Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 november 2011, nr. WJZ/340047 (8322), houdende vaststelling van de wijze waarop kosten van instellingen worden bepaald die het gevolg zijn van een gehele of gedeeltelijke weigering van subsidie in het kader van de culturele basisinfrastructuur voor de jaren 2013 tot en met 2016 en die voor vergoeding in aanmerking komen (Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012)
- BWB-id
- BWBR0030665
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2016-04-01 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030665
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-frictie-en-transitiekosten-culturele-basisinfrastru
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-frictie-en-transitiekosten-culturele-basisinfrastru/2016-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030665&g=2016-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030665&z=2026-06-06&g=2016-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030665/2016-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-frictie-en-transitiekosten-culturele-basisinfrastru
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. B3-status: status van een privaatrechtelijk lichaam dat op 31 december 1995, op grond van artikel B 3 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, was aangewezen als lichaam waarvan het personeel geheel of ten dele ambtenaar in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet is; b. bestemmingsfonds OCW: artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid bestemmingsfonds OCW, bedoeld in; c. instelling: privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid dan wel krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon; d. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; e. wet: Wet op het specifiek cultuurbeleid . 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 22-11-2011
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte#
Artikel 2 Reikwijdte 1 artikelen 4a 4b van de wet De minister verstrekt vergoedingen ten behoeve van instellingen aan wie op grond van deofvoor de jaren 2009 tot en met 2012 subsidie is verleend en waarvan een aanvraag tot subsidieverlening op grond van een van die artikelen voor de periode 2013 tot en met 2016 geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd. 2 De vergoeding wordt verstrekt in de vorm van een eenmalige subsidie in de tegemoetkoming van de kosten die instellingen moeten maken in de overgang naar een situatie waarin zij niet langer of een verminderd aandeel structurele subsidie van de minister ontvangen. 3 Kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking indien de minister of een ander bestuursorgaan al subsidie voor deze kosten heeft verleend of indien een derde zich heeft verbonden een vergoeding voor deze kosten te bieden, met welke subsidie onderscheidenlijk verbintenis die kosten redelijkerwijs kunnen worden opgevangen. 4 Onder gedeeltelijke weigering wordt in deze regeling verstaan een subsidieverlening voor de periode 2013 tot en met 2016 voor een bedrag dat ten minste tien procent lager is dan het bedrag dat door de minister is verleend voor de periode 2009 tot en met 2012. 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 22-11-2011
Artikel 3 — Artikel 3 Alternatieve aanwending subsidie restant subsidieperiode 2009–2012#
Artikel 3 Alternatieve aanwending subsidie restant subsidieperiode 2009–2012 1 artikel 4a 4b van de wet artikel 2, tweede lid Onder voorwaarde van goedkeuring door de minister kunnen instellingen de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling nog niet bestede subsidie die aan hen is verleend op grond vanofvoor de periode 2009 tot en met 2012 mede aanwenden ter bestrijding van kosten als bedoeld in. 2 Bij het besluit tot goedkeuring houdt de minister in ieder geval rekening met: a. het bedrag dat alternatief wordt aangewend; b. het aantal vierjaarlijkse periodes dat de instelling onafgebroken subsidie ontvangt; c. de kosten ten behoeve waarvan de alternatieve aanwending plaats vindt; d. de activiteiten die de instelling in 2012 blijft uitvoeren; en e. het financieel perspectief van de instelling na 2012. 3 artikel 5 artikel 4a van de wet Een instelling kan ten hoogste een bedrag alternatief aanwenden dat gelijk is aan de vergoeding die de instelling op grond vankan ontvangen in geval subsidie geheel wordt geweigerd op grond vanvoor de periode 2013 tot en met 2016. Voor de berekening van de hoogte van het bedrag dat een instelling met een B3-status ten hoogste alternatief kan aanwenden is artikel 5 van overeenkomstige toepassing. 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 22-11-2011
