Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 september 2009, nr. DGM/K&L 2009054964, houdende vaststelling van regels inzake de examinering en diplomering van personen en de certificering van bedrijven die werkzaamheden verrichten aan koelinstallaties waarbij gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen vrij kunnen komen (Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties)
- BWB-id
- BWBR0026453
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2015-07-01 t/m 2015-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026453
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-gefluoreerde-broeikasgassen-en-gereguleerde-stoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-gefluoreerde-broeikasgassen-en-gereguleerde-stoffen/2015-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026453&g=2015-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026453&z=2026-06-06&g=2015-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026453/2015-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-gefluoreerde-broeikasgassen-en-gereguleerde-stoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: airco van een mobiel werktuig: koelinstallatie die bijlage I en hoofdzakelijk bestemd is om de luchttemperatuur en de vochtigheid in de bestuurdersruimte van een werktuig als bedoeld inbij deze regeling te doen dalen; – niet hermetisch gesloten is en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, of – hermetisch gesloten is en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, airco van een voertuig: koelinstallatie die artikel 1, eerste lid, onder c en d, van de Wegenverkeerswet 1994 en hoofdzakelijk bestemd is om de luchttemperatuur en de vochtigheid in de bestuurdersruimte of de passagiersruimte van een voertuig als bedoeld inte doen dalen; – niet hermetisch gesloten is en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, of – hermetisch gesloten is en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, deelnemer: artikel 3, eerste lid deelnemer aan het examen, bedoeld in; exameninstelling: artikel 3, tweede tot en met vierde lid door de Minister aangewezen instelling als bedoeld in; installeren: aaneenkoppelen van twee of meer apparatuuronderdelen of circuits die gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of daartoe bestemd zijn met het oog op het plaatsen van een systeem op de locatie waar het zal functioneren, inclusief de handeling waarbij leidingen voor gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen van een systeem worden aaneengekoppeld om een koelcircuit te voltooien ongeacht de noodzaak het systeem na montage te vullen; keuringsinstantie: artikel 25, eerste lid door de minister aangewezen instantie als bedoeld in; koelinstallatie: artikel 1, onder e, van het Warenwetbesluit drukapparatuur drukapparatuur of drukapparaat als bedoeld in, waarin zich gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevinden; koudemiddelenregistratie: registratie waarbij wordt bijgehouden de hoeveelheid gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen die wordt gevuld of bijgevuld in koelinstallaties en de teruggewonnen hoeveelheid gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen uit koelinstallaties evenals de bestemming hiervan; lekcontrole: artikel 29a controle op lekkage als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de f-gassenverordening voor zover het gefluoreerde broeikasgassen betreft en controle op lekdichtheid als bedoeld in artikel 23 van de EG-verordening ozonlaagafbrekende stoffen envoorzover het gereguleerde stoffen betreft; minister: de Minister van Infrastructuur en Milieu; mobiele airco: airco van een voertuig of airco van een mobiel werktuig; mobiele koelinstallatie: koelinstallatie die artikel 1, onder e, van de Spoorwegwet artikel 1, eerste lid, onder c of d, van de Wegenverkeerswet 1994 en zich bevindt in of op een spoorvoertuig als bedoeld inof een voertuig als bedoeld in; – niet hermetisch gesloten is en drie kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat of – hermetisch gesloten is en zes kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, onderhouden: alle werkzaamheden, met uitzondering van het terugwinnen en het uitvoeren van lekcontroles, waarbij de circuits die gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of daartoe bestemd zijn, worden geopend, waaronder het vullen van het systeem met gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen, het wegnemen van een of meer circuit- of apparatuuronderdelen, het hermonteren van een of meer circuit- of apparatuuronderdelen en het herstellen van lekken; stationaire koelinstallatie: koelinstallatie die tijdens het functioneren niet mobiel is; terugwinnen: verzamelen en opslaan van gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen tijdens onderhoud of voorafgaand aan de verwijdering van koelinstallaties of houders als bedoeld in artikel 2, onder 12, van de f-gassenverordening. 