geluidsgevoelige objecten in het cluster. 2 Bijlage 2 Het aantal reductiepunten per woning op basis van de hoogste toekomstige geluidsbelasting op de woning vanwege een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen is opgenomen in tabel 1 van. 3 afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder bijlage 2 Bij toepassing van deze regeling in het kader vanwordt in tabel 1 vanin plaats van de getallen 1000 tot en met 3000 telkens gelezen: 0 2016 31077 10-10-2016 01-09-2016 IENM/BSK-2015/239256 2016 31077 10-10-2016 01-09-2016 IENM/BSK-2015/239256 11-10-2016 Artikelen V tot en met VII van Stcrt. 2016/31077 bevatten
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij de toepassing van deze regeling worden achtereenvolgens in overweging genomen: a. bronmaatregelen, en b. andere geluidbeperkende maatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen, die leiden tot de meeste geluidreductie. 2 Overdrachtsmaatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen, worden bij de toepassing van deze regeling uitsluitend in overweging genomen voor zover deze maatregelen leiden tot een afname van de geluidsbelasting van ten minste 5 dB op ten minste een geluidsgevoelig object in een cluster. 2012 11807 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/13196 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De geluidreductie is het verschil tussen de toekomstige geluidsbelasting, die door geluidsgevoelige objecten zou worden ondervonden vanwege een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen, en de toekomstige geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen getroffen zijn. 2 Bijlage 2 Indien de berekende toekomstige geluidsbelasting, in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen zijn getroffen, lager is dan de waarde in tabel 2 van, wordt bij toepassing van het eerste lid de waarde uit tabel 2 van Bijlage 2, die op de betreffende situatie van toepassing is, gehanteerd als toekomstige geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg. 2012 11807 27-06-2012 12-06-2012 IENM/BSK-2012/13196 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 5, tweede lid artikel 7, eerste lid tabel 1 van bijlage 2 Bij de toepassing van,, enwordt gelijkgesteld aan een woning: a. elke vijftien strekkende meter geluidsbelaste gevel van een ander geluidsgevoelig gebouw, per bouwlaag; b. een woonwagenstandplaats; c. een ligplaats voor een woonschip. 2016 31077 10-10-2016 01-09-2016 IENM/BSK-2015/239256 2016 31077 10-10-2016 01-09-2016 IENM/BSK-2015/239256 11-10-2016 Artikelen V tot en met VII van Stcrt. 2016/31077 bevatten
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. 2009 20367 30-12-2009 14-12-2009 BJZ2009064879 2009 20367 30-12-2009 14-12-2009 BJZ2009064879 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder. 2009 20367 30-12-2009 14-12-2009 BJZ2009064879 2009 20367 30-12-2009 14-12-2009 BJZ2009064879 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 2009 20367 30-12-2009 14-12-2009 BJZ2009064879 2009 20367 30-12-2009 14-12-2009 BJZ2009064879 01-01-2010
Artikel 4#
artikel 4, derde lid
Artikel 8#
artikel 8, tweede lid