Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 december 2011, nr. IENM/BSK-2011/161600, houdende vaststelling van algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening)
- BWB-id
- BWBR0031018
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2021-07-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031018
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-algemene-regels-ruimtelijke-ordening
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-algemene-regels-ruimtelijke-ordening/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031018&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031018&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031018/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-algemene-regels-ruimtelijke-ordening
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: besluit: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ; bijlage: bijlage bij deze regeling behorende; GML-bestand bij deze regeling: elektronisch geografisch databestand dat is opgemaakt in Geography Markup Language en is gepubliceerd via www.ruimtelijkeplannen.nl, met kenmerk: a. NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3000, of b. NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3005, of c. NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3010, of d. NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3015, of e. NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3020, of f. NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3025, of g. NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3030, of h. NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3035, of i. NL.IMRO.0000.BZKmr11Rarro-3040, of j. NL.IMRO.0000.BZKmr11Rarro-3045, of k. NL.IMRO.0000.BZKmr11Rarro-3050, of l. NL.IMRO.0000.BZKmr11Rarro-3055. middelingsgebied: cirkelvormig gebied op variabele locatie in een radardetectiegebied waarbinnen de berekende detectiekansen worden gemiddeld; primaire radar: radar die voor het waarnemen van luchtvaartuigen niet afhankelijk is van door het luchtvaartuig met een transponder uitgezonden signalen; radardetectiegebied: gebied waarbinnen een minimale radardetectiekans is vereist; radardetectiekans: kans dat een object met een bepaalde radardoorsnede en radardoorsnedefluctuatie onder vaste omgevingscondities wordt gedetecteerd door een primaire radar; radardoorsnede: effectieve oppervlaktemaat van een object voor het reflecteren van radiogolven in dezelfde richting als waar zij vandaan komen; radarrekenmodel: rekenmodel voor het bepalen van verstoring van radars, dat voor primaire radars is beschreven in het rapport Radar and Radar Environment Modeling in PERSEUS, de verstoring van secundaire radars wordt vastgesteld door middel van een Off Boresight Error (OBE) berekening; radarverstoringsgebied: gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van bestemmingsplannen ten behoeve van een goede werking van de radar op het radarstation; secundaire radar: radar die voor het waarnemen van luchtvaartuigen afhankelijk is van door het luchtvaartuig met een transponder uitgezonden signalen; Swerling Model: mathematisch model waarmee de statistische variaties van de radardoorsnede wordt beschreven. 2021 32787 28-06-2021 25-06-2021 2021-0000325150 2021 32787 28-06-2021 25-06-2021 2021-0000325150 01-07-2021
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 (aanwijzing terreinen, gebieden en installaties)#
Artikel 2.1 (aanwijzing terreinen, gebieden en installaties) 1 artikel 2.6.2, eerste lid, van het besluit bijlage 1 Als militaire terreinen, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde terreinen. 2 artikel 2.6.2, tweede lid, van het besluit bijlage 2 Als onveilige gebieden buiten militair terrein van schietterreinen, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde gebieden. 3 artikel 2.6.2, derde lid, van het besluit bijlage 3 Als militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde terreinen. 4 artikel 2.6.2, vierde lid, van het besluit bijlage 4 Als geluidszones voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde zones. 5 artikel 2.6.2, vijfde lid, van het besluit bijlage 5 Als obstakelbeheergebieden voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde gebieden. 