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 30-08-2011 30-06-2011 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Personen die een of meer van de volgende werkzaamheden verrichten aan stationaire en mobiele koelinstallaties, beschikken over een bij de betreffende categorie van werkzaamheden behorend diploma als bedoeld in het tweede lid: a. het verrichten van lekcontroles van mobiele koelinstallaties, en van stationaire koelinstallaties: 1°. die niet hermetisch gesloten zijn en drie kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of 2°. die hermetisch gesloten zijn en zes kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten; b. het terugwinnen; c. het installeren, of d. het onderhouden. 2 Het diploma heeft betrekking op een van de volgende categorieën van werkzaamheden: a. categorie I: de houder van het diploma is bevoegd alle werkzaamheden als genoemd in het eerste lid te verrichten; b. categorie II: de houder van het diploma is bevoegd: 1°. de werkzaamheid, genoemd in het eerste lid, onder a, te verrichten op voorwaarde dat hierbij het koelcircuit, dat de gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, niet wordt geopend; 2°. de werkzaamheden, genoemd in het eerste lid, onder b tot en met d, te verrichten bij stationaire koelinstallaties die niet hermetisch gesloten zijn en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of die hermetisch gesloten zijn en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten; c. categorie III: de houder van het diploma is bevoegd de werkzaamheid, genoemd in het eerste lid, onder b, te verrichten bij stationaire koelinstallaties die niet hermetisch gesloten zijn en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of die hermetisch gesloten zijn en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten; d. categorie IV: de houder van het diploma is bevoegd de werkzaamheid, genoemd in het eerste lid, onder a, te verrichten voorzover hierbij het koelcircuit, dat de gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, niet wordt geopend. 3 Personen die belast zijn met het terugwinnen bij mobiele airco’s beschikken over een bij deze werkzaamheid behorend diploma. 4 Degene die beschikt over een diploma behorend tot categorie I als bedoeld in het tweede lid, onder a, is tevens gerechtigd de werkzaamheid, bedoeld in het derde lid, te verrichten. 5 Voor personen: a. die een opleiding voor het kunnen verrichten van de betreffende werkzaamheid volgen met het oogmerk het hierbij behorende diploma te verkrijgen, en b. die tot het moment dat het diploma voor die betreffende werkzaamheid is verkregen bij het verrichten van die werkzaamheid werkzaam zijn onder direct toezicht en verantwoordelijkheid van iemand die over een bij het bij die werkzaamheid behorend diploma beschikt, is het eerste lid voor een periode van maximaal twee jaar en het derde lid voor een periode van maximaal een jaar niet van toepassing, te rekenen vanaf de aanvangsdatum van de opleiding. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een diploma wordt verkregen door het met gunstig gevolg afleggen van het examen bij een exameninstelling als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid. 2 artikel 2, tweede lid De Stichting Emissiepreventie Koudetechniek is aangewezen als de instelling die het examen afneemt voor een diploma voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in, aan stationaire en mobiele koelinstallaties. 3 artikel 2, derde lid De Stichting Vakopleiding Automobiel- en Motorrijwielbedrijf is aangewezen als de instelling die het examen afneemt voor een diploma voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in, aan airco’s van voertuigen. 4 artikel 2, derde lid De Stichting Certificering Examinering Risicovolle Taken is aangewezen als de instelling die het examen afneemt voor een diploma voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in, aan airco’s van mobiele werktuigen. 5 Een persoon meldt zich voor het afleggen van het examen vooraf aan bij de betreffende exameninstelling. 6 artikel 2, eerste lid bijlage II Tijdens het examen voor een diploma als bedoeld in, wordt getoetst of een deelnemer voldoet aan de exameneisen behorend bij de betreffende categorie van werkzaamheden, die zijn neergelegd inbij deze regeling. 7 artikel 2, derde lid bijlage III Tijdens het examen voor een diploma als bedoeld in, wordt getoetst of een deelnemer voldoet aan de exameneisen, die zijn neergelegd inbij deze regeling. 8 artikelen 8, vijfde lid, onder c 16 Onverminderd de, enis de geldigheidsduur van het diploma onbeperkt. 