Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 december 2011, nr. Z/F-3096189, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2012 (Regeling risicoverevening 2012)
- BWB-id
- BWBR0030863
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2014-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030863
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-risicoverevening-2012
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-risicoverevening-2012/2014-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030863&g=2014-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030863&z=2026-06-06&g=2014-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030863/2014-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-risicoverevening-2012
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Deze regeling verstaat onder: a. dbc-zorgproduct: een declarabele prestatie die is afgeleid uit subtrajecten en zorgactiviteiten via door de zorgautoriteit vastgestelde beslisbomen; b. dbc-zorgproduct in het vrije segment: een dbc-zorgproduct waarvan de prijs tot stand komt in vrije onderhandeling; c. dbc-zorgproduct in het gereguleerde segment: een dbc-zorgproduct waarvan de maximumprijs wordt bepaald door de zorgautoriteit; d. overig zorgproduct: een declarabele prestatie binnen de medisch-specialistische zorg, niet zijnde een dbc-zorgproduct; e. expertproduct: een dbc-zorgproduct dat minder dan zes keer voorkomt in het dbc informatie systeem (DIS); f. add-on: een door de zorgautoriteit te omschrijven overig zorgproduct op het terrein van de intensive care, de dure geneesmiddelen of de weesgeneesmiddelen, bestaande uit zorgactiviteiten behorende bij een dbc-zorgproduct; g. hemostatica: een overig zorgproduct dat betrekking heeft op de verstrekking van stollingsmiddelen in het kader van een behandelplan voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten; h. eerstelijnsdiagnostiek: een overig zorgproduct dat betrekking heeft op diagnostiek door een ziekenhuis of huisartsenlaboratorium op verzoek van de eerste lijn; i landelijke vaste kosten factor: een factor waarmee het Zorginstituut op basis van historische kosten ziekenhuisverpleging per zorgverzekeraar de ex ante deelbedragen berekent voor de vaste kosten ziekenhuisverpleging in 2012. 2 artikel 1, onderdeel x, van het Besluit zorgverzekering Het bedrag, bedoeld in, is € 550, en het bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel y, van het Besluit zorgverzekering is € 2 750. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2012 bedraagt € 35 634,0 miljoen. 2 Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen: a. het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment ad € 13 346,4 miljoen; b. het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp ad € 3 062,1 miljoen; c. het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging ad € 2 464,9 miljoen; d. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg ad € 3861,8 miljoen; e. het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties ad € 12 898,8 miljoen. 3 Het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt gesplitst in: a. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar ad € 642,9 miljoen; b. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder ad € 3 218,9 miljoen. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2012 geraamd op € 13 975,5 miljoen. 2 De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2012 geraamd op € 1 968,7 miljoen. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in, omvatten voor het jaar 2012, naast de middelen, bedoeld in, een bedrag van € 19 689,9 miljoen. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 3.4 3.5 3.7 3.8 van het Besluit zorgverzekering bijlagen 1 2 De gewichten en de klassen, bedoeld in de,,en, zijn vermeld in deen. 2 Het Zorginstituut verdeelt het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging, over zorgverzekeraars aan de hand van de gemiddelde vaste kosten per verzekerde per zorgverzekeraar in het jaar 2010, de landelijke vaste kostenfactor 2012 en de geraamde aantallen verzekerden voor het vereveningsjaar 2012. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, eerste lid bijlage 1 In afwijking van, en, tabel 1.2, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de FKG-klasse ‘Geen FKG’, waarbij voor hem het gewicht van die klasse door het CVZ wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht van de FKG-klasse ‘Geen FKG’ zoals dat op grond van bijlage 1 tabel 1.2 voor in Nederland wonende verzekerden geldt. 2 artikel 5, eerste lid bijlage 1 In afwijking van, en, tabel 1.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de DKG-klasse ‘0’, waarbij voor hem het gewicht van die klasse door het CVZ wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht van de DKG-klasse ‘0’ zoals dat op grond van bijlage 1 tabel 1.3 voor in Nederland wonende verzekerden geldt. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1 050 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald. 2 artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie. 3 artikel 24 van de Zorgverzekeringswet Het Zorginstituut berekent het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald door het aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering artikel 24 van de Zorgverzekeringswet Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in, en het resultaat te vermenigvuldigen met de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde. 2 bijlage 4 Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die voldoen aan het criterium ‘Geen FKG’ uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomen, en regio en de ingenoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden. 3 De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor verzekerden van achttien jaar of ouder die niet voldoen aan het criterium ‘Geen FKG’, € 220 per verzekerde. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar. 2 Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 3.11, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering bijlage 1 Voor de inbedoelde herberekening van de gewichten ten behoeve van de inbedoelde berekening van de deelbedragen ‘kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment’, ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’ en ‘kosten van overige prestaties’, gaat het Zorginstituut uit van de verhouding tussen de gewichten, opgenomen in. 2 artikel 3.11, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering bijlage 2 bijlage 3 Voor de inbedoelde herberekening van de gewichten ten behoeve van de inbedoelde berekening van het deelbedrag ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’, gaat het Zorginstituut voor zover het gaat om de herberekening van de kosten van verzekerden van jonger dan achttien jaar uit van de verhouding tussen de gewichten in, tabel 2.1, en voor zover het gaat om de herberekening van de kosten van verzekerden van achttien jaar en ouder uit van de verhouding tussen de gewichten, opgenomen in. