Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 27 december 2010, nr. 173028, houdende regels ter uitvoering van enkele artikelen van het Vleeskuikenbesluit 2010 (Regeling vleeskuikens)
- BWB-id
- BWBR0029355
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2013-04-01 t/m 2014-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029355
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-vleeskuikens
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-vleeskuikens/2013-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029355&g=2013-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029355&z=2026-06-06&g=2013-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029355/2013-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2011/regeling-vleeskuikens
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; b. besluit: Vleeskuikenbesluit 2010 ; c. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; d. bruto oppervlakte van de stal: binnenmaatse oppervlakte van de stal, voor zover het betreft het gedeelte van de stal, bestemd voor het houden van vleeskuikens. 2010 20608 31-12-2010 27-12-2010 173028 2011 17 31-01-2011 27-01-2011 01-02-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Vleeskuikenbesluit 2010 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 9 van het besluit artikel 13 van het besluit De kennisgeving, bedoeld in, en de kennisgeving, bedoeld in, geschiedt aan Dienst Regelingen. 2 Voor de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt gemaakt van het door Dienst Regelingen ter beschikking gestelde elektronische portaal, dan wel wordt gebruik gemaakt van het formulier dat daartoe door Dienst Regelingen wordt verstrekt. 3 De kennisgeving gaat per stal vergezeld van de volgende gegevens: a. artikel 2, tweede lid, van de Verordening identificatie en registratie van pluimveebedrijven en levend pluimvee (PPE) 2012 het KIP-nummer, zijnde het nummer dat wordt verstrekt op grond vanvan het Productschap Pluimvee en Eieren; b. het relatienummer van de eigenaar of houder; c. het stalnummer dat is bevestigd aan de buitenkant van de stal; d. de adresgegevens van de stal; e. de bruto oppervlakte van de stal in vierkante meters, en f. het bouwjaar van de stal en, indien van toepassing, het jaar waarin een grondige verbouwing met directe gevolgen voor het dierenwelzijn heeft plaatsgevonden. 4 De eigenaar of houder kan verstrekking van gegevens als bedoeld in het derde lid achterwege laten, voor zover deze gegevens zijn opgenomen in het KIP registratiesysteem, bedoeld in de in het derde lid, onderdeel a, genoemde verordening. 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 19, eerste lid, van het besluit De kennisgeving, bedoeld in, geschiedt aan Dienst Regelingen. 2 Voor de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt gemaakt van het door Dienst Regelingen ter beschikking gestelde elektronische portaal, dan wel wordt gebruik gemaakt van het formulier dat daartoe door Dienst Regelingen wordt verstrekt. 3 artikel 2, derde lid, onderdelen a, b, c en d De kennisgeving gaat per stal vergezeld van de gegevens, genoemd in. 4 Artikel 2, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2010 20608 31-12-2010 27-12-2010 173028 2011 17 31-01-2011 27-01-2011 01-02-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Vleeskuikenbesluit 2010 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 9 13 18, derde lid, van het besluit Met de kennisgeving, bedoeld in de,en, wordt gelijkgesteld de melding met betrekking tot de keuze in bezettingsdichtheid die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit telefonisch aan Dienst Regelingen is geschied. 2010 20608 31-12-2010 27-12-2010 173028 2011 17 31-01-2011 27-01-2011 01-02-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Vleeskuikenbesluit 2010 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Ten behoeve van het bepalen van de bezettingsdichtheid draagt de eigenaar of houder er zorg voor dat per koppel de volgende gegevens worden verstrekt aan Dienst Regelingen: a. artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het aantal binnengebrachte vleeskuikens, bedoeld in; b. de datum waarop de vleeskuikens die uit de stal zijn verwijderd met het oogmerk om te worden geslacht, in de stal zijn geplaatst; c. het aantal vleeskuikens dat uit de stal is verwijderd met het oogmerk om te worden geslacht; d. het levend gewicht van de vleeskuikens, bedoeld in onderdeel c, voor het moment waarop zij worden geslacht, en e. de datum waarop de vleeskuikens, bedoeld in onderdeel c, zijn geslacht; f. artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van het besluit het resterende aantal vleeskuikens, bedoeld in. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt binnen 30 dagen nadat de laatste vleeskuikens van het betreffende koppel uit de stal zijn verwijderd met het oogmerk om te worden geslacht. 3 artikel 5 van het besluit De eigenaar of houder bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende drie jaren bij de gegevens die op grond vanworden geregistreerd. 4 Artikel 2, tweede en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2010 20608 31-12-2010 27-12-2010 173028 2011 17 31-01-2011 27-01-2011 01-02-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Vleeskuikenbesluit 2010 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De bezettingsdichtheid wordt berekend op basis van de bruikbare oppervlakte van de stal, gelijk aan de bruto oppervlakte van de stal. 2 Voor zover een stal als bedoeld in het eerste lid niet is uitgerust met een oplierbaar voersysteem wordt voor het bepalen van de bruikbare oppervlakte, bedoeld in het eerste lid, een forfaitaire aftrek gehanteerd van 1,7% van de bruto oppervlakte van de stal. 2012 14916 19-07-2012 11-07-2012 282647 2012 14916 19-07-2012 11-07-2012 282647 20-07-2012 14-07-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 8, eerste lid, van het besluit De minister erkent een certificaat als bedoeld in, indien dit certificaat betrekking heeft op: a. een opleiding die voldoet aan één van de volgende kwalificaties: – Dierverzorger hokdieren (crebocode 97702), of – Dierenhouder hokdieren (crebocode 97712); b. artikel 8, derde lid, van het besluit een met de opleidingen, genoemd in onderdeel a, vergelijkbare opleiding die ten minste betrekking heeft op de aspecten, bedoeld inalsmede op de aspecten, bedoeld in artikel 8. 2 De minister erkent een certificaat als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de richtlijn nr. 2007/43/EG dat is afgegeven of erkend door de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie. 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 8, derde lid, van het besluit Naast de aspecten, bedoeld in, heeft de vleeskuikenhouder kennis van: a. contactdermatitis bij vleeskuikens, en b. maatregelen die in het kader van de bedrijfsvoering kunnen worden genomen om het ontstaan van contactdermatitis te voorkomen dan wel tegen te gaan. 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 01-04-2013
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 2 De eigenaar of houder die een maximale bezettingsdichtheid van 42 kg/mtoepast, zorgt ervoor dat voor elk koppel in de slachterij, of voor een voor de export bestemd koppel op het bedrijf ten hoogste vijf werkdagen voor het einde van de ronde, wordt vastgesteld in welke mate voetzoollaesies voorkomen. 2 Ten behoeve van de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt bij een aantal vleeskuikens van een koppel beoordeeld bij hoeveel dieren er: a. geen of een zeer kleine verkleuring zichtbaar is (klasse 0); b. verkleuring maar geen diepe aantasting aanwezig is (klasse 1); c. een laesie met aantasting van de opperhuid en onderhuidse ontsteking aanwezig is (klasse 2). 3 De eigenaar of houder maakt afspraken met de slachterij respectievelijk het bedrijf dat de vaststelling in de stal verricht, zodanig dat de vaststelling plaatsvindt: a. bij de slachterij: 1°. bijlage 1 door een daarvoor opgeleide medewerker, bij 100 kuikens van elk koppel, waarvan 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 30% van het koppel, en 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 60% van het koppel, met inachtneming van het protocol dat alsbij deze regeling is gevoegd, dan wel 2°. met gebruikmaking van een digitaal meetsysteem bij ten minste 70% van alle kuikens van elk koppel; b. bijlage 2 in de stal: maximaal 5 werkdagen voordat de laatste vleeskuikens worden weggeladen, bij 100 kuikens van elk koppel met inachtneming van het protocol dat alsbij deze regeling is gevoegd. 4 De totaalscore voor het koppel wordt vastgesteld: a. in geval van visuele meting in de slachterij of het houderijbedrijf met gebruikmaking van de formule: aantal punten= (aantal dieren klasse 0).0 + (aantal dieren klasse 1).0,5 + (aantal dieren klasse 2).2 b. bij meting door middel van een camerasysteem met de formule: aantal punten= (percentage dieren klasse 0).0 + (percentage dieren klasse 1).0,5 + (percentage dieren klasse 2).2 5 artikelen 2, tweede lid 5, tweede en derde lid De eigenaar of houder, bedoeld in het eerste lid, verstrekt per koppel de gegevens waaruit de score blijkt binnen 30 dagen na de vaststelling aan de minister. De, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 6 De eigenaar of houder, bedoeld in het eerste lid, stelt na elk kalenderjaar een gemiddelde score voor het afgelopen jaar per stal vast op basis van de gegevens, bedoeld in het vijfde lid. 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 01-01-2013