9 Onder het examen wordt in deze regeling mede verstaan het herexamen, tenzij nadrukkelijk anders is bepaald. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid bijlagen II III De minister stelt de inhoud van het examen, bedoeld in, vast waarmee getoetst wordt of een deelnemer voldoet aan de exameneisen behorend bij de betreffende categorie van werkzaamheden, die zijn neergelegd in deofbij deze regeling. Voorafgaande aan de vaststelling adviseert de exameninstelling de minister over de inhoud van het examen. 2 artikel 3, eerste lid Het examen, bedoeld in, bestaat uit een theorie- en een praktijkgedeelte. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, eerste lid De minister stelt de uitslag van het examen, bedoeld in, met inachtneming van het advies van de exameninstelling inzake de resultaten van het door een deelnemer afgelegde examen vast en draagt er zorg voor dat de uitslag binnen drie weken na ontvangst van dat advies aan een deelnemer wordt verzonden. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid Indien een deelnemer een of meer onderdelen van het examen, bedoeld in, niet met goed gevolg heeft afgelegd, wordt hij in de gelegenheid gesteld een herexamen te doen voor het betreffende onderdeel of de betreffende onderdelen. 2 Het herexamen vindt plaats binnen zes maanden nadat een deelnemer van de resultaten van het examen op de hoogte is gesteld. 3 Indien een deelnemer een of meer onderdelen van het herexamen niet met goed gevolg heeft afgelegd, is hij niet gerechtigd opnieuw herexamen te doen. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, eerste lid Een deelnemer is voor het afleggen van het examen, bedoeld in, voorafgaand een vergoeding verschuldigd aan de exameninstelling. 2 Indien de verschuldigde vergoeding niet voor de dag waarop het examen zal worden afgenomen is ontvangen wordt de deelnemer uitgesloten van deelname aan het examen. 3 De exameninstelling doet de minister jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de verschuldigde vergoeding voor het afleggen van het examen voor het volgende kalenderjaar. De minister stelt de hoogte van de vergoeding vast. 4 De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor een examen of een herexamen dat wordt afgelegd: a. artikel 2, tweede lid, onder a of b met het oog op het verkrijgen van een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in: 1°. voor een examen of een herexamen op alle onderdelen: € 635,– exclusief BTW; 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 135,– exclusief BTW; 3°. voor een herexamen van een onderdeel van het praktijkgedeelte: € 310,– exclusief BTW; b. artikel 2, tweede lid, onder c of d met het oog op het verkrijgen van een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in: 1°. voor een examen of een herexamen op beide onderdelen: € 435,– exclusief BTW; 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 135,– exclusief BTW; 3°. voor een herexamen van het praktijkgedeelte: € 310,– exclusief BTW. c. artikel 2, derde lid met het oog op het verkrijgen van een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in: 1°. voor een examen of een herexamen op alle onderdelen: € 220,– exclusief BTW; 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 69,– exclusief BTW; 3°. voor een herexamen van het praktijkgedeelte: € 193,– exclusief BTW. 5 artikel 2, tweede lid, onder a artikel 2, tweede lid, onder b In afwijking van het vierde lid, onder a, bedraagt de hoogte van de vergoeding voor een examen of een herexamen met het oog op het verkrijgen van een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in, indien de deelnemer al beschikt over een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in, voor een examen of voor een herexamen: € 245,– exclusief BTW. 2015 15870 15-06-2015 09-06-2015 IENM/BSK-2015/108040 2015 15870 15-06-2015 09-06-2015 IENM/BSK-2015/108040 01-07-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3, eerste lid Indien onvoorziene omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de minister beslissen dat het examen, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk opnieuw wordt afgenomen. 2 artikel 9, tweede lid Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met deze regeling of het examenreglement, bedoeld in, of zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt, bericht de exameninstelling de minister hieromtrent. 