Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 31 augustus 2010, nr. 2009-0000212154, houdende subsidiëring van het Huis voor democratie en rechtsstaat (Subsidieregeling Huis voor democratie en rechtsstaat)
- BWB-id
- BWBR0028205
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2012-10-01 t/m 2013-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028205
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/subsidieregeling-huis-voor-democratie-en-rechtsstaat
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/subsidieregeling-huis-voor-democratie-en-rechtsstaat/2012-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028205&g=2012-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028205&z=2026-06-06&g=2012-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028205/2012-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/subsidieregeling-huis-voor-democratie-en-rechtsstaat
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. de stichting: de Stichting Huis voor democratie en rechtsstaat, statutair gevestigd te ’s-Gravenhage. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Minister verstrekt per boekjaar overeenkomstig deze regeling de stichting een subsidie met het oog op: – Grondwet het overdragen van kennis over de democratische rechtsstaat, de werking van de instituties daarvan, deen het constitutioneel bestel in ruime zin; – het vergroten van vaardigheden om deel te nemen aan democratische processen, en – het bevorderen van actief democratisch burgerschap, ten behoeve van: a. het aanbieden van samenhangende programma’s en educatieve activiteiten, exposities en excursies in en vanuit een nader door de Minister aangewezen gebouw in ’s-Gravenhage; b. het ontvangen en rondleiden van bezoekers van het Binnenhofcomplex; c. het aanbieden van samenhangende programma’s en educatieve activiteiten, exposities en excursies vanuit diverse locaties in Nederland; d. het ontwikkelen en aanbieden van informatie en ander materiaal voor gebruik in en buiten het onderwijs; e. het ontwikkelen en aanbieden van interactieve toepassingen via internet en andere media; f. het aangaan van samenwerking met andere organisaties. 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten voor zover die uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De subsidie, bedoeld in, bedraagt: a. voor het kalenderjaar 2011 ten hoogste € 4.324.061; b. voor het kalenderjaar 2012 ten hoogste € 5.061.559; c. voor het kalenderjaar 2013 ten hoogste € 5.042.559; d. voor het kalenderjaar 2014 en latere jaren ten hoogste € 4.985.589. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 Op de subsidiebedragen, bedoeld in, is de indexering voor de ter zake geldende begrotingsartikelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van toepassing. De indexering wordt toegekend voor zover deze ook aan de begrotingsartikelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt toegevoegd. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening voor het volgende jaar uiterlijk op 15 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. 2 De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van: a. een aanduiding van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. een jaarplan met daarin in ieder geval een beschrijving van: 1°. de activiteiten en een raming van de kosten en baten met betrekking tot het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd; 2°. een visie op de in de daarop volgende jaren te verrichten activiteiten; 3°. de taken, inrichting en samenstelling van de organisatie; 4°. een beschrijving van de indicatoren aan de hand waarvan de activiteiten beoordeeld worden, met name gerelateerd aan de beleidsvoornemens en doelstellingen die door het bestuur van de stichting worden vastgesteld; 5°. de manier waarop de kwaliteit van de activiteiten wordt bewaakt en zo nodig en mogelijk wordt verbeterd. 3 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt, voor zover de activiteiten in het jaarplan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking hebben op het ontvangen en rondleiden van bezoekers van het Binnenhofcomplex, ingediend in overeenstemming met de voorzitters van de beide Kamers der Staten-Generaal of hun vertegenwoordigers. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, tweede lid De Minister beslist uiterlijk op 1 januari van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft omtrent de aanvraag tot subsidieverlening, mede aan de hand van de gegevens, bedoeld in. 2 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Naast de gronden, bedoeld in, kan de Minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien de beoordeling van het jaarplan leidt tot de bevinding dat het jaarplan geheel of gedeeltelijk niet in overeenstemming is met de vereisten van deze regeling of met de beleidsdoelstellingen die zijn opgenomen in de memorie van toelichting bij de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Minister verstrekt voorschotten per kalenderjaar. 2 Het totaal van de voorschotten voor een boekjaar bedraagt 100 procent van de voor dat jaar verleende subsidie. 3 De voorschotten worden als volgt verstrekt: a. 50 procent van het totaalbedrag uiterlijk op 1 januari van het boekjaar; b. 50 procent van het totaalbedrag uiterlijk op 1 juli van het boekjaar. 4 De Minister kan een voorschot een maand later verstrekken, nadat de stichting hiervan in kennis is gesteld. 2012 19904 28-09-2012 25-09-2012 2012-0000539507 2012 19904 28-09-2012 25-09-2012 2012-0000539507 01-10-2012
