Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 september 2010, nr. WJZ-230010 (8285), houdende algemene regels voor subsidieverstrekking op grond van de Wet overige OCW-subsidies en enkele onderwijswetten (Regeling OCW-subsidies)
- BWB-id
- BWBR0028820
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2015-08-01 t/m 2016-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028820
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-ocw-subsidies
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-ocw-subsidies/2015-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028820&g=2015-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028820&z=2026-06-06&g=2015-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028820/2015-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-ocw-subsidies
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen accountant: artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek accountant als bedoeld in, instellingssubsidie: subsidie voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende, structurele activiteiten van een instelling, jaarrekening: artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek jaarrekening als bedoeld in, jaarverslaggeving: artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek geheel van verslaggevingsdocumenten bestaande uit de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in, minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, niet-onderwijsinstelling: natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een onderwijsinstelling, onderwijsinstelling: Regeling jaarverslaggeving onderwijs bekostigde onderwijsinstelling waarop devan toepassing is, projectsubsidie: subsidie voor tijdelijke activiteiten, die anders dan als instellingssubsidie wordt verstrekt, richtlijnen: Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving, SBB: artikel 1.5.1 van de Web Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in, subsidie: instellingssubsidie of projectsubsidie, Web: Wet educatie en beroepsonderwijs , Wet SLOA 2013: Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 . 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte#
Artikel 2 Reikwijdte 1 Deze regeling is van toepassing op subsidieverstrekking door de minister op grond van de volgende artikelen of de daarop gebaseerde regelingen: a. artikelen 2 4 van de Wet overige OCW-subsidies deen, b. artikelen 2 3, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies deen, c. artikel 70, van de Wet op het primair onderwijs , d. artikel 116, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs , e. artikel 116, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs , f. artikel 123, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs , g. artikel 123, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs , h. artikel 135, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs , i. artikel 71 van de Wet op de expertisecentra , j. artikel 113, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra , k. artikel 113, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra , l. artikel 120, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra , m. artikel 120, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra , n. artikel 129, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra , o. artikel 74 van de Wet op het voortgezet onderwijs , p. artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs , q. artikel 85a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs , r. artikel 89, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs , s. artikel 89, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs , t. artikel 1.5.1, derde en vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs , u. artikel 2.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs , v. artikel 2.2.3, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs , w. artikel 2.4.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs , x. artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs , en y. artikel 2, tweede lid artikel 3, tweede lid, van de Wet SLOA 2013 , en. 2 artikelen 123, tweede lid 135, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikelen 120, tweede lid 129, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra 85a, tweede lid artikelen 89, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs Deze regeling houdt tevens beleidsregels in met betrekking tot de wijze waarop de minister gebruik maakt van zijn bevoegdheid als bedoeld in de, en, de, enen, en de. 3 artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet overige OCW-subsidies artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 2, tweede lid artikel 3, tweede lid, van de Wet SLOA 2013 Indien subsidie wordt verstrekt op grond vanjunctodan wel, of, kan bij beschikking worden afgeweken van deze regeling. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 3 — Artikel 3 hoofdstuk 2 Reikwijdte#
Artikel 3 hoofdstuk 2 Reikwijdte Dit hoofdstuk is van toepassing op zowel onderwijsinstellingen als niet-onderwijsinstellingen. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 4 — Artikel 4 Vereisten subsidieaanvraag#