3 In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt door een examinator binnen een week na constatering van de onregelmatigheid een schriftelijk verslag opgemaakt. Dit verslag bevat in ieder geval: a. het examen waarop het voorval betrekking heeft; b. het tijdstip waarop het voorval heeft plaatsgevonden; c. de naam van de betrokken deelnemer; d. een omschrijving van het voorval; e. de datum en het tijdstip waarop het verslag is gemaakt; f. de zienswijze van de betrokken deelnemer; g. de zienswijze van een eventuele getuige, met diens naam; h. de naam en de handtekening van degene die het verslag heeft gemaakt; i. zo mogelijk originele bewijsstukken die de bevindingen onderbouwen. 4 Het verslag wordt aan de betrokken deelnemer toegezonden. Voorts wordt onverwijld een afschrift aan de minister gezonden. 5 Indien een deelnemer zich aan een handeling, als bedoeld in het tweede lid, schuldig heeft gemaakt kan de minister besluiten: a. dat een deelnemer voor een periode van ten hoogste zes maanden wordt uitgesloten van deelname aan een of meer examens als bedoeld in deze regeling; b. tot ongeldigverklaring van het examen; c. tot intrekking van een reeds verleend diploma op grond van deze regeling. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3, eerste lid De exameninstelling is belast met de feitelijke werkzaamheden met betrekking tot het organiseren en afnemen van het examen, bedoeld in, waaronder: a. artikel 4, eerste lid het uitbrengen van het advies, bedoeld in; b. het geven van voorlichting over en bekendheid aan het examen; c. het vaststellen van de examendatum, het tijdstip en de plaats; d. het toezenden van de uitnodiging voor de deelname aan het examen; e. het afnemen van het examen door examinatoren; f. artikel 7, eerste lid het factureren van de vergoeding, bedoeld in, aan een deelnemer; g. artikel 5 het binnen drie weken na afloop van het examen uitbrengen van het advies, bedoeld in, en h. het registeren van individuele en algemene resultaten van de examens. 2 De exameninstelling stelt een examenreglement vast. Het reglement bevat ten minste: a. de procedure- en gedragsregels die gelden voorafgaand, gedurende en na afloop van het examen; b. artikel 5 de criteria op basis waarvan het examen wordt beoordeeld ten behoeve van het advies over de examenresultaten, bedoeld in; c. artikel 10 onverminderdde termijn waarbinnen individuele en algemene resultaten van de examens bewaard blijven, en d. de procedures voor externe afstemming en klachten in verband met de uitvoering van deze regeling. 3 De exameninstelling stelt een huishoudelijk reglement vast dat ten minste bevat: a. de taken die een examinator heeft; b. de criteria waaraan de examinator moet voldoen, waarbij ten minste wordt vastgelegd: 1°. dat hij voldoende kennis heeft van de relevante examenmethoden en de examendocumenten, en 2°. dat hij voldoende relevante praktijkervaring heeft; c. de criteria waaraan de examenruimte moet voldoen en welke technische middelen en hulpmiddelen beschikbaar moeten zijn; d. de procedures voor interne controles en evaluaties van de uitvoering van deze regeling. 4 Het examenreglement, het huishoudelijk reglement, en wijzigingen hiervan behoeven de goedkeuring van de minister. 5 De exameninstelling is onafhankelijk en onpartijdig en neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden het examenreglement en het huishoudelijk reglement in acht. 6 De exameninstelling neemt afdoende maatregelen om fraude voor, tijdens en na het examen te voorkomen. 7 Indien de exameninstelling niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 3, eerste lid artikel 5 De exameninstelling is gehouden de inschrijving van een deelnemer, de resultaten van het door hem afgelegde examen, bedoeld in, evenals het advies aan de minister, bedoeld in, te bewaren tot: a. ten minste dertien weken na de dag van het examen; b. ten minste dertien weken na de dag waarop de beslissing op het bezwaarschrift bekend is gemaakt, indien tegen de uitslag van het examen bezwaar is gemaakt, of c. ten minste dertien weken na de dag waarop het beroep onherroepelijk is, indien tegen een beslissing op bezwaar beroep is ingesteld. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De exameninstelling verstrekt desgevraagd aan de minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 2 De exameninstelling zendt elk jaar een jaarverslag aan de minister waarin verantwoording wordt afgelegd over de wijze waarop zij in het voorafgaande kalenderjaar uitvoering heeft gegeven aan haar taken en verplichtingen voortvloeiend uit deze regeling. 3 bijlage IV Het jaarverslag wordt opgesteld met inachtneming van de richtsnoeren, bedoeld inbij deze regeling. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikelen 9 tot en met 11 De minister kan de aanwijzing van de exameninstelling schorsen, indien de instelling naar het oordeel van de minister een of meer van de taken of verplichtingen, bedoeld in de, niet of onvoldoende uitvoert respectievelijk nakomt. 