Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
- BWB-id
- BWBR0027945
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-12-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027945
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-specificaties-en-typegoedkeuring-boordcomputer-taxi
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-specificaties-en-typegoedkeuring-boordcomputer-taxi/2020-12-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027945&g=2020-12-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027945&z=2026-06-06&g=2020-12-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027945/2020-12-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/regeling-specificaties-en-typegoedkeuring-boordcomputer-taxi
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: activering: handeling waarmee de boordcomputer in geactiveerde toestand wordt gebracht; authenticiteit: eigenschap dat informatie afkomstig is van een persoon of inrichting, waarvan de identiteit kan worden geverifieerd; auto: auto waarmee taxivervoer wordt verricht; bedrijfsvergrendeling: vergrendeling waarmee de in de boordcomputer opgeslagen gegevens herleidbaar zijn naar de vervoerder waarvoor deze opgeslagen zijn; beproeving: test, of serie tests, die door de boordcomputer kan worden uitgevoerd om fouten te ontdekken en die automatisch of door de gebruiker van de boordcomputer kan worden geïnitieerd; beschikbaarheid: mate waarin de boordcomputer of componenten van de boordcomputer zonder belemmering toegankelijk zijn voor geautoriseerde gebruikers; bestuurder: bestuurder die taxivervoer verricht; beveiligingsgegevens: specifieke gegevens ter ondersteuning van de beveiligingsfuncties; bewegingsgegevens: gegevens betreffende snelheid en afgelegde afstand van de auto die door de bewegingsopnemer of de positiebepalingssensor aan de boordcomputer worden aangeleverd; bewegingsopnemer: instrument, of een deel ervan, gekoppeld aan de boordcomputer dat een signaal in de vorm van een impuls afgeeft over de beweging van de auto op basis waarvan de boordcomputer de afgelegde afstand van de auto kan bepalen; boordcomputer: artikel 79, derde, vierde en vijfde lid, van het Besluit personenvervoer 2000 apparaat ten behoeve van de registratie van de gegevens, bedoeld in; boordcomputereenheid: boordcomputer zonder systeemkaart; boordcomputerkaart: artikel 1, onderdeel h, van het Besluit personenvervoer 2000 een geheugenkaart als bedoeld in; CEN: door het Comité Européen de Normalisation uitgegeven norm; chauffeurskaart: artikel 1, onderdeel i, van het Besluit personenvervoer 2000 kaart als bedoeld in; constante van de boordcomputer: getal dat de waarde aangeeft van het ingangssignaal van de bewegingsopnemer dat nodig is ter aanwijzing en registratie van een afgelegde afstand van één kilometer, uitgedrukt in impulsen per kilometer; coördinaten: een aanduiding om de positie van de auto op de aarde vast te leggen ten opzichte van het World Geodetic System 1984 coördinatenstelsel; deactivering: handeling waarmee de boordcomputer in niet-geactiveerde toe stand wordt gebracht; eerste systeemkaart: voor een boordcomputer met een bepaald typegoedkeuringsnummer aan diens fabrikant afgegeven processorkaart waarvan de functie voor het genereren van elektronische handtekeningen nog niet actief is; elektronische handtekening: een elektronische handtekening die voldoet aan de bij of krachtens verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257) gestelde eisen aan een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van die verordening; ETSI: door de European Telecommunications Standards Institute uitgegeven norm; fabrikant: artikel 21, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994 marktdeelnemer die verantwoordelijk is voor alle aspecten van een goedkeuringsprocedure als bedoeld in, waar het de goedkeuring van een boordcomputer betreft; FIPS PUB: een Federal Information Processing Standards Publication; geaccrediteerde Common Criteria testinstelling: een testinstelling die beschikt over een accreditatie op grond van de Common Criteria for Information Technology Evaluation delen 1, 2 en 3, versie 3.1, in combinatie met de Common Methodology for Information Technology Evaluation versie 3.1.; gebruikersgegevens: door de boordcomputer geregistreerde en opgeslagen gegevens, anders dan beveiligingsgegevens en systeemgegevens; geheugen: niet-volatiel elektronisch geheugenmedium dat in de boordcomputer is ingebouwd; HDOP-waarde: Horizontal Dilution Of Precision waarde; IETF: door de Internet Engineering Taskforce uitgegeven norm; inspectiekaart: aan de met het toezicht op de naleving belaste persoon afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende persoon identificeert en waarmee de controlemodus van de boordcomputer kan worden geactiveerd; ISO: door de International Organisation for Standardisation uitgegeven norm; ISO-IEC: door de International Organisation for Standardisation en de International Electrotechnical Commission uitgegeven norm; kaartsessie: periode tussen het ingeven van de boordcomputerkaart en het wegschrijven van de afsluitende gegevens op de boordcomputerkaart door de boordcomputer; keuringskaart: artikel 1, onderdeel j, van het Besluit personenvervoer 2000 kaart als bedoeld in; kilometerstand: de door de boordcomputer getotaliseerde afgelegde afstand met de auto, zowel bij vooruitrijden als bij achteruitrijden, overeenkomend met de totale door de auto afgelegde afstand; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm; NEN-EN: door de European Committee for Electrotechnical Standardisation uitgegeven norm die door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut is aanvaard als Nederlandse norm; NEN-ISO: door de International Organisation for Standardisation uitgegeven norm die door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut is aanvaard als Nederlandse norm; ondernemerskaart: door de minister aan een vervoerder afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende vervoerder identificeert en waarmee de bedrijfsmodus van de boordcomputer kan worden geactiveerd; ongeldige boordcomputerkaart: ingetrokken boordcomputerkaart, defecte boordcomputerkaart, of een boordcomputerkaart waarvan de geldigheidsduur nog niet is begonnen of reeds is verstreken; overbrengen: kopiëren van de gegevens, of een gedeelte daarvan, en het kopiëren van de bijbehorende elektronische handtekening die in het geheugen van de boordcomputer of op de chauffeurskaart zijn opgeslagen; plaatselijke tijd: UTC gecorrigeerd met een in te geven aantal uren voor de tijdzone en een automatische correctie voor de zomertijd; positiebepalingssensor: instrument, of een deel ervan, gekoppeld aan de boordcomputer dat een signaal afgeeft aan de boordcomputer over de locatie van de auto op basis van verkregen informatie van een satelliet positiebepalingsysteem; programmatuur: de combinatie van uitvoerbare