Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 mei 2010, nr. K&L 2010015073, houdende regels als bedoeld in artikel 5.18, tweede lid, van de Wet milieubeheer (Smogregeling 2010)
- BWB-id
- BWBR0027705
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2016-07-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027705
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/smogregeling-2010
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/smogregeling-2010/2016-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027705&g=2016-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027705&z=2026-06-06&g=2016-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027705/2016-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/smogregeling-2010
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: ernstige smog: smog waarbij: a. 2 artikel 5.22 van de wet bijlage 2 bij de wet de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide gedurende drie opeenvolgende uren in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 kmof in een volledige op grond vanaangewezen zone of agglomeratie hoger is dan de alarmdrempel, genoemd in voorschrift 1.3 respectievelijk 2.4 van, b. bijlage 2 bij de wet de concentratie van ozon gedurende drie opeenvolgende uren hoger is dan de alarmdrempel, genoemd in voorschrift 8.4 van, of c. 10 de daggemiddelde concentratie van zwevende deeltjes (PM) hoger is dan 100 microgram per kubieke meter; geringe smog: smog waarbij: a. bijlage 2 bij de wet de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide lager is dan de grenswaarde, genoemd in voorschrift 1.1, onder a respectievelijk voorschrift 2.1, eerste lid, onder a, van, b. bijlage 2 bij de wet de concentratie van ozon lager is dan de informatiedrempel, genoemd in voorschrift 8.3 van, of c. 10 de daggemiddelde concentratie van zwevende deeltjes (PM) lager is dan 70 microgram per kubieke meter; matige smog: smog waarbij: a. bijlage 2 bij de wet artikel 5.22 van de wet 2 de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide hoger is dan de grenswaarde, genoemd in voorschrift 1.1, onder a, respectievelijk 2.1, eerste lid, onder a, van, maar gedurende drie opeenvolgende uren in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 kmof in een volledige op grond vanaangewezen zone of agglomeratie lager is dan de alarmdrempel, genoemd in de voorschriften 1.3 respectievelijk 2.4 van bijlage 2 bij de wet, b. bijlage 2 bij de wet de concentratie van ozon hoger is dan de informatiedrempel, genoemd in voorschrift 8.3 van, maar gedurende drie opeenvolgende uren lager is dan de alarmdrempel, genoemd in voorschrift 8.4 van bijlage 2 bij de wet, of c. 10 de daggemiddelde concentratie van zwevende deeltjes (PM) zich bevindt tussen 70 en 100 microgram per kubieke meter; Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; smog: 10 tijdelijk verhoogd kwaliteitsniveau van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon of zwevende deeltjes (PM); wet: Wet milieubeheer . 2016 18879 13-04-2016 08-04-2016 IENM/BSK-2016/75666 2016 18879 13-04-2016 08-04-2016 IENM/BSK-2016/75666 01-07-2016
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, eerste lid paragrafen 3.1 tot en met 3.6 3.10 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 Het vaststellen van geringe, matige of ernstige smog vindt plaats door het RIVM overeenkomstig, en deen. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 10 Het RIVM stelt basisinformatie over zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en zwevende deeltjes (PM) beschikbaar op www.lml.rivm.nl en zo mogelijk via andere landelijke media, zoals NOS Teletekst. 2 Basisinformatie als bedoeld in het eerste lid omvat ten minste: a. 10 een beschrijving van het ontstaan van concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en zwevende deeltjes (PM) in de buitenlucht; b. 10 een weergave van de actuele kwaliteitsniveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en zwevende deeltjes (PM), en c. 10 een aanduiding van de actuele kwaliteitsniveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en zwevende deeltjes (PM) als geen, geringe, matige of ernstige smog. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid, van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 Indien naar redelijke verwachting van het RIVM het risico bestaat op matige of ernstige smog en in perioden van matige of ernstige smog, analyseert het RIVM ieder uur de ontwikkeling van de luchtkwaliteit, op basis van de vaststelling van de kwaliteitsniveaus, bedoeld in. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 Bij matige smog of ernstige smog stelt het RIVM, in aanvulling op de ingenoemde basisinformatie, beschikbaar op www.lml.rivm.nl en zo mogelijk via andere landelijke media, zoals NOS Teletekst: a. een beschrijving van het ontstaan van smog en van de verontreinigende stoffen in de buitenlucht die matige of ernstige smog veroorzaken; b. 10 een weergave van de actuele kwaliteitsniveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en zwevende deeltjes (PM) per zone en agglomeratie alsmede een toelichting daarop; c. 10 een prognose van de kwaliteitsniveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en zwevende deeltjes (PM) voor de eerstvolgende middag, dag of dagen; d. een beschrijving van de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen waarvoor matige of ernstige smog risico’s kan inhouden voor de gezondheid, alsmede van te verwachten symptomen en van door die bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen te treffen voorzorgsmaatregelen, en e. een verwijzing naar het Astma Fonds, de GGD en het RIVM als bronnen van nadere informatie over smog. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Indien matige smog is vastgesteld in één of meer agglomeraties of zones, stelt het RIVM gedeputeerde staten van de betreffende provincies, de GGD, alsmede het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (DCC) in kennis van de actuele kwaliteitsniveaus van zwaveldioxide en stikstofdioxide. 2016 18879 13-04-2016 08-04-2016 IENM/BSK-2016/75666 2016 18879 13-04-2016 08-04-2016 IENM/BSK-2016/75666 01-07-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien ernstige smog is vastgesteld in één of meer agglomeraties of zones, stelt het RIVM gedeputeerde staten van de betreffende provincies, het ANP, de GGD, evenals het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (DCC), onmiddellijk in kennis van: a. 10 de actuele kwaliteitsniveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en zwevende deeltjes (PM); b. de alarmdrempel die wordt overschreden; c. de hoogste uurgemiddelde concentratie en voor ozon de hoogste acht-uurgemiddelde concentratie; d. de datum, het tijdstip van aanvang, de duur, de plaats en indien bekend de oorzaak van overschrijding van de betreffende alarmdrempel; e. 10 een gemotiveerde prognose van de kwaliteitsniveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en zwevende deeltjes (PM) voor de eerstvolgende middag, dag of dagen in het betreffende geografische gebied en de verwachte duur van de ernstige smog; f. een beschrijving van de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen waarvoor ernstige smog risico’s kan inhouden voor de gezondheid, alsmede van te verwachten symptomen en door de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen te treffen voorzorgsmaatregelen, en g. informatie over de stoffen waarvan het kwaliteitsniveau tijdelijk verhoogd is. 2 Op een dag die volgt op een dag dat ernstige smog is vastgesteld stelt het RIVM de in het eerste lid genoemde instanties ten minste eenmaal per dag in kennis van geactualiseerde gegevens als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met g. 3 De commissaris van de Koning doet van het optreden van ernstige smog zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek door middel van radio en televisie of op een andere door de commissaris te bepalen wijze. De mededeling omvat de informatie genoemd in het eerste lid, alsmede: a. een verwijzing naar het Astma Fonds, de GGD en het RIVM als bronnen van nadere informatie over smog, en b. indien van toepassing, gegevens over de belangrijkste bronsectoren die bijdragen aan de ernstige smog en aanbevelingen voor maatregelen om de emissies te verminderen. 4 Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien naar redelijke verwachting van het RIVM ernstige smog dreigt te ontstaan. 2016 18879 13-04-2016 08-04-2016 IENM/BSK-2016/75666 2016 18879 13-04-2016 08-04-2016 IENM/BSK-2016/75666 01-07-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Artikel 7, eerste, tweede en derde lid bijlage 2 bij de wet , is van overeenkomstige toepassing indien naar redelijke verwachting van het RIVM het risico bestaat op overschrijding van de informatiedrempel voor ozon, genoemd in voorschrift 8.3 van, of overschrijding van die informatiedrempel is vastgesteld. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 7, derde en vierde lid 8 Gedeputeerde staten stellen voor de uitvoering van de, eneen provinciaal draaiboek smog vast, op basis van het door de Minister vastgestelde Modeldraaiboek Smog 2010. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De Smogregeling 2001 wordt ingetrokken. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Smogregeling 2010. 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 2010 8386 09-06-2010 31-05-2010 K&L2010015073 10-06-2010