2 In geval van schorsing geeft de minister de exameninstelling gedurende een door hem te bepalen periode de gelegenheid de tekortkoming ongedaan te maken. 3 Indien de tekortkoming door de exameninstelling binnen de door de minister gestelde termijn naar het oordeel van de minister ongedaan is gemaakt, wordt de schorsing van de aanwijzing opgeheven. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De minister kan de aanwijzing van de exameninstelling intrekken indien: a. de instelling hierom verzoekt; b. artikelen 9 tot en met 11 de instelling naar het oordeel van de minister ernstig tekortschiet bij de uitvoering of nakoming van een of meer van de taken of verplichtingen, bedoeld in de; c. de instelling niet meewerkt aan een controle door de minister in het kader van deze regeling; d. artikel 12, eerste lid de aanwijzing ingevolge, is geschorst en de tekortkoming binnen de door de minister gestelde termijn niet ongedaan is gemaakt, of e. de instelling surseance van betaling is verleend of in staat van faillissement verkeert. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 3, eerste lid De minister verstrekt het diploma aan een deelnemer die met gunstig gevolg het examen, bedoeld in, heeft afgelegd. 2 artikel 3, eerste lid De minister registreert aan wie een diploma als bedoeld in, is uitgereikt. Deze gegevens worden bewaard totdat de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt doch ten minste vijf jaar. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het diploma vermeldt ten minste: a. de volledige naam van de houder van het diploma; b. een registratienummer; c. artikelen 2, eerste of derde lid de werkzaamheden, bedoeld in de, die de houder van het diploma bevoegd is te verrichten; d. de datum van afgifte en de ondertekening door de minister. 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 30-08-2011 30-06-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 3 van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen milieubeheer artikel 29a Indien de houder van een diploma bij voortduring in strijd handelt met deze regeling,, artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit EG-verordening ozonlaagafbrekende stoffen ofkan de minister tot intrekking van het diploma besluiten. In dat geval levert de betrokkene zijn diploma in bij de minister. 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 30-08-2011 30-06-2011
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 30-08-2011 30-06-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Een bedrijf dat stationaire of mobiele koelinstallaties installeert of onderhoudt mag deze werkzaamheden uitsluitend verrichten indien het beschikt over een geldig bedrijfscertificaat dat is afgegeven door een keuringsinstantie. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18 Een bedrijf kan een bedrijfscertificaat als bedoeld inverkrijgen, indien het beschikt over: a. artikel 2, tweede lid personeel dat houder is van een diploma als bedoeld in; b. voldoende adequaat gediplomeerd personeel als bedoeld onder a in relatie tot het ter zake te verwachten werkaanbod; c. voldoende en adequate instrumenten voor en noodzakelijke procedures ten behoeve van het personeel dat zich bezig houdt met de betreffende werkzaamheden, en d. een koudemiddelenregistratie. 2 Bij de aanvraag van een bedrijfscertificaat worden ten minste overgelegd: a. artikel 2, tweede lid een overzicht van de beschikbaarheid van het personeel, bedoeld in het eerste lid, onder a, in relatie tot het te verwachten werkaanbod evenals kopieën van de diploma’s, bedoeld in, van het personeel; b. een document waarin de voor het personeel noodzakelijke instrumenten en procedures zijn beschreven; c. een koudemiddelenregistratie, en d. het registratienummer uit het handelsregister. 3 artikel 18 Een bedrijf als bedoeld inkan een aanvraag voor een bedrijfscertificaat indienen bij een keuringinstantie. 4 Een bedrijf bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ten minste vijf jaar. 5 Een bedrijf voldoet na afgifte van een bedrijfscertificaat bij voortduring aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, en stelt op verzoek van de keuringsinstantie de gegevens van de koudemiddelenregistratie beschikbaar. 6 Indien een bedrijf niet meer voldoet aan de eisen op basis waarvan een bedrijfscertificaat is verleend, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de keuringsinstantie. 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 30-08-2011 30-06-2011