code van de boordcomputer en bijbehorende programmatuurgegevens; programmatuurgegevens: vaste attributen van programmatuur of een programmatuurrevisie; programmatuurrevisie: nieuwere versie van programmatuur; programmatuurversienummer: vast attribuut van programmatuur of programmatuurrevisie, zijnde een nummer waarmee de versie van programmatuur respectievelijk de programmatuurrevisie uniek geïdentificeerd kan worden; registreren: in het geheugen van de boordcomputer vastleggen van gegevens en gebeurtenissen; ritadministratie: artikel 79, derde en vierde lid, van het Besluit personenvervoer 2000 gegevens, bedoeld in; sensor: eenheid die onderdeel uitmaakt van de boordcomputer of rechtstreeks gekoppeld is aan de boordcomputer en die informatie automatisch aanlevert aan de boordcomputer; systeemgegevens: specifieke gegevens ter ondersteuning of noodzakelijk voor het functioneren van de boordcomputer of voor identificatie en instellingen van de boordcomputerfuncties; systeemkaart: door de minister afgegeven geheugenkaart met chip die de boordcomputer in staat stelt een elektronische handtekening te plaatsen; UTC: Universal Time Coordinated; verplaatsingsopnemer: instrument, onderdeel uitmakende van de boordcomputer dat de boordcomputer in staat stelt autonoom een verplaatsing van de auto waar te nemen; vervangende systeemkaart: door de minister voor de vervanging van de systeemkaart van een specifieke boordcomputer aan de vervoerder of fabrikant afgegeven nieuwe processorkaart waarvan de functie voor het genereren van elektronische handtekeningen nog niet actief is; verordening (EU) 2018/858: Verordeningen (EG) nr. 715/2007 (EG) nr. 595/2009 Richtlijn 2007/46/EG verordening (EU) nr. 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging vanenen tot intrekking van(PbEU 2018, L 151); vervoerder: artikel 1, onderdeel k, van de Wet personenvervoer 2000 artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Arbeidstijdenwet vervoerder als bedoeld inen werkgever als bedoeld in, die taxivervoer verricht. werkplaats: werkplaats als bedoeld in artikel 1 van de Regeling erkenning werk plaatsen boordcomputer taxi. 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 19-12-2020 01-09-2020
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 21, tweede lid, onderdeel b 23, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 Deze regeling berust op, en. 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 19-12-2020 01-09-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De boordcomputer bestaat uit ten minste: a. een verwerkingseenheid; b. een geheugen; c. een tijdklok; d. een ISO 7816 kaartinterface; e. een systeemkaart, verzegeld in een ISO 7810 ID-000 kaartinterface; f. een positiebepalingssensor of een interface voor de positiebepalingssensor; g. een verplaatsingsopnemer, een interface voor de bewegingsopnemer; h. bijlage 2 een gegevensoverbrengingsinterface als beschreven in; i. bijlage 3 een interface voor de taxameter als beschreven in; j. een leesvenster; k. voorzieningen voor de invoer van gebruikersgegevens. 2 De boordcomputer kan door middel van additionele verbindingen aan andere inrichtingen worden gekoppeld, of daarmee geïntegreerd worden. 3 Een verbinding of integratie met de boordcomputer, als bedoeld in het tweede lid, leidt er niet toe dat de boordcomputer niet langer voldoet aan deze regeling. 4 De boordcomputer voldoet aan de bij deze regeling behorende bijlagen. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De boordcomputer beschikt over een interne autonome tijdklok. Deze is voortdurend operationeel en levert de UTC, met een maximale onnauwkeurigheid van tachtig delen per miljoen. 2 De UTC wordt gebruikt voor datering in de boordcomputer. 3 Indien ingeschakeld, controleert en corrigeert de boordcomputer ten minste eenmaal per uur automatisch de eigen UTC met behulp van een extern signaal, waarbij de eerste controle binnen vijf minuten na inschakelen plaatsvindt. 4 De resolutie van de tijdklok is één seconde of nauwkeuriger. 5 De boordcomputer hanteert ISO-8601 voor de numerieke presentatie van datum en tijd. 6 Om de plaatselijke tijd zichtbaar te maken kan in de activerings- en keuringsmodus met stappen van een half uur het verschil worden ingegeven ten opzichte van de UTC. 7 Bij een externe stroomonderbreking van minder dan twaalf maanden blijft de interne autonome tijdklok functioneren. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De boordcomputer heeft vier werkingsmodi: a. operationele modus; b. controlemodus; c. activerings- en keuringsmodus; d. bedrijfsmodus. 2 De operationele modus, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, heeft drie werkingsniveaus: a. basis; b. arbeidstijd; c. taxivervoer. 3 Het werkingsniveau basis is tevens een geïntegreerd onderdeel van de controlemodus, activerings- en keuringsmodus, en de bedrijfsmodus. 4 De boordcomputer wisselt naar de volgende werkingsmodus afhankelijk van het type boordcomputerkaart dat in de kaartinterface is ingebracht en koppelt hier een gebruikersgroep aan overeenkomstig de volgende tabel: Type boordcomputerkaart Werkingsmodus Gebruikersgroep Geen Operationele modus: Basis ONBEKEND Chauffeurskaart Operationele modus: Arbeidstijd BESTUURDER Inspectiekaart Controlemodus TOEZICHTHOUDER Keuringskaart Activerings- en keuringsmodus WERKPLAATS Ondernemerskaart Bedrijfsmodus VERVOERDER 5 artikel 23 In afwijking van de tabel, bedoeld in het vierde lid, leidt het invoeren van een inspectiekaart tijdens de deactivering, bedoeld in, niet tot het automatisch selecteren van de controlemodus. 6 De boordcomputer wisselt na een handmatig verzoek van de bestuurder daartoe tussen de werkingsniveaus van de operationele modus. Het werkingsniveau basis is daarbij altijd ingeschakeld. 7 Indien het werkingsniveau taxivervoer is ingeschakeld, is tevens het werkingsniveau arbeidstijd ingeschakeld. 8 Wet algemene bepalingen burgerservicenummer Indien er geen chauffeurskaart aanwezig is stelt de boordcomputer de bestuurder in staat om bij het inschakelen van het werkingsniveau arbeidstijd handmatig het burgerservicenummer, bedoeld in de, invoeren. 9 De boordcomputer gebruikt de werkingsmodi om de voor die modi geldende toegangsregels voor toegangsrechten tot functies, objecten en gegevens toe te passen. 10 Indien in de operationele modus het werkingsniveau arbeidstijd of taxivoer actief is, leidt het invoeren van de inspectiekaart tot het pauzeren van de operationele modus, inclusief de betreffende kaartsessie. Na het afsluiten van de controlemodus wordt de operationele modus hervat. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De bewegingsopnemer levert impulsen aan de boordcomputer. 2 Het opnemen van de afgelegde afstand vindt automatisch plaats op basis van impulsen en de constante van de boordcomputer. 3 De afgelegde afstand, bedoeld in het tweede lid vertoont tijdens gebruik per duizend meter ten hoogste een afwijking van plus of min twee procent ten opzichte van de werkelijk afgelegde afstand. 