Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 13 december 2010, nr. 171481, houdende bepalingen ten aanzien van de aanvullende bijdrage voor praktijkleren, voor implementatie van vernieuwing op het vlak van kennisverspreiding, professionalisering van leerkrachten en internationalisering van groen onderwijs en versterking van primaire opleidingen in de land- en tuinbouw, en bepalingen ten aanzien van subsidies voor investeringen in nieuwe voorzieningen voor praktijkleren en voor de implementatie van onderwijsbeleid door instellingen en vertegenwoordigende organisaties (Regeling praktijkleren en Groene plus)
- BWB-id
- BWBR0029252
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2014-10-01 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029252
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-praktijkleren-en-groene-plus
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-praktijkleren-en-groene-plus/2014-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029252&g=2014-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029252&z=2026-06-06&g=2014-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029252/2014-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-praktijkleren-en-groene-plus
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken; b. afdeling: artikel 10c van de Wet op het voortgezet onderwijs afdeling Landbouw en natuurlijke omgeving als bedoeld in, verbonden aan een school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs; c. agrarisch opleidingscentrum: artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs instelling als bedoeld in; d. hogeschool: artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek instelling als bedoeld in, die onderwijs verzorgt op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, met uitzondering van Wageningen Universiteit; e. instelling: artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.1, onderdeel f, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek school in de zin van, instelling in de zin van, of instelling in de zin van; f. Aequor: het Kenniscentrum Beroepsonderwijs – Bedrijfsleven Aequor; g. organisatie: een organisatie die de belangen behartigt van instellingen bedoeld onder b, c dan wel d en die voor deze instellingen als penvoerder kan optreden voor activiteiten in het kader van het onderwijsbeleid; h. Groene Tafel: de instellingen, bedoeld in onderdeel b, c, d en Wageningen Universiteit en Research centrum die samenwerken met het oog op de verspreiding van kennis en op innovatie door het groen onderwijs, en die daarover afspraken maken met de Minister; i. praktijkleren: onderwijsleeractiviteiten en toetsen in het kader van examens binnen door de Minister bekostigde opleidingen, die plaatsvinden binnen daartoe specifiek ingerichte situaties buiten de instelling waar de praktijk van het beroep wordt gesimuleerd en waar gerichte instructie in, oefening van en beoordeling van praktijkvaardigheden plaatsvinden; j. voorziening voor praktijkleren: situatie die specifiek buiten een instelling is ingericht voor praktijkleren; k. implementatie van vernieuwing op het vlak van kennisverspreiding: de implementatie van vernieuwingen die voortkomen uit jaarlijkse afspraken tussen de Minister en de instellingen over de stimulering van kennisontsluiting, -verspreiding en -benutting binnen het beleidsterrein van de Minister; l. professionalisering van leerkrachten: vernieuwingen die de professionalisering beogen van aan de instelling ten dienste van het door de Minister bekostigd beroepsonderwijs verbonden leerkrachten; m. internationalisering groen onderwijs: vernieuwingen die de oriëntatie van beroepsopleidingen en de daaraan verbonden deelnemers en studenten op internationale ontwikkelingen en de internationale mobiliteit van deelnemers en studenten beogen, volgens jaarlijkse afspraken hierover tussen de Minister en de Groene kenniscoöperatie; n. onderwijsbeleid: het beleid van de Minister gericht op behoud en versterking van de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs, voorzover de Minister daarover afspraken maakt met de instellingen dan wel één of meer organisaties; o. primaire opleidingen: bijlage opleidingen voor beroepen en ondernemerschap in de landbouw, tuinbouw en veeteelt en voor beroepen die dienstverlenend zijn aan de uitoefening van de landbouw, tuinbouw en veeteelt, die zijn opgenomen in debij deze regeling; p. groene opleidingsschool: partnerschap tussen Stoas Hogeschool en instellingen en afdelingen die in gezamenlijkheid toekomstige leraren voor een groot gedeelte van hun tijd op de werkplek opleiden; q. NVAO: artikel 5a.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, bedoeld in; r. schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend. s. organisatie van het bedrijfsleven: organisatie die de belangen behartigt van het bedrijfsleven in de sectoren landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, waaronder in de topsectoren Agro-Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen; t. landelijke agenda: artikel 17 de landelijke agenda, bedoeld in; u. meerjarig investeringsprogramma: artikel 18 het programma, bedoeld in; v. door verlettering vervallen; w. vernieuwingsopgaven: opgaven, waarvan de onderwijsinstellingen, verenigd in de Groene Tafel hebben besloten die gezamenlijk uit te voeren; x. Strategische ontwikkelagenda: de agenda van de Groene Tafel waarin de vernieuwingsopgaven, bedoeld in onderdeel w, staan; y. penvoerder: een instelling, onderdeel van de Groene Tafel, die activiteiten verricht in verband met uitvoering van de Strategische ontwikkelingsagenda en die bij deze regeling wordt aangewezen als subsidieontvanger. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014 Abusievelijk is voor onderdeel v een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Minister stelt jaarlijks aan het bevoegd gezag van de afdelingen, de agrarische opleidingscentra, de hogescholen, Wageningen Universiteit en de Universiteit Utrecht aanvullende bijdragen ter beschikking voor de bekostiging van praktijkleren. 2 De minister kan nadere voorschriften verbinden aan de besteding van de aanvullende bijdragen, bedoeld in het eerste lid. 