Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 oktober 2010, nr. BJZ2010025925, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een eenmalige specifieke uitkering voor het opstellen van planstudies en het uitvoeren van proefprojecten in het kader van het Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden (Regeling eenmalige uitkering planstudies en proefprojecten IKS)
- BWB-id
- BWBR0028862
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-10-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028862
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-eenmalige-uitkering-planstudies-en-proefprojecten-i
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-eenmalige-uitkering-planstudies-en-proefprojecten-i/2010-10-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028862&g=2010-10-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028862&z=2026-06-06&g=2010-10-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028862/2010-10-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-eenmalige-uitkering-planstudies-en-proefprojecten-i
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden: programma dat onderdeel uitmaakt van de Innovatieagenda en het werkprogramma Schoon en Zuinig (Kamerstukken II, 2007/08, 31 209, nr. 1); – Innovatieagenda: Innovatieagenda Energie (Kamerstukken II, 2007/08, 31 530, nr. 1); – kennis- en leertraject: traject gericht op het delen van kennis ten behoeve van het bereiken van een klimaatneutrale stad; – minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; – samenwerkingspartners: andere bestuursorganen, bedrijven, instellingen of organisaties. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De minister kan in het kader van het Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden op aanvraag eenmalig een specifieke uitkering aan een gemeente verlenen ten behoeve van het opstellen van een planstudie. 2 De minister kan in het kader van het Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden op aanvraag eenmalig een specifieke uitkering aan een gemeente verlenen ten behoeve van het uitvoeren van een proefproject. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste lid artikel 4 Een uitkering als bedoeld in, wordt enkel verleend aan een gemeente die voor 16 december 2009 een aanvraag heeft ingediend die aan de voorwaarden, bedoeld in, voldoet. 2 artikel 2, tweede lid artikel 5 Een uitkering als bedoeld in, wordt enkel verleend aan een gemeente die voor 15 september 2010 een aanvraag heeft ingediend, die aan de voorwaarden, bedoeld in, voldoet. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid Een aanvraag als bedoeld in, wordt ingediend bij SenterNovem. 2 artikel 3, eerste lid Een aanvraag als bedoeld in, bevat in ieder geval: a. een begroting van de kosten voor het opstellen van de planstudie; b. een overzicht van de kosten voor het opstellen van de planstudie die de gemeente of samenwerkingspartners op zich nemen, en c. een kopie van het raadsbesluit waaruit blijkt dat de aanvrager streeft naar een klimaatneutrale stad in 2050 of andere documenten waaruit dit streven blijkt, met in ieder geval een document waaruit de langetermijnvisie van de aanvrager blijkt. 3 artikel 3, eerste lid Uit een aanvraag als bedoeld in, blijkt verder in ieder geval, dat de planstudie: a. onderdeel uitmaakt van, of past binnen, een programma om een klimaatneutrale stad te bereiken; b. betrekking heeft op minimaal twee thema’s uit de Innovatieagenda; c. gericht is op de haalbaarheid van een proefproject, en d. gericht is op de procesinnovaties: 1°. ‘een combinatie en integratie van innovaties uit de thematische innovatieprogramma’s’; 2°. ‘het ontwikkelen of implementeren van nieuwe organisatievormen’, of 3°. ‘procesinnovaties die draagvlak bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties creëert’. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, tweede lid Een aanvraag als bedoeld in, wordt ingediend bij Agentschap NL. 2 artikel 3, tweede lid Een aanvraag als bedoeld in, kan enkel worden ingediend door een gemeente die voor 19 april 2010 een projectvoorstel heeft ingediend, dat: a. artikel 7 positief is beoordeeld op grond van, en, b. artikel 8 na rangschikking op grond vantot één van de acht hoogst gerangschikte projectvoorstellen behoort. 3 artikel 3, tweede lid Een aanvraag als bedoeld in, bevat in ieder geval: a. de naam van de aanvrager; b. de naam en het adres van de contactpersoon; c. de datum van de aanvraag; d. een beschrijving, de doelstelling en de verwachte resultaten van het proefproject; e. de verwachte begin- en einddatum van het proefproject; f. een uitgewerkte begroting van de proces- en begeleidingskosten van het proefproject; g. de gewenste hoogte van de uitkering; h. een kopie van het raadsbesluit waaruit blijkt dat de aanvrager streeft naar een klimaatneutrale stad in 2050 of andere documenten waaruit dit streven blijkt, met in ieder geval een document waaruit de langetermijnvisie van de aanvrager blijkt; i. een motivering van het innovatieve karakter van het proefproject, en j. overige relevante informatie. 