Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 20 december 2010, nr. WJZ / 10169116, tot vaststelling van een nationaal instrument ter uitvoering van het Besluit van de Europese Commissie van 3 november 2010 inzake NER 300 (Subsidieregeling NER 300)
- BWB-id
- BWBR0029245
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-04-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029245
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/subsidieregeling-ner-300
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/subsidieregeling-ner-300/2013-04-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029245&g=2013-04-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029245&z=2026-06-06&g=2013-04-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029245/2013-04-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2010/subsidieregeling-ner-300
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – CCS-project: een samenhangend geheel van activiteiten dat: a. 2 gericht is op het milieutechnisch veilig afvangen, transporteren en geologisch opslaan van CO, b. valt onder één van de categorieën, bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, onder I, van het NER-besluit en c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit; – EERP: verordening (EG) nr. 663/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (PbEU 2009, L 200); – ETS-richtlijn: richtlijn nr. 2003/87/EG Richtlijn 96/61/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van en regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging vanvan de Raad (PbEU 2003, L 275); – minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; – NER-besluit: 2 Richtlijn 2003/87/EG besluit 2010/670/EU van de Commissie van 3 november 2010 tot vaststelling van criteria en maatregelen voor de financiering van commerciële demonstratieprojecten ter bevordering van de milieutechnisch veilige afvang en geologische opslag van CO, alsook voor demonstratieprojecten ter bevordering van innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie in het kader van de bijvan het Europees Parlement en de Raad vastgestelde regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010, L 290); – ondernemer: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon, een vennootschap of een hiermee gelijk te stellen entiteit, die een onderneming in stand houdt, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld; – onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; – penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie; – procedureverordening: verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-verdrag (PbEG 1999, L 83); – RES-project: een samenhangend geheel van activiteiten dat: a. gericht is op het ontwikkelen en toepassen van nieuwe technologieën voor hernieuwbare energie; b. valt onder één van de categorieën bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het NER-besluit; c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit; d. innovatief is, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van het NER-besluit. – samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap; – toekenningsbesluit: het besluit van de Europese Commissie bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van het NER-besluit; – uitnodiging: de uitnodiging van de Europese Commissie van 3 april 2013 (PbEU 2013, C 94) tot het indienen van voorstellen zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het NER-besluit; – voorwaardelijk toekenningsbesluit: het toekenningsbesluit dat nog afhankelijk wordt gesteld van de in de artikel 9 van het NER-besluit genoemde voorwaarden en nog geen rechtskracht heeft. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een ondernemer die of aan een deelnemer in een samenwerkingsverband dat een CCS-project uitvoert in Nederland, op het Nederlandse continentale plat of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten. 2 De subsidie bedraagt maximaal 15% van de 300 miljoen beschikbare emissierechten, uitgedrukt in een bedrag in Euro. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Indien reeds door de Europese Commissie verstrekte subsidie op grond van de EERP wordt gecombineerd met subsidie op grond van deze regeling wordt de subsidie op grond van de EERP in mindering gebracht op de subsidie op grond van deze regeling. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 2 De subsidiabele kosten zijn de investeringskosten van een CCS-project verminderd met de netto contante waarde volgens de best mogelijk schatting van de exploitatiekosten en -baten uit de toepassing van de afvang en opslag COin de eerste tien exploitatiejaren. 2 De investeringskosten zijn de rechtstreeks aan het CCS-project toe te rekenen kosten voor grond, installaties,en apparatuur. De investeringskosten kunnen eveneens betrekking hebben op technologieoverdracht en knowhowlicenties, mits aan de voorwaarden, genoemd in artikel 3, vierde lid, van het NER-besluit is voldaan. 3 De in het eerste lid bedoelde exploitatiekosten en -baten van het CCS-project worden berekend met toepassing van artikel 3, vijfde lid, van het NER-besluit. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het subsidieplafond bedraagt het totale bedrag dat op basis van het toekenningsbesluit voor Nederland beschikbaar is voor CCS-projecten. 2 De minister verdeelt het subsidieplafond overeenkomstig het toekenningsbesluit. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 bijlage 1 Een aanvraag om subsidie voor een CCS-project wordt uiterlijk ingediend op 15 mei 2013 om 17.00 uur met gebruikmaking van een formulier dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 De aanvraag wordt in de Engelse taal gedaan. 3 De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden. 4 Bij de aanvraag worden in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 5, derde lid, tweede alinea, onderdeel a tot en met d, van het NER-besluit, verstrekt. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Indien aanvragers van subsidie samenwerken in een samenwerkingsverband, dienen zij hun aanvraag in via een penvoerder. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag niet voldoet aan: a. deze paragraaf; b. de vereisten, bedoeld in bijlage I, onderdeel B, bij het NER-besluit. 2 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien: a. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager het CCS-project naar behoren kan uitvoeren; b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager voldoende financiële draagkracht en stabiliteit kan waarborgen; c. onvoldoende vertrouwen bestaat in de haalbaarheid van het CCS-project. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 De minister dient de aanvragen waarop op grond vanniet afwijzend is beslist, op basis van artikel 5, derde lid, van het NER-besluit in bij de Europese Investeringsbank. 2 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, op grond van een toekenningsbesluit niet voor financiering uit hoofde van het NER-besluit in aanmerking komt. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen zeventien weken nadat duidelijk is of een CCS-project uit hoofde van het NER-besluit wordt gefinancierd op grond van een voorwaardelijk toekenningsbesluit. 2 De beschikking tot subsidieverlening wordt in overeenstemming met het NER-besluit en het voorwaardelijk toekenningsbesluit opgesteld. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Indien uit andere hoofde subsidie wordt verstrekt als cofinanciering aan een CCS-project wordt de subsidie verleend onder de ontbindende voorwaarde dat de Europese Commissie overeenkomstig artikel 4, tweede en derde lid, van de procedureverordening bij beschikking heeft vastgesteld dat de cofinanciering geen steun vormt dan wel verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt en de door de Europese Commissie aan de beschikking verbonden voorwaarden bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Procedureverordening zijn toegepast. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De subsidie wordt verleend onder de ontbindende voorwaarde dat het toekenningsbesluit voor het CCS-project geen rechtskracht heeft. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De subsidieontvanger deelt de kennis betreffende de in bijlage II bij het NER-besluit bedoelde elementen overeenkomstig artikel 12 van het NER-besluit. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 36 37, eerste en derde lid 38 40 41 43 van het Kaderbesluit EZ-subsidies De verplichtingen, bedoeld in,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 De minister kan andere subsidieverplichtingen opleggen voor zover deze voortvloeien uit het NER-besluit of het toekenningsbesluit of door de Europese Commissie worden opgelegd. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat voorschotten worden verleend, en, indien voorschotten worden verleend, aangeven hoe deze voorschotten worden berekend voor zover dit strookt met het voorwaardelijk toekenningsbesluit. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Na overlegging van de in de subsidiebeschikking aangegeven gegevens en documenten wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een ondernemer die of aan een deelnemer in een samenwerkingsverband dat een RES-project uitvoert in Nederland, op het Nederlandse continentale plat of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten. 2 De subsidie bedraagt maximaal 15% van de 300 miljoen beschikbare emissierechten, uitgedrukt in een bedrag in Euro. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Indien reeds door de Europese Commissie verstrekte subsidie op grond van de EERP wordt gecombineerd met subsidie op grond van deze regeling wordt de subsidie op grond van de EERP in mindering gebracht op de subsidie op grond van deze regeling. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De subsidiabele kosten zijn de extra investeringskosten voor een RES-project die verbonden zijn aan de toepassing van innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie verminderd met de netto contante waarde volgens de best mogelijk schatting van de exploitatiekosten en -baten in de eerste vijf jaar in vergelijking met die van een conventionele installatie met dezelfde effectieve energieproductiecapaciteit. 