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 2 artikel 9a, zesde lid Indien een maximale bezettingsdichtheid van 42 kg/mwordt toegepast, is de gemiddelde score, bedoeld in, niet hoger dan 80 punten. 2 artikel 9a, zesde lid Indien de gemiddelde score, bedoeld in, meer dan 120 punten bedraagt, a. stelt de eigenaar of houder, zo mogelijk met behulp van een dierenarts, voor 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, een verbeterplan op met daarin de maatregelen die hij gaat doorvoeren in elke stal waarvoor de gemiddelde score meer dan 120 punten bedroeg, om ervoor te zorgen dat in elk geval aan het einde van dat jaar wordt voldaan aan het eerste lid, en b. 2 verlaagt de eigenaar of houder uiterlijk met ingang van 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, en vervolgens ten minste gedurende het hele kalenderjaar, de bezettingsdichtheid in elke stal waar de gemiddelde score meer dan 120 punten bedroeg, tot ten hoogste 39 kg/m. 3 artikel 9a, zesde lid Indien de gemiddelde score, bedoeld in, meer dan 80 punten bedraagt maar minder dan 120 punten, stelt de eigenaar of houder, zo mogelijk met behulp van een dierenarts, voor 1 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, een verbeterplan op met daarin de maatregelen die hij gaat doorvoeren in elke stal waar de gemiddelde score meer dan 80 punten bedroeg, om ervoor te zorgen dat binnen een jaar wordt voldaan aan het eerste lid. 4 Artikel 2, tweede en vierde lid Een verbeterplan wordt ingediend bij de Dienst Regelingen., is van overeenkomstige toepassing. 5 Indien naar het oordeel van de minister de uitvoering van het verbeterplan er in redelijkheid niet toe kan leiden dat binnen een kalenderjaar kan worden voldaan aan het eerste lid, dient de houder of eigenaar op verzoek van de minister binnen een maand na dat verzoek een aangepast verbeterplan in. 6 De eigenaar of houder voert het verbeterplan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of in het derde lid, dan wel het aangepaste verbeterplan, bedoeld in het vijfde lid, zo spoedig mogelijk uit. 7 De eigenaar of houder bewaart bewijsstukken van de maatregelen die hij bij de uitvoering van het verbeterplan heeft genomen gedurende ten minste 5 jaar. 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 01-01-2013
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c 1 Artikel 9a artikel 9b, tweede lid 2 is ten aanzien van het kalenderjaar waarin de bezettingsdichtheid is verlaagd naar 39 kg/mvan overeenkomstige toepassing op de eigenaar of houder, bedoeld in. 2 artikel 9a, vijfde lid In 2013 wordt de gegevensverstrekking, bedoeld in: a. verricht over de na 1 januari van dat jaar opgezette en geslachte koppels; b. zo mogelijk verricht op basis van de beoordeling van andere kuikens dan de kuikens waarbij de mate van hakdermatitis op grond van artikel 9 wordt vastgesteld. 3 artikel 9a, vijfde lid Met ingang van 2014 wordt de gegevensverstrekking, bedoeld in, verricht over de na 1 januari van dat jaar geslachte koppels. 6 Artikel 9, derde lid , geldt na 1 januari 2013 niet indien de eigenaar of houder sinds 1 februari 2011 de gegevens per stal betreffende hakdermatitis over twee maal zeven opeenvolgende koppels heeft verstrekt. 5 Artikel 9 vervalt met ingang van 1 april 2013. 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 2012 21791 31-10-2012 30-10-2012 WJZ/ 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Vleeskuikenbesluit 2010 in werking treedt. 2010 20608 31-12-2010 27-12-2010 173028 2011 17 31-01-2011 27-01-2011 01-02-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Vleeskuikenbesluit 2010 in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vleeskuikens. 2010 20608 31-12-2010 27-12-2010 173028 2011 17 31-01-2011 27-01-2011 01-02-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Vleeskuikenbesluit 2010 in werking treedt.
Artikel 9a#
artikel 9a, derde lid, onderdeel a
Artikel 9a#
artikel 9a, derde lid, onderdeel b
Artikel 9a#
artikel 9a, derde lid, onderdeel b