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Het bedrijfscertificaat vermeldt ten minste: a. de naam van het bedrijf; b. een registratienummer afgegeven door de keuringsinstantie; c. artikel 18 de werkzaamheden, bedoeld in, die de houder van het bedrijfscertificaat bevoegd is te verrichten; d. de datum van afgifte en de ondertekening door een vertegenwoordiger van de keuringinstantie. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 19, eerste lid De keuringsinstantie voert vierentwintig maanden na afgifte van een bedrijfscertificaat een tussentijdse beoordeling uit waarbij wordt bezien of een bedrijf nog voldoet aan de eisen, genoemd in. De tussentijdse beoordeling wordt vervolgens iedere achtenveertig maanden herhaald. 2 artikel 19, eerste lid De keuringsinstantie voert achtenveertig maanden na afgifte van een bedrijfscertificaat een herkeuring uit waarbij wordt beoordeeld of een bedrijf nog voldoet aan de eisen, genoemd in. De herkeuring wordt vervolgens iedere achtenveertig maanden herhaald. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De keuringinstantie kan een bedrijfscertificaat tijdelijk of definitief intrekken: a. indien een bedrijf hierom verzoekt; b. artikel 19, eerste lid indien een bedrijf naar het oordeel van de keuringinstantie niet meer voldoet aan een of meer eisen als genoemd in, of in strijd handelt met artikel 19, vierde, vijfde of zesde lid; c. indien een bedrijf niet of onvoldoende meewerkt aan een tussentijdse beoordeling of herkeuring door de keuringinstantie of de keuringsinstantie anderszins niet in staat is een bedrijf te beoordelen, of d. een bedrijf surseance van betaling is verleend of in staat van faillissement verkeert. 2 Bij een tijdelijke intrekking stelt de keuringinstantie een bedrijf gedurende een door de keuringinstantie te bepalen periode in de gelegenheid de tekortkoming ongedaan te maken. 3 Indien de tekortkoming door een bedrijf binnen de door de keuringinstantie gestelde termijn naar het oordeel van de keuringinstantie ongedaan is gemaakt, wordt de tijdelijke intrekking van een bedrijfscertificaat opgeheven. 4 De keuringinstantie kan een bedrijfscertificaat in ieder geval definitief intrekken, indien een bedrijfscertificaat tijdelijk is ingetrokken en de tekortkoming binnen de door de keuringinstantie gestelde termijn niet ongedaan is gemaakt. 5 artikel 29, eerste lid Indien de aanwijzing van de keuringsinstantie ingevolge, wordt ingetrokken, vervalt het oorspronkelijke bedrijfscertificaat van rechtswege na vierentwintig maanden te rekenen vanaf de dag van de intrekking van de aanwijzing, of zoveel eerder als een nieuw bedrijfscertificaat door een andere keuringsinstantie is verleend. 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 30-08-2011 30-06-2011
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikelen 19 21 artikel 22 bijlage V De keuringsinstantie neemt bij de certificering, tussentijdse beoordeling en herkeuring van bedrijven, bedoeld in deen, en de tijdelijke en definitieve intrekking van bedrijfscertificaten, bedoeld in, de bepalingen die zijn neergelegd inbij deze regeling in acht. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De keuringinstantie is belast met het beoordelen van bedrijven in het kader van deze regeling, het afgeven van bedrijfscertificaten en het in voorkomende gevallen tijdelijk of definitief intrekken hiervan. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Een instantie kan door de minister worden aangewezen als keuringinstantie indien de instantie voldoet aan de volgende voorwaarden: a. paragraaf 3.1 zij is onafhankelijk en onpartijdig bij de uitvoering van de werkzaamheden ingevolgevan deze regeling; b. zij houdt in een register bij welke bedrijven over een bedrijfscertificaat beschikken en houdt deze gegevens actueel; c. zij beschikt over een reglement waarin ten minste de te volgen procedures zijn neergelegd voor het verstrekken en het tijdelijk en definitief intrekken van een bedrijfscertificaat en het tussentijds beoordelen en herkeuren van bedrijven, en d. bijlage VI zij beschikt over personeel dat voor het uitvoeren van de beoordelingen van bedrijven voldoet aan de eisen, die zijn neergelegd inbij deze regeling; e. artikel 19, vierde lid zij registreert op een geaggregeerd niveau de gegevens van de resultaten van de koudemiddelenregistratie die door bedrijven ingevolge, beschikbaar zijn gesteld. 2 De keuringinstantie bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b en e, ten minste vijf jaar. 3 paragraaf 3.1 De keuringinstantie neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden ingevolgevan deze regeling het reglement, bedoeld in het eerste lid, onder c, in acht en voldoet bij voortduring aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. 4 Indien de keuringsinstantie niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister. 5 De minister overlegt periodiek met alle keuringinstanties. De keuringinstanties zijn verplicht aan dit overleg deel te nemen. 