4 De auto wordt verondersteld zich in de toestand rijden te bevinden wanneer gedurende een periode van vijf seconden door de boordcomputer, op basis van de bewegingsopnemer, ten minste een verplaatsing van veertien meter wordt waargenomen. 5 De verplaatsingsopnemer is binnen de behuizing van de boordcomputer aangebracht en is van buitenaf niet bereikbaar. 6 De verplaatsingsopnemer meet de resulterende versnelling die de boordcomputer in verschillende richtingen ondervindt. 7 2 De auto wordt verondersteld zich in de toestand verplaatsen te bevinden wanneer er door de boordcomputer, op basis van de verplaatsingsopnemer, gedurende een periode van ten minste drie seconden een versnelling van ten minste 2 m/swordt waargenomen. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als de boordcomputer is ingeschakeld bepaalt de positiebepalingsensor continue de positie van de auto. 2 De positiebepalingsensor levert met vaste intervallen de positiegegevens van de auto aan de boordcomputer. 3 De positiegegevens, bedoeld in het tweede lid, bevatten ten minste de volgende gegevens: a. de coördinaten; b. of er een positie bepaald is; c. het aantal satellieten op basis waarvan de positie van de auto bepaald is; d. de HDOP-waarde uitgedrukt in een getal tussen nul en vijftig; e. het tijdstip van de positiebepaling. 4 De twee-dimensionale wortel uit het gemiddelde kwadraat van de afstand tussen door de positiebepalingssensor geleverde coördinaten en de werkelijke positie is kleiner dan 10 meter. 5 De boordcomputer stelt op basis van de door de positiebepalingsensor geleverde informatie eenmaal per minuut de positie van de auto vast en registreert deze positie. 6 artikel 23, derde lid De positiegegevens, bedoeld in het vijfde lid worden zodanig opgeslagen dat zij alleen overeenkomstig, overgebracht kunnen worden. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De boordcomputer stelt op basis van gegevens van de bewegingsopnemer en de constante van de boordcomputer continu de kilometerstand beschikbaar. 2 De resolutie van de kilometerstand is 100 meter of nauwkeuriger. 3 De boordcomputer gebruikt de gemeten posities van de positiebepalingsensor om afstanden te meten en daarmee de afstandsbepaling met de bewegingsopnemer te controleren. 4 De controle tussen beide afstandsbepalingen, bedoeld in het derde lid, vindt steeds plaats op basis van de positiegegevens van een traject van 1000 meter waarbij de snelheid van de auto steeds hoger was dan tien kilometer per uur. 5 Het verschil tussen de door beide sensoren berekende afstand bedraagt hierbij minder dan vijf procent. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De boordcomputer verwerkt en registreert gegevens op zodanige wijze dat de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens gewaarborgd zijn. 2 De authenticiteit, integriteit en onweerlegbaarheid van de in het geheugen opgeslagen gegevens wordt gegarandeerd aan de hand van een elektronische handtekening. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 5:4, tweede en derde lid 5:6 5:9, van de Arbeidstijdenwet artikelen 2.5:1 2.5:2 2.5:3 2.5:4 2.5:5 2.5:6, eerste lid 2.5:7, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer De boordcomputer registreert in de operationele modus, werkingsniveau arbeidstijd, de arbeids-, rij- en rusttijden, bedoeld in de,, enen de,,,,,, envan de bestuurder en maakt daarbij het volgende onderscheid: a. rijtijd; b. andere werkzaamheden dan rijden; c. pauze. 2 De boordcomputer registreert iedere wijziging in het arbeidstijdpatroon, het tijdstip en de datum van deze wijzigingen en de aanwezigheid van een boordcomputerkaart in de kaartlezer. 3 De bestuurder kan in de operationele modus, werkingsniveau arbeidstijd, handmatig de aanvang en het einde van een pauze aangeven. Een bij de aanvang van de pauze actief werkingsniveau taxivervoer wordt hiermee automatisch afgesloten. 4 De bestuurder kan aan het begin van een kaartsessie handmatig aangeven dat hij nadat de voorgaande kaartsessie is afgesloten nog andere werkzaamheden dan rijden heeft uitgevoerd, of pauze heeft genoten. De boordcomputer legt hierbij vast of het andere werkzaamheden dan rijden of pauze betreft, en de datum en tijd van het begin en het einde hiervan. 5 De boordcomputer zorgt er bij het afsluiten van een kaartsessie voor dat over de gegevens, bedoeld in het eerste lid, een elektronische handtekening wordt geplaatst door de chauffeurskaart en dat deze gegevens worden gekopieerd naar de chauffeurskaart. 6 Indien er geen chauffeurskaart in de boordcomputer aanwezig is, wordt de elektronische handtekening door de boordcomputer geplaatst met behulp van de systeemkaart. 7 De boordcomputer toont de gegevens waarover een elektronische handtekening geplaatst wordt. Deze omvatten ten minste de totalen van de aan de in het eerste lid bedoelde activiteiten bestede tijd. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De boordcomputer registreert in de operationele modus, werkingsniveau taxivervoer, per rit de ritadministratie en draagt zorg voor een aantoonbaar volledige registratie. 2 De boordcomputer kan de ritadministratie per zitplaats gelijktijdig bijhouden. 3 De boordcomputer registreert op het moment van optreden het beginpunt en het eindpunt van de rit in coördinaten. 4 Indien de coördinaten van het beginpunt of het eindpunt van de rit niet beschikbaar zijn op het moment van optreden, vindt deze registratie alsnog plaats zodra deze coördinaten beschikbaar komen. 5 De boordcomputer neemt de prijs van het vervoer per rit en eventuele toeslagen over uit de in de auto aanwezige taxameter. 6 Indien het niet mogelijk is om de prijs van het vervoer per rit of de in rekening gebrachte toeslagen over te nemen uit de in de auto aanwezige taxameter, kunnen de prijs van het vervoer per rit of de toeslagen handmatig door de bestuurder in de boordcomputer worden ingevoerd. 7 In de boordcomputer kan in de operationele modus, werkingsniveau taxivervoer, handmatig de aanvang en het einde van de rit worden ingegeven en kan worden aangegeven of sprake is van een beladen of een onbeladen rit. 8 Direct na de beëindiging van een rit wordt door de boordcomputer met de systeemkaart een elektronische handtekening geplaatst over de ritadministratie voor de desbetreffende rit. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De boordcomputer stelt in de operationele modus, werkingsniveau taxivervoer, ten behoeve van het afdrukken van een ritbewijs ten minste de volgende gegevens, inclusief een korte aanduiding van het gegeven, ter beschikking: a. artikel 4, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 het personenvervoernummer dat staat aangegeven op de vergunning, bedoeld in; b. het kenteken van de auto; c. het telefoonnummer van de vervoerder, dan wel het telefoonnummer van de instantie waarmee de vervoerder is overeengekomen dat klachten over taxivervoer door deze instantie in behandeling worden genomen; d. het telefoonnummer van het Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer; e. het nummer van de chauffeurskaart van de bestuurder; f. de plaatselijke datum en tijd bij het vertrek en de aankomst van de rit; g. de coördinaten van de vertrek- en de aankomstplaats van de rit; h. de afgelegde afstand van de rit in kilometers; i. het ritbedrag; j. opbouw van het ritbedrag, per tariefsoort bestaande uit het aantal eenheden en het bedrag per eenheid; k. de eventueel in rekening gebrachte toeslagen, en l. de totaalprijs. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 In de bedrijfs-, controle- en activerings- en keuringsmodus kan de boordcomputer op verzoek vanuit het geheugen gegevens overbrengen naar externe gegevensdragers via een overbrengingsinterface. 2 In de bedrijfsmodus kunnen alleen de gegevens die zijn vastgelegd behorende bij de actieve bedrijfsvergrendeling worden overgebracht. 3 bijlage 2 De overbrenging van deze gegevens en de overbrengingsinterface, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in. 4 In de bedrijfsmodus kan de overbrenging van deze gegevens tevens via een andere overbrengingsinterface plaatsvinden. 5 Opgeslagen gegevens worden door de overbrenging niet verwijderd of veranderd. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12 Onverminderdis het toegestaan om in elke modus gegevens via een andere verbinding naar een voor deze verbinding geautoriseerd bedrijf over te brengen, dan wel een opdracht voor het overbrengen van gegevens aan de boordcomputer te verzenden buiten een fysieke verbinding tussen ondernemerskaart en boordcomputer. 2 Ingeval van verzending buiten een fysieke verbinding tussen ondernemerskaart en boordcomputer kan de boordcomputer zelfstandig vaststellen dat de opdracht door een daartoe geautoriseerde ondernemerskaart is gegeven in de bedrijfsmodus en door de ondernemerskaart is voorzien van een elektronische handtekening. 3 De in het tweede lid bedoelde autorisatie heeft een door de ondernemer in te stellen geldigheidsduur, die echter door de boordcomputer moet worden beëindigd bij verandering van de bedrijfsvergrendeling. 4 Op een overbrenging als bedoeld in het eerste lid, zijn de gegevenstoegangsrechten van de bedrijfsmodus van toepassing. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Direct nadat het contact van de auto ingeschakeld is, wordt de boordcomputer automatisch ingeschakeld, tenzij de boordcomputer al ingeschakeld is. 2 De boordcomputer kan uitsluitend handmatig uitgeschakeld worden nadat het contact is uitgeschakeld. 3 De boordcomputer wordt uitsluitend automatisch uitgeschakeld indien: a. artikel 4, tweede lid, onder a zij zich bevindt in het werkingsniveau, bedoeld in; b. het contact is uitgeschakeld; c. er gedurende meer dan twee uur geen activiteit is geweest van de kaartinterface en van het invoerscherm, en d. gedurende meer dan twee uur geen toestand rijden of verplaatsen is gedetecteerd. 4 Indien een stroomonderbreking heeft plaatsgevonden en de stroomvoorziening is hersteld, wordt de boordcomputer automatisch teruggebracht in de staat waarin de boordcomputer zich bevond voordat de stroomonderbreking optrad. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het vergaren van gegevens vindt plaats met behulp van sensoren, tenzij de verplichte informatie niet via een sensor kan worden verkregen. 2 Indien het vergaren van gegevens niet automatisch plaatsvindt met behulp van sensoren wordt de bestuurder in staat gesteld om de desbetreffende informatie handmatig in te voeren ofwel kan de verplichte informatie via een externe inrichting worden ingevoerd waarna de bestuurder de informatie handmatig kan accepteren. 3 Uitsluitend de laatste handmatig ingevoerde en geaccepteerde informatie kan door de bestuurder worden geannuleerd. Deze handeling wordt door de boordcomputer geregistreerd. 4 De sensoren die worden gebruikt voor de automatische gegevensregistratie genereren en communiceren de benodigde gegevens op betrouwbare wijze. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De tijd dat de auto rijdt, terwijl in de operationele modus het werkingsniveau arbeidstijd is geselecteerd, wordt automatisch geregistreerd als rijtijd, tenzij er sprake is van een pauze. 2 De tijd waarin de auto stilstaat terwijl in de operationele modus het werkingsniveau arbeidstijd is geselecteerd, wordt automatisch geregistreerd als andere werkzaamheden dan rijden, tenzij er sprake is van een pauze. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De boordcomputer: a. detecteert het inbrengen en uitnemen van boordcomputerkaarten en de aanwezigheid van een boordcomputerkaart in de kaartinterface; b. negeert ingebrachte ongeldige boordcomputerkaarten; c. leest bij het inbrengen van een boordcomputerkaart binnen vijf seconden de noodzakelijke gegevens af om het kaarttype, de kaarthouder en de geldigheid van de kaart vast te stellen en registreert deze gegevens onmiddellijk; d. leest van de chauffeurskaart binnen vijf seconden de noodzakelijke gegevens af om de eerder gebruikte auto, de datum en het tijdstip van het einde van de laatste kaartsessie en de op dat moment geselecteerde activiteit te identificeren en om te controleren of de laatste kaartsessie correct is afgesloten en registreert deze gegevens onmiddellijk; e. authenticeert de houder van de boordcomputerkaart direct bij het inbrengen van de boordcomputerkaart op basis van een persoonlijk identificatie nummer; f. bijlage 1 geeft selectieve toegangsrechten tot gegevens en functies op basis van het type boordcomputerkaart dat wordt ingevoerd, zoals beschreven in; g. bijlage 1 blokkeert een kaartsessie als bedoeld in artikel 6.2 vanindien een boordcomputerkaart wordt uitgenomen zonder dat door de gebruiker is aangegeven dat de sessie beëindigd dient te worden; h. artikel 9, eerste lid werkt op het moment van optreden de gegevens die op een geldige chauffeurskaart zijn opgeslagen bij met de gegevens, bedoeld in; i. artikel 9, eerste lid bijlage 2 stelt de bestuurder in staat de op de chauffeurskaart opgeslagen gegevens, bedoeld in, over te brengen naar de boordcomputer conform artikel 8 van; j. bijlage 4 selecteert, leest en schrijft gegevens op de chauffeurskaart op de wijze zoals gespecificeerd in de hoofdstukken 5 en 6 en de paragrafen 8.9 tot en met 8.16 en 8.19 tot en met 8.21 van; k. bijlage 4 onderhoudt kaartsessies met chauffeurskaarten op de wijze zoals gespecificeerd in hoofdstuk 7 van; l. bijlage 4 laat een chauffeurs- of inspectiekaart elektronische handtekeningen genereren op de wijze zoals gespecificeerd in paragraaf 8.5 van; m. bijlage 4 laat een boordcomputerkaart authenticiteit handtekeningen genereren op de wijze zoals gespecificeerd in paragraaf 8.7 van; n. bijlage 4 laat een boordcomputerkaart zich aan de boordcomputer authenticiteren