Artikel 4 Vereisten subsidieaanvraag 1 Indien een aanvraag om subsidie op grond van enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven, omvat die subsidieaanvraag in ieder geval een activiteitenplan en een begroting. 2 Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op meer dan een jaar, omvat de aanvraag een meerjarenactiviteitenplan en een meerjarenbegroting. 3 Artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 5 Begrotingsvoorwaarde 1 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 6 — Artikel 6 Kosten terugvordering#
Artikel 6 Kosten terugvordering Bij terugvordering van ten onrechte betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Tevens kan de minister in dat geval de verschuldigde wettelijke rente vorderen. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 6a — Artikel 6a Vergoedingsplicht#
Artikel 6a Vergoedingsplicht 1 artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In de gevallen, bedoeld in, waarin het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, legt de minister een door hem te bepalen vergoedingsplicht op. 2 Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. De minister en de subsidieontvanger wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de subsidieontvanger door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van de minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen. 2012 13204 02-07-2012 15-06-2012 WJZ/412577(10214) 2012 13204 02-07-2012 15-06-2012 WJZ/412577(10214) 03-07-2012
Artikel 7 — Artikel 7 afdeling 4.2.8 Awb Toepassingbij boekjaarsubsidies van € 125.000 of meer#
Artikel 7 afdeling 4.2.8 Awb Toepassingbij boekjaarsubsidies van € 125.000 of meer Afdeling 4.2.8 van de Algemene Wet bestuursrecht is van toepassing op per boekjaar verstrekte subsidies die € 125.000 of meer bedragen. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 8 — Artikel 8 Administratieplicht bij subsidies van € 125.000 of meer#
Artikel 8 Administratieplicht bij subsidies van € 125.000 of meer 1 artikel 4:37, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, voert de subsidieontvanger een administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in. 2 De subsidieontvanger bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende zeven jaren. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 9 — Artikel 9 Meldingsplicht#
Artikel 9 Meldingsplicht 1 De subsidieontvanger doet onverwijld een melding bij de minister van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht. 2 Aan het eerste lid wordt in ieder geval toepassing gegeven indien het voor de subsidieontvanger aannemelijk is of had moeten zijn dat: a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zijn verricht of zullen worden verricht, of b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen wordt voldaan of zal worden voldaan. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Intellectuele eigendom#
Artikel 10 Intellectuele eigendom De subsidieontvanger werkt mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom, ter zake van de gesubsidieerde activiteiten. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 11 — Artikel 11 Betaling#
Artikel 11 Betaling Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en direct wordt vastgesteld, vindt de betaling van het subsidiebedrag in één keer plaats. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Reikwijdte hoofdstuk 3#
Artikel 12 Reikwijdte hoofdstuk 3 Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op onderwijsinstellingen. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Verantwoording door onderwijsinstellingen#
Artikel 13 Verantwoording door onderwijsinstellingen 1 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van subsidie door onderwijsinstellingen geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de voorschriften, bedoeld in de. 2 Bij de verantwoording wordt onderscheid gemaakt tussen: a. subsidie waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt, b. subsidie die uitsluitend mag worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, en c. subsidie die ook kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2014 37254 24-12-2014 16-12-2014 WJZ/701762(10528) 2014 37254 24-12-2014 16-12-2014 WJZ/701762(10528) 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14 Reikwijdte hoofdstuk 4#
Artikel 14 Reikwijdte hoofdstuk 4 Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op niet-onderwijsinstellingen. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 15 — Artikel 15 Termijn beschikking tot subsidieverlening#
Artikel 15 Termijn beschikking tot subsidieverlening 1 Een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag of, indien sprake is van een subsidieplafond en de verlening plaatsvindt in volgorde van rangschikking of evenredige verdeling, binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend. 2 De termijn, genoemd in het eerste lid, bedraagt 22 weken indien: a. over de aanvraag advies wordt ingewonnen, b. een nader onderzoek naar de aanvraag wordt ingesteld, of c. sprake is van cofinanciering van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en die Raad gezamenlijk of de Europese Commissie goedgekeurd programma. 3 Indien over de aanvraag een niet bij wettelijk voorschrift voorgeschreven advies wordt ingewonnen of een nader onderzoek naar de aanvraag wordt ingesteld, deelt de minister dit aan de aanvrager mee. 4 Indien de verlening mede afhankelijk is van het oordeel van een internationale beoordelingscommissie of van internationale peer reviews, bedraagt de termijn, genoemd in het eerste lid, 40 weken. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 16 — Artikel 16 Termijn aanvraag tot subsidievaststelling bij subsidies van € 25.000 of meer#