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 12 tot en met 15 17, eerste lid 18, eerste lid 19 Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de,,, enbeschreven wijze heeft toebedeeld aan de clusters ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’, ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp’, ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘overige prestaties’, herberekent het instituut de voor deze clusters relevante gewichten. 2 artikel 10 Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties, van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder criterium en van de verhouding tussen de gewichten in de ingenoemde bijlagen. 3 De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder criterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over volgende jaren berekend: a. leeftijd en geslacht: 2012; b. FKG’s: 2011; c. FKG’s psychische aandoeningen: 2011; d. DKG’s: 2011; e. aard van het inkomen: 2012; f. SES: 2012; g. éénpersoonsadres: 2012; h. regio: 2012; i. GGZ-regio: 2012; j. kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel: 2011; k. kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de hoge drempel: 2011; l. meerjarige hoge kosten: 2009, 2010 en 2011 m. leeftijd onder achttien jaar: 2012 4 In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen MHK’ van het criterium meerjarig hoge kosten dusdanig, dat het voor dit criterium gesommeerde resultaat van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt. 5 In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel’ van het criterium kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel en het gewicht van de klasse ‘Geen kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de hoge drempel’ van het criterium kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de hoge drempel dusdanig, dat per criterium het gesommeerde resultaat van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering Het Zorginstituut merkt kosten, bedoeld in, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat: a. artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering uit de specificatie blijkt dat zij ofwel gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden – met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b –, ofwel als kosten van verblijf als bedoeld in– met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b – voor 70 procent aan als kosten van het cluster ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’, voor 15 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’ en voor 15 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’; b. uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg die gericht is op herstel van een psychische aandoening en, voor zover die zorg daarmee gepaard gaat, kosten van verblijf, aan als kosten van het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden jonger dan achttien jaar of kosten van het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder; c. uit de specificatie niet blijkt dat zij gelden als kosten als bedoeld onder a of b, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’. 2 Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, voor 35 procent aan als kosten van het cluster ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’, voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’, voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’, voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder, en voor 35 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, rekent het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties. 2 Het Zorginstituut rekent renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Het Zorginstituut merkt de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment van alle instellingen voor medisch specialistische zorg, uitgezonderd expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment van alle instellingen voor medisch specialistische zorg, inclusief long/astma-klinieken en epilepsiecentra, maar uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’. 2 Het Zorginstituut merkt de honorariumcomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment van alle instellingen voor medisch specialistische zorg, uitgezonderd de long/astma-klinieken en de epilepsiecentra, en uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’. 3 Het Zorginstituut merkt de kosten- en honorariumcomponent van de kosten van overige zorgproducten, uitgezonderd de kosten van overige zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra en de kosten van add-ons, hemostatica en eerstelijnsdiagnostiek, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’. 4 Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties waarop de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg’ van de zorgautoriteit van toepassing is, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’. 5 Wet marktordening gezondheidszorg Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’. 6 Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra, voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’. 7 Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, waarvoor een percentage van 60 wordt aangehouden, merkt het Zorginstituut de volgende kosten voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’: a. de kostencomponent en honorariumcomponent van de kosten van overige zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra die in hoofdzaak worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, uitgezonderd de kosten van add-ons, hemostatica en eerstelijnsdiagnostiek van die instellingen; b. de honorariumcomponent van de kosten van dbc-zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra; c. alle kosten van overige instellingen op het gebied van ziekenhuisverpleging voor zover zij niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Het Zorginstituut baseert de herberekening per zorgverzekeraar vaste kosten van ziekenhuisverpleging op de vaste kosten in het jaar 2011. 2 Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment van alle instellingen voor medisch-specialistische zorg, inclusief long/astma-klinieken en epilepsiecentra, en uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’. 3 Het Zorginstituut merkt de kostencomponent en de honorariumcomponent van de kosten van expertproducten in het vrije en gereguleerde segment voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’. 4 Het Zorginstituut merkt de kosten van add-ons voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’. 5 Het Zorginstituut merkt de kosten hemostatica voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’. 6 Wet marktordening gezondheidszorg Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de, voor een door hem per instelling voor medisch specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’. 