Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 oktober 2009, nr. BVE/161166, houdende regels voor het verstrekken van een aanvullende bekostiging ten behoeve van de intensivering van het taal- en rekenonderwijs in het mbo (Regeling intensivering Nederlandse taal en rekenen mbo)
- BWB-id
- BWBR0026615
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2014-01-01 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026615
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-intensivering-nederlandse-taal-en-rekenen-mbo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-intensivering-nederlandse-taal-en-rekenen-mbo/2014-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026615&g=2014-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026615&z=2026-06-06&g=2014-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026615/2014-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-intensivering-nederlandse-taal-en-rekenen-mbo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, de Minister van Economische Zaken; wet: Wet educatie en beroepsonderwijs ; instelling: artikel 1.1.1, onder b artikel 12.3.8 artikel 12.3.9 van de wet een instelling als bedoeld in, een instituut als bedoeld in, of een hogeschool als bedoeld in; armoedeprobleemcumulatiegebied: een cumulatiegebied zoals gehanteerd in de Armoedemonitor 2005 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, zoals geactualiseerd op basis van het Regionaal Inkomensonderzoek; deelnemer: artikel 7.2.2, eerste lid, van de wet artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB een deelnemer die op 1 oktober van een kalenderjaar is ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in, die daadwerkelijk de opleiding volgt en op grond vanvoor bekostiging wordt meegeteld; apc-deelnemer: een deelnemer die woonachtig is in een postcodegebied dat valt in een armoedeprobleemcumulatiegebied; taal: de Nederlandse taal; DUO: uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; steunpunt: het tijdelijke Steunpunt taal en rekenen mbo verbonden aan de Stichting Innovatie Beroepsonderwijs. 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 01-01-2014
Artikel 2 — Artikel 2 Te bekostigen activiteiten#
Artikel 2 Te bekostigen activiteiten 1 De minister verstrekt in de jaren 2010 tot en met 2014 aan het bevoegd gezag van instellingen aanvullende bekostiging ten behoeve van de intensivering van het taal- en rekenonderwijs in de instellingen, dat erop gericht is om structureel een verhoging te realiseren van de taal- en rekenvaardigheden van deelnemers. 2 De aanvullende bekostiging wordt besteed aan één of meer van de volgende activiteiten: a. aanpassingen in de didactiek en pedagogiek van de beroepsopleidingen met het oog op de intensivering van het taal- en rekenonderwijs; b. toetsing van deelnemers; c. extra onderwijstijd; d. nieuwe of aangepaste faciliteiten; e. professionalisering van docenten en overige functionarissen op het gebied van taal- en rekenonderwijs; f. andere activiteiten die gericht zijn op intensivering van taal- en rekenonderwijs. 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 01-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3 Bekostigingsplafond en verdelingswijze#
Artikel 3 Bekostigingsplafond en verdelingswijze 1 Voor het kalenderjaar 2010 is € 58.099.000 beschikbaar. De bedragen voor de kalenderjaren 2011 tot en met 2013 worden voorafgaand aan het kalenderjaar bekend gemaakt. Voor het kalenderjaar 2014 is € 52.600.000,– beschikbaar. 2 De aanvullende bekostiging voor een instelling in een kalenderjaar bestaat uit: a. artikel 4 een bedrag per apc-deelnemer, berekend volgens; b. artikel 5 een bedrag naar rato van het aantal deelnemers, berekend volgens; c. artikel 6 in voorkomend geval een compensatiebedrag, berekend volgens. 3 artikel 6 In 2010 is voor de compensatiebedragen bedoeld ineen bedrag van € 6.448.900 beschikbaar, in 2011 een bedrag van € 4.299.267 en in 2012 een bedrag van € 2.149.633 4 artikel 5 artikel 4 Voor de berekening van de bedragen naar rato van het aantal deelnemers op grond vanwordt uitgegaan van het bedrag dat voor het betreffende kalenderjaar voor het verstrekken van aanvullende bekostiging resteert nadat het bedrag genoemd in het derde lid alsmede het totaalbedrag voor de apc-deelnemers voor het betreffende kalenderjaar, berekend op grond van, in mindering is gebracht op het bedrag, genoemd in het eerste lid. 5 artikelen 4 5 artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB Voor de berekening bedoeld in deenmaakt de minister gebruik van de gegevens bedoeld in. 6 artikelen 4 5 Bij de berekening bedoeld in deenwordt het aantal deelnemers in een deeltijdse opleiding in de beroepsopleidende leerweg vermenigvuldigd met 0,35. 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 01-01-2014
Artikel 4 — Artikel 4 Bedrag per apc-deelnemer#
Artikel 4 Bedrag per apc-deelnemer Het bedrag per apc-deelnemer voor een instelling is afhankelijk van het percentage apc-deelnemers binnen de instelling ten opzichte van het totale aantal deelnemers van het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar van de instelling en bedraagt: a. € 10 bij 10% of minder apc-deelnemers; b. € 30 bij meer dan 10% maar maximaal 20% apc-deelnemers; c. € 40 bij meer dan 20% maar maximaal 30% apc-deelnemers; d. € 80 bij meer dan 30% maar maximaal 35% apc-deelnemers; e. € 100 bij meer dan 35% maar maximaal 40% apc-deelnemers; f. € 120 bij meer dan 40% apc-deelnemers. 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5 Bedrag naar rato van het aantal deelnemers#