Artikel 16 Termijn aanvraag tot subsidievaststelling bij subsidies van € 25.000 of meer Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, vindt een aanvraag tot subsidievaststelling plaats binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend dan wel na afloop van het boekjaar, of binnen een bij ministeriële regeling of bij beschikking op te nemen termijn. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 17 — Artikel 17 Termijn subsidievaststelling#
Artikel 17 Termijn subsidievaststelling Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven: a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en direct wordt vastgesteld: binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag van de subsidie, b. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en niet direct wordt vastgesteld: binnen 22 weken na de in de ministeriële regeling of de beschikking opgenomen datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, moeten zijn verricht, en c. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt: binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 18 — Artikel 18 Desgevraagd verantwoorden#
Artikel 18 Desgevraagd verantwoorden Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. Bij ministeriële regeling of bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 19 — Artikel 19 Verantwoording bij subsidies van € 25.000 of meer#
Artikel 19 Verantwoording bij subsidies van € 25.000 of meer 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, toont de subsidieontvanger aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 2 Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten. 3 De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het activiteitenplan. 4 Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie. 5 Bij ministeriële regeling of bij beschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger op een andere wijze aantoont dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 20 — Artikel 20 Werkelijkekostenverklaring bij subsidies van € 25.000 of meer#
Artikel 20 Werkelijkekostenverklaring bij subsidies van € 25.000 of meer 1 artikel 19 artikel 8 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, kan bij ministeriële regeling of bij beschikking worden bepaald dat de subsidieontvanger op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aantoont dat de activiteiten zijn verricht. In dat geval isniet van toepassing en, indien de subsidie minder dan € 125.000 bedraagt, isvan overeenkomstige toepassing. 2 In de verklaring geeft de subsidieontvanger aan: a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting, b. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is, d. wat, in voorkomend geval, de stand van de egalisatiereserve is, e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden, is, en f. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is. 2012 1702 27-01-2012 17-01-2012 WJZ/343051(3863) 2012 1702 27-01-2012 17-01-2012 WJZ/343051(3863) 28-01-2012 12-10-2010 [...opmerking...]
Artikel 21 — Artikel 21 Verantwoording bij subsidies van € 125.000 of meer#
Artikel 21 Verantwoording bij subsidies van € 125.000 of meer artikel 19 Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger, onverminderd, rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag.is van overeenkomstige toepassing. 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 2010 15670 11-10-2010 28-09-2010 WJZ-230010(8285) 12-10-2010
Artikel 22 — Artikel 22 Controleverklaring bij subsidies van € 125.000 of meer#
Artikel 22 Controleverklaring bij subsidies van € 125.000 of meer 1 artikel 21 Het financieel verslag, bedoeld in, gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant. 2 bijlage 1 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen, bedoeld inbij deze regeling, tenzij bij de verlening anders is bepaald. 3 In de verklaring, bedoeld in het eerste lid, geeft de accountant tevens een oordeel over de naleving door de subsidieontvanger van de in het controleprotocol genoemde voorschriften. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 23 — Artikel 23 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 23 Bevoorschotting en betaling 1 Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en niet direct wordt vastgesteld, verleent de minister de subsidieontvanger een voorschot van 100 procent van het subsidiebedrag. 2 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, geschiedt de verlening van het voorschot gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening en bedraagt het voorschot 100 procent van het subsidiebedrag, tenzij bij ministeriële regeling of bij beschikking is bepaald dat het voorschot 80 procent van het subsidiebedrag bedraagt. 3 De minister betaalt als voorschot per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag dat aan de subsidieontvanger is verleend. 4 In afwijking van het tweede en derde lid kan de hoogte en de spreiding van de voorschotten bij ministeriële regeling of bij beschikking per tijdvak worden bepaald aan de hand van de liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger. De liquiditeitsbehoefte volgt uit gegevens van de aanvrager of wordt ambtshalve vastgesteld door de minister. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 24 — Artikel 24 Jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen#