7 artikel 15, vijfde lid Het percentage per instelling, bedoeld in het zesde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in. 8 Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit vastgestelde bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra voor 25 procent als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’. 9 Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, waarvoor een percentage van 40 wordt aangehouden, merkt het Zorginstituut de volgende kosten voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’: a. de kostencomponent en honorariumcomponent van de kosten van overige zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra die in hoofdzaak worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, uitgezonderd de kosten van add-ons, hemostatica en eerstelijnsdiagnostiek van die instellingen; b. de honorariumcomponent van de kosten van dbc-zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra; c. alle kosten van overige instellingen op het gebied van ziekenhuisverpleging voor zover zij niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten. 10 Het Zorginstituut merkt de kosten van de overgangsregeling van het functioneel leeftijdsontslag van werknemers in de publieke ambulancezorg voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’. 11 Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’. 12 Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met negende lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid, anderzijds. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten die behoren tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar’. 2 artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de gerealiseerde kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar enerzijds, en het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in, anderzijds. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten die behoren tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder. 2 artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering Het Zorginstituut past als volgt hoge kostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder, bedoeld in: a. 90 procent van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, voor zover deze kosten het bedrag van € 10 000 per verzekerde op jaarbasis overschrijden, wordt betrokken bij de herberekening van het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van verzekerden van achttien jaar en ouder; b. vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel a per zorgverzekeraar gesommeerd; c. artikel 12, tweede lid aan de ingevolge onderdeel b gesommeerde kosten wordt per zorgverzekeraar 40 procent toegevoegd van de kosten van verzekerde prestaties die verzekerden van de zorgverzekeraar buiten Nederland hebben gemaakt en die het Zorginstituut op basis van declaraties op kasbasis naar het werkelijke bedrag in 2012 vergoedt, voor zover zij ingevolge, als kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van verzekerden van achttien jaar en ouder zijn aangemerkt; d. daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar; e. ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het Zorginstituut merkt de kosten van eerstelijnsdiagnostiek voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’. 2 Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties waarop de beleidsregels ‘Innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties’ of ‘Prestatiebekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen’ van de zorgautoriteit van toepassing zijn, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering Het bedrag en het percentage bedoeld inzijn: € 22,50 en 90 procent. 2 artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering Het bedrag en het percentage bedoeld inzijn: € 7,50 en 90 procent. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering artikel 7 De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in, wordt berekend overeenkomstig, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald bij de zorgverzekeraar. 2 artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering artikel 8 De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in, wordt berekend overeenkomstig, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van de gerealiseerde aantallen in dat artikel bedoelde verzekerden. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering Het inbedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 50. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin ten minste een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met het betaalschema van de zorgverzekeraars. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Wijzigt de Regeling zorgverzekering. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 01-01-2011
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Wijzigt de Regeling zorgverzekering. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 01-01-2012
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt de Wijzigingsregeling Regeling zorgverzekering (vereveningsbijdrage zorgverzekeraars 2011). 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 3.16 van de Regeling zorgverzekering In afwijking van hetgeen daarover inzoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en de kosten van specialistische hulp ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend: 1. Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten voor 100 procent aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp. 2. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van niet-onderhandelbare dbc-tarieven in algemene en academische ziekenhuizen, alsmede van het Oogziekenhuis, voor een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp. 3. artikel 3.1 Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van dbc’s, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, die niet bedoeld zijn in, voor een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp. 4. Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten voor een door hem per instelling voor medisch specialistische zorg vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging. 5. Het Zorginstituut bepaalt per ziekenhuis het percentage, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, op basis van door de zorgautoriteit te verschaffen gegevens. 6. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van niet-onderhandelbare dbc-tarieven van instellingen dan wel zorgverleners, die niet bedoeld zijn in het tweede of derde lid, voor 75 procent aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp. 7. Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc’s, waarvoor een percentage van 60 wordt aangehouden, merkt het Zorginstituut de volgende kosten voor 75 procent aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp: a. de kostencomponent en honorariumcomponent van overige trajecten en verrichtingen en van ondersteunende en overige producten van instellingen en zorgverleners die in hoofdzaak worden gefinancierd op basis van dbc’s; b. alle kosten van overige instellingen op het gebied van ziekenhuisverpleging voor zover zij niet worden gefinancierd op basis van dbc’s; c. de kostencomponent van de vaste bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van centra voor klinische genetica, radiotherapie, epilepsie, dialyse en revalidatie. 