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De minister stelt aan het bevoegd gezag van de afdelingen, de agrarische opleidingscentra, de hogescholen en Wageningen universiteit voor het jaar 2014 en voor het jaar 2015 aanvullende bijdragen ter beschikking voor de bekostiging van de inzet van de instelling op de uitvoering van één of meer thema’s en de daaraan verbonden actielijnen in de landelijke agenda. 2 Indien middelen uit de aanvullende bijdrage worden ingezet binnen arrangementen met één of meer bedrijven of organisaties dient een samenwerkingsovereenkomst of daaraan gelijk te stellen verbintenis te worden aangegaan, waarin de deelname van alle partners in het arrangement is vastgelegd. 3 De minister kan nadere voorschriften verbinden aan de besteding van de aanvullende bijdragen, bedoeld in het eerste lid. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 De aanvullende bijdragen, bedoeld in, bedragen: a. voor de afdelingen voor het jaar 2010 € 290.000,–, voor het jaar 2011 € 420.000,– en voor het jaar 2012 en verdere jaren € 600.000,–; b. voor de agrarische opleidingscentra jaarlijks € 8.500.000,–; c. voor de hogescholen voor het jaar 2010 € 2.180.000,–, voor het jaar 2011 € 2.340.000,– en voor het jaar 2012 en verdere jaren € 2.500.000,–; d. voor Wageningen Universiteit voor het jaar 2010 € 200.000,–, voor het jaar 2011 € 280.000,– en voor het jaar 2012 en verdere jaren € 460.000,–; e. voor de Universiteit Utrecht, voor wat betreft de faculteit diergeneeskunde, voor het jaar 2010 € 22.500,−, voor het jaar 2011 € 45.000,−, en voor het jaar 2012 en verdere jaren € 75.000,−. 2 De bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden ieder jaar verhoogd met het voor dat kalenderjaar geldende hoge BTW-tarief. 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 01-01-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 De aanvullende bijdragen, bedoeld in, bedragen: a. voor de afdelingen voor het jaar 2014 € 178.752,– en voor het jaar 2015 € 437.682,–; b. voor de agrarische opleidingscentra voor het jaar 2014 € 5.924.848,– en voor het jaar 2015 € 9.364.918,–; c. voor de hogescholen voor het jaar 2014 € 5.082.160 en voor het jaar 2015 € 7.301.560,–; d. voor Wageningen universiteit voor het jaar 2014 € 170.240,– en voor het jaar 2015 € 416.840,–. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2 artikel 4, eerste lid, onderdeel a Experimenteerbesluit VM2 De scholen en scholengemeenschappen waaraan een afdeling is verbonden, ontvangen de aanvullende bijdrage, bedoeld in, jaarlijks als aanvullende bekostiging van de personeels- en exploitatiekosten specifiek ten behoeve van deze afdeling. De aanvullende bijdrage is het aandeel in het bedrag, bedoeld in, berekend op basis van het aantal leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de afdeling op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt verstrekt, waarbij de leerlingen worden meegeteld die ingeschreven waren in een aan de afdeling verbonden experimentele leergang VMBO-MBO2 als bedoeld in het. 2 artikel 5, onderdeel a De scholen en scholengemeenschappen waaraan een afdeling is verbonden, ontvangen het bedrag, bedoeld in, jaarlijks gezamenlijk als één bedrag. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld door uitbetaling aan het Van Lodestein College te Amersfoort, dat als penvoerder voor de gezamenlijke afdelingen optreedt. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2 3 artikel 4, eerste lid, onderdeel b artikel 5, onderdeel b artikel 2.2.1 van het Uitvoeringsbesluit Wet educatie en beroepsonderwijs artikelen 2.2.2 2.2.3 van dit besluit De agrarische opleidingscentra ontvangen de aanvullende bijdragen, bedoeld inen, jaarlijks als aanvullende rijksbijdrage. De aanvullende rijksbijdrage is het aandeel in het bedrag, bedoeld in, en, overeenkomend met het aandeel van ieder agrarisch opleidingscentrum in het landelijk beschikbaar budget, bedoeld in, berekend op basis van deen. 2014 27150 24-09-2014 21-09-2014 WJZ/14122204 2014 27150 24-09-2014 21-09-2014 WJZ/14122204 01-10-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 2 3 artikel 4, eerste lid, onderdeel c artikel 5, onderdeel c artikel 4.11, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 artikel 4.1, vierde lid, onderdeel b, van dit besluit De hogescholen ontvangen de aanvullende bijdragen, bedoeld inen, jaarlijks als onderwijsopslag, bedoeld in. De onderwijsopslag is het aandeel in het bedrag, bedoeld in,, overeenkomend met het aandeel van iedere hogeschool in de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2 3 artikel 4, eerste lid, onderdeel d artikel 5, onderdeel d artikel 4.11, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 Wageningen Universiteit ontvangt de aanvullende bijdragen, bedoeld inen, jaarlijks als onderwijsopslag als bedoeld in, welke gelijk is aan het bedrag, bedoeld inen. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 2 artikel 4, eerste lid, onderdeel e artikel 4.11, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 De Universiteit Utrecht ontvangt de aanvullende bijdrage, bedoeld in, jaarlijks als onderwijsopslag als bedoeld in, welke voor praktijkleren gelijk is aan het bedrag, bedoeld in. 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 01-01-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De Minister stelt jaarlijks aan het bevoegd gezag van de hogescholen een aanvullende bijdrage ter beschikking voor de exploitatie van primaire opleidingen en voor praktijkleren in het kader van deze opleidingen. 2 De minister kan nadere voorschriften verbinden aan de besteding van de aanvullende bijdrage, bedoeld in het eerste lid. 2014 27150 24-09-2014 21-09-2014 WJZ/14122204 2014 27150 24-09-2014 21-09-2014 WJZ/14122204 01-10-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 De aanvullende bijdrage, bedoeld in, bedraagt voor het jaar 2012 en verdere jaren € 1.000.000,–. 2 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden ieder jaar verhoogd met de helft van het voor dat kalenderjaar geldende hoge BTW-tarief. 2014 27150 24-09-2014 21-09-2014 WJZ/14122204 2014 27150 24-09-2014 21-09-2014 WJZ/14122204 01-10-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2014 27150 24-09-2014 21-09-2014 WJZ/14122204 2014 27150 24-09-2014 21-09-2014 WJZ/14122204 01-10-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 11 artikel 12, eerste lid, onderdeel b bijlage artikel 4.1, vierde lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 artikel 4.10, eerste lid, onderdeel a, van dit besluit De hogescholen ontvangen de aanvullende bijdrage, bedoeld in, jaarlijks als onderwijsopslag. De onderwijsopslag is het aandeel in het bedrag, bedoeld in, overeenkomend met het aandeel van iedere hogeschool in de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in, met dien verstande dat dit aandeel uitsluitend wordt bepaald op basis van het aantal bekostigde inschrijvingen, als bedoeld in, waarbij alleen studenten aan de opleidingen, genoemd in debij deze regeling, worden meegeteld. 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 01-01-2011