2009 19618 18-12-2009 10-12-2009 K&L2009065191 2009 19618 18-12-2009 10-12-2009 K&L2009065191 01-01-2010 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 25, eerste lid Een instantie kan een aanvraag voor een aanwijzing als bedoeld in, indienen bij de minister. 2 artikel 25, eerste lid Bij de aanvraag toont de instantie aan dat zij voldoet aan de eisen, genoemd in, door overlegging van de daarvoor noodzakelijke gegevens en bescheiden die direct of indirect van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag. 2009 19618 18-12-2009 10-12-2009 K&L2009065191 2009 19618 18-12-2009 10-12-2009 K&L2009065191 01-01-2010 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De keuringinstantie verstrekt desgevraagd aan de minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 2 De keuringinstantie stuurt elk jaar een jaarverslag aan de minister waarin verantwoording wordt afgelegd over de wijze waarop zij in het voorafgaande kalenderjaar uitvoering heeft gegeven aan haar taken en verplichtingen voortvloeiende uit deze regeling. 3 bijlage VII Het jaarverslag wordt opgesteld met inachtneming van de richtsnoeren, die zijn neergelegd inbij deze regeling. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De minister kan de aanwijzing van de keuringinstantie schorsen, indien de instantie naar het oordeel van de minister: a. artikelen 25 27 niet meer voldoet aan een of meer van de verplichtingen, bedoeld in deof; b. paragraaf 3.1 niet geacht wordt in staat te zijn een of meer van de werkzaamheden, bedoeld in, naar behoren uit te voeren. 2 Bij schorsing geeft de minister de keuringinstantie gedurende een door hem te bepalen periode gelegenheid de tekortkoming ongedaan te maken. 3 Indien de tekortkoming door de keuringinstantie binnen de door de minister gestelde termijn naar het oordeel van de minister ongedaan is gemaakt, wordt de schorsing opgeheven. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De minister kan de aanwijzing van de keuringinstantie intrekken, indien: a. de instantie hierom verzoekt; b. artikel 24 artikelen 25 27 de instantie ernstig tekort is geschoten bij de uitvoering vanof de naleving van een of meer van de verplichtingen, bedoeld in deen; c. de instantie misbruik maakt van haar bevoegdheden; d. de instantie niet meewerkt aan een controle door de minister in het kader van deze regeling; e. artikel 28, eerste lid de aanwijzing ingevolge, is geschorst en de tekortkoming naar het oordeel van de minister binnen de door de hem gestelde termijn niet ongedaan is gemaakt, of f. de instantie surseance van betaling is verleend of in staat van faillissement verkeert. 2 artikel 25, eerste lid, onder b De keuringsinstantie overlegt bij intrekking van de aanwijzing aan de minister alle relevante inlichtingen en bescheiden, waaronder het register, bedoeld in. 3 De keuringsinstantie stelt de betrokken bedrijven onverwijld op de hoogte van het besluit van de minister tot intrekking van de aanwijzing. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 De EG-verordening standaardlekcontroles stationaire koelinstallaties is van overeenkomstige toepassing op koelinstallaties voor zover het gereguleerde stoffen betreft. 2 Artikel 23, tweede en derde lid, van de EG-verordening ozonlaagafbrekende stoffen, is van overeenkomstige toepassing op mobiele koelinstallaties voor zover het gereguleerde stoffen betreft. 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 30-08-2011 30-06-2011
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b artikel 2, eerste lid De exploitant van een koelinstallatie die gereguleerde stoffen bevat en is voorzien van een lekdetectiesysteem, draagt er zorg voor dat ten minste een keer per twaalf maanden dat lekdetectiesysteem wordt gecontroleerd door een persoon die beschikt over het bij de betreffende categorie werkzaamheden behorende diploma, bedoeld in, om te garanderen dat dat lekdetectiesysteem behoorlijk functioneert, waarbij wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke of rechtspersoon die de feitelijke controle uitoefent over het technisch functioneren van de koelinstallatie; b. lekdetectiesysteem: geijkt mechanisch, elektrisch of elektronisch apparaat om lekken van gereguleerde stoffen op te sporen, dat waarschuwt als het deze stoffen heeft vastgesteld. 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 2011 15768 29-08-2011 24-08-2011 IENM/BSK-2011/113986 30-08-2011 30-06-2011