Artikel 24 Jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen 1 artikel 21 bijlage 2 Indien dat bij de subsidieverlening, in afwijking van, is bepaald, geschiedt de financiële verantwoording in de jaarverslaggeving, overeenkomstig de Voorschriften voor de jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen, bedoeld inbij deze regeling. In dat geval geschiedt de verantwoording van projectsubsidies van € 125.000 of meer tevens overeenkomstig het model Verantwoording van projectsubsidies, zoals opgenomen in die bijlage. 2 bijlage 1 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen, bedoeld inbij deze regeling. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 25 — Artikel 25 hoofdstuk 5 Reikwijdte#
Artikel 25 hoofdstuk 5 Reikwijdte Wet SLOA 2013 Dit hoofdstuk is uitsluitend en in aanvulling op de hoofdstukken 2 en 4 van toepassing op instellingen zoals bedoeld in de. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 26 — Artikel 26 Intellectueel eigendom#
Artikel 26 Intellectueel eigendom Artikel 10 van deze regeling is niet van toepassing. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 27 — Artikel 27 Startbrief#
Artikel 27 Startbrief 1 De minister doet de instellingen jaarlijks voor 1 maart een startbrief toekomen. 2 De startbrief heeft betrekking op het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de startbrief aan de instellingen wordt bekendgemaakt. 3 De startbrief bevat in ieder geval: a. artikelen 2 3 van de Wet SLOA 2013 een nadere invulling en uitsplitsing van de taken, naar activiteiten, zoals omschreven in deen, b. artikel 8, eerste lid, van de Wet SLOA 2013 een financieel kader met daarin opgenomen het subsidieplafond voor de instellingen, bedoeld inen wanneer van toepassing een subsidieplafond voor de instellingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet SLOA 2013, c. een planning van de subsidiecyclus. 4 artikel 6 van de Wet SLOA 2013 In aanvulling opkan subsidieverlening worden geweigerd indien de minister van oordeel is dat de aanvraag niet past binnen de startbrief. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 28 — Artikel 28 Afdeling 4.2.8 Algemene wet bestuursrecht van toepassing#
Artikel 28 Afdeling 4.2.8 Algemene wet bestuursrecht van toepassing Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 29 — Artikel 29 Jaarverslaggeving#
Artikel 29 Jaarverslaggeving 1 bijlage 2 De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Voorschriften voor de jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen, bedoeld inbij deze regeling. 2 bijlage 1 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen, bedoeld inbij deze regeling. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 30 — Artikel 30 Subsidieaanvragen#
Artikel 30 Subsidieaanvragen 1 De instellingen dienen hun subsidieaanvraag in voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. 2 artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet SLOA 2013 De subsidieaanvraag, bedoeld in het eerste lid, betreft de taken, genoemd in, onderscheidenlijk. 3 artikel 2, eerste lid, onderdeel d artikel 3, eerste lid, onderdeel f, van de Wet SLOA 2013 Subsidieaanvragen voor de taak, genoemd in, enworden voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, of voor 1 maart of voor 1 september van het lopende jaar ingediend. 4 De minister beslist binnen 13 weken na 1 oktober onderscheidenlijk 1 maart of 1 september. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 31 — Artikel 31 Voortgangsrapportage#
Artikel 31 Voortgangsrapportage 1 De instellingen leveren jaarlijks voor 15 september een voortgangsrapportage. 2 De voortgangsrapportage heeft betrekking op het lopende jaar. Het bevat een verslag van de periode van 1 januari tot en met 31 augustus en een vooruitblik naar de periode van 1 september tot en met 31 december. 3 De voortgangsrapportage bevat per activiteit zoals omschreven in de beschikking tot subsidieverlening, de voortgang van de activiteiten, de besteding tot dan toe, alsmede een vooruitblik ten aanzien van de activiteiten en besteding in de resterende periode in het kalenderjaar. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 32 — Artikel 32 Egalisatiereserve#
