Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 28 juni 2011, nr. BJZ2011046962, houdende instelling van de Commissie duurzaamheidsvraagstukken biomassa (Instellingsbesluit Commissie duurzaamheidsvraagstukken biomassa)
- BWB-id
- BWBR0030174
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2015-06-19 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030174
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/instellingsbesluit-commissie-duurzaamheidsvraagstukken-bioma
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/instellingsbesluit-commissie-duurzaamheidsvraagstukken-bioma/2015-06-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030174&g=2015-06-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030174&z=2026-06-06&g=2015-06-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030174/2015-06-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/instellingsbesluit-commissie-duurzaamheidsvraagstukken-bioma
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: biomassa: richtlijn 2009/28/EG biomassa als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van; biobrandstoffen: richtlijn 2009/28/EG biobrandstoffen als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van; commissie: artikel 2, eerste lid commissie als bedoeld in; de 10%-doelstelling: richtlijn 2009/28/EG de bijdrage van de inzet van biobrandstoffen aan de doelstelling, zoals bepaald in artikel 3, vierde lid, van; minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; ministerie: ministerie van Infrastructuur en Milieu; richtlijn 98/70/EG: richtlijn nr. 98/70/EG Richtlijn 93/12/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging vanvan de Raad (PbEG L 350); richtlijn 2009/28/EG: richtlijn nr. 2009/28/EG Richtlijnen 2001/77/EG 2003/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking vanen(PbEU L 140). 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 01-07-2011
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling commissie#
Artikel 2 Instelling commissie 1 Er is een Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa. 2 De commissie wordt ingesteld voor de periode van 1 juli 2011 tot 1 januari 2016. 2015 16857 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/111020 2015 16857 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/111020 19-06-2015
Artikel 3 — Artikel 3 Taak#
Artikel 3 Taak 1 De commissie heeft tot taak: a. het gevraagd en ongevraagd adviseren over de verschillende aspecten van duurzaamheid van de productie en het gebruik van biomassa en biobrandstoffen, waarbij de nationale, Europese en mondiale schaal in hun onderlinge relatie worden betrokken, met als uitgangspunt het vergroten van het volume duurzame biomassa in de Nederlandse economie; b. het bieden van een forum voor maatschappelijke discussie over de verschillende aspecten van duurzaamheid van biomassa en biobrandstoffen. 2 De commissie richt zich bij de vervulling van haar taak, bedoeld in het eerste lid, onder meer op het uitbrengen van advies over: a. de mogelijkheden van het uitbreiden van de werkingssfeer van de duurzaamheidscriteria, zoals die in de richtlijnen zijn vastgelegd en verder worden ontwikkeld, naar andere toepassingen van biomassa in de economie, en van het nader specificeren van de duurzaamheidscriteria voor verschillende toepassingen van biomassa, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: 1°. de inzet van biomassa voor alle vormen van energieproductie, mede in relatie tot duurzaamheidsprestaties van fossiele energie; 2°. de inzet van biomassa in andere industriële sectoren zoals de chemiesector; 3°. de duurzaamheidsprestaties van fossiele grondstoffen en van voedselproductie, voor zover dat voor het adviseren over de duurzaamheid van biomassa in de energie- en industriesector relevant is; 4°. de mogelijkheden voor de overheid om te bevorderen dat schaarse duurzame biomassa zo efficiënt mogelijk wordt ingezet; 5°. de mogelijkheden om aan te sluiten bij reeds bestaande vrijwillige duurzaamheidscriteria voor biomassa in de betreffende sectoren en bij in andere lidstaten van de Europese Unie ontwikkelde instrumenten; 6°. de mogelijkheden om transparantie op het gebied van duurzaamheid in de betreffende productieketens te bevorderen, waarbij ook naar in andere lidstaten van de Europese Unie ontwikkelde mogelijkheden wordt gekeken. b. richtlijn 2009/28/EG het verwezenlijken van de 