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 2 3 11 De school of scholengemeenschap waaraan een afdeling is verbonden, het agrarisch opleidingscentrum, de hogeschool, Wageningen Universiteit en de Universiteit Utrecht die de aanvullende bijdragen, bedoeld in,, en, ontvangt, besteedt die bijdragen uitsluitend ten behoeve van het doel, genoemd in die artikelen. De organisaties, bedoeld in de eerste volzin, besteden de aanvullende bijdragen niet aan activiteiten waardoor zij als onderneming als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kunnen worden aangemerkt. 2 artikel 3 De school of scholengemeenschap waaraan een afdeling is verbonden, het agrarisch opleidingscentrum, de hogeschool en Wageningen universiteit die voor het jaar 2014 en voor het jaar 2015 de middelen, bedoeld in, ontvangt, besteedt die bijdragen niet dan nadat de minister het meerjarig investeringsprogramma van de instelling heeft goedgekeurd. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikelen 2 3 11 De school of scholengemeenschap waaraan een afdeling is verbonden, het agrarisch opleidingscentrum, de hogeschool, Wageningen Universiteit en de Universiteit Utrecht verantwoorden de bestemming en besteding van de aanvullende bijdragen, gespecificeerd naar het doel, bedoeld in de,, en, in en bij de jaarrekening. De Minister kan nadere aanwijzingen geven voor deze verantwoording. 2 artikelen 2 3 11 Indien een deel van de ontvangen aanvullende bijdrage in enig jaar niet is besteed aan het doel, bedoeld in de,of, dan mag dit deel binnen dat doel worden besteed in navolgende jaren. 3 artikelen 2 3 11 Voor de verantwoording van de bestemming en besteding van de aanvullende bijdragen, bedoeld in de,, en, kan de Minister een model voorschrijven. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 3 De landelijke agenda bepaalt de thema’s en de daaraan verbonden actielijnen waarop de instellingen inspanningen zullen leveren met inzet van ten minste de middelen verkregen op basis van. 2 De landelijke agenda omvat de volgende thema’s en actielijnen: a. versterking van de kennisinfrastructuur met nieuwe diensten voor bedrijven en organisaties, binnen en aanvullend op het initieel onderwijs, door te investeren in de organisatorische voorwaarden voor dienstverlening aan bedrijven en organisaties, waaronder de professionalisering van leerkrachten. Dit thema bestaat uit de actielijnen: 1°. vernieuwing van opleidingen, in aansluiting op de binnenlandse vraag vanuit bedrijven en organisaties of de internationale vraag op ondermeer het gebied van voedselzekerheid; 2°. groene kennis voor burgers of jeugd; 3°. kennistoepassing door organisaties; b. versterking van de doelmatigheid en effectiviteit van het opleidingenaanbod. Dit thema bestaat uit de actielijnen: 1°. Het aangaan van samenwerkingsverbanden met dit doel met andere instellingen; 2°. door twee of meer instellingen in samenwerking onderhouden teams van vakdocenten, die bij één van deze instellingen in dienst zijn, maar bij de samenwerkende instellingen onderwijsactiviteiten kunnen uitvoeren; het betreft alleen de kosten, niet zijnde personeelskosten; c. versterking van authentiek leren in samenwerking met bedrijfsleven en organisaties, in het bijzonder in relatie tot de Human Capital Agenda van de topsectoren Agro-Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en tot de sector Natuur en leefomgeving. Dit thema bestaat uit de actielijnen: 1°. de inzet van innovatieve bedrijven en organisaties die als leeromgeving worden benut voor de uitvoering van onderwijsactiviteiten, niet zijnde praktijkleren; 2°. de inhuur van specifieke deskundigheid vanuit bedrijven voor de ontwikkeling en uitvoering van onderwijsactiviteiten; d. de inhoudelijke vernieuwing van opleidingen. Dit thema bestaat uit de actielijnen: 1°. Groene groei voor een sterke, duurzame economie; 2°. de thema’s vastgesteld in de innovatieagenda’s van de topsectoren Agro-Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en binnen de sector Natuur en leefomgeving; 3°. de agenda Bèta en techniek/techniekpact; 4°. Capacitybuilding voedselzekerheid. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het meerjarig investeringsprogramma is een uitvoeringsprogramma van de afdelingen gezamenlijk en van ieder agrarisch opleidingscentrum of iedere hogeschool afzonderlijk, waarin de keuze van de instelling uit en de inzet van de instelling op de thema’s en actielijnen in de landelijke agenda is opgenomen. 2 Het meerjarig investeringsprogramma van Wageningen universiteit is een uitvoeringsprogramma waarin de inzet van de middelen en het beoogde effect daarvan op de versterking en ondersteuning van vernieuwingsprocessen binnen de groene kenniskolom wordt geschetst. 