Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie van 11 maart 2011, nr. 5688652/11, houdende mandaat van de bevoegdheid tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar (Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar)
- BWB-id
- BWBR0029739
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-03-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029739
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatbesluit-bevoegdheid-tot-be-diging-buitengewoon-opspor
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatbesluit-bevoegdheid-tot-be-diging-buitengewoon-opspor/2020-03-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029739&g=2020-03-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029739&z=2026-06-06&g=2020-03-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029739/2020-03-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatbesluit-bevoegdheid-tot-be-diging-buitengewoon-opspor
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 36, eerste en derde lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 20, eerste lid, van dat Besluit Aan de direct toezichthouder, aangewezen krachtens, wordt mandaat verleend van de bevoegdheid tot het afleggen van de eden, verklaringen en beloften,. 2 Het in het eerste lid bedoelde mandaat wordt ten aanzien van een te beëdigen persoon die behoort tot een dienst die ressorteert onder een ministerie, tevens verleend aan het hoofd van die dienst. 2012 20336 09-10-2012 01-10-2012 304135 2012 20336 09-10-2012 01-10-2012 304135 10-10-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De direct toezichthouder kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in, namens hem geschied in handen van politiefunctionarissen in de rang van commissaris. 2 artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar In aanvulling op het eerste lid kan het hoofd van een onder de centrale overheid ressorterende landelijke dienst, bepalen dat het afnemen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in, namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger. 3 artikel 1, tweede lid artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Het hoofd van dienst, genoemd in, kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in, namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger. 4 artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar In aanvulling op het derde lid kan de Commandant Koninklijke Marechaussee, in zijn hoedanigheid van hoofd van dienst, bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in, namens hem geschiedt in handen van door hem aan te wijzen commandanten. 2020 14503 13-03-2020 03-03-2020 2020 14503 13-03-2020 03-03-2020 14-03-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar van 7 juni 2004, nr. 5290571/504 Het, wordt ingetrokken. 2011 4852 22-03-2011 11-03-2011 5688652/11 2011 4852 22-03-2011 11-03-2011 5688652/11 23-03-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2011 4852 22-03-2011 11-03-2011 5688652/11 2011 4852 22-03-2011 11-03-2011 5688652/11 23-03-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar. 2011 4852 22-03-2011 11-03-2011 5688652/11 2011 4852 22-03-2011 11-03-2011 5688652/11 23-03-2011