6 artikel 2.6.2, zesde lid, van het besluit bijlage 6 Als zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde installaties. 7 artikel 2.6.2, zevende lid, van het besluit bijlage 7 Als bouwbeperkingengebieden rondom zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde gebieden. 8 artikel 2.6.2, achtste lid, van het besluit bijlage 8 Als radarstations, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde radarstations. 9 artikel 2.6.2, negende lid, van het besluit bijlage 9 Als radarverstoringsgebied, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde gebieden. 10 artikel 2.6.2, tiende lid, van het besluit bijlage 11 Als begrenzingen van de laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, bedoeld in, worden aangewezen de invermelde begrenzingen. 11 artikel 2.6.2, elfde lid, van het besluit artikel 2.6.5, tweede lid, van het besluit bijlage 12 bijlage 13 Als munitieopslagplaatsen, bedoeld in, en bijbehorende veiligheidszones, bedoeld inworden aangewezen de invermelde opslagplaatsen en de invermelde veiligheidszones. 12 Van de in de het eerste tot en met elfde lid bedoelde terreinen, gebieden, zones en objecten zijn de geometrische plaatsbepalingen vastgelegd in het GML-bestand bij deze regeling en zijn de kaarten, waarop die plaatsbepalingen zijn verbeeld, in de in het eerste tot en met elfde lid bedoelde bijlagen opgenomen. 2014 16255 20-06-2014 12-06-2014 IENM/BSK-2014/69435 2014 16255 20-06-2014 12-06-2014 IENM/BSK-2014/69435 01-07-2014
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 (beoordeling veiligheidsrisico)#
Artikel 2.2 (beoordeling veiligheidsrisico) 1 artikel 2.6.7, vijfde lid, van het besluit Bij de beoordeling van de veiligheidssituatie en het risico van de activiteiten in de veiligheidszones, bedoeld in, worden de volgende elementen betrokken: a. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen van de ADR klasse 1.1, 1.2 en 1.3 waarvoor: 1°. artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning als bedoeld inis verleend, of 2°. artikel 1.10 artikel 1.21b van het Activiteitenbesluit milieubeheer artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een melding op grond vanin samenhang metis gedaan en een omgevingsvergunning als bedoeld inis verleend; b. de berekening van de effectzones (A-, B- en C-zone); c. de bestaande objecten en bestemmingen, met inbegrip van reeds toegestane ontwikkelingen, binnen de effectzones, bedoeld in onderdeel b. 2 De beoordeling van de veiligheidssituatie en het risico van de activiteiten in de veiligheidszones wordt uitgevoerd aan de hand van de meest recente door de Minister van Infrastructuur en Milieu goedgekeurde versie van het hiervoor ontwikkelde softwarepakket (RISK-NL). 3 -5 De norm voor de acceptatie van een bestaande inbreuk is voor het plaatsgebonden risico 10. 4 Bij de beoordeling van het risico wordt het groepsrisico mede in ogenschouw genomen. 5 De risicoanalyse met de beoordeling van de risico’s wordt na goedkeuring door de minister van Infrastructuur en Milieu aangeboden aan burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. 2015 29035 02-10-2015 30-09-2015 IENM/BSK-2015/174195 2015 450 30-11-2015 21-11-2015 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met X, Z tot en met IIIIII, en de artikelen II tot en met VII
van het Wijzigingsbesluit Activiteitenbesluit milieubeheer, Besluit
omgevingsrecht en enkele andere besluiten (nieuwe activiteiten) in
werking treden.
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 (civiele inrichtingen met explosieven)#
Artikel 2.3 (civiele inrichtingen met explosieven) artikel 2.6.2, twaalfde lid, van het besluit artikel 2.6.6 van het besluit bijlage 14 bijlage 15 Als civiele inrichtingen voor activiteiten met explosieven, bedoeld in, en bijbehorende veiligheidszones, bedoeld inworden aangewezen de invermelde begrenzingen en de invermelde veiligheidszones, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij deze regeling en waarvan in voornoemde bijlage de kaarten waarop die plaatsbepalingen zijn verbeeld, zijn opgenomen. 2014 16255 20-06-2014 12-06-2014 IENM/BSK-2014/69435 2014 16255 20-06-2014 12-06-2014 IENM/BSK-2014/69435 01-07-2014
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 (bouwbeperkingen radarverstoringsgebieden)#