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de Minister uiterlijk op 1 mei van het jaar na het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft. 2 De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van: a. artikel 391, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek het op het kalenderjaar betrekking hebbende jaarverslag, bedoeld in, met inbegrip van het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteiten ingevolge het desbetreffende jaarplan; b. een beschrijving van de wijze waarop de kwaliteit van de activiteiten en prestaties is bewaakt; c. artikel 361, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de op het kalenderjaar betrekking hebbende jaarrekening, bedoeld in; d. artikel 4:78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht de accountantsverklaring, bedoeld in. 3 De Minister beslist omtrent de aanvraag tot subsidievaststelling binnen 12 weken na ontvangst daarvan. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De stichting voert de activiteiten uit in het jaar waarvoor de subsidie is verleend. 2 Indien de stichting een wijziging aanbrengt in de doelstelling, looptijd of financiering van het jaarplan dan wel afziet van de in het jaarplan vermelde activiteiten, deelt de stichting dit onverwijld schriftelijk mee aan de Minister. 3 Indien de Minister naar aanleiding van de wijziging, bedoeld in het tweede lid, de subsidieverlening wijzigt, stelt hij de stichting hiervan uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de schriftelijke mededeling, bedoeld in het tweede lid, in kennis. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht De stichting vormt een egalisatiereserve als bedoeld in. 2 De jaarlijkse toevoeging bedraagt ten hoogste 5% van de over het boekjaar verleende subsidie. De egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 10% van de over het boekjaar verleende subsidie. 3 artikel 2, eerste lid De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in. 2012 19904 28-09-2012 25-09-2012 2012-0000539507 2012 19904 28-09-2012 25-09-2012 2012-0000539507 01-10-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel a De stichting hanteert voor de bezoekers van het gebouw, bedoeld in, en voor het ontvangen en rondleiden van bezoekers van het Binnenhofcomplex tarieven die door de Minister zijn goedgekeurd. 2 artikel 2, eerste lid, onderdeel a De stichting hanteert voor het gebouw, bedoeld in, en voor Binnenhofcomplex tijdstippen van openstelling voor bezoek die door de Minister zijn goedgekeurd. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De stichting verleent haar medewerking aan een periodieke visitatie in opdracht van de Minister die ten doel heeft de wijze waarop zij haar taken verricht, te beoordelen. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De stichting verschaft de Minister op diens verzoek te allen tijde inlichtingen omtrent de voortgang en de resultaten van de activiteiten ingevolge het jaarplan. 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is de stichting verplicht onverwijld een melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Voor de activiteiten waar de stichting subsidie voor ontvangt en voor de overige activiteiten van de stichting wordt een gescheiden administratie gevoerd. 2 De stichting doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie en de rechtmatige en doelmatige besteding daarvan. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 5, tweede lid artikel 3, onderdeel a Indien de aanvraag tot subsidieverlening voor het jaar 2011 niet vergezeld gaat van alle gegevens, bedoeld in, verleent de Minister de subsidie voor een lager bedrag dan dat, vermeld in. Zodra deze gegevens alsnog voor of binnen het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft, worden verstrekt, wordt de subsidieverlening gewijzigd. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Subsidieregeling IPP Dewordt ingetrokken. 2 Subsidieregeling IPP artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een subsidie die is verleend krachtens de, wordt beheerst door de Subsidieregeling IPP zoals die luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling, met dien verstande dat met ingang van de dag waarop de stichting een fusie in de zin vanaangaat met de Stichting Instituut voor Publiek en Politiek, de subsidie wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2010. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Huis voor democratie en rechtsstaat. 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 2010 13842 08-09-2010 31-08-2010 2009-0000212154 01-10-2010