3 Per thema en actielijn, bedoeld in het eerste lid, bevat het meerjarig investeringsprogramma een beknopte beschrijving van: a. het doel van de inzet van de instelling; b. de beoogde activiteiten met het oog op dit doel; c. de beoogde uitkomsten van deze activiteiten aan het einde van de programmeringsperiode; d. bij iedere van de uitkomsten genoemd onder c, ten minste één indicator die zal worden gemeten om te bepalen of de uitkomst is bereikt; e. waar van toepassing de samenwerking bij de uitvoering van deze activiteiten met een andere instelling of instellingen, een bedrijf of bedrijven en eventuele andere organisaties; f. een globale begroting bij de beoogde activiteiten, welke de financiering met middelen uit de rijksbijdrage van de instelling, uit de aanvullende bijdragen op grond van deze regeling, uit bijdragen van derden zoals bedrijven en andere organisaties en uit eventuele andere subsidies inzichtelijk maakt; g. per activiteit een indicatie van de behoefte aan landelijke ondersteuning; 4 Bij het meerjarig investeringsprogramma voegt de instelling een procesverantwoording over de totstandkoming van het meerjarig investeringsprogramma, waarin wordt aangegeven hoe bedrijven en organisaties zijn betrokken bij de totstandkoming van het meerjarig investeringsprogramma en hoe in voorkomende gevallen in samenwerking met bedrijven en organisaties tekorten op de regionale arbeidsmarkt door activiteiten in dit meerjarig investeringsprogramma worden overbrugd. 5 bijlage 1 Voor het meerjarig investeringsprogramma wordt het model gebruikt dat is opgenomen inbij deze regeling. 6 Het meerjarig investeringsprogramma wordt ter goedkeuring aan de minister gezonden voor 1 december 2013. Een nader herzien programma kan door de instelling voor 1 december 2014 ter goedkeuring aan de minister worden gezonden. 7 artikel 15, tweede lid Goedkeuring van het meerjarig investeringsprogramma, bedoeld in, vindt niet plaats indien dit programma niet in overeenstemming is met dit artikel. 8 De minister beslist uiterlijk op 20 december 2013 over het meerjarig investeringsprogramma, en uiterlijk op 19 december 2014 over een eventueel nader herzien meerjarig investeringsprogramma. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 2012 26246 19-12-2012 13-12-2012 WJZ/12375886 01-01-2013
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een afdeling, een agrarisch opleidingscentrum, een hogeschool, een onderzoeksinstelling, Aequor, Wageningen Universiteit, de Dienst Landbouwkundig Onderzoek, een penvoerder en de Stichting Ontwikkelcentrum voor activiteiten in verband met de implementatie van zijn onderwijsbeleid. 2 artikel 1, onderdeel g De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een organisatie, bedoeld in, voor gezamenlijke activiteiten in verband met de implementatie van zijn onderwijsbeleid. 3 De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een organisatie van het bedrijfsleven voor activiteiten in verband met de implementatie van zijn beleid, voor zover dit de verbetering van de aansluiting tussen de vraag naar en het aanbod van postinitiële niet bekostigde opleidingen betreft. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De minister kan jaarlijks, waar van toepassing met inachtneming van de landelijke agenda en waar voorkomend afspraken met de organisaties of de instellingen, het volgende bekend maken: a. de activiteiten en het doel van deze activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd; b. artikel 27, eerste lid de onderzoeksinstellingen die een aanvraag kunnen indienen zoals bedoeld in; c. het subsidieplafond per activiteit of groep van activiteiten, en d. eventuele nadere voorwaarden voor de aanvrager. 2 artikel 27 artikelen 29 tot en met 33 De Minister kan in het besluit, bedoeld in het eerste lid, activiteiten opnemen waarvoor reeds eerder bij beschikking subsidie is verleend. Deze activiteiten worden verder beschouwd als een activiteit in de zin van. Dezijn niet van toepassing op deze activiteiten. 3 De subsidiabele kosten zijn: a. de kosten van het in te zetten personeel van de aanvrager. Indien de aanvrager een organisatie is, zijn alleen de kosten van personeel dat specifiek ten dienste van de uitvoering van de aangevraagde activiteit wordt ingezet subsidiabel; b. de kosten voor de inhuur van ondersteuningsinstellingen, bedrijven en onderzoeksinstellingen die noodzakelijk zijn voor het doel en de aard van de aangevraagde activiteit; c. artikel 33, vierde lid de kosten van de accountantsverklaring, bedoeld in, van de regeling, tot een maximum van € 2.500,–, en d. materiële kosten die noodzakelijk zijn gezien het doel en de aard van de aangevraagde activiteit. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 27 Aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld inkunnen worden ingediend voor het jaar 2013 tussen 1 juni en 1 juli 2013 en voor de jaren 2014 en 2015 tot 1 april van elk jaar. De minister kan om dwingende redenen toestaan dat een aanvraag na deze periode wordt gedaan. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt ingediend bij de Minister door middel van een formulier dat door de Minister ter beschikking wordt gesteld. 2 De aanvraag omvat tenminste de volgende onderdelen: a. artikel 28 het soort activiteit, zoals bedoeld in, waarvoor subsidie wordt gevraagd; b. artikel 28 het doel van deze activiteit, zoals bedoeld in; c. de aansluiting op de thema’s in de Landelijke agenda en, indien de aanvrager een instelling is, op de in het meerjarig investeringsprogramma voorgestelde inzet op deze thema’s en waar van toepassing op de afspraken met een organisatie; d. een plan voor de uitvoering van de beoogde activiteit, waaronder begrepen een tijdpad; e. indien de uitvoering geschiedt door meer dan één partij: de beoogde samenwerking bij de uitvoering van de activiteit en de rol van iedere partij in deze samenwerking; f. de beoogde uitkomsten van de activiteit; g. bij iedere van deze uitkomsten één of meer indicatoren die zullen worden gemeten om te bepalen of de uitkomst is bereikt; h. een begroting van de uitvoering, waaruit de subsidiabele kosten, het gevraagde subsidiebedrag en de eigen bijdrage van de aanvrager, en in voorkomende gevallen de eigen bijdragen van de partijen in de samenwerking, blijken. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 29 artikel 28 artikel 30, tweede lid De minister beslist binnen acht weken na afloop van de periode, bedoeld in, op de aanvragen op grond van de voorwaarden, bedoeld inen, en van de kwaliteit van de aanvraag. De minister kan om dwingende redenen afwijken van deze termijn. 2 De minister beslist niet over de aanvraag van een instelling dan nadat hij het meerjarig investeringsprogramma van deze instelling heeft goedgekeurd. 