4 artikel 3, tweede lid Uit een aanvraag als bedoeld in, blijkt verder in ieder geval: a. wie de samenwerkingspartners zijn; b. wat de geldelijke bijdrage van de gemeente en van de afzonderlijke samenwerkingspartners is aan de uitvoering van het proefproject; c. dat, indien een uitkering wordt verleend, in ieder geval 5 procent van de uitkering benut wordt voor interne en externe kennisoverdracht en dat hierover afstemming met Agentschap NL zal plaatsvinden, en d. hoe over de resultaten van het proefproject wordt gecommuniceerd. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, tweede lid Een projectvoorstel als bedoeld in, bestaat ten hoogste uit twee pagina’s van A4-formaat met een lettergrootte negen of tien en volgt het modelformulier dat op www.agentschapnl.nl/klimaatneutralesteden staat. 2 artikel 5, tweede lid Een projectvoorstel als bedoeld in, bevat in ieder geval: a. de naam van de aanvrager; b. de naam en het adres van de contactpersoon; c. de titel van het proefproject; d. een korte omschrijving van de inhoud, het doel en resultaat van het proefproject; e. de gewenste hoogte van de uitkering; f. de verwachte begin- en einddatum van het project; g. een motivering waarom het project past in de plannen van de aanvrager om een klimaatneutrale stad te zijn, en h. een globale begroting van de proces- en begeleidingskosten van het proefproject. 3 artikel 5, tweede lid Uit een projectvoorstel als bedoeld in, blijkt verder in ieder geval: a. wie de samenwerkingspartners zijn; b. wat de geldelijke bijdrage van de gemeente en de afzonderlijke samenwerkingspartners is aan het proefproject; c. hoe elders in Nederland gebruik kan worden gemaakt van de met het project opgedane kennis en ervaring; d. voor zover wordt samengewerkt met een deelgemeente, hoe binnen het grondgebied van de gemeente gebruik kan worden gemaakt van de met het project opgedane kennis en ervaring, en e. dat het proefproject gericht is op: 1°. ‘innovatie op het gebied van organisatie- en samenwerkingsvormen’; 2°. ‘het creëren van draagvlak bij burgers en lokale partijen’, en 3°. ‘het combineren van ideeën en thema’s uit de Innovatieagenda’. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 5, tweede lid De minister beoordeelt een projectvoorstel als bedoeld in, positief, indien: a. artikel 6 het projectvoorstel aan de voorwaarden, bedoeld in, voldoet; b. het proefproject betrekking heeft op twee thema’s uit de Innovatieagenda, en c. de aanvrager bereid is actief bij te dragen aan het vormgeven van de programmering en aan de uitvoering van het kennis- en leertraject. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5, tweede lid artikel 7 De minister rangschikt de projectvoorstellen als bedoeld in, die op grond vanpositief zijn beoordeeld, waarbij een projectvoorstel hoger in de rangschikking wordt geplaatst naarmate naar het oordeel van de minister het projectvoorstel een grotere bijdrage levert aan de doelstelling van de uitkering. 2 Bij de rangschikking houdt de minister rekening met: het project betrekking heeft. a. de mate van innovatie op het gebied van organisatie- en samenwerkingsvormen; b. de mate van innovatie op het gebied van het creëren van draagvlak bij burgers en lokale partijen; c. de mate van innovatie waarmee ideeën en concepten uit meerdere innovatieprogramma’s worden gecombineerd; d. de mate van samenwerking met andere partijen; e. de mate waarin het proefproject naar verwachting bijdraagt aan het resultaat dat de aanvrager wil bereiken; f. de mate waarin het proefproject naar verwachting herhaald kan worden of bruikbaar is voor andere gemeenten; g. de haalbaarheid van het proefproject; h. de spreiding van de proefprojecten over Nederland, en i. de diversiteit van de thema’s van de Innovatieagenda waarop 3 De minister kan externen inzetten die tot taak hebben projectvoorstellen overeenkomstig het eerste en tweede lid te beoordelen en over de rangschikking een niet bindend advies uit te brengen aan de minister. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 2, eerste lid Het totale bedrag van de te verlenen uitkeringen op grond van, bedraagt €1.000.000,-. 2 artikel 3, eerste lid De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, bedoeld in. 3 artikel 2, tweede lid Het totale bedrag van de op grond van, te verlenen uitkeringen bedraagt € 5.000.000,–. 