op de wijze zoals gespecificeerd in paragraaf 8.8 van; o. bijlage 4 controleert op de chauffeurskaart geregistreerde gegevens en verwijdert gecorrumpeerde delen daarvan op de wijze zoals gespecificeerd in paragrafen 8.17 en 8.18 van; p. bijlage 2 bijlage 4 onderhoudt het op de chauffeurskaart aanwezige logboek van de door de bestuurder uitgevoerde gegevensleveringen van chauffeurskaartdata (zoals gedefinieerd in artikel 8 van) op de wijze zoals gespecificeerd in de paragrafen 8.22 en 8.23 van; q. functioneert op correcte wijze met de systeemkaart; r. artikel 22, tweede lid, onderdeel b gaat tijdens de inschakeling na of het serienummer, bedoeld in, overeenkomt met het serienummer van de boordcomputer, zoals vastgelegd op de chip van de systeemkaart; s. bijlage 4 koppelt zich, onder verantwoordelijkheid van de fabrikant, aan een vervangende systeemkaart op de wijze zoals gespecificeerd in hoofdstuk 3, in het bijzonder overeenkomstig het in paragraaf 3.1.2 gestelde, en overeenkomstig paragraaf 8.2 van; t. biedt, ter ondersteuning van het vervangingsproces, bedoeld in onderdeel s, een gebruikersinterface die faciliteert dat de vervanging van de systeemkaart, ongeacht de locatie, ook kan worden uitgevoerd door de fabrikant of werkplaats; u. bijlage 4 communiceert met zijn systeemkaart op de wijze zoals gespecificeerd in hoofdstuk 4 van; v. bijlage 4 laat zijn systeemkaart elektronische handtekeningen genereren op de wijze zoals gespecificeerd in paragraaf 8.6 van; w. bijlage 4 koppelt zich, onder verantwoordelijkheid van de fabrikant en in diens productiefaciliteit dan wel bij reeds in gebruik zijnde boordcomputers volgens een door de fabrikant opgesteld beveiligingsconcept dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer minstens dezelfde bescherming waarborgt, aan een eerste systeemkaart op de wijze zoals gespecificeerd in hoofdstuk 3, in het bijzonder overeenkomstig het in paragraaf 3.1.1 gestelde, en overeenkomstig paragraaf 8.2 van. 2 Voor het vaststellen van de geldigheid van de boordcomputerkaart, als bedoeld in het eerste lid, onder c, verifieert de boordcomputer dat het boordcomputerkaartcertificaat is uitgegeven door een certificatieautoriteit die daarvoor door de minister is geautoriseerd en valideert de boordcomputer daarbij de geldigheid van het volledige certificeringspad tot en met het relevante stamcertificaat van de Staat der Nederlanden. 3 Indien zich een fout voordoet bij het lezen of het schrijven van gegevens naar de boordcomputerkaart, voert de boordcomputer dezelfde leesopdracht onderscheidenlijk schrijfopdracht maximaal drie keer uit. 4 Nadat een kaartsessie is gestart werkt de boordcomputer de gegevens die op een geldige chauffeurskaart zijn opgeslagen bij met de volgende gegevens: a. het kenteken van de auto, en b. het nummer van de ondernemerskaart van de vervoerder zoals vastgelegd in de ingeschakelde bedrijfsvergrendeling. 2020 2221 17-01-2020 16-01-2020 IENW/BSK-2019/146127 2020 2221 17-01-2020 16-01-2020 IENW/BSK-2019/146127 18-01-2020
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Voordat een kaart wordt uitgenomen zorgt de boordcomputer ervoor dat de kaartsessie volledig en succesvol wordt beëindigd. 2 Het beëindigen van de kaartsessie vereist de aanwezigheid van de boordcomputerkaart in de kaartlezer en is alleen mogelijk indien de auto niet rijdt. 3 Na het beëindigen van een kaartsessie schakelt de boordcomputer automatisch over naar de operationele modus, werkingsniveau basis. 4 De handelingen, bedoeld in het eerste en derde lid, nemen maximaal vijf seconden in beslag. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De boordcomputer beheert de bedrijfsvergrendelingen die een vervoerder aanbrengt in de bedrijfsmodus. 2 De bedrijfsvergrendeling verhindert inzage in de geregistreerde gegevens voor anderen dan de vervoerder voor wie de gegevens zijn geregistreerd, met uitzondering van de houder van een inspectie- of werkplaatskaart. 3 Indien de ondernemerskaart in de kaartlezer wordt ingebracht wordt de bedrijfsvergrendeling automatisch ingeschakeld, waarna de ondernemerskaart kan worden uitgenomen. 4 artikel 4, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 Een bedrijfsvergrendeling bestaat uit de registratie van het personenvervoernummer dat staat aangegeven op de vergunning, bedoeld in, het aan de vervoerder toegekende unieke nummer, als bedoeld in, het nummer van de ondernemerskaart, de datum en het tijdstip van de inschakeling en, voor zover van toepassing, de datum en het tijdstip van de uitschakeling van de bedrijfsvergrendeling. 5 Een bedrijfsvergrendeling schakelt automatisch uit wanneer een andere vervoerder de vergrendeling inschakelt. 6 artikel 11, onderdelen c en d Bij de eerste bedrijfsvergrendeling voor de betreffende vervoerder stelt de boordcomputer de ondernemer in staat handmatig de gegevens, bedoeld in, in te voeren. 7 De boordcomputer stelt de vervoerder in staat om via de bedrijfsvergrendeling de gegevens, bedoeld in het zesde lid, te wijzigen. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De boordcomputer kan alle geregistreerde gegevens lezen. 2 artikelen 22, tweede en vijfde lid 25, zesde lid Het geheugen houdt bij normaal gebruik alle geregistreerde gegevens ten minste 26 weken vast, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in de, en. 3 artikel 22, tweede en vijfde lid Wanneer de geheugencapaciteit volledig gebruikt is komen de meest recente gegevens in de plaats van de oudste gegevens, met uitzondering van de gegevens bedoeld in. 4 Een stroomonderbreking van minder dan twaalf maanden beïnvloedt de in het geheugen opgeslagen gegevens niet. 5 artikel 22, tweede en vijfde lid De identificatiegegevens, bedoeld in het, worden nooit beïnvloed door een stroomonderbreking. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Indien op basis van deze regeling geen andere informatie getoond behoeft te worden, toont de boordcomputer standaard de volgende gegevens: a. artikel 4, eerste en tweede lid de werkingsmodus en eventueel het werkingsniveau, bedoeld in; b. de kilometerstand, en c. de plaatselijke datum en tijd. 2 artikel 22 tweede en vijfde lid Op verzoek van de gebruiker toont de boordcomputer de actuele waarden van de gegevens, bedoeld in. 3 Op verzoek van de gebruiker toont de boordcomputer, naast de gegevens bedoeld in het eerste lid en tweede lid, gegevens waarvoor de gebruiker geautoriseerd is. 4 Getoonde gegevens komen overeen met geregistreerde gegevens. 5 Het leesvenster is ingeschakeld indien de boordcomputer is ingeschakeld. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 In niet-geactiveerde toestand registreert de boordcomputer, uitgezonderd de gegevens, bedoeld in het tweede lid, geen gegevens en kan de boordcomputer uitsluitend de functies voor activering danwel deactivering uitvoeren. 