3 artikel 28, eerste lid Indien een aanvraag voor een activiteit of groep van activiteiten het subsidieplafond, bedoeld in, overschrijdt kan de Minister besluiten deze aanvraag niet te honoreren dan wel het subsidiebedrag van de aanvraag te verlagen. 4 artikel 28, eerste lid artikel 30 Indien voor een activiteit of groep van activiteiten meerdere aanvragen zijn ingediend en het aangevraagd subsidiebedrag van deze aanvragen het subsidieplafond, bedoeld in, overschrijdt rangschikt de Minister de aanvragen die naar zijn oordeel voldoen aan de voorwaarden in artikel 28 en, waarbij een aanvraag hoger wordt gerangschikt naar mate deze het doel van de betreffende activiteit of groep van activiteiten beter realiseert, meer aansluit op de thema’s uit de landelijke agenda en de kwaliteit van de aanvraag naar het oordeel van de Minister beter is. De Minister wijst op basis van deze rangschikking één of meer aanvragen af, dan wel verlaagt het aangevraagd subsidiebedrag van één of meer aanvragen, zodanig dat de resterende aanvragen binnen het subsidieplafond kunnen worden goedgekeurd. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten. 2 artikel 30, tweede lid onder h Het verleende subsidiebedrag mag door de subsidieontvanger worden besteed gedurende een periode van één of meerdere jaren. Deze periode wordt in de beschikking bepaald op basis van het jaar of de jaren waarvoor in de begroting, bedoeld in, uitgaven zijn voorzien. 3 De Minister verstrekt bij goedkeuring van de aanvraag een eerste voorschot op de subsidie van tenminste 20% en ten hoogste 80% van het te verstrekken subsidiebedrag. Indien het voorschot minder is dan 80% worden volgende voorschotten verstrekt op basis van een aanvraag, vergezeld van een korte voortgangsrapportage en een overzicht van de liquiditeitsbehoefte. Aanvragen kunnen worden gedaan gedurende de periode, bedoeld in het tweede lid. Indien aan het eind van deze periode de activiteit nog niet overeenkomstig de aanvraag is voltooid, kan de aanvrager een gemotiveerd en onderbouwd verzoek tot verlenging van de periode en verdere voorschotverstrekking indienen. 4 Het totaal aan voorschotten is ten hoogste 80% van het te verstrekken subsidiebedrag. 5 In afwijking van het tweede tot en met vierde lid, wordt een subsidiebedrag dat in het jaar 2015 is verleend uitsluitend in dat jaar besteed, worden alle voorschotten in dat jaar verstrekt en is het totaal aan voorschotten 100% van het te verstrekken subsidiebedrag. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a 1 artikel 27 artikel 17 De minister kan op aanvraag goedkeuring verlenen aan een tussentijdse, gemotiveerde en onderbouwde wijziging van het activiteitenplan van een subsidie die is verleend op basis vanvan deze regeling,van deze regeling zoals deze gold op 31 december 2012 of van de regeling Kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs, mits dit past binnen het doel van de subsidie. 2 Een verzoek tot wijziging kan alleen worden gedaan zolang de verstrekte voorschotten minder dan 80% van het verleende subsidiebedrag bedragen. 3 Het verzoek mag niet leiden tot verhoging van het verleende subsidiebedrag. 4 Indien het gaat om een aanvraag gedaan in samenwerking met één of meer instellingen en, onderscheidenlijk of, één of meer andere partijen wordt het verzoek tot wijziging mede ondertekend door ieder van deze instellingen of partijen. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32, tweede lid De ontvanger van de subsidie dient binnen vier maanden na afronding van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, of, indien de activiteiten niet zijn uitgevoerd of niet zijn afgerond, binnen vier maanden na afloop van de periode, bedoeld in, bij de Minister de aanvraag in voor de vaststelling van de subsidie met een financieel verslag, vergezeld van een activiteitenverslag. 2 Indien de ontvanger een instelling is neemt hij de bestemming en besteding van de subsidie tevens op in de jaarrekening, gespecificeerd naar het doel waarvoor deze is verstrekt. 3 het activiteitenverslag, bedoeld in het eerste lid, omvat tenminste: a. de bestemming en besteding van het subsidiebedrag in relatie tot de cofinanciering; b. artikel 30, tweede lid, onderdeel b de mate waarin het doel, bedoeld in, is gehaald; c. artikel 30, tweede lid, onderdeel f de mate van realisatie van de uitkomsten, bedoeld in, op basis van de indicatoren, bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel g; d. een evaluatie van de mate waarin de realisatie heeft bijgedragen aan het bereiken van de afspraken, bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel c. 4 Indien het verleende subsidiebedrag hoger is dan € 125.000,– gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vergezeld van een accountantsverklaring. 5 Bij goedkeuring van de rapportage wordt de subsidie vastgesteld op de werkelijk gemaakte en betaalde kosten tot ten hoogste het verleende subsidiebedrag. 6 artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht Indien toepassing wordt gegeven aanworden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente die wordt berekend over de periode die verstrijkt tussen de kennisgeving van de terugvorderingsverplichting aan de subsidieontvanger en de terugbetaling door de subsidieontvanger. 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 2014 17848 26-06-2014 20-06-2014 WJZ/14076118 27-06-2014