Artikel 2.4 (bouwbeperkingen radarverstoringsgebieden) 1 bijlage 8 De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP is opgenomen in, oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne. 2 bijlage 10 bijlage 8.4 Onverminderd het eerste lid geldt voor de tippen van de wieken van windturbines een maximale hoogte in een radarverstoringsgebied, die wordt bepaald door elke denkbeeldige, ten opzichte van NAP horizontale rechte lijn, die wordt getrokken van het uiterste punt van de lijn, bedoeld in het eerste lid, tot een punt gelegen 60 kilometer daar vandaan. De resulterende maximale hoogte voor de tippen van de wieken van windturbines is per radarverstoringsgebied opgenomen inen tezamen met de omvang van het radarverstoringsgebied verbeeld op de kaart in. 3 De toepassing van het eerste en tweede lid wordt schematisch als volgt weergegeven: 2012 18324 07-09-2012 31-08-2012 IENM/BSK-2012/30229 2012 18324 07-09-2012 31-08-2012 IENM/BSK-2012/30229 01-10-2012
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 (procedure beoordeling gevolgen)#
Artikel 2.5 (procedure beoordeling gevolgen) 1 artikel 2.4, eerste, onderscheidenlijk tweede lid De mate waarin het radarbeeld wordt verstoord door bouwwerken dan wel windturbines die de maximale hoogte, bedoeld in, overschrijden, wordt neergelegd in een rapport. 2 Het rapport bevat ten minste de volgende gegevens: a. contactgegevens van de gemeente die het bestemmingsplan voorbereidt; b. een omschrijving van het bouwwerk of de windturbine en de locatie waar deze is voorzien; c. de voor de berekening van de verstoring van het radarbeeld relevante gegevens van het bouwwerk of de windturbine, waaronder de technische maten en contouren daarvan; d. een berekening van de mate waarin het radarbeeld wordt verstoord. 3 De gemeente die het bestemmingsplan voorbereidt, zorgt ervoor dat het rapport, bedoeld in het eerste lid, ter beoordeling aan de Minister van Defensie en waar nodig aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt voorgelegd. 4 De Minister van Defensie, waar nodig in overleg met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, beoordeelt de toereikendheid van het rapport en de aanvaardbaarheid van de gevolgen van het bouwwerk dan wel de windturbine voor de werking van de radar. de Minister van Defensie, waar nodig in overleg met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, deelt de uitkomst van de beoordeling mee aan burgemeester en wethouders van de gemeente, die het betreffende bestemmingsplan voorbereidt. 2020 60643 27-11-2020 19-11-2020 2020-0000583004 2020 60643 27-11-2020 19-11-2020 2020-0000583004 01-12-2020
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 (inhoud beoordeling gevolgen)#
Artikel 2.6 (inhoud beoordeling gevolgen) 1 De Minister van Defensie, waar nodig in overleg met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, beoordeelt de aanvaardbaarheid van de gevolgen van het bouwwerk dan wel de windturbine voor de werking van de radar op basis van de eventuele overschrijding van de referentiewaarden voor de radardetectiekans in een radardetectiegebied. 2 Als radardetectiegebied, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt: a. een gebied vanaf een hoogte van 1000 voet ten opzichte van het maaiveld tot een hoogte van het maximale bereik van de radar voor luchtverkeer dat ‘en route’ is, welk gebied heel Nederland omvat; b. een gebied vanaf een hoogte van 500 voet tot een hoogte van 1000 voet ten opzichte van het maaiveld in de omgeving van luchthavens voor naderingsverkeer, en c. een gebied vanaf een hoogte van 300 voet tot een hoogte van 500 voet ten opzichte van het maaiveld in de directe omgeving van en in het verlengde van start- en landingsbanen en van de schietrange voor jachtvliegtuigen. 3 Voor een radardetectiegebied van een primaire radar als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt voor de radardetectiekans een middelingsgebied met een straal van 500 meter. 4 De referentiewaarde ingeval van een primaire radar voor de radardetectiekans binnen een radardetectiegebied voor verkeersleiding is 90% voor een object met een radardoorsnede van twee vierkante meter en met een doelfluctuatiemodel Swerling Model I. 5 De referentiewaarde ingeval van een secundaire radar voor de toelaatbare afwijking in de azimuthoek als gevolg van obstakels, is een standaardafwijking van minder dan 0,08 graden. 6 De referentiewaarde voor de radardetectiekans binnen een radardoorsnede voor gevechtsleiding is niet openbaar. 7 De Minister van Defensie, waar nodig in overleg met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de in het eerste tot en met het zesde lid opgenomen regels. 2020 60643 27-11-2020 19-11-2020 2020-0000583004 2020 60643 27-11-2020 19-11-2020 2020-0000583004 01-12-2020