4 artikel 3, tweede lid artikel 5, tweede lid De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het derde lid, over de aanvragen, bedoeld in, in de volgorde van de hoogte in de rangschikking van de bij de aanvragen behorende projectvoorstellen als bedoeld in. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 2, eerste lid Een uitkering op grond van, bedraagt tenminste € 50.000 en ten hoogste € 150.000 per aanvraag. 2 artikel 2, tweede lid Een uitkering op grond van, bedraagt ten hoogste € 1.000.000 per aanvraag. 3 Zolang een uitkering nog niet is vastgesteld kan de minister de beschikking tot verlening van de uitkering intrekken of ten nadele van de gemeente waaraan de uitkering is verleend wijzigen, indien: a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; b. de gemeente waaraan de uitkering is verleend niet heeft voldaan aan de aan de uitkering gebonden verplichtingen, of c. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten. 4 Intrekking of wijziging van een verlening van een uitkering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 2, eerste of tweede lid Een uitkering als bedoeld in, wordt verleend ten behoeve van de noodzakelijke, rechtstreeks aan het opstellen van de planstudie onderscheidenlijk het uitvoeren van het proefproject toe te rekenen kosten, bestaande uit: a. de loonkosten van medewerkers die bij het opstellen van de planstudie of het uitvoeren van het proefproject betrokken zijn, berekend op basis van het brutoloon van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke of op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, of b. de aan derden verschuldigde kosten voor door hen verleende diensten met betrekking tot het proces en de begeleiding. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 2, eerste lid artikel 11 De gemeente waaraan een uitkering is verleend op grond van, betaalt 50% van de kosten, bedoeld in, uit eigen middelen of met behulp van middelen van samenwerkingspartners. 2 artikel 2, tweede lid artikel 11 De gemeente waaraan een uitkering is verleend op grond van, betaalt een substantieel deel van de kosten, bedoeld in, uit eigen middelen of met behulp van middelen van samenwerkingspartners. 3 artikel 2, eerste of tweede lid Voor zover het opstellen van de planstudie of het uitvoeren van het proefproject al dan niet gedeeltelijk wordt betaald met een andere uitkering van het Rijk, wordt een uitkering als bedoeld in, zodanig vastgesteld dat het totaal van de uitkeringen niet hoger is dan de totale uitkering die op grond van deze regeling kan worden verstrekt. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 2 De gemeente waaraan een uitkering is verleend op grond van: a. artikel 11 besteedt het verleende bedrag uitsluitend aan kosten als bedoeld in; b. neemt actief deel aan het kennis- en leertraject, en c. neemt bij het opstellen van de planstudie of de uitvoer van het proefproject alle toepasselijke wet- en regelgeving in acht, waaronder in ieder geval wordt verstaan de toepasselijke Europese regels inzake aanbesteding, mededinging en staatssteun. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De minister kan aan een gemeente een voorschot van 100% van het verleende bedrag uitkeren. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet Indien in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, is opgenomen dat het opstellen van de planstudie of het uitvoeren van een proefproject is afgerond, geldt deze mededeling als een aanvraag tot vaststelling van de uitkering. 2 Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, neemt de minister een beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de uitkering. 3 Het bedrag van de uitkering wordt overeenkomstig de vaststelling, binnen 6 weken na vaststelling, betaald onder verrekening van uitgekeerde voorschotten. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De minister stelt een uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij: a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; b. de gemeente waaraan de uitkering is verleend niet heeft voldaan aan de aan de uitkering gebonden verplichtingen, of c. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 15 In afwijking van, kan de minister een uitkering geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien de beschikking tot verlening van de uitkering of tot vaststelling van de uitkering wordt ingetrokken of ten nadele van de gemeente waaraan de uitkering is verleend wordt gewijzigd. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De minister kan onverschuldigd uitgekeerde bedragen terugvorderen. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 november 2009. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige uitkering planstudies en proefprojecten IKS. 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 2010 16181 18-10-2010 11-10-2010 BJZ2010025925 19-10-2010 10-11-2009