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De Minister verleent in ieder van de jaren 2014 en 2015 een subsidiebedrag van € 500.000 aan de Aeresgroep, als penvoerder voor de ondersteuning van Groene Tafel, voor: a. het ontwikkelen, vaststellen en onderhouden van de Strategische Ontwikkelagenda van de Groene Tafel; b. de afstemming van de Strategische Ontwikkelagenda met het bedrijfsleven in de sector Landbouw, Natuurlijke omgeving en Voedsel; c. artikelen 34a, derde lid 34b, derde lid 35a, derde lid 35c, derde lid het op basis van de Strategische Ontwikkelagenda afstemmen van de werkplannen, bedoeld in de,,en; d. artikelen 34a, derde lid 34b, derde lid 35a, derde lid 35c, derde lid het monitoren van de uitvoering van de werkplannen, bedoeld in de,,en; e. artikelen 34a, derde lid 34b, derde lid 35a, derde lid 35c, derde lid het adviseren over de resultaten van de uitvoering van de werkplannen, bedoeld in de,,en. 2 De subsidieverlening geschiedt na goedkeuring door de Minister van het werkplan voor de Groene Tafel en de bijbehorende begroting. 3 Het werkplan voor de Groene Tafel bevat een uitwerking van de taken, bedoeld in het eerste lid. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a 1 De Minister verleent in het jaar 2015 aan Wageningen Universiteit, als penvoerder voor Groen Kennisnet, ten hoogste € 3.275.000,– subsidie te besteden in de periode van 2015 tot eind 2017 voor de exploitatie en verdere ontwikkeling van Groen Kennisnet. 2 De subsidieverlening geschiedt na goedkeuring door de Minister van het werkplan voor Groen Kennisnet en de begroting daarbij. 3 Het werkplan bevat een uitwerking van de taken, bedoeld in het eerste lid en wordt opgesteld in afstemming met de Groene Tafel op grond van de Strategische Ontwikkelagenda. De resultaten van deze afstemming staan in het werkplan. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 34b — Artikel 34b#
Artikel 34b 1 De Minister verleent in het jaar 2014 ten hoogste € 250.000,– subsidie, en in het jaar 2015 ten hoogste € 2.000.000,– subsidie te besteden in de periode van 2015 tot eind 2017, aan Hogeschool Inholland, als penvoerder voor onderwijsvernieuwingsprogramma’s, voor het onderhoud en de verdere ontwikkeling van onderwijsvernieuwingsprogramma’s. 2 De subsidieverlening geschiedt na goedkeuring van de Minister van het werkplan voor de onderwijsvernieuwingsprogramma’s en de begroting daarbij. 3 Het werkplan bevat een uitwerking van de taken, als bedoeld in het eerste lid en wordt opgesteld in afstemming met de Groene Tafel op grond van de Strategische Ontwikkelagenda. De resultaten van deze afstemming zijn in het werkplan vermeld. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 34c — Artikel 34c#
Artikel 34c 1 artikel 34 34b Het werkplan, bedoeld inen, voor het jaar 2014 wordt voor 10 juli 2014 ingediend bij de Minister. Het werkplan voor het jaar 2015 wordt voor 1 oktober 2014 ingediend bij de Minister. 2 artikel 34a 34b Het werkplan, bedoeld inen, gaat vergezeld van een positief advies van de Groene Tafel. 3 artikel 34a 34b Indien de subsidieontvanger, bedoeld inen, de subsidie in 2015, 2016 of 2017 wil besteden, bevat hun werkplan tevens een uitwerking van taken die in 2016 en 2017 worden uitgevoerd. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 De Minister stelt voor ieder van de jaren 2013, 2014 en 2015 aan de stichting Informatievoorziening groen onderwijs € 116.000,– ter beschikking als bijdrage in de exploitatie van het vakblad Groen onderwijs. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a 1 De Minister verleent voor het jaar 2015 aan de stichting Ontwikkelcentrum ten hoogste € 2.300.000,– subsidie voor de ontwikkeling en vernieuwing van leermiddelen en voor de verspreiding van leermiddelen ten dienste van het door de Minister bekostigd voortgezet middelbaar beroepsonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs en het educatiebeleid van de Minister. 2 De subsidieverlening geschiedt na goedkeuring van de Minister van het werkplan van de stichting voor het jaar 2015 en de begroting daarbij. 3 Het werkplan wordt opgesteld in afstemming met de Groene Tafel, op grond van de Strategische Ontwikkelagenda. De resultaten van deze afstemming zijn in het werkplan vermeld. Het werkplan wordt voor 1 oktober 2014 ingediend, vergezeld van een positief advies van de Groene Tafel. 4 Het werkplan omvat tenminste de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, onderscheiden naar de basisfunctie en de innovatiefunctie van het Ontwikkelcentrum, de doelen van deze activiteiten, het verwachte resultaat en de doorwerking hiervan op de kwaliteit van het door de Minister bekostigd voortgezet middelbaar beroepsonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs, het educatiebeleid van de Minister en de resultaten van de afstemming met tenminste de Groene Tafel en met de organisaties. In het werkplan worden activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en activiteiten die de stichting in het verlengde van haar opdracht, zoals bedoeld in het eerste lid, maar voor eigen rekening verwacht te verrichten, duidelijk onderscheiden. De begroting betreft voor ten hoogste 25% de basisfunctie en tenminste 75% voor de innovatiefunctie. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 35b — Artikel 35b#
Artikel 35b 1 De minister verstrekt voor ieder van de jaren 2013, 2014 en 2015 aan het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt te Nijmegen jaarlijks subsidie voor het loopbaanonderzoek. 2 Het subsidieplafond voor deze subsidie is € 160.000 per jaar. 3 Het subsidiebedrag wordt ieder jaar vastgesteld op basis van een uitvoeringsplan met begroting, dat jaarlijks voor 1 april aan de minister ter goedkeuring wordt voorgelegd. 4 Het kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt verantwoordt jaarlijks voor 1 juli de besteding en bestemming van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, vergezeld van een financieel verslag en een verslag van de uitgevoerde activiteiten en bereikte resultaten. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 35c — Artikel 35c#
Artikel 35c 1 De minister verstrekt voor het jaar 2015 aan Aequor jaarlijks subsidie voor de verdere ontwikkeling en in stand houding van arbeidsmarktinformatie betreffende de sectoren Landbouw, Natuurlijke omgeving en Voedsel en voor de beschikbaar stelling van arbeidsinformatie voor in ieder geval de instellingen, bedrijven en organisaties in deze sectoren en voor onderwijsvragenden. 2 Het subsidieplafond voor deze subsidie is € 300.000 per jaar. 3 Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van een uitvoeringsplan en de begroting daarbij, die voor 1 april 2015 aan de Minister ter goedkeuring worden voorgelegd. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in afstemming met de Groene Tafel, op grond van de Strategische Ontwikkelagenda, en met organisaties van het bedrijfsleven. De resultaten van deze afstemming zijn in het uitvoeringsplan vermeld. Bij het uitvoeringsplan voegt Aequor een plan toe voor voortzetting van de activiteiten na 2015. 4 Aequor verantwoordt voor 1 juli 2016 de besteding en bestemming van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, vergezeld van een financieel verslag en een verslag van de uitgevoerde activiteiten en bereikte resultaten. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 35d — Artikel 35d#