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 2, tweede lid, onder a Degene die houder is van een diploma STEK-monteur of een diploma CFK-monteur wordt geacht tot 1 juli 2010 houder te zijn van een diploma behorend bij categorie I als bedoeld in. 2 Artikel 2, derde lid , is tot 1 juli 2010 niet van toepassing op een persoon die beschikt over een diploma auto-airco monteur (STEK) of een diploma demonteur auto-airco (STEK). 3 artikel 18 Een bedrijf dat aan de ter zake geldende eisen ingevolge de Aanwijzingsregeling Stichting Erkenningsregeling voor de uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf voldoet en als zodanig is erkend wordt geacht tot 1 juli 2011 houder te zijn van een tussentijds bedrijfscertificaat ten behoeve van het kunnen verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 2, tweede lid, onder a Nadat degene die houder is van een diploma STEK-monteur of een diploma CFK-monteur dit diploma aan de minister heeft toegezonden, verstrekt de minister een diploma behorend bij categorie I als bedoeld in. 2 artikel 2, derde lid Nadat degene die houder is van een diploma auto-airco monteur (STEK) of een diploma demonteur auto-airco (STEK) dit diploma aan de minister heeft toegezonden, verstrekt de minister een diploma als bedoeld in. 3 artikel 2, tweede lid, onder a artikel 2, derde lid Indien de toezending van het diploma, bedoeld in het eerste of tweede lid, geschiedt voor 1 maart 2010, zendt de minister het diploma behorend bij categorie I als bedoeld in, of het diploma, bedoeld in, tezamen met het oorspronkelijke diploma voor 1 juli 2010 aan de betrokkene toe. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Met de beroepseisen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en waarop Verordening (EG) nr. 303/2008 van de Europese Commissie van 2 april 2008 tot instelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van bedrijven en personeel betreffende stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevat (PbEU L 92) niet van toepassing is, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van deze regeling. 2 Met de beroepseisen, bedoeld in artikel 2, derde lid, en waarop Verordening (EG) nr. 307/2008 van de Europese Commissie van 2 april 2008 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van minimumeisen voor opleidingsprogramma’s en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van opleidingsvoorschriften voor personeel op het gebied van bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevattende klimaatregelingssystemen in bepaalde motorvoertuigen (PbEU L 92) niet van toepassing is, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van deze regeling. 3 Met een bedrijfscertificaat als bedoeld in artikel 18 en waarop Verordening (EG) nr. 303/2008 van de Europese Commissie van 2 april 2008 tot instelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van bedrijven en personeel betreffende stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevat (PbEU L 92) niet van toepassing is, wordt gelijkgesteld een verklaring van goedkeuring, afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke verklaring is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van deze regeling. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Aanwijzingsregeling Stichting Erkenningsregeling voor de uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf Dewordt met ingang van 1 juli 2011 ingetrokken. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Wijzigt de Inzamelingsregeling CFK en halonen. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties. 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 2009 14412 30-09-2009 17-09-2009 DGM/K&L20090504964 01-01-2010
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 3#
artikel 3, zesde lid
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid
Artikel 3#
artikel 3, zevende lid
Artikel 2#
artikel 2, derde lid
Artikel 2#
artikel 2, derde lid
Artikel 11#
artikel 11, derde lid
Artikel 23#
artikel 23
Artikel 19#
artikel 19, eerste lid, onder b
Artikel 19#
artikel 19, eerste lid, onder c
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 29a#
artikelen 29a
Artikel 29b#
29b
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 29a#
artikelen 29a
Artikel 29b#
29b
Artikel 19#
artikel 19, eerste lid, onder c
Artikel 29a#
artikel 29a
Artikel 19#
artikel 19, eerste lid, onder c
Artikel 19#
artikel 19, eerste lid, onder d
Artikel 19#
artikel 19, tweede lid
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onder a
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onder a of b
Artikel 19#
artikel 19
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onder a
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onder a of b
Artikel 22#
artikel 22, eerste lid, onder b
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onder a
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onder a of b
Artikel 19#
artikel 19, eerste lid, onder c
Artikel 19#
artikel 19, eerste lid, onder c
Artikel 25#
artikel 25, eerste lid, onder d
Artikel 25#
artikel 25, eerste lid, onder d
Artikel 27#
artikel 27, derde lid