8. Het Zorginstituut merkt de honorariumcomponent van de niet-onderhandelbare dbc’s en eventuele overige declaraties van vrijgevestigde specialisten voor 100 procent aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, met uitzondering van de honorariumcomponent van overige trajecten en verrichtingen en van ondersteunende en overige producten, waarvoor een percentage van 75 wordt aangehouden. 9. Het Zorginstituut betrekt de renteheffingstarieven niet bij de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp. 10. artikel 3.14 Het Zorginstituut past overeenkomstighogekostencompensatie toe op het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp. 11. Het Zorginstituut calculeert 30 procent na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met negende lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuis. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 3.17 van de Regeling zorgverzekering In afwijking van hetgeen daarover inzoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de vaste kosten van ziekenhuisverpleging ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend: 1. Het Zorginstituut baseert de herberekening per zorgverzekeraar van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging op de vaste kosten in het jaar 2009. 2. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de niet-onderhandelbare dbc-tarieven in algemene en academische ziekenhuizen, alsmede van het Oogziekenhuis, voor een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging. 3. artikel 3.16, tweede lid Het percentage per ziekenhuis, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in. 4. Wet marktordening gezondheidszorg artikel 3.1 Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van dbc’s, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de, die niet bedoeld zijn in, voor een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging. 5. artikel 3.16, derde lid Het percentage per instelling, bedoeld in het vierde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in. 6. Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de opbrengstresultaten in 2010 voor een door hem per instelling voor medisch specialistische zorg vast te stellen percentage aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging. 7. artikel 3.16, vierde lid Het percentage per instelling, bedoeld in het zesde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in. 8. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de niet-onderhandelbare dbc-tarieven van instellingen, dan wel zorgverleners, die niet bedoeld zijn in het tweede, vierde of zesde lid, voor 25 procent aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging. 9. Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc’s, waarvoor een percentage van 40 wordt aangehouden, merkt het Zorginstituut de volgende kosten voor 25 procent aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging: a. de kostencomponent en honorariumcomponent van overige trajecten en verrichtingen en van ondersteunende en overige producten van instellingen en zorgverleners die in hoofdzaak worden gefinancierd op basis van dbc’s; b. alle kosten van overige instellingen op het gebied van ziekenhuisverpleging voor zover zij niet worden gefinancierd op basis van dbc’s; c. de kostencomponent van de vaste bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van centra voor klinische genetica, radiotherapie, epilepsie, dialyse en revalidatie. 10. Het Zorginstituut merkt de kosten voor prestaties waarop de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg’ van de zorgautoriteit van toepassing is, en de kosten van de overgangsregeling van het functioneel leeftijdsontslag van werknemers in de publieke ambulancezorg voor 100 procent aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging. 11. Het Zorginstituut betrekt de renteheffingstarieven niet bij de vaste kosten van ziekenhuisverpleging. 12. Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met elfde lid enerzijds, en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid anderzijds. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 3.18 van de Regeling zorgverzekering In afwijking van hetgeen daarover inzoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend: 1. Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar. 2. Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten die behoren tot het deelbedrag kosten voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder. 3. Het percentage, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in het eerste lid. 4. Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de gerealiseerde kosten van geneeskundige gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar en het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar. 5. artikel 3.14 van de Regeling zorgverzekering Het Zorginstituut past overeenkomstigzoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, hogekostencompensatie toe op het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 3.19 van de Regeling zorgverzekering In afwijking van hetgeen daarover inzoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend: 1. Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder. 2. artikel 3.14 van de Regeling zorgverzekering Het Zorginstituut past overeenkomstigzoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, hogekostencompensatie toe op het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder. 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 2014 8527 27-03-2014 19-03-2014 345990-118496-WJZ 01-04-2014
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Hoofdstuk 3 van de Regeling zorgverzekering artikel 24 33, vierde lid , zoals dat na toepassing vanjuncto, zoals dat met betrekking tot het vereveningsjaar 2011 luidde, blijft van toepassing op de vaststelling van de vereveningsbijdragen over 2011. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2012. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 25 Deze regeling treedt, met uitzondering van, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 september 2011. 2 Artikel 25 treedt in werking met ingang van 1 januari 2012. 3 artikel 25 Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2012, treedt ookin werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst en werkt dat artikel terug tot en met 1 januari 2012. 4 Artikel 24 werkt terug tot en met 1 januari 2011. 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 2011 23098 21-12-2011 13-12-2011 Z/F-3096189 22-12-2011 30-09-2011
Artikel 5#
artikelen 5
Artikel 10#
10, eerste lid
Artikel 5#
art. 5
Artikel 10#
art. 10, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 10#
artikel 10, tweede lid
Artikel 10#
art. 10, tweede lid
Artikel 10#
artikel 10, tweede lid
Artikel 10#
art. 10, tweede lid
Artikel 8#
artikelen 8, tweede lid
Artikel 21#
21, tweede lid