Artikel 32 Egalisatiereserve 1 artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht De instellingen vormen een egalisatiereserve als bedoeld in. 2 De egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 10 procent van het totaal van de over het laatste kalenderjaar verleende subsidie dan wel ten hoogste een lager percentage dat door de minister bij de beschikking tot verlening is bepaald. 3 De egalisatiereserve bedraagt ten laagste € 0. 4 artikel 2 3, van de Wet SLOA 2013 De egalisatiereserve wordt uitsluitend besteed aan de taken, bedoeld inonderscheidenlijk. 5 De egalisatiereserve wordt gevormd door een toevoeging bij een positief eindresultaat en een onttrekking bij een negatief eindresultaat. Het eindresultaat is de verleende subsidie verminderd met de werkelijke kosten. 6 Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, wordt dat bedrag bij de vaststelling in mindering gebracht op de subsidie. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 33 — Artikel 33 Toestemming#
Artikel 33 Toestemming Artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het eerste lid, onderdeel e, wordt gelezen als: e. het aangaan van langlopende kredietovereenkomsten en van langlopende overeenkomsten van geldlening. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 33a — Artikel 33a Reikwijdte hoofdstuk 6#
Artikel 33a Reikwijdte hoofdstuk 6 hoofdstukken 2 4 Dit hoofdstuk is uitsluitend en in aanvulling op deenvan toepassing op SBB. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 33b — Artikel 33b Afdeling 4.2.8 Algemene wet bestuursrecht van toepassing#
Artikel 33b Afdeling 4.2.8 Algemene wet bestuursrecht van toepassing Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 33c — Artikel 33c Jaarverslaggeving#
Artikel 33c Jaarverslaggeving 1 bijlage 2 De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Voorschriften voor de jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen, bedoeld inbij deze regeling. 2 bijlage 1 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen, bedoeld inbij deze regeling. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 33d — Artikel 33d Subsidieaanvragen#
Artikel 33d Subsidieaanvragen 1 artikel 1.5.1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van de Web SBB dient haar subsidieaanvraag voor de taken, genoemd inin voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. 2 artikel 33e De subsidieaanvraag omvat mede de stand van de voorziening, bedoeld in. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 33e — Artikel 33e Voorziening#
Artikel 33e Voorziening 1 SBB treft een voorziening voor de verplichtingen met betrekking tot gewezen personeel alsmede het beheer daarvan en al hetgeen daaruit voortvloeit. 2 artikel 33d De hoogte van de voorziening op het moment van de aanvraag, bedoeld in, staat in een redelijke relatie tot het specifieke doel waarvoor deze is ingesteld en heeft een directe relatie met het risico of met de toekomstige verplichting. 3 Indien in enig jaar uit de subsidieaanvraag blijkt dat de stand van de voorziening hoger is dan redelijkerwijs noodzakelijk is voor het doel, wordt bij het verlenen van de subsidie waarop die subsidieaanvraag betrekking heeft, het meerdere in mindering gebracht. 4 De minister kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn om zich over het vorenstaande een juist oordeel te kunnen vormen. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 33f — Artikel 33f Egalisatiereserve#
Artikel 33f Egalisatiereserve 1 artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht SBB vormt een egalisatiereserve als bedoeld in. 2 De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste € 5 mln. dan wel ten hoogste een lager percentage dat door de minister bij de beschikking tot verlening is bepaald. 3 artikel 1.5.1 van de Web De egalisatiereserve wordt uitsluitend besteed aan de taken, bedoeld in. 4 De egalisatiereserve wordt gevormd door een toevoeging bij een positief exploitatieresultaat en een onttrekking bij een negatief exploitatieresultaat. 5 Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, wordt het meerdere bij de vaststelling in mindering gebracht op de subsidie. 6 De regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010 is van overeenkomstige toepassing. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 33g — Artikel 33g Toestemming#
Artikel 33g Toestemming Artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het eerste lid, onderdeel e, wordt gelezen als: e. het aangaan van langlopende kredietovereenkomsten en van langlopende overeenkomsten van geldlening. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 34 — Artikel 34 Overgangsrecht#
Artikel 34 Overgangsrecht 1 bijlage 3 Deze regeling is van toepassing op subsidieverstrekking door de minister op grond van de regelingen, genoemd in. 2 bijlage 3 Bij strijd tussen deze regeling en een regeling, genoemd in, prevaleert deze regeling. 3 Tenzij anders is bepaald, is deze regeling niet van toepassing op: a. subsidies die zijn verleend vóór 12 oktober 2010, b. bijlage 3 subsidies die zijn verleend op grond van een regeling die in werking is getreden vóór 12 oktober 2010 en niet is genoemd in, of c. bijlage 3 subsidies die zijn verleend vóór 1 januari 2012 op grond van een regeling die is genoemd in. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 30634 01-11-2013 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014 Voorheen art. 23a.
