Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 7 december 2011, kenmerk nr. DDS 5719271, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011)
- BWB-id
- BWBR0030842
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2018-10-30 t/m 2018-11-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030842
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatregeling-ministerie-van-veiligheid-en-justitie-2011
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatregeling-ministerie-van-veiligheid-en-justitie-2011/2018-10-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030842&g=2018-10-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030842&z=2026-06-06&g=2018-10-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030842/2018-10-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/mandaatregeling-ministerie-van-veiligheid-en-justitie-2011
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bewindspersoon: de Minister van Veiligheid en Justitie of de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie; b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon besluiten te nemen; c. ministerie: het Ministerie van Veiligheid en Justitie; d. Organisatiebesluit: Organisatiebesluit Ministerie van Veiligheid en Justitie 2015 het; e. clusters: artikel 2 van het Organisatiebesluit de dienstonderdelen, genoemd in. 2016 45757 02-09-2016 24-08-2016 793975/16/DP&O 2016 45757 02-09-2016 24-08-2016 793975/16/DP&O 03-09-2016
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot: a. de Koning; b. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie; c. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; d. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State; e. de president van de Algemene Rekenkamer; of f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven. 2016 45757 02-09-2016 24-08-2016 793975/16/DP&O 2016 45757 02-09-2016 24-08-2016 793975/16/DP&O 03-09-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De secretaris-generaal wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan: a. artikel 2, onderdelen b tot en met h, van het Organisatiebesluit de hoofden van de clusters, bedoeld in; b. artikel 4, tweede lid, van het Organisatiebesluit de hoofden van de dienstonderdelen, bedoeld in; c. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een hoofd van een cluster. 2 Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven. 3 In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters of door hen aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen hun (onder)mandaat inzake het nemen van besluiten inzake financieel beheer en het nemen van rechtspositionele besluiten ten aanzien van onder hen ressorterende ambtenaren verder dan één hiërarchisch niveau doorgeven. 4 artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters hun (onder)mandaat inzake de aangelegenheden, bedoeld in, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau worden doorgegeven. 5 artikel 2, onderdelen a en b, van het Organisatiebesluit Wet bescherming persoonsgegevens Wet openbaarheid van bestuur Wet hergebruik van overheidsinformatie artikel 2, onderdeel f In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, bedoeld in, het (onder)mandaat inzake verzoeken op grond van de, verzoeken op grond van de, verzoeken op grond van de, klachten, subsidiebesluiten, beleidsregels en, met inachtneming van, Nationale ombudsmanprocedures, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau worden doorgegeven. 6 artikel 2, onderdeel f, van het Organisatiebesluit Rijkswet op het Nederlanderschap In afwijking van het tweede lid kunnen het hoofd van het cluster, bedoeld in, en de door deze aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen hun ondermandaat inzake het nemen van besluiten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van deverder dan één hiërarchisch niveau doorgeven. 2017 37973 06-07-2017 29-06-2017 2078163/17/DP&O 2017 37973 06-07-2017 29-06-2017 2078163/17/DP&O 07-07-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De secretaris-generaal wordt aangewezen als hoofd van dienst in de zin van. 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 20-12-2011 01-07-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2013 30208 30-10-2013 22-10-2013 440398 2013 30208 30-10-2013 22-10-2013 440398 31-10-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2, onderdelen c tot en met h, van het Organisatiebesluit De hoofden van de clusters, bedoeld in, dragen er zorg voor dat openbare registers worden bijgehouden, betreffende de ondermandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de onder hen ressorterende dienstonderdelen. 2 artikel 4, tweede lid artikel 13, tweede lid, van het Organisatiebesluit De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor een openbaar register betreffende ondermandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de in, engenoemde dienstonderdelen. 3 In de registers worden de functies vermeld van de desbetreffende ambtenaren. 2016 45757 02-09-2016 24-08-2016 793975/16/DP&O 2016 45757 02-09-2016 24-08-2016 793975/16/DP&O 03-09-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor de toepassing van deze regeling en de op grond daarvan verleende en doorgegeven ondermandaten worden met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening en het doorgeven van: a. volmacht om in naam van de bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; b. machtiging om in naam van de bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2 artikel 3 Voor de toepassing vangeldt dat het doorgeven van een volmacht om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten slechts is toegestaan voor zover het regelmatig voorkomende rechtshandelingen betreft. 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 20-12-2011 01-07-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling van kracht zijnde mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen op het terrein van het Ministerie van Veiligheid en Justitie waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is voorzien, blijven van kracht totdat op grond van deze regeling is voorzien in mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging dan wel is voorzien in intrekking daarvan. 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 20-12-2011 01-07-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Door of namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende mandaten en ondermandaten op het terrein van veiligheid behoudens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, die op 13 oktober 2010 van kracht waren, worden aangemerkt als mandaten die met ingang van 14 oktober 2010 zijn verleend door of namens de Minister van Veiligheid en Justitie, met dien verstande dat: a. mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden aangemerkt als mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie; b. mandaten die rechtstreeks zijn verleend aan functionarissen die ressorteren onder het directoraat-generaal Veiligheid of de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid worden aangemerkt als ondermandaten die overeenkomstig deze regeling zijn verleend. 2 Rijkswet op het Nederlanderschap Door of namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende mandaten en ondermandaten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van de, die op 4 november 2012 van kracht waren, worden aangemerkt als mandaten die met ingang van 5 november 2012 zijn verleend door of namens de Minister van Veiligheid en Justitie, met dien verstande dat: a. mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden aangemerkt als mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie; b. mandaten die rechtstreeks zijn verleend aan functionarissen die ressorteren onder het directoraat-generaal Vreemdelingenzaken worden aangemerkt als ondermandaten die overeenkomstig deze regeling zijn verleend. 2015 7233 18-03-2015 09-03-2015 2015-264 2015 7233 18-03-2015 09-03-2015 2015-264 19-03-2015 Het tweede lid wordt ingetrokken voor zover het betreft de dienst
Terugkeer en Vertrek van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie Dewordt ingetrokken. 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 20-12-2011 01-07-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2011. 2 Besluiten of handelingen die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling zijn genomen of verricht namens de bewindspersoon door een functionaris van een dienstonderdeel zoals dat dienstonderdeel tot 1 juli 2011 werd aangeduid, behouden hun rechtskracht. 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 20-12-2011 01-07-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 2011 22850 19-12-2011 07-12-2011 DDS5719271 20-12-2011 01-07-2011