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 (aanwijzing reserveringsgebieden)#
Artikel 3.1 (aanwijzing reserveringsgebieden) 1 artikel 2.7.2, eerste lid, van het besluit bijlage 16 Als reserveringsgebied ten behoeve van de mogelijke uitbreiding van een hoofdweg of delen daarvan, bedoeld in, worden aangewezen de inaangewezen gebieden bij de in die bijlage genoemde hoofdwegen. 2 artikel 2.7.3, eerste lid, van het besluit bijlage 17 Als reserveringsgebied ten behoeve van de mogelijke aanleg van een nieuwe hoofdweg of landelijke spoorweg, bedoeld in, worden aangewezen de inaangewezen gebieden. 2013 14318 14-06-2013 06-06-2013 IENM/BSK-2013/80855 2013 14318 14-06-2013 06-06-2013 IENM/BSK-2013/80855 01-07-2013
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 (aanwijzing voorkeurstracés)#
Artikel 4.1 (aanwijzing voorkeurstracés) artikel 2.9.2, eerste lid, van het besluit bijlage 19 Als voorkeurstracés met aan weerszijden daarvan een zoekgebied als bedoeld in, worden aangewezen de tracés en zoekgebieden die zijn opgenomen in. De geometrische plaatsbepaling van de voorkeurstracés en zoekgebieden is vastgelegd in een GML-bestand bij deze regeling. 2014 16255 20-06-2014 12-06-2014 IENM/BSK-2014/69435 2014 16255 20-06-2014 12-06-2014 IENM/BSK-2014/69435 01-07-2014
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 (aanwijzing militaire terreinen geen deel uitmakend van het natuurnetwerk Nederland)#
Artikel 5.1 (aanwijzing militaire terreinen geen deel uitmakend van het natuurnetwerk Nederland) artikel 2.10.2, tweede lid, van het besluit bijlage 18 Als militaire terreinen die geen onderdeel vormen van het natuurnetwerk Nederland bedoeld in, worden aangewezen de invermelde terreinen. De geometrische plaatsbepaling van de terreinen is vastgelegd in een GML-bestand bij deze regeling en verbeeld op de kaarten, behorende bij de voornoemde bijlage. 2016 29608 14-06-2016 13-06-2016 IENM/BSK-2016/86680 2016 29608 14-06-2016 13-06-2016 IENM/BSK-2016/86680 01-07-2016
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 (inwerkingtreding)#
Artikel 6.1 (inwerkingtreding) 1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop hetin werking treedt. 2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Indien bekendmaking van deze regeling geschiedt na de datum van bekendmaking van het tijdstip van inwerkingtreding van het, treedt deze regeling in afwijking van het eerste lid in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2011 23224 29-12-2011 09-12-2011 IENM/BSK-2011/161600 2011 666 29-12-2011 16-12-2011 30-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in werking treedt.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 (citeertitel)#
Artikel 6.2 (citeertitel) Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. 2011 23224 29-12-2011 09-12-2011 IENM/BSK-2011/161600 2011 666 29-12-2011 16-12-2011 30-12-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in werking treedt.
Artikel 2.1#
artikel 2.1, eerste lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, tweede lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, derde lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, vierde lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, vijfde lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, zesde lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, zevende lid
Artikel 2.1#
artikelen 2.1, achtste lid
Artikel 2.4#
2.4, eerste lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, negende lid
Artikel 2.4#
artikel 2.4, tweede lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, tiende lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, elfde lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, elfde lid
Artikel 2.3#
artikel 2.3
Artikel 2.3#
artikel 2.3
Artikel 3.1#
artikel 3.1, eerste lid
Artikel 3.1#
artikel 3.1, eerste lid
Artikel 5.1#
artikel 5.1
Artikel 4.1#
artikel 4.1