Artikel 35d 1 artikel 34 34a 34b 35a 35c De Minister beslist binnen zes weken na ontvangst van het werkplan of uitvoeringsplan over de subsidieverlening, bedoeld in,,,en. Hij kan hieraan voorwaarden verbinden betreffende de uitvoering van het werkplan en uitvoeringsplan. 2 artikel 34a 34b Indien het werkplan van 2015, bedoeld ineneen uitwerking van taken die in 2016 en 2017 worden uitgevoerd bevat, kan de Minister in de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat een subsidie, verleend in het jaar 2015 in de jaren 2015, 2016 en 2017 besteed kan worden. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 35e — Artikel 35e#
Artikel 35e 1 artikel 34 34a 34b 35a 35c De penvoerders, bedoeld in,en,enverantwoorden jaarlijks de bestemming en besteding van de subsidie die in de jaren 2014 en 2015 zijn verleend in hun jaarrekening volgend op het jaar van besteding, vergezeld van een beknopt verslag van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en de bereikte resultaten en een beknopt financieel verslag. 2 artikel 34 34a 35a 35c De Minister stelt de subsidie, bedoeld in,,enambtshalve vast binnen 22 weken na het aanleveren van de jaarrekeningen en verslagen, bedoeld in het eerste lid door de penvoerders aan de Minister. 3 In de beschikking tot vaststelling wordt de subsidie vastgesteld op de werkelijk gemaakte en betaalde kosten tot ten hoogste het verleende subsidiebedrag. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De Minister kan voor het jaar 2013 en 2014 op aanvraag subsidie verstrekken voor het verzorgen van cursussen voor deelnemers en studenten uit ontwikkelingslanden, waaronder in ieder geval cursisten met een beurs in het kader van het Netherlands Fellowships Programme. 2 De subsidie kan telkens voor een periode van twee jaar worden aangevraagd door a. Wageningen Universiteit tot een bedrag van € 840.000,– per kalenderjaar; b. hogeschool Van Hall-Larenstein tot een bedrag van € 400.000,– per kalenderjaar; c. de Aeres groep tot een bedrag van € 960.000,– voor het jaar 2011 en € 2.300.000,– voor het jaar 2012 en verdere jaren. 3 De aanvraag tot subsidieverlening kan voor het eerst worden ingediend voor het jaar 2011 en 2012 in de periode van 1 januari tot en met 1 mei 2011. De aanvraag gaat vergezeld van een plan voor de inzet van de middelen gedurende twee jaar. 4 De Subsidiebeschikking internationaal onderwijs van 10 december 2009 blijft voor hogeschool Van Hall-Larenstein van kracht voor de jaren 2011 en 2012. Lid 3 en lid 5 zijn voor deze hogeschool niet van toepassing voor de jaren 2011 en 2012. 5 De ontvanger van de subsidie dient binnen vier maanden na afloop van de periode van twee jaar een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie, vergezeld van een financieel verslag en een activiteitenverslag. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 De Minister kan op aanvraag voor het schooljaar 2011–2012 tot en met schooljaar 2014–2015 een subsidie verlenen voor de groene opleidingsschool. 2 De groene opleidingschool heeft tot doel studenten op te leiden tot toekomstige leraren voor het groen onderwijs, gegeven aan instellingen en afdelingen. Deze studenten volgen minimaal 40% van het curriculum in de praktijk van het beroep als leraar op een instelling of afdeling. 3 De subsidie vormt een tegemoetkoming in de kosten die gemoeid zijn met de inrichting van een opleidingsinfrastructuur binnen de instelling of afdeling en met de feitelijke begeleiding op de werkplek van de studenten. 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 24-09-2011 01-08-2011
Artikel 36b — Artikel 36b#
Artikel 36b artikel 36a Het subsidieplafond voor de subsidies, bedoeld in, bedraagt € 1.360.000,– voor de schooljaren 2011–2012 tot en met 2014–2015. 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 24-09-2011 01-08-2011
Artikel 36c — Artikel 36c#
Artikel 36c Stoas Hogeschool treedt op als penvoerder en subsidieaanvrager voor de groene opleidingsschool. 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 24-09-2011 01-08-2011
Artikel 36d — Artikel 36d#
Artikel 36d 1 De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 15 oktober 2011 ingediend bij de NVAO met het formulier ‘Samenstelling aanvraagdossier toetsing groene opleidingsschool’, en met een samenwerkingsovereenkomst die is ondertekend door Stoas Hogeschool, de instellingen en de Vereniging Buitengewoon Groen namens de afdelingen die deelnemen in de opleidingsschool. 2 De NVAO brengt aan de Minister advies uit over de kwaliteit van de groene opleidingsschool door middel van een beoordeling van het gerealiseerd niveau en van de samenwerkingsovereenkomst. 3 De NVAO brengt haar advies uit op basis van een door haar vast te stellen toetsingskader. 4 De Minister beslist binnen 3 maanden na het uitkomen van het advies van het NVAO over de subsidieverlening mede op basis van dit advies. 5 artikel 36a, eerste lid De subsidie wordt verleend voor de periode bedoeld in. 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 24-09-2011 01-08-2011
Artikel 36e — Artikel 36e#