2 De boordcomputer registreert de volgende identificatiegegevens van de boordcomputer voor de levensduur van de boordcomputer: a. de naam van de fabrikant; b. het serienummer van de boordcomputer; c. het versienummer en de datum van installatie van de programmatuur; d. het versienummer en de datum van installatie van programmatuurrevisies; e. het bouwjaar, en f. het goedkeuringsnummer. 3 De activering van de boordcomputer vindt plaats in de activerings- en keuringsmodus. 4 Wanneer de boordcomputer zich in de niet-geactiveerde toestand bevindt wordt de activeringsfunctie van de boordcomputer automatisch opgestart bij de eerste invoer van een keuringskaart. 5 Bij de activering van de boordcomputer worden de volgende gegevens tot het moment van deactivering geregistreerd: a. het kenteken van de auto; b. de kilometerstand van de auto bij activering; c. de datum en het tijdstip van de activering; d. het nummer van de keuringskaart; e. de constante van de boordcomputer in impulsen per kilometer; f. de effectieve omtrek van de wielbanden in millimeters; g. de bandenmaat van de auto; h. de aanwezigheid van een koppeling met de taxameter, en i. resultaat van het activeringsonderzoek en eventuele opmerkingen. 6 De boordcomputer stelt de gebruiker tijdens de activering in staat de impulsen te tellen om te komen tot de constante van de boordcomputer. 7 Na activering is de boordcomputer volledig operationeel en kan deze, uitgezonderd activering zelf, alle functies uitvoeren. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De deactivering van de boordcomputer vindt plaats in de activerings- en keuringsmodus. 2 artikel 6, vijfde lid Bij de deactivering van de boordcomputer worden alle in het geheugen geregistreerde gegevens overgebracht naar een externe gegevensdrager, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in. 3 artikel 6, vijfde lid Onverminderd het tweede lid kunnen de gegevens, bedoeld in, na een verzoek daartoe, uitsluitend bij deactivering worden overgebracht nadat naast de authenticatie op basis van een keuringskaart tevens een authenticatie op basis van een inspectiekaart heeft plaatsgevonden. 4 artikel 22, tweede lid De ingevolge het tweede en derde lid overgebrachte gegevens worden na een succesvolle overbrenging ervan gewist, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in. 5 De boordcomputer geraakt na deactivering in inactieve toestand en kan van daaruit uitsluitend de activeringsmodus en de keuringsmodus aannemen. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Het onderzoek van de boordcomputer vindt plaats in de activerings- en keuringsmodus. 2 Tijdens het onderzoek registreert de boordcomputer de volgende gegevens tot deactivering: a. de datum en het tijdstip waarop het onderzoek wordt uitgevoerd; b. het nummer van de keuringskaart, en c. het resultaat van het onderzoek en eventuele opmerkingen. 3 artikel 22, vijfde lid, onderdelen e tot en met h Tijdens het onderzoek kunnen de gegevens, bedoeld in, aangepast worden. De nieuw ingevoerde gegevens worden tot deactivering geregistreerd en door de boordcomputer gebruikt. 4 artikel 22, vijfde lid, onderdelen e tot en met g Indien de gegevens, bedoeld in, worden aangepast, worden de oude gegevens niet overschreven. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De boordcomputer is voorzien van een diagnosemechanisme dat ten minste het volgende vaststelt: a. bijlage 1 gebeurtenissen als bedoeld in, artikel 6.5, onderdeel FAU_GEN1.1; b. artikel 26, eerste lid fouten als bedoeld in; c. artikel 26, derde lid storingen als bedoeld in. 2 Het diagnosemechanisme is niet toegankelijk voor de gebruiker of uitschakelbaar door de gebruiker. 3 artikel 26, zevende lid Bij het opstarten voert de boordcomputer een zelfbeproeving uit. De zelfbeproeving bevat ten minste een verificatie van de integriteit van de uitvoercode van de boordcomputer, een verificatie van de integriteit van geregistreerde systeemgegevens en het bestaan van storingen als bedoeld in. 4 Naast de zelfbeproeving als bedoeld in het derde lid, kan op ieder gewenst moment een ingebouwde beproeving worden gestart. De ingebouwde beproeving stelt de gebruiker in staat vast te stellen of de boordcomputer op correcte wijze functioneert. 5 Op het moment van optreden registreert de boordcomputer de gebeurtenis, fout of storing, waarbij per optreden ten minste de gegevens worden vastgelegd zoals beschreven in bijlage 1, artikel 6.5, onderdeel FAU_GEN.1.2. 6 De boordcomputer beschikt bij normaal gebruik over voldoende opslagcapaciteit voor het vastleggen van gebeurtenissen, fouten en storingen over een periode van ten minste 52 weken. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Een fout treedt op wanneer de correcte werking van de boordcomputer gedurende korte tijd wordt onderbroken. 2 De boordcomputer detecteert ten minste de volgende fouten: a. een integriteitfout in de uitvoercode; b. een integriteitfout in de systeemgegevens; c. een integriteitfout in de opgeslagen gebruikersgegevens; d. een integriteitfout bij de gegevensuitvoer naar de chauffeurskaart; e. een fout in de registratiefunctie; f. artikel 31 een fout die de beveiliging, bedoeld in, van de boordcomputer in gevaar brengt; g. een fout bij de gegevensuitvoer naar externe inrichtingen; h. een fout bij het gebruik van de systeemkaart; i. een fout bij het gebruik van de boordcomputerkaart; j. een fout in de bewegingsensor; k. een fout in de positiebepalingsensor; l. een fout in de koppeling met de taxameter. 3 Een storing treedt op wanneer een onderbreking in de correcte werking van de boordcomputer door een gebeurtenis of fout een permanent karakter heeft. 4 De boordcomputer detecteert ten minste de volgende storingen: a. een storing in de werking van de registratiefunctie; b. een storing in de werking van de beveiligingsfuncties; c. een storing in de werking van de sensoren; d. een storing in de overbrenging naar een externe interface zoals beschreven in bijlage 2; e. een storing in de werking van de systeemkaart; f. een storing in de werking van de boordcomputerkaarten. 5 bijlage 2 Bij het vastleggen van gebeurtenissen, fouten en storingen koppelt de boordcomputer daar een code aan, zoals beschreven in, artikel 6, zevende lid. 6 artikel 31 Zolang de correcte werking van de beveiligingsfuncties, bedoeld in, gegarandeerd is, blijft de boordcomputer na het detecteren van een fout doorgaan met het registreren van gegevens. Deze gegevens worden zodanig in de boordcomputer geregistreerd dat ze herkenbaar zijn als zijnde geregistreerd gedurende een periode waarin zich één of meerdere fouten hebben voorgedaan. 7 De boordcomputer staakt het uitvoeren van verdere handelingen wanneer een storing wordt gedetecteerd als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b, c en e. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26, tweede lid, onderdeel i Het optreden van de onderstaande gebeurtenissen leidt tot een fout als bedoeld in: a. het inbrengen van een ongeldige boordcomputerkaart; b. het inbrengen van een chauffeurskaart waarvan blijkt dat de datum en het tijdstip van de laatste registratie op de chauffeurskaart, op een later tijdstip valt dan de actuele datum en het tijdstip van de boordcomputer; c. het niet op een juiste wijze afsluiten van een kaartsessie; d. het inbrengen van een chauffeurskaart waarvan blijkt dat de laatste kaartsessie niet juist is afgesloten; e. het ontstaan van onvoldoende opslagcapaciteit op de chauffeurskaart; f. een niet-succesvolle authenticatiepoging; g. het gedurende een periode van 28 kalenderdagen gebruiken van de operationele modus, werkingsniveau arbeidstijd, zonder geldige boordcomputerkaart. 2 artikel 26, tweede lid, onderdeel e .*Het optreden van de onderstaande gebeurtenissen leidt tot een fout als bedoeld in: a. het ontstaan van onvoldoende opslagcapaciteit op het geheugen van de boordcomputer, en b. een onderbreking van ten minste vijf seconden in de stroomvoorziening van de boordcomputer. 3 artikel 26, tweede lid, onderdeel j Het optreden van een toestand verplaatsen zonder dat er een toestand rijden wordt waargenomen leidt tot een fout als bedoeld in, tenzij er een toestand rijden is vastgesteld in de 20 seconden voor of na het optreden van de toestand verplaatsen. 4 artikel 26, tweede lid, onderdeel k Het gedurende vijf minuten niet kunnen verkrijgen van positiegegevens leidt tot een fout als bedoeld in. 5 artikel 7, vijfde lid artikel 26, tweede lid, onderdelen j en k Een afwijking die de waarden, bedoeld in, overschrijdt leidt tot een fout als bedoeld in. 6 artikel 31 artikel 26, tweede lid, onderdeel f Het optreden van gebeurtenissen die kunnen duiden op het in gevaar brengen van de beveiliging van de boordcomputer, bedoeld in, leidt tot een fout als bedoeld in. 7 artikel 12 artikel 26, tweede lid, onderdeel g Het vanuit de bedrijfsmodus gedurende 365 kalenderdagen niet overbrengen van gegevens bedoeld in, leidt tot een fout als bedoeld in. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 26 tweede lid onderdelen a, b, of c Het optreden van fouten als bedoeld in, leidt tot een storing bedoeld in artikel 26 vierde lid, onderdeel b. 2 artikel 27, tweede lid, onderdeel b artikel 26 vierde lid, onderdeel a Het meer dan tien maal optreden binnen 30 kalenderdagen van een gebeurtenis als bedoeld in, leidt tot een storing als bedoeld in. 3 artikel 26, tweede lid, onderdeel j of onderdeel k Het langer dan 24 uur bestaan van de fout, bedoeld in, leidt tot een storing als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onderdeel c. 4 artikel 26, tweede lid, onderdeel f Het optreden van de fout, bedoeld in, leidt tot een storing als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onderdeel b. 5 artikel 26, tweede lid, onderdeel j of k Het meer dan 100 maal optreden binnen een kalenderdag van een gebeurtenis als bedoeld in, leidt tot een storing als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onderdeel c. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De boordcomputer waarschuwt de gebruiker zodra het volgende wordt gedetecteerd: a. artikel 26, tweede lid het optreden en eindigen van fouten in de werking van de boordcomputer genoemd in; b. artikel 26, vierde lid het optreden en eindigen van storingen in de werking van de boordcomputer genoemd in. 2 De waarschuwingssignalen worden in ieder geval in visuele vorm weergegeven. 3 De waarschuwingssignalen zijn zowel overdag als ’s nachts duidelijk afleesbaar en herkenbaar en bevinden zich binnen het gezichtsveld van de bestuurder. 4 Indien zich een fout of gebeurtenis voordoet als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de reden van de waarschuwing getoond. Behoudens het vijfde lid blijft de waarschuwing zichtbaar zo lang de fout of gebeurtenis voortduurt met een maximum van dertig seconden na het optreden daarvan. 5 De waarschuwing, bedoeld in het vierde lid, blijft zichtbaar totdat de gebruiker handmatig bevestigt de waarschuwing te hebben opgemerkt: a. ingeval van een storing; b. na de tweede, vierde, zesde en achtste onderbreking van ten minste vijf seconden in de stroomvoorziening van de boordcomputer; c. e e e na het verstrijken van het zesd, twaalfden achttienduur na detectie van een fout in de bewegingsensor of de positiebepalingsensor; en d. na de vijfentwintigste, vijftigste en vijfenzeventigste detectie binnen een kalenderdag van een fout in de bewegingsensor of de positiebepalingsensor. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De boordcomputer voldoet aan de eisen die zijn neergelegd in NEN-ISO 10605 Severity level III. Met ESD contact ontladingen met 7 kV, ESD lucht ontladingen met 14 kV en Functional Status Classification A. 2 De boordcomputer voldoet aan de eisen die zijn neergelegd in NEN-EN-IEC 60068-2-1 en NEN-EN-IEC 60068-2-2 en functioneert naar behoren binnen het temperatuurbereik van -20 °C tot +70 °C waarbij: a. Conformiteit aan IEC 60068-2-1 wordt aangetoond volgens testtype Ad gedurende 16 uur, en b. Conformiteit aan IEC 60068-2-2 wordt aangetoond volgens testtype Bd gedurende 16 uur. 3 De boordcomputer voldoet aan de eisen die zijn neergelegd in NEN-EN-IEC 60068-2-30 en functioneert naar behoren binnen het vochtigheidsbereik van 10% tot 90% relatieve vochtigheid, aangetoond volgens testtype Db gedurende 24 uur met 6 cycli. 4 De boordcomputer is beveiligd tegen kortsluiting, overspanning en polariteitomkering. 5 De boordcomputer is bestand tegen kortstondige onderbrekingen of voedingspanningvariaties die worden veroorzaakt door het starten van de auto. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De boordcomputer is voorzien van beveiligingsfuncties die de juiste en betrouwbare werking van de boordcomputer waarborgen. 2 bijlage 1 De beveiligingsfuncties, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de beveiligings-doelstellingen en de beveiligingseisen bedoeld in. 3 De boordcomputer verifieert programmatuurrevisies door middel van een programmatuur veiligheidscertificatie, voordat deze in de boordcomputer geïmplementeerd worden. 4 artikel 13, onder b van de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi De boordcomputer vereist activerings- en keuringsmodus voor het implementeren van programmatuurrevisies die op aangeven van de fabrikant door de Dienst Wegverkeer zijn aangemerkt als revisies die werkzaamheden vereisen als bedoeld in. 5 Implementeren van programmatuurrevisies als bedoeld in het vierde lid vindt uitsluitend in een erkende werkplaats plaats. 6 De boordcomputer biedt de mogelijkheid om informatie meer dan één keer te voorzien van een elektronische handtekening. 7 Bij het plaatsen van de elektronische handtekening blijft de informatie in de oorspronkelijke vorm behouden. De handtekening wordt als bijlage aan de ondertekende informatie toegevoegd, zodat de oorspronkelijke gegevens leesbaar zijn voor applicaties die geen elektronische handtekening ondersteunen. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a bijlage 4 De fabrikant voorziet erin dat de pin-code van de boordcomputerkaart gedeblokkeerd en gewijzigd kan worden op de wijze zoals gespecificeerd in de paragrafen 8.1, 8.3 en 8.4 van. 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 2015 9656 09-04-2015 20-03-2015 IENM/BSK-2015/35270 01-04-2015 Artikel III, tweede en derde lid, van Stcrt. 2015/9656 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 paragraaf 2 De Dienst Wegverkeer verleent een nationale typegoedkeuring voor een boordcomputer die voldoet aan de inopgenomen eisen. 2 afdeling 1 van hoofdstuk 3 van de Regeling voertuigen Tenzij in deze regeling anders is bepaald, isvan overeenkomstige toepassing op alle aspecten van de nationale typegoedkeuring van een boordcomputer en wijzigingen daarvan. 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 19-12-2020 01-09-2020
