Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 7 januari 2011, nr. 5682139/11/6, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie)
- BWB-id
- BWBR0029452
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2011-07-28 t/m 2011-12-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029452
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatregeling-ministerie-van-veiligheid-en-justitie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatregeling-ministerie-van-veiligheid-en-justitie/2011-07-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029452&g=2011-07-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029452&z=2026-06-06&g=2011-07-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029452/2011-07-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatregeling-ministerie-van-veiligheid-en-justitie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bewindspersoon: de Minister van Veiligheid en Justitie of de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie; b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon besluiten te nemen; c. ministerie: Organisatieregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie de dienstonderdelen, genoemd in de. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot: a. de Koningin; b. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie; c. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; d. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State; e. de president van de Algemene Rekenkamer; of f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De secretaris-generaal wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan: a. een directeur-generaal; b. de plaatsvervangend secretaris-generaal; c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding; d. het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid; e. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een directeur-generaal. 2 Verleend ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De secretaris-generaal wordt aangewezen als hoofd van dienst in de zin vanten aanzien van: a. de directeuren-generaal; b. de plaatsvervangend secretaris-generaal; c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding; d. het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid; e. artikel 2, onderdeel a, van de Organisatieregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie de hoofden en directeuren van de ingenoemde dienstonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de secretaris-generaal, met uitzondering van de directeuren, bedoeld in artikel 2 van het Taak- en bevoegdheidsbesluit pSG Justitie. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij verhindering van de secretaris-generaal is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd. Indien ook deze verhinderd is, is de directeur Wetgeving bevoegd. Indien ook deze verhinderd is, is een van de directeuren-generaal bevoegd, in volgorde van de datum van benoeming. 2011 13710 27-07-2011 12-07-2011 2011 13710 27-07-2011 12-07-2011 28-07-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De directeuren-generaal, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid dragen zorg voor het bijhouden van openbare registers betreffende mandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de onder hen ressorterende dienstonderdelen. 2 De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor een openbaar register betreffende mandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen. 3 In de registers worden de functies vermeld van de desbetreffende ambtenaren. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van: a. volmacht om in naam van de bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; b. machtiging om in naam van de bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2 artikel 3 Voor de toepassing vangeldt dat het doorgeven van een volmacht om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten slechts is toegestaan voor zover het regelmatig voorkomende rechtshandelingen betreft. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling van kracht zijnde mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen op het terrein van het Ministerie van Veiligheid en Justitie waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is voorzien, blijven van kracht totdat op grond van deze regeling is voorzien in mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging dan wel is voorzien in intrekking daarvan. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Door of namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende mandaten en ondermandaten op het terrein van veiligheid behoudens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, die op 13 oktober 2010 van kracht waren, worden aangemerkt als mandaten die met ingang van 14 oktober 2010 zijn verleend door of namens de Minister van Veiligheid en Justitie, met dien verstande dat: a. mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden aangemerkt als mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie; b. mandaten die rechtstreeks zijn verleend aan functionarissen die ressorteren onder het directoraat-generaal Veiligheid of de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid worden aangemerkt als ondermandaten die overeenkomstig deze regeling zijn verleend. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005 Dewordt ingetrokken. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 14 oktober 2010. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie. 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 2011 1004 21-01-2011 07-01-2011 5682139/11/6 22-01-2011 14-10-2010