Artikel 4 — Artikel 4 Categorisering instellingen#
Artikel 4 Categorisering instellingen 1 artikel 2, eerste lid De vergoeding, bedoeld in, vindt plaats aan de hand van de volgende indeling in instellingen: a. categorie 1-instelling: instelling zonder B3-status; en b. categorie 2-instelling: instelling die de B3-status heeft. 2 artikel 5 Een categorie 1-instelling ontvangt een vergoeding overeenkomstig. 3 artikelen 6 tot en met 8 Een categorie 2-instelling ontvangt een vergoeding met toepassing van de, waarbij de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen op basis van de gegevens van de instelling worden berekend. 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 22-11-2011
Artikel 5 — Artikel 5 Vergoeding categorie 1-instellingen#
Artikel 5 Vergoeding categorie 1-instellingen 1 De vergoeding aan een categorie 1-instelling bedraagt een aantal maanden doorloop van de subsidie die is verleend voor de periode 2009 tot en met 2012, waarbij een maand doorloop een bedrag vormt dat gelijk is aan 1/12-de deel van het gemiddelde jaarlijkse subsidieaandeel over die periode. 2 De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de duur van de subsidierelatie en bedraagt: a. 2 maanden doorloop voor instellingen die in de periode 2009 tot en met 2012 voor het eerst een vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen; b. 3 maanden doorloop voor instellingen die sinds de periode 2005 tot en met 2008 achtereenvolgend vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen; en c. 4 maanden doorloop voor instellingen die sinds de periode 2001 tot en met 2004 of eerder achtereenvolgend vierjaarlijkse subsidie op grond van de wet ontvangen. 3 Bij een gedeeltelijke weigering bedraagt de vergoeding een percentage van de doorloop, bedoeld in het eerste lid, dat gelijk is aan het percentage waarvoor de subsidie wordt geweigerd. 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 22-11-2011
Artikel 6 — Artikel 6 In aanmerking komende kosten categorie 2-instelling#
Artikel 6 In aanmerking komende kosten categorie 2-instelling 1 Voor de vergoeding van een categorie 2-instelling komen in beginsel uitsluitend de volgende kosten, die door de instelling na 31 december 2012 dienen te worden voldaan, in aanmerking: a. kosten voor de afbouw van structurele verplichtingen die zijn aangegaan ter realisatie van de activiteiten waarvoor aan de instelling voor de jaren 2009 tot en met 2012 subsidie is verstrekt; of b. kosten waar de minister uitdrukkelijk mee heeft ingestemd. 2 artikel 2 artikel 1, eerste lid, onder b, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk Voor wat betreft een bovenwettelijke uitkering waarvoor een categorie 2-instelling zelf risico draagt en die de instelling op grond van enige arbeidsovereenkomst dient uit te keren aan een werknemer die als direct gevolg van een gedeeltelijke of gehele weigering als bedoeld inwerkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, komt uitsluitend het gedeelte voor vergoeding in aanmerking waar een betrokkene als bedoeld inrecht zou hebben op grond van dat besluit, zoals dat luidt na 31 december 2012. 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 22-11-2011
Artikel 7 — Artikel 7 Voorwaarden voor vergoeding categorie 2-instelling#
Artikel 7 Voorwaarden voor vergoeding categorie 2-instelling artikel 6, eerste lid, onder a De kosten bedoeld in, komen slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover zij: a. het directe gevolg zijn van de afbouw van de structurele verplichtingen; b. noodzakelijk zijn voor de afbouw van de structurele verplichtingen; c. niet redelijkerwijs door de instelling hadden kunnen worden voorkomen; en d. niet het gevolg zijn van verplichtingen die zijn aangegaan na 6 december 2010. 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 22-11-2011
Artikel 8 — Artikel 8 Vergoeding categorie 2-instellingen#
Artikel 8 Vergoeding categorie 2-instellingen 1 De minister bepaalt de hoogte van de vergoeding van een categorie 2-instelling. 2 Een instelling overlegt aan de minister alle documenten die noodzakelijk zijn voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding. 3 Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding spelen de volgende factoren een rol: a. alleen de werkelijk gemaakte kosten komen voor vergoeding in aanmerking; b. de kosten die de instelling redelijkerwijs zelf kan dragen komen voor rekening van de instelling; en c. alleen kosten komen in aanmerking voor vergoeding die verband houden met de beëindiging van activiteiten waarvoor de minister in de jaren 2009 tot en met 2012 subsidie verstrekte, met dien verstande dat ingeval voor de desbetreffende activiteiten tevens een ander bestuursorgaan subsidie verstrekte en dat bestuursorgaan ook geen of minder subsidie meer verstrekt voor die activiteiten, de minister naar rato van zijn aandeel subsidie de kosten vergoedt. 2011 23359 22-12-2011 08-12-2011 WJZ/349375(10147) 2011 23359 22-12-2011 08-12-2011 WJZ/349375(10147) 23-12-2011