Artikel 35 — Artikel 35 SLOA Overgangsbepaling#
Artikel 35 SLOA Overgangsbepaling Artikel 29 treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 over het verslagjaar 2014, tenzij bij beschikking een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014
Artikel 35a — Artikel 35a Overgangsrecht bij Stcrt. 2013, nr. 30634#
Artikel 35a Overgangsrecht bij Stcrt. 2013, nr. 30634 artikel 22, tweede lid Op subsidies die voor 1 januari 2014 zijn verleend, is, niet van toepassing, tenzij vaststelling van die subsidie betrekking heeft op een periode die is aangevangen na 1 januari 2014. 2014 12966 08-05-2014 25-04-2014 WJZ/607128(10481) 2014 12966 08-05-2014 25-04-2014 WJZ/607128(10481) 09-05-2014 01-01-2014
Artikel 35b — Artikel 35b Overgangsbepaling SBB#
Artikel 35b Overgangsbepaling SBB 1 artikel 33d In afwijking vanwordt de subsidie voor het subsidietijdvak van 1 augustus 2015 tot en met 31 december 2015 aangevraagd voor 15 augustus 2015. 2 artikel 33c In afwijking vangeschiedt de verantwoording over de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 december 2015 overeenkomstig bij beschikking te stellen regels. 3 artikel V van de Wet van 16 april 2015 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake overgang van de wettelijke taken van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven naar de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven De minister vermindert de subsidie voor het jaar 2016 naar evenredigheid, indien hij aan de hand van de financiële verslagen over het verkorte boekjaar 2015 van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, het jaarverslag over 2015 van SBB of andere door SBB overgelegde gegevens vaststelt dat het totaal van de middelen dat door kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven aan SBB wordt overgedragen op grond van de overeenkomsten, bedoeld in, groter is dan: a. artikel 33e de middelen noodzakelijk voor de voorziening bedoeld in, b. de egalisatiereserve bedoeld in het derde lid, en c. een bij beschikking door de minister vastgesteld bedrag, dat ten behoeve van investeringen die op korte termijn nodig zijn, bij wijze van bestemmingsreserve wordt aangehouden. 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 2015 20695 21-07-2015 10-07-2015 737412 01-08-2015
Artikel 36 — Artikel 36 Inwerkingtreding#
Artikel 36 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014 Voorheen art. 24.
Artikel 37 — Artikel 37 Citeertitel#
Artikel 37 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling OCW-subsidies. 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 2013 30634 01-11-2013 25-10-2013 WJZ/521639(10372) 01-01-2014 Voorheen art. 25.
Artikel 22#
artikel 22, tweede lid
Artikel 22#
artikel 24
Artikel 24#
artikel 24
Artikel 24#
artikel 24
Artikel 22#
artikel 22
Artikel 24#
24
Artikel 22#
artikel 22
Artikel 24#
24
Artikel 24#
artikel 24