Artikel 5 Bedrag naar rato van het aantal deelnemers artikel 3, vierde lid Het voor een instelling beschikbare bedrag naar rato van het aantal deelnemers is een voor de instelling evenredig gedeelte van het bedrag, bedoeld in, en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijke totaal van deelnemers die op 1 oktober van het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar zijn ingeschreven. 2010 7670 25-05-2010 27-04-2010 BVE/Stelsel/2010/205529 2010 7670 25-05-2010 27-04-2010 BVE/Stelsel/2010/205529 26-05-2010 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6 Overgangsbepaling voor de jaren 2010, 2011 en 2012#
Artikel 6 Overgangsbepaling voor de jaren 2010, 2011 en 2012 1 Om te bepalen of voor een instelling aanspraak bestaat op een compensatiebedrag en in voorkomend geval, voor het berekenen van de hoogte daarvan, wordt gebruik gemaakt van de formules opgenomen in het tweede en derde lid, waarbij steeds geldt dat: EDUins is: de hoogte van het bedrag dat blijkens de jaarrekening over het kalenderjaar 2008 met de overeenkomst of overeenkomsten educatie van de desbetreffende instelling in dat kalenderjaar is gemoeid; EDUlan is: de hoogte van het bedrag dat blijkens de jaarrekeningen over het kalenderjaar 2008 met de overeenkomsten educatie van de instellingen in dat kalenderjaar is gemoeid; artikelen 4 5 T2010 is: de aanvullende vergoeding die de desbetreffende instelling in 2010 ontvangt op grond van deen. 2 Er is aanspraak op aanvullende bekostiging, indien geldt: (EDUins/EDUlan x € 50.000.000) – T2010 is groter dan 2% van EDUins. 3 Het bedrag van de aanvullende bekostiging is de uitkomst van: (EDUins/EDUlan x € 50.000.000) – T2010 – 2% van EDUins, met dien verstande dat de uitkomst wordt vermenigvuldigd met 0,75 in 2010, met 0,50 in 2011 en met 0,25 in 2012. 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7 Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 7 Begrotingsvoorwaarde 1 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De aanvullende bekostiging ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2 Ingeval van het niet vervullen van de voorwaarde wordt de op grond van deze regeling verleende aanvullende bekostiging verlaagd tot het bedrag dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ter beschikking staat. 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 01-01-2010
Artikel 8 — Artikel 8 Implementatieplan Nederlandse taal en rekenen#
Artikel 8 Implementatieplan Nederlandse taal en rekenen 1 Een instelling stelt een implementatieplan Nederlandse taal en rekenen op voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2013 en stuurt dit vóór 1 april 2010 naar DUO. 2 Het implementatieplan bevat in ieder geval: a. de wijze waarop de instelling taal- en rekenbeleid ontwikkelt; b. artikel 2 een overzicht van de ingenoemde activiteiten ten behoeve van de intensivering van het taal- en rekenonderwijs, die de instelling wil aanbieden; c. de wijze waarop de instelling effecten van de onderwijsinspanningen op taal- en rekenvaardigheden van deelnemers meet. 3 Het steunpunt analyseert het implementatieplan en geeft hierover een reactie aan de instelling. 4 artikel 11.1 van de wet Indien de instelling niet tijdig een implementatieplan heeft ingezonden dat voldoet aan de eisen gesteld in het tweede lid, kan de minister op grond vande aanvullende bekostiging geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten. 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 01-01-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Besteding aanvullende bekostiging#
Artikel 9 Besteding aanvullende bekostiging De aanvullende bekostiging wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen na afloop van de looptijd van de aanvullende bekostiging zullen worden teruggevorderd. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk in het jaar 2014 besteed. 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 01-01-2014 Abusievelijk geeft Staatscourant een wijzigingsopdracht voor de tweede volzin in plaats van de derde volzin.
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording en controle#
Artikel 10 Verantwoording en controle 1 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de aanvullende bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de, met model G, behorende bij de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende bekostiging. 2 artikel 8 In aanvulling op de financiële verantwoording van de aanvullende bekostiging in de jaarverslaggeving stelt het bevoegd gezag dat in een kalenderjaar meer dan € 25.000 aan aanvullende bekostiging op grond van deze regeling heeft ontvangen, een inhoudelijk verslag op. Het verslag wordt ingericht volgens het format dat als bijlage bij deze regeling is opgenomen en wordt opgenomen in het jaarverslag. Het inhoudelijk verslag bevat een reflectie op de behaalde resultaten mede in relatie tot het implementatieplan bedoeld in. 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11 Betaaltermijnen#
Artikel 11 Betaaltermijnen De aanvullende bekostiging wordt jaarlijks in vier termijnen betaald. 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 01-01-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Evaluatie#
Artikel 12 Evaluatie Het steunpunt betrekt de bevindingen over de implementatieplannen en de jaarlijkse inhoudelijke verantwoording van de onderwijsinstellingen in de jaarverslagen bij zijn jaarlijkse voortgangsrapportage. 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 en vervalt met ingang van 1 januari 2017. 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 2013 26265 24-09-2013 11-09-2013 BVE/525982 01-01-2014
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling intensivering Nederlandse taal en rekenen mbo. 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 2009 16810 09-11-2009 26-10-2009 BVE/161166 01-01-2010
Artikel 10#
artikel 10, tweede lid
Artikel 8#
artikel 8