Artikel 9 — Artikel 9 Aanwending Bestemmingsfonds OCW#
Artikel 9 Aanwending Bestemmingsfonds OCW 1 artikelen 4a 4b van de wet Iedere aanwending tot 1 januari 2013 van middelen die zijn gereserveerd in het bestemmingsfonds OCW door een instelling aan wie op grond van deofvoor de jaren 2009 tot en met 2012 subsidie is verleend, behoeft de voorafgaande toestemming van de minister. 2 artikel 2.29, tweede lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid artikel 2, eerste lid is niet van toepassing op een instelling die een vergoeding ontvangt op grond van deze regeling. Gelijktijdig aan de beslissing over de vergoeding besluit de minister over de aanwending van de middelen die door de desbetreffende instelling zijn gereserveerd in het bestemmingsfonds OCW. De minister kan bepalen dat de gereserveerde middelen of andere reserves die mede tot stand zijn gekomen met subsidie van de minister, in mindering worden gebracht op de vergoeding, bedoeld in, en door de instelling worden bestemd voor het bestrijden van kosten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, na 31 december 2012. 3 De minister kan bij beschikking bepalen dat de eerste twee volzinnen van het tweede lid niet van toepassing zijn op een instelling. 2012 18747 17-09-2012 06-09-2012 WJZ/435655(10259) 2012 18747 17-09-2012 06-09-2012 WJZ/435655(10259) 18-09-2012 22-11-2011
Artikel 9a — Artikel 9a Vaststelling en verantwoording vergoeding categorie 1-instelling#
Artikel 9a Vaststelling en verantwoording vergoeding categorie 1-instelling 1 artikel 17 van de Regeling OCW-subsidies In afwijking vanwordt een vergoeding aan een categorie 1-instelling uiterlijk op 1 juni 2014 vastgesteld. 2 artikelen 19 21 van de Regeling OCW-subsidies In afwijking van deentoont een categorie 1-instelling op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de vergoeding is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de vergoeding zijn verbonden. 2012 26633 21-12-2012 12-12-2012 WJZ/468738(10311) 2012 26633 21-12-2012 12-12-2012 WJZ/468738(10311) 22-12-2012
Artikel 10 — Artikel 10 Bijstelling vergoeding bij compenserende subsidie#
Artikel 10 Bijstelling vergoeding bij compenserende subsidie 1 Indien een categorie 1-instelling vóór 1 januari 2014 van een ander bestuursorgaan subsidie ontvangt, waarmee de terugval in subsidie van de minister wordt gecompenseerd, wordt het bedrag van de vergoeding naar rato van de mate van compensatie vastgesteld. 2 artikel 4:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt de vergoeding aan een categorie 1-instelling op nihil vastgesteld, indien het verschil tussen de subsidie van de minister en de subsidie waarmee de compensatie, bedoeld in het eerste lid, wordt bereikt minder dan tien procent bedraagt. 2012 26633 21-12-2012 12-12-2012 WJZ/468738(10311) 2012 26633 21-12-2012 12-12-2012 WJZ/468738(10311) 22-12-2012
Artikel 10a — Artikel 10a Bevoorschotting#
Artikel 10a Bevoorschotting 1 De minister verleent een voorschot tot 100 procent van het naar verwachting vast te stellen bedrag. 2 Bij beschikking wordt de hoogte van het voorschot bepaald. 3 Het voorschot wordt in één keer betaald in de maand januari van 2013. 4 In afwijking van het derde lid wordt het voorschot in meer dan één termijn of vóór de maand januari van 2013 betaald, indien de instelling daarom verzoekt, een en ander voor zover de beschikbaarheid van middelen dit naar het oordeel van de minister toelaat. 2012 26633 21-12-2012 12-12-2012 WJZ/468738(10311) 2012 26633 21-12-2012 12-12-2012 WJZ/468738(10311) 22-12-2012
Artikel 11 — Artikel 11 Overige bepalingen#
Artikel 11 Overige bepalingen 1 artikel 8, tweede lid Onverminderd, wordt een vergoeding van kosten verleend zonder voorafgaande aanvraag. 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Bij beschikking kan worden afgeweken van de. 3 artikel 6.1 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 2016 7388 10-02-2016 08-02-2016 694813 01-04-2016
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 12 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017. 2013 35361 19-12-2013 10-12-2013 WJZ/567599(10422) 2013 35361 19-12-2013 10-12-2013 WJZ/567599(10422) 01-01-2014
Artikel 13 — Artikel 13 Citeertitel#
Artikel 13 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012. 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 2011 20943 21-11-2011 11-11-2011 WJZ/340047(8322) 22-11-2011