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32, eerste lid Bij een aanvraag als bedoeld in, overlegt de fabrikant in elk geval de volgende bescheiden in de Nederlandse of Engelse taal: a. de specificaties volgens welke de boordcomputer is gebouwd; b. bijlage 1 een evaluatierapport waaruit blijkt dat het voldoen aan de eisen uitbij deze regeling is getoetst door een laboratorium dat door een bij het Common Criteria Recognition Agreement aangesloten accreditatie-instelling is geaccrediteerd voor het uitvoeren van Common Criteria evaluaties; c. de documenten die behoren bij het in onderdeel b bedoelde certificaat waarin de beveiligingsdoelstellingen en de door de certificerende instelling gemaakte opmerkingen zijn opgenomen; d. één of meerdere testrapporten die zijn opgesteld door een testinstelling die werkt overeenkomstig ISO-IEC 17025, dan wel overeenkomstig kwaliteitsstandaarden die aantoonbaar een vergelijkbaar beschermingsniveau bieden, waaruit eenduidig blijkt: 1°. paragraaf 2 dat de boordcomputer voldoet aan de inopgenomen eisen voor zover deze eisen niet vallen onder het certificaat als bedoeld in onderdeel b, en 2°. op welke wijze dat is vastgesteld; e. een schriftelijke en ondertekende verklaring van de fabrikant waarin deze verklaart dat hij de boordcomputer gaat produceren en dat de ingevolge onderdeel a overgelegde technische specificaties identiek zijn aan de technische specificaties waarvoor het beveiligingscertificaat en de in onderdeel d bedoelde testrapporten zijn afgegeven; f. een beschrijving van de organisatorische maatregelen die zijn of zullen worden getroffen teneinde te borgen dat de te produceren boordcomputers zullen overeenstemmen met het goedgekeurde type, en g. een gebruikers- en installatiehandleiding. 2 artikel 32, eerste lid Bij een aanvraag als bedoeld in, wordt door de fabrikant voor de keuring een exemplaar van de boordcomputer ter beschikking van de Dienst Wegverkeer gesteld. 3 De Dienst Wegverkeer kan in verband met de uitvoering van de typegoedkeuring bij de testinstelling die één of meerdere door de fabrikant overgelegde testrapporten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, heeft opgesteld, nadere gegevens opvragen of een onderzoek ter plaatse uitvoeren voor zover dit nodig is voor de beoordeling van deze testrapporten. 4 De fabrikant draagt zorg voor de medewerking van de door hem ingeschakelde testinstellingen aan het in het vorige lid bedoelde opvragen van gegevens of uit te voeren nader onderzoek. 5 Na verlening van typegoedkeuring door de Dienst Wegverkeer, verstrekt de minister op aanvraag en na betaling van het daarvoor verschuldigde tarief, aan de betreffende fabrikant systeemkaarten die alleen ten behoeve van inbouw in de te produceren typegoedgekeurde boordcomputers mogen worden aangewend. 2015 37845 03-11-2015 26-10-2015 IENM/BSK-2015/206436 2015 37845 03-11-2015 26-10-2015 IENM/BSK-2015/206436 01-01-2016
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 19-12-2020 01-09-2020
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 In de bij de programmatuur behorende programmatuurgegevens neemt de fabrikant ten minste de volgende gegevens op: a. een programmatuurversienummer waarmee de combinatie van programmatuur en bijbehorende progammatuurgegevens uniek identificeerbaar is, en b. de certificaten of publieke sleutels van alle certificatieautoriteiten waarmee de authenticiteit en geldigheid van de certificaten van boordcomputerkaarten en systeemkaarten kan worden geverifieerd. 2 In de bij een programmatuurrevisie behorende programmatuurgegevens neemt de fabrikant ten minste de volgende gegevens op: a. een programmatuurversienummer waarmee de combinatie van programmatuurrevisie en bijbehorende progammatuurgegevens uniek identificeerbaar is, b. eventuele aanvullende of vervangende certificaten of publieke sleutels als bedoeld in het tweede lid onder b, en c. artikel 13, onder b, van de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi een attribuut dat aanduidt of implementeren van de betreffende programmatuurrevisie al dan niet gevolgd moet worden door werkzaamheden als bedoeld in. 3 De fabrikant distribueert de programmatuurrevisie inclusief de bijbehorende programmatuurgegevens niet eerder dan na een positieve beoordeling door de Dienst Wegverkeer. 4 De boordcomputer vervangt de programmatuur met een programmatuurrevisie uitsluitend nadat de authenticiteit van de programmatuurrevisie is geverifieerd en uitsluitend in een van de volgende twee situaties: a. artikel 13, onder b, van de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi indien de boordcomputer zich in de operationele modus, werkingsniveau basis, bevindt en het attribuut, bedoeld in het derde lid, onder c, aanduidt dat het implementeren van de programmatuurrevisie niet gevolgd hoeft te worden door werkzaamheden als bedoeld in; b. indien de boordcomputer zich in de activerings- en keuringsmodus bevindt. 5 Na vervanging van de programmatuur met een programmatuurrevisie neemt de boordcomputer het programmatuurversienummer van de programmatuurrevisie over als het programmatuurversienummer van de programmatuur. 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 19-12-2020 01-09-2020
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 19-12-2020 01-09-2020
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Van een wijziging van de normbladen waarnaar in deze regeling verwezen wordt, doet de minister mededeling in de Staatscourant. 2 Een wijziging in een normblad heeft voor deze regeling pas rechtsgevolgen op 1 januari van het jaar volgende op dat waarin de mededeling bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 2020 64272 18-12-2020 09-12-2020 IENW/BSK-2020/239107 19-12-2020 01-09-2020
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Regeling boordcomputer taxi Dewordt ingetrokken. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2010. 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 2010 11225 19-07-2010 12-07-2010 CEND/HDJZ-2010/954sectorS&W 01-10-2010