Mandaatbesluit uitvoering defensiespecifieke uitkeringsregelingen
- BWB-id
- BWBR0029701
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- 2014-11-19 t/m 2017-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029701
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/besluit-mandaat-uitvoering-defensiespecifieke-uitkeringsrege
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/besluit-mandaat-uitvoering-defensiespecifieke-uitkeringsrege/2014-11-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029701&g=2014-11-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029701&z=2026-06-06&g=2014-11-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029701/2014-11-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/besluit-mandaat-uitvoering-defensiespecifieke-uitkeringsrege
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. bestuur: het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP; b. Minister: de Minister van Defensie. 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De Minister verleent aan het bestuur mandaat om namens hem besluiten te nemen ter uitvoering en op grond van de onderstaande regelingen: a. Kaderwet militaire pensioenen Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen artikelen 8a 11a Besluit bijzondere militaire pensioenen artikel 11a De, alsmede het daarop steunendemet uitzondering van deenen hetmet uitzondering van; b. Voor zover na die datum nog noodzakelijk, de voor 1 juni 2001 geldende militaire pensioenwetten of -regelingen; c. Uitkeringswet gewezen militairen De; d. Regeling inkomsten Uitkeringswet gewezen militairen De; e. Wet verbetering rechtspositie verzetsmilitairen De; f. artikelen 62 124 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Deen(BARD); g. artikelen 120 t/m 125 van het Algemeen militair ambtenarenreglement De(AMAR); h. De artikelen 84 en 85 van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen (Rrdpl); i. artikel 147 AMAR De Regeling procesverbaal van ongeval en rapportage medische aangelegenheden,; j. Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers De; k. De Faciliteitenregeling; l. Het Verzorgstersfonds, beschikking Staatssecretaris van 16 juli 1973; m. De Compensatieregeling motorrijtuigenbelasting, besluiten van 20 juni 1984 en 3 september 1986; n. artikel 104 AMAR De Regeling dienstverbandaanspraken geneeskundige verzorging,; o. Artikel 53 Rrdpl (geneeskundige verstrekkingen gewezen dienstplichtigen); p. De Regeling tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten van naaste betrekkingen in geval van ziekte of overlijden van de militair; q. De Regeling onkostenvergoeding gewezen defensiepersoneel; r. De Regeling geneeskundige verzorging gepensioneerde militairen; s. Conversieregeling militaire pensioenen artikel 3, vijfde lid, van de Kaderwet militaire pensioenen Voor zover de Minister zich de uitvoering daarvan niet heeft voorbehouden, deen de daarmee samenhangende berichtgeving bedoeld in; t. Uitkeringswet financiële compensatie langdurige militaire dienst De; u. Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen De; v. artikelen 19 tot en met 25 van het Veteranenbesluit De; w. De Regeling berekeningsgrondslag inkomensvoorziening. 2014 32497 18-11-2014 21-10-2014 BS/2014029616 2014 32497 18-11-2014 21-10-2014 BS/2014029616 19-11-2014 20-06-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Het bestuur legt een voorgenomen besluit, voor zover dit voortkomt uit de uitvoering van ingenoemde defensieregelingen voor aan de Minister indien: a. artikel 2 het bestuur gerede twijfels heeft over het in een individueel geval toepassen van een regeling, genoemd inen b. het naar het oordeel van het bestuur een geval betreft dat grote beleidsmatige of financiële gevolgen kan hebben voor het Ministerie van Defensie, dan wel kan leiden tot precedentwerking. c. het door de Minister nader aan te wijzen gevallen betreft die van belang zijn voor de beleidsvorming dan wel in het kader van kwaliteitstoetsing en -verbetering. 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 artikel 3 De Minister verleent mandaat aan het bestuur om te beslissen op bezwaarschriften aangaande ingevolgegenomen besluiten. Een en ander met dien verstande dat degene die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg. Het gestelde inis daarbij van overeenkomstige toepassing. 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2 artikel 4 De Minister verleent aan het bestuur bevoegdheid in rechte op te treden indien tegen een ingevolgedan welgenomen besluit beroep wordt ingesteld. Indien het een zaak betreft met een kennelijk aanzienlijk financieel of rechtspositioneel belang, oefent het bestuur deze bevoegdheid niet uit dan na verkregen instemming van de Minister met betrekking tot de gronden voor het beroep. Het bestuur is in dat geval bevoegd om vooruitlopend hierop zo nodig voorlopig beroep in te stellen. 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 a. artikel 2 artikel 4 artikel 5 Het bestuur kan het aan,enontleende mandaat geheel of gedeeltelijk mandateren. b. De verlening van een mandaat door het bestuur geschiedt schriftelijk. 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het bestuur houdt een register bij betreffende verleende mandaten. Het register bevat de namen van de functionarissen van het fonds die op basis van het mandaat besluiten kunnen nemen, alsmede gegevens omtrent de inhoud van het mandaat. Het betreffende register en iedere wijziging daarvan wordt onverwijld door het bestuur aan de Minister kenbaar gemaakt. 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De stukken die op grond van dit besluit worden afgedaan en ondertekend, vermelden aan het slot: Namens de Minister van Defensie de Stichting Pensioenfonds ABP, voor deze, ... (handtekening en naam van de functionaris) ... (de functie van de ondertekenaar) 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 besluit van 23 april 2009 Het, Stcrt. 2009, 87 wordt ingetrokken. 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening en werkt terug tot en met 14 mei 2010. 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 2011 4000 08-03-2011 25-02-2011 BS/2011005090 25-02-2011 14-05-2010 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.