10%-doelstelling in Nederland, mede ten behoeve van het actieplan als bedoeld in artikel 4 van, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: 1°. de optimale inzet van de meest duurzame biobrandstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met verdringingseffecten in de economie; 2°. richtlijn 98/70/EG richtlijn 2009/28/EG de mogelijkheden die de overheid en het bedrijfsleven hebben om het bereiken van de 10%-doelstelling te bespoedigen en uit te breiden naar vervoersmodaliteiten die nu nog niet worden omvat in de regelgeving ter implementatie vanen; 3°. de actuele duurzaamheidsvraagstukken die bij de verdere ontwikkeling van het Europese beleid aan de orde zijn, waaronder in ieder geval is begrepen: het vraagstuk van de indirecte effecten van de productie en het gebruik van biomassa, in het licht van de doelstelling om op duurzame wijze reductie van broeikasgasemissies te bereiken door middel van de inzet van biomassa, en het vraagstuk van de effecten op sociaal gebied van de productie van biomassa. 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 01-07-2011
Artikel 4 — Artikel 4 Leden#
Artikel 4 Leden 1 De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd door de minister. 2 De leden kunnen tussentijds worden ontslagen door de minister. 3 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen. 2013 18078 28-06-2013 24-06-2013 IenM/BSK-2013/116652 2013 18078 28-06-2013 24-06-2013 IenM/BSK-2013/116652 29-06-2013
Artikel 5 — Artikel 5 Werkwijze#
Artikel 5 Werkwijze 1 De commissie bepaalt, met inachtneming van dit besluit, haar eigen werkwijze. 2 De commissie stelt een werkplan op. 3 De commissie kan subcommissies instellen en andere personen consulteren, voor zover nodig voor de vervulling van haar taak. De commissie kan, indien zij dit voor de vervulling van haar taak nodig acht, inlichtingen inwinnen bij het ministerie. 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 01-07-2011
Artikel 6 — Artikel 6 Archiefbescheiden#
Artikel 6 Archiefbescheiden De archiefbescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie overgedragen aan het archief van het ministerie. 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 01-07-2011
Artikel 7 — Artikel 7 Inlichtingen#
Artikel 7 Inlichtingen De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de door hem gewenste inlichtingen. 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 01-07-2011
Artikel 8 — Artikel 8 Kosten en ondersteuning#
Artikel 8 Kosten en ondersteuning 1 artikel 3 De minister stelt een budget beschikbaar waaruit de materiële kosten van de commissie worden vergoed, voor zover deze in redelijkheid gemaakt zijn bij de vervulling van haar taak, bedoeld in. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor vergaderingen en voor de productie van adviezen. 2 De minister stelt secretariële ondersteuning beschikbaar ten behoeve van de commissie. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3 Het secretariaat van de commissie handelt de declaraties in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, af. 4 artikel 5, tweede lid De commissie rapporteert de minister voor het eind van elk kalenderjaar over de gemaakte kosten, in relatie tot het in, bedoelde werkplan. 2015 16857 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/111020 2015 16857 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/111020 19-06-2015
Artikel 9 — Artikel 9 Vergoeding#
Artikel 9 Vergoeding 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De voorzitter ontvangt een vaste vergoeding op schaal 18 vanmet een arbeidsduurfactor van 0,2. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren1984 De andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van 3% van het maximum van salarisschaal 17 vanper vergadering waaraan zij daadwerkelijk hebben deelgenomen. 3 Het secretariaat van de commissie handelt de declaraties af voor vergoedingen als bedoeld in het tweede lid. 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 01-07-2011
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2016. 2015 16857 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/111020 2015 16857 18-06-2015 17-06-2015 IENM/BSK-2015/111020 19-06-2015
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie duurzaamheidsvraagstukken biomassa. 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 2011 11940 30-06-2011 28-06-2011 BJZ2011046962 01-07-2011