2 De investeringskosten zijn de rechtstreeks aan het RES-project toe te rekenen kosten voor grond, installaties en apparatuur. De investeringskosten kunnen eveneens betrekking hebben op technologieoverdracht en knowhowlicenties mits aan de voorwaarden, genoemd in artikel 3, vierde lid, van het NER-besluit is voldaan. 3 De in het eerste lid bedoelde exploitatiekosten en -baten worden berekend met toepassing van artikel 3, vijfde lid, van het NER-besluit. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Het subsidieplafond bedraagt het totale bedrag dat op basis van het toekenningsbesluit voor Nederland beschikbaar is voor RES-projecten. 2 De minister verdeelt het subsidieplafond overeenkomstig het toekenningsbesluit. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 bijlage 2 Een aanvraag om subsidie voor een RES-project wordt uiterlijk ingediend op 15 mei 2013 om 17.00 uur met gebruikmaking van een formulier dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 De aanvraag wordt in de Engelse taal gedaan. 3 De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden. 4 Bij de aanvraag worden in ieder geval gegevens, bedoeld in artikel 5, derde lid, tweede alinea, onderdeel a tot en met d, van het NER-besluit verstrekt. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Indien de aanvragers van subsidie samenwerken in een samenwerkingsverband, dienen zij hun aanvraag in via een penvoerder. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien de aanvraag niet voldoet aan: a. deze paragraaf; b. de vereisten, bedoeld in bijlage I, onderdeel B, bij het NER-besluit. 2 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien: a. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager het RES-project naar behoren kan uitvoeren; b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager voldoende financiële draagkracht en stabiliteit kan waarborgen; c. onvoldoende vertrouwen bestaat in de haalbaarheid van het RES-project. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 25 De minister dient de aanvragen waarop op grond vanniet afwijzend is beslist, op basis van artikel 5, derde lid, van het NER-besluit in bij de Europese Investeringsbank. 2 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, op grond van een toekenningsbesluit niet voor financiering uit hoofde van het NER-besluit in aanmerking komt. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor het tweede lid in plaats van het eerste lid.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 1. De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen zeventien weken nadat duidelijk is of een RES-project uit hoofde van het NER-besluit wordt gefinancierd op grond van een voorwaardelijk toekenningsbesluit. 2 De beschikking tot subsidieverlening wordt in overeenstemming met het NER-besluit en het voorwaardelijk toekenningsbesluit opgesteld. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Indien uit andere hoofde subsidie wordt verstrekt als cofinanciering aan een RES-project wordt de subsidie verleend onder de ontbindende voorwaarde dat de Europese Commissie overeenkomstig artikel 4, tweede en derde lid, van de procedureverordening bij beschikking heeft vastgesteld dat de cofinanciering geen steun vormt dan wel verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt en de door de Europese Commissie aan de beschikking verbonden voorwaarden bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Procedureverordening zijn toegepast. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 De subsidie wordt verleend onder de ontbindende voorwaarde dat het toekenningsbesluit voor het RES-project geen rechtskracht heeft. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De subsidieontvanger deelt de kennis betreffende de in bijlage II bij het NER-besluit bedoelde elementen overeenkomstig artikel 12 van het NER-besluit. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 36 37, eerste en derde lid 38 40 41 43 van het Kaderbesluit EZ-subsidies De verplichtingen, bedoeld in,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 De minister kan andere subsidieverplichtingen opleggen voor zover deze voortvloeien uit het NER-besluit of het toekenningsbesluit of door de Europese Commissie worden opgelegd. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat voorschotten worden verleend, en, indien voorschotten worden verleend, aangeven hoe deze voorschotten worden berekend voor zover dit strookt met het voorwaardelijk toekenningsbesluit. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Na overlegging van de in de subsidiebeschikking aangegeven gegevens en documenten wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld. 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 2013 10462 17-04-2013 16-04-2013 WJZ/13049487 18-04-2013 03-04-2013
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 6 november 2010. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling NER 300. 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 2010 21022 24-12-2010 20-12-2010 WJZ/10169116 25-12-2010 06-11-2010
Artikel 7#
artikel 7, eerste lid
Artikel 23#
artikel 23, eerste lid