Artikel 36e 1 De subsidie wordt in voorschotten voor respectievelijk de schooljaren 2011–2012, 2012–2013, 2013–2014 en 2014–2015 verstrekt. 2 artikel 36a, tweede lid De hoogte van het voorschot is gebaseerd op het aantal studenten dat op 1 oktober van het voorgaande jaar voldoet aan de vereisten in, als volgt: i. 40–79: € 120.000,–; ii. 80–139: € 200.000,–; iii. 140–179: € 280.000,–; iv. 180–219: € 320.000,–; v. > 219: € 340.000,–. 3 artikel 36a, tweede lid Stoas Hogeschool meldt schriftelijk, vergezeld van een accountantsverklaring, voor de schooljaren 2012–2013 tot en met 2014–2015 uiterlijk op 1 april voorafgaand aan het schooljaar, bedoeld in het eerste lid, het aantal studenten dat voldoet aan de vereisten in, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. 4 artikel 36d artikel 36a, tweede lid Het voorschot voor het schooljaar 2011–2012 wordt bepaald op basis van de prognose, gevoegd bij de subsidieaanvraag bedoeld in, van het aantal studenten, dat voldoet aan de vereisten in, op 1 oktober 2011. 5 De Minister geeft uiterlijk op 1 juni voorafgaand aan het desbetreffend schooljaar de hoogte van het voorschot aan. 6 Het voorschot per schooljaar wordt in twee gedeelten aan de subsidieontvanger betaald: in november een gedeelte van 5/12, in februari een gedeelte van 7/12 van het voorschot. 7 Het voorschot voor het schooljaar 2011–2012 wordt in één keer verstrekt in het eerste kwartaal van 2012. 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 24-09-2011 01-08-2011
Artikel 36f — Artikel 36f#
Artikel 36f artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdkan de subsidieverlening worden geweigerd of beëindigd indien: a. de groene opleidingsschool niet of niet langer minimaal aan de vereiste basiskwaliteit voldoet na advies van de NVAO; b. het aantal studenten dat in het kader van de groene opleidingsschool wordt opgeleid in enig schooljaar lager is dan 40 studenten per schooljaar. 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 24-09-2011 01-08-2011
Artikel 36g — Artikel 36g#
Artikel 36g 1 artikel 36a Stoas Hogeschool, de instellingen en afdelingen besteden de subsidie voor de groene opleidingsschool uitsluitend ten behoeve van het doel genoemd in. 2 Indien een deel van de ontvangen subsidie in enig schooljaar niet is besteed aan het doel, bedoeld in artikel 36a, dan mogen deze middelen binnen dit doel worden besteed tot en met het schooljaar 2014–2015. 3 Stoas Hogeschool verantwoordt de bestemming en de besteding van de subsidie voor de groene opleidingsschool in en bij de jaarrekening. Zij geeft daarbij aan welk deel van de subsidie zij als penvoerder heeft doorgegeven aan instellingen en afdelingen, en welke de besteding hiervan is. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie en de rechtmatigheid van de gegevens, waaronder de aantallen studenten. 4 Bij de jaarrekening voegt Stoas Hogeschool een activiteitenverslag van de Groene opleidingsschool, waarin ook de activiteiten van de instellingen en afdelingen, waar in het afgelopen schooljaar studenten zijn opgeleid, zijn opgenomen. Dit activiteitenverslag omvat tenminste: i. een overzicht van de werkzaamheden waarvoor de verstrekte subsidie is ingezet en de daarmee bereikte resultaten, waarin de werkzaamheden en resultaten van Stoas Hogeschool en van de instellingen en afdelingen onderscheiden zichtbaar zijn; ii. een verantwoording van het aantal studenten dat in het verstreken schooljaar is opgeleid en een prognose van het aantal studenten dat in het lopende schooljaar zal worden opgeleid; iii. voor zover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen en gerealiseerde activiteiten en de beoogde en feitelijk gerealiseerde resultaten. 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 24-09-2011 01-08-2011
Artikel 36h — Artikel 36h#
Artikel 36h 1 artikel 36g, derde lid Uiterlijk op 1 juli 2016 dient Stoas Hogeschool bij de jaarrekening een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie, vergezeld van een accountantsverklaring, als bedoeld in. 2 Deze aanvraag gaat vergezeld van een eindverslag van de Groene opleidingsschool, waarin de bereikte resultaten in relatie tot de beoogde resultaten worden verantwoord. 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 2011 16814 23-09-2011 22-09-2011 231851 24-09-2011 01-08-2011
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6 7 8 9 10 13 14 In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de op grond van,,,,,enberekende aanvullende bijdragen naar rato van het aantal rechthebbenden op deze bijdragen verlaagd tot het bedrag dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat. 2 artikel 17 artikel 27 In het in het eerste lid bedoelde geval kan de Minister tevens besluiten één of meer van de indan welbedoelde subsidies niet te verlenen. 3 De Minister kan op basis van prioriteiten in zijn beleid nadere criteria toepassen bij, en nadere verplichtingen verbinden aan zijn beslissing op aanvragen voor subsidie die op basis van deze regeling worden ingediend. 2011 23237 21-12-2011 13-12-2011 WJZ/11175322 2011 23237 21-12-2011 13-12-2011 WJZ/11175322 01-01-2012
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Uiterlijk op 1 juni 2015 evalueert de Minister de werking van deze regeling. 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 2013 11897 29-04-2013 23-04-2013 WJZ/13060992 30-04-2013
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Regeling praktijkleren, impuls en versterking primaire opleidingen groen onderwijs Dewordt ingetrokken. 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 01-01-2011
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011. 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 01-01-2011
Artikel 40a — Artikel 40a#
Artikel 40a artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies Als het bij koninklijke boodschap van 6 juni 2013 ingediende voorstel van wet (Wijziging van de Kaderwet EZ-subsidies (aanpassing aan de samenvoeging van de voormalige ministeries van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) tot wet is verheven dan berust deze regeling mede op. 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 2013 30993 08-11-2013 05-11-2013 WJZ/13166710 09-11-2013
Artikel 40b — Artikel 40b#
Artikel 40b 1 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2016. 2 Een subsidie die is verstrekt onder de werking van de Regeling praktijkleren en Groene plus wordt beheerst door de bepalingen van die regeling. 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 2014 18768 01-07-2014 29-06-2014 WJZ/14075080 02-07-2014
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling praktijkleren en Groene plus. 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 2010 20329 24-12-2010 13-12-2010 171481 01-01-2011
Artikel 1#
artikel 1, onderdeel o
Artikel 18#
artikel 18, vijfde lid
Artikel 17#
artikel 17